Globaal bekeken
Een van de vele boeken, die me dezer dagen 'gewerden', was een fraai boek van de hand van Henk Posée, De gulden - geschiedenis van de nationale munt (uitgave Thoth, Bussum). Hieruit twee fragmenten.
• 'God zij met ons'
'De tekst "God zij met ons" staat al sedert koning Willem de Eerste op alle Nederlandse munten vanaf 1 gulden. Het is zelfs een wettelijk vastgelegde tekst, opgenomen in de Muntwet van 28 september 1816. Maar vanwaar deze tekst?
Jonkheer C. C. Six van Oterleek, die toen minister van Financiën was, stelde deze tekst voor omdat die als een verkorte Nederlandse versie kon gelden van een spreuk die "onze" voorvaderen na het "afschudden des Spaanschen juks" gehanteerd hadden. Dat was "Si Deus nobiscum, quis contra nos", vertaald: "Als God met ons is, wie is dan tegen ons?", een tekst van bijbelse oorsprong. Bij de behandeling van het wetsontwerp in de Tweede Kamer werden nog wel even vragen gesteld over de taal van het randschrift op de nieuwe munten. In het nieuwe Verenigde Nederland werd immers niet alleen Nederlands maar ook Frans gesproken. Nog even werd overwogen om die reden een Latijnse tekst aan te brengen, maar met het argument dat dan bijna niemand die tekst zou kunnen begrijpen werd deze gedachte verworpen. Overigens komt "God zij met ons" ook al voor op zestiende-eeuwse munten, zoals bijvoorbeeld op het noodgeld van Oudewater uit 1572.'
• Geen slet op een biljet
'Zij bedreef de liefde tegen betaling. Toch mocht haar portret geen betaalmiddel sieren. Het bankbiljet hierboven, in 1930 ontworpen door C. A. Lion Cachet, werd nooit uitgevoerd omdat een van de afgebeelde vrouwen twee millennia geleden geen onbesproken levenswandel had gehad. De vrouw rechts op het biljet stelt namelijk de bijbelse zondares Maria Magdalena voor zoals Jan van Scorel haar afbeeldde op zijn beroemde schilderij. Lion Cachet wilde Van Scorels boeiende vrouwenportret, uitgevoerd als gravure, zijn nieuwe bankbiljet van honderd gulden laten sieren, waarschijnlijk zonder stil te staan bij de achtergrond van de vrouw. Maar ex-hoeren op bankbiljetten, dat ging alle verantwoordelijkheden in monetair Nederland toeh een stap te ver, zelfs als het hoeren van bijbelse komaf waren en hun door Jezus persoonlijk vergiffenis was verleend voor vroegere zonden.'
Gerben Heitink, hoogleraar praktische theologie aan de VU, schreef een Biografie van de dominee (uitgave Ten Have, Baarn), die binnenkort door ds. J. Maasland zal worden besproken. Uit dit boek twee gedichten, het eerste van A. Marja, die, terwijl hij zelf niet zo'n hoge pet op had van dominees, getroffen werd door 'een onverwacht moedige houding' van een predikant in de oorlogsjaren; het tweede van Ewoud Gosker over een predikant die het avondmaalsbrood breekt.
• Een predikantt
Hij sprak aan één stuk door: in onze kringen doet men nog steeds te weinig aan cultuur, ik geef het toe, maar in het laatste uur gaat het - nietwaar - ook om de laatste dingen!
Zijn adamsappel danste op en neer boven de toga of het kaki-hemd, over het godsrijk sprak hij hooggestemd en blozend over seksueel verkeer.
Hij sprak over zijn eerbied voor het leven, en dat God altijd kracht naar kruis wil geven hing ingelijst in zijn studeervertrek.
Hij leek een halfzacht ei, maar toen ze kwamen en hem met knuppels onder handen namen hield hij voor 't eerst en voor het laatst zijn bek.
• De predikant
Liefkozend breekt zijn hand het brood aan brokken.
De schaal raakt vol; er is weer overvloed.
Met zorg schikt hij de bekers om de schalen:
Een stilleven dat doden leven doet.
Met spanning wacht hij wie aan tafel komen:
de weduwe, de ouderling, diens vrouw,
het kinderloze echtpaar en het meisje!
- "k Heb zo gebeden dat ze komen zou' - .
de stille jongen - 'Nee, nog geen verkering' -,
zijn ouders en de moeder al van acht
(ze kijkt nog eens waarschuwend naar haar oudste),
de schilder die zo graag en bulderend lacht,
zijn vrouw - 'Wat ziet ze wit! Die grote ogen!' - ,
het frisse kind dat pas belijdenis deed,
de mensen die sinds kort nog maar hier wonen,
en 't oudje dat wat mompelt en 't niet weet.
't Zijn al de zijnen; 't is Gods kleine kudde,
gekocht met bloed onttrokken aan de dood.
'Ach HERE, zegen deze spijze. Amen.'
Het orgel zwijgt. Hij heft het heilig brood.
v.d.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's