Cur Deus Homo?!
PASTORAAT [8]
Het kopje betekent: waarom werd God mens, met een vraagteken. Maar wij zetten graag achter dit vraagteken een uitroepteken. Dat kopje is een titel van een geschrift uit de Middeleeuwen. Geschreven door een Italiaanse geestelijke, die het grootste gedeelte van zijn leven heeft doorgebracht in Engeland.
Hij heet Anselmus van Canterbury, hij was aartsbisschop en hoofd van de Engelse kerk. In dat boekje wordt uiteengezet een verzoeningsleer die tot op de dag van vandaag in de confessies van vele kerken doorklinkt. Verzoening door voldoening, zeggen wij dan, om de kern van dit belijden aan te geven.
En wij bedoelen daarmee: God Zelf heeft door de zending van Zijn Zoon, als mens onder de mensen Eén gegeven, die de gerechtigheid van God kon bevredigen. Vergeving en verzoening zijn niet alleen een blijk van Gods barmhartigheid, maar ook een blijk van Gods heiligheid en gerechtigheid. In Jezus Christus, Gods Zoon, Die mens is geworden, om te lijden en te sterven aan het kruis als betaling voor onze zonden. Anselmus heeft deze leer ontwikkeld als een tegenhanger tegen een opvatting, dat slechts de bewogenheid van God Hem tot vergeving en verzoening bracht. Dat zou met name Jezus Christus tot uitdrukking hebben gebracht door Zijn liefde tot in de dood.
In onze tijd is de gedachte van de verzoening door voldoening uitermate actueel. In theologenland is een niet aflatende actie, om dit dogma als filosofisch, scholastisch en ouderwets te beschouwen. Wie kan er nog wat met God, Die een Zoon heeft, Die daarom uit de maagd geboren wordt, een God, Die bloed wil zien. En ook in de ontmoeting met de wereldgodsdiensten, die een zelfde bron als wij hebben: jodendom en islam, is dit belijden aanstootgevend.
Waarom kom ik met dit alles in een pastoraal rubriekje? Hoe kunnen wij het eigene van ons belijden gestalte geven? Hoe hebben wij kracht van getuigenis? Door navolgers van Jezus Christus te zijn. Maar dan vooral hierin dat wij kruisdragers zijn. Dat komt vooral naar voren in de upper ten van Gods koninkrijk. U vindt die in de Bergrede in Mattheus 5: 1-12. De armen van geest, de treurenden, de zachtmoedigen, die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, de barmhartigen, de reinen van hart, de vredestichters, die vervolgd worden om de gerechtigheid van Christus. Dat is geen heldenstoet met groeistuipen, met een 'meer'syndroom. Ook niet een uitstervend ras met stuiptrekkingen, die een naderend einde aangeven. Aan hen is de toekomst, aan hen alleen: Gods Koninkrijk en Zijn gerechtigheid.
Om dit belijden handen en voeten te geven, zullen wij ons moeten kunnen identificeren met hen, die door Jezus zalig worden genoemd. Waarom? Omdat zij zo, zo alleen, behoren tot het Koninkrijk van God. Dat moet je willen, dat moet je durven, daar moet je niet van weglopen.
Kunt u voor uzelf een aansluiting vinden bij één van die 'zaligen' hierboven? Komt dat ook naar voren, is het aan u te zien? Zo, dat het verwondering, nieuwsgierigheid, opwekt. Ik denk in dit verband aan de eerste christengemeente. Die verkreeg sympathie bij geheel het volk: Hand. 2: 47. In de brief aan Diognetus uit ca. 150 na Chr. lezen wij over Christenen in een heidense wereld. 'Zij volgen het gewoontepatroon, in zover dat niet strijdt met hun belijden. Maar toch zijn zij geheel anders. Waarin? Het vreemdelingschap is kenmerkend. En verder: Zij zijn arm, maar maken velen rijk, zij worden gesmaad en zij zegenen, zij worden beledigd en bewijzen eer. Zij houden van allen, maar zij worden door allen vervolgd. En die hen haten, kunnen toch geen reden voor hun vijandschap opgeven.' (A. F. J. Klijn, Apostolische Vaders, vertaling. Baarn, deel III, pag. 103 v.v.)
Dit alles is alleen mogelijk, wanneer je weet waarom de Heere Jezus Christus mens is geworden, en dat je van deze oudste Broeder familie bent. Laat die gezindheid in u zijn, die ook in Christus Jezus was. De gemeente van Jezus Christus is per definitie onder het kruis. In deze tijd kun je daar alleen vrolijk zijn. Want Zijn nabijheid wordt in de werkelijkheid van de verdrukking en in de belofte van de heerlijkheid van Zijn Rijk het meest ervaren. Laat dat geheim van het kind-zijn van God vragen oproepen, telkens weer. En heb een antwoord klaar, een getuigenis met zachtmoedigheid en vrees, respect en ontzag, dat wij dat doen mogen.
J. KOPPENHOL, HUIZEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 januari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's