De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In de gang van het geestelijke leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In de gang van het geestelijke leven

TERUGBLIK

11 minuten leestijd

De kerk is de eeuwen door een strijdende kerk geweest. Omdat de kerk wel in de wereld maar niet van de wereld is, is er bij de gelovigen sprake van geestelijke strijd om zich geestelijk onbesmet van de wereld te bewaren. Er is de strijd tegen de machten der duisternis, tegen de geestelijke boosheden in de lucht, die zich slechts Iaat voeren met een geestelijke wapenrusting. Er is bij degenen, die Christus door het geloof zijn ingelijfd, de strijd tegen de wereld en al wat daarmee samenhangt in het eigen hart, waarbij maar al te vaak geldt het woord van de schrijver van de Hebreeënbrief: 'gij hebt nog ten den bloede toe niet tegengestaan, strijdende tegen de zonde' (Hebr. 12: 4). Ook binnen de kerk, binnen de gemeente des Heeren zelf, heeft zich de eeuwen door die strijd in al zijn facetten voltrokken: strijd om de rechte leer, strijd om het 'zuiver' houden van de gemeente in leer en leven, strijd zelfs om wat naar de Schriften als het hart van het Evangelie wordt beleden en wat in dat licht de roeping van de kerk is. We hebben die strijd in de voorbije jaren meegemaakt en doorleefd.

Ter afsluiting van mijn werk als redacteur van dit blad, zegde ik twee artikelen toe: een terugblik op de gang van het kerkelijke leven en een terugblik op de gang van het geestelijke leven. Vorige week werd de eerste bijdrage geplaatst. Vandaag de tweede. Meer dan een impressie, gericht op enkele aspecten van een ontwikkeling kon het niet zijn. Ik besef terdege dat elk aspect veel bredere uitwerking vergt. In de loop der jaren zijn al die aspecten soms echter breedvoeriger aan de orde geweest. Daarom stel ik mij noodgedwongen tevreden met een onvoltooide bijdrage. Ik dank de lezerskring voor de vele reacties en contacten de jaren door.

Open Brief
Toen ik in 1966 mijn plaats kreeg in het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, had zich een nieuwe strijd afgetekend; een strijd, die te maken had met de apostolaire weg, die de Hervormde Kerk ging.
Op hervormingsdag 1967 kwam dat in alle hevigheid aan het licht toen een Open Brief verscheen, opgesteld door dr. W. Aalders en mede ondertekend door 23 predikanten, waaronder uit hervormd gereformeerde kring ds. G. Boer, ds. W. Kalkman, ds. L. J. Geluk en ds. L. Kievit. Gesteld werd: 'Het apostolaire uitgaan in de wereld heeft het geestelijk leven in de Kerk arm en schaars gemaakt, de prediking vervlakt en verschraald, het belijden verzwakt en ondermijnd'. De verborgenheid der godzaligheid, 'als het eigen leven der Gemeente', werd - zo stelde de Open Brief - verwereldlijkt. En is een apostolaire Kerk zonder levende Gemeente dan ook niet gedoemd te sterven? 'Hoe is het geloof aan buitenstaanders te prediken, als er geen Gemeente is, die het geloof gelooft?'
In 1973 volgde een breed besproken en ook breed bestreden Getuigenis, opgesteld door prof. dr. G. C. Van Niftrik, waarbij ook schrijver dezes betrokken was. Het ging om dezelfde zaken als in de Open Brief, nu gericht tegen een theologie en prediking, 'die het Evangelie verbastert tot puur aards Messianisme', tegen een verpolitisering en horizontalisering van het heil.
Het Getuigenis wilde de gemeente van Christus bemoedigen. Het wilde de gemeente 'haar zekerheid en daardoor haar blijdschap bevestigen door te getuigen van de dingen, die onder ons volkomen zekerheid hebben', tegen de invloeden in van 'allerlei wind van leer' (Ef. 4: 14).
Jarenlang heeft deze strijd het kerkelijke leven in de brede zin van het woord bepaald. Theologie en prediking waren in brede lagen van de kerk gericht op de structuren van de samenleving, ten koste van het persoonlijke, geestelijke leven.
Wanneer ik de jaargangen van de Waarheidsvriend uit die jaren nog eens doorneem, sta ik verbaasd hoe veel geestelijke energie in die strijd is geïnvesteerd.

Schuld
De reactie bleef niet uit. Die theologie bleek, althans op de schaal van de voorbije eeuwen, een eendagsvlinder te zijn. Maar nochtans wel een bijtende eendagsvlinder. Want intussen kregen mensen stenen voor brood. Uit de kring van hen, die deze theologie beoefenden of hun prediking daarop afstemden, zijn daarover later soms schuldbelijdenissen afgegeven. Beseft werd dan dat de mens in zijn schuld en nood voor God tekort werd gedaan.
Vandaag is alle aandacht weer gericht op het individu, waarbij zelfs 'ervaring' in is. Maar of dan de prediking nu wel uitgaat van 'de dingen die onder ons volkomen zekerheid hebben' is nog maar zeer de vraag. Want intussen werden hier en daar theologisch (opnieuw) de fundamenten van de kerk ondergraven. Dat was vooral het geval wanneer in theologieën als van de Kamper hoogleraar Den Heyer de verzoening door voldoening werd geloochend. Ik heb dat altijd weer als het meest aangrijpende ervaren. Neem de heilsfeiten als vaste grond van behoud weg en het geloof is geen bijbels geloof meer, hoe spiritueel het ook wordt geladen.
Het individualisme van onze dagen versterkte als eigentijds levensbesef die ervarings-gerichte prediking: ik ervaar, zoals ik ervaar, dus geloof ik, zoals ik geloof. Zo komt het geloof van de gemeente van de regen in de drup. Echte geloofszekerheid wordt er niet door gevoed, omdat die immers alleen gelegen is in het heil- buiten-ons.

Hervormd gereformeerd
Hoe stond het in deze binnen de hervormd gereformeerde beweging? De maatschappij-kritische theologie had daar geen directe invloed. Maar werd daar ten volle geleefd uit de dingen, die onder ons volkomen zekerheid hebben en dus in de zekerheid van het geloof?
In de loop de jaren hebben zich in hervormd gereformeerde kring verschuivingen voorgedaan. In 1965 was het boekje van dr. C. Graafland, Verschuivingen in de Gereformeerde Bondsprediking verschenen, waarin deze signaleerde 'een herwaardering van het verbond, een meer directe appellerende prediking, een accentueren van de praktijk van het christelijke leven'. Zelf was hij gepromoveerd op de zekerheid des geloofs bij Calvijn.
De golven erover gingen direct daarna hoog. Dat was het geval bij mijn aantreden in het hoofbestuur. Gevreesd werd dat Graafland terug wilde naar De Reformatie, 'met terzijdestelling van het piëtisme' (J. van Sliedregt). Hij hield intussen de bezinning levend en scherp. Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond pleitte in die dagen voor (ook) positieve waardering van de Nadere Reformatie, alsook voor doordenking van de verhouding van Wet en Evangelie 'in de bijbelse heilsorde' en van 'het beloftekarakter van het evangelie'. Daarbij diende het geloof in Christus en het in-Christus-zijn, zijn wezenlijke inhoud te bewaren en de belofte 'in alle betrekkingen van het geestelijke leven' te worden gehonoreerd.
In deze wat zinnen, hoewel geschreven in reactie op Graaflands boek en een daarna verschenen Open Brief van 35 met Graafland sympathiserende predikanten, wordt intussen duidelijk dat, wanneer het om verbond en belofte gaat, de Christologie het hart van de hervormd gereformeerde beweging was, waarbij de belofte van het Evangelie zijn plaats diende te krijgen in de geloofsvereniging met Christus. Dat duidt echter wel op óók het in-werk van de Heilige Geest. Het deurtje moet van binnenuit open.
Uiteraard speelde bij dit alles ook een rol het belijden aangaande de verkiezing. Anders dan in sommige andere delen van de Gereformeerde Gezindte werd de verkiezing echter direct betrokken op Christus. Ds. Bartlema wees ons op Ef. 1: 4: de kerk uitverkoren in Hem. Dus: onvoorwaardelijk Christus prediken.

Verandering
In de loop der jaren is, naar mijn waarneming, die vooral dogmatische discussie, die Graafland in de zestiger jaren op gang bracht, voor een deel stil gevallen, althans in de breedte van de hervormd gereformeerde beweging. De bezinning op de verhouding van verbond en verkiezing bleef uiteraard bestaan.De spanning erover bleef onderhuids aanwezig. Ze bestaat zelfs bij de gratie van de gereformeerde traditie op zich, waarin die verhouding welhaast een torso is en soms uitgroeide tot een 'drama' (Van Ruler).
In de loop der jaren kristalliseerde de discussie ongemerkt uit in verschillende stromingen. Mede onder invloed van ontwikkelingen binnen andere delen van de Gereformeerde Gezindte werden hervormd gereformeerde predikanten, die in de traditie van het voorgeslacht de weldaden van het verbond benadrukten, soms onder verdenking gesteld. Terwijl anderzijds de belijdenis aangaande de verkiezing verzet ontmoette. Dat heeft ongetwijfeld te maken met invloedssferen, waarbinnen ook de hervormd gereformeerde beweging terecht kwam: enerzijds de reformatorische, anderzijds de evangelische. Raakten we daarbij soms niet het midden kwijt?
Wellicht heeft die verschuiving, met daaraan verbonden een toenemende polarisatie, toch ook alles te maken gehad met een verandering van spiritualiteit in de gemeenten zelf door factoren van buitenaf. In hervormd gereformeerde kring werd gereformeerde spiritualiteit bij voorkeur aangeduid als het voorwerpelijk-onderwerpelijke ofwel het schriftuurlijk-bevindelijke. Al wat een mens bevindt wordt voorafgegaan door wat God Zelf heeft geopenbaard en wat in Zijn daden van verlossing in Christus is geschied. Bevinding mocht niet versubjectiveerd worden. Ook bevinding dient genormeerd te zijn aan het Bijbels getuigenis in de volle breedte. Bevinding mocht ook niet verobjectiveerd worden. Dan wordt het in een dogmatisch schema gedrongen en gaat het niet meer om het inwendig getuigenis van de Heilige Geest, het getuigenis in de harten, zoals het ook in de religie van de belijdenis klopt. Beide vereenzijdigingen zijn naar mijn oordeel op gaan treden.
Alle bevinding is spiritualiteit, niet alle spiritualiteit is bijbelse bevinding. De vraag is of wat vandaag bevinding heet nog wel altijd wat bijbelse bevinding mag heten en nog gestempeld is door de doorleving van zonde en genade: van het tegelijk zondaar zijn en gerechtvaardigde.

Gefragmenteerd
Bevinding is enerzijds soms verdogmatiseerd, gestold tot een leer, zodat er geen leven meer in is. Ook in hervormd gereformeerde kring heeft echter naar mijn waarneming anderzijds de individualisering zijn tol geëist, waarbij hier en daar de persoonlijke ervaring voorop is komen te staan en subjectivistisch van aard werd. Dat is dunkt me ook de invalspoort gebleken voor de evangelische beweging binnen de Gereformeerde Gezindte.
De aansluiting van de bevindelijke leefsfeer bij de evangelische leefsfeer is soms opvallend gebleken. De oorzaak daarvan is mijns inziens gelegen in de sterke nadruk, die ook binnen de evangelische beweging wordt gelegd op het persoonlijke en het doorleefde van het geloof; tegenover dode rechtzinnigheid enerzijds, tegenover massief verbondsdenken anderzijds. De woorden wedergeboorte en bornagain zijn twee woorden voor hetzelfde, echter in verschillende talen maar intussen ook binnen verschillende geestelijke belevingswerelden. Het verschil in geloofs-eigening speelt daarbij een grote rol. De 'bevindelijke' weg is in de praktijk langer dan de 'evangelische' weg. Is het daarom dat de evangelische beweging vaak juist sterke aanhang kreeg in de nieuwe generatie van de bevindelijke kringen, de hervormd gereformeerde niet uitgezonderd?
Hier liggen vragen die om een antwoord vragen! We kregen er diepgaand mee te maken. Als daarbij maar duidelijk is dat de vastheid en de zekerheid van het geloof ligt in de vastheid van Gods beloften en niet in de drassige bodem van welke ervaring dan ook. Het heil wordt naar bijbels patroon voorwerpelijk-onderwerpelijk ingedragen in het leven van mensen. Dat is ook naar mijn overtuiging vandaag het onopgeefbare in de hervormd gereformeerde traditie.

Cultuur
Al vaker is gezegd, dat we de laatste decennia een grote cultuuromslag meemaakten. Dat valt niet te ontkennen. Dat heeft ook de kerk niet onberoerd gelaten, ook de hervormd gereformeerde sector niet. De cultuuromslag heeft ook invloed geoefend op het geestelijke leven.
Ook 'onder ons' is in de voorbije jaren de geestelijke gemeenschap meer gefragmentariseerd, en daarom ook meer gekanaliseerd in circuits van geloofsbeleven. Mensen kiezen zelf hun belevingscultuur en kiezen daarom ook meer en meer 'hun' dominee uit. In de loop der jaren is daarom het leven van een predikant er dan ook niet gemakkelijker op geworden. Hoe bereikt hij nog het geheel van de gemeente, die meer en meer in geestelijke compartimenten opgedeeld raakte? De vraag werd daarbij sterker hoe de kloof tussen de kansel en de (ook moderne) hervormd gereformeerde hoorders zal worden overbrugd.
Er wordt de laatste jaren, zo is mij telkens weer gebleken, door predikanten geleden aan en geworsteld met de cultuuromslag en daarin met de op het oog vaak met vruchteloosheid geslagen prediking. Het gevaar is niet denkbeeldig, dat nu ook nu in hervormd gereformeerde kring de cultuur het (theologisch) denken kan gaan beheersen en de klaroenstoot van het Evangelie in volmacht van de prediking gaat mankeren. In het postmoderne denken is twijfel ook vandaag de grootste zekerheid. Als daaraan wordt toegegeven ontstaat een nieuwe geIoofsonzekerheid. Terwijl naar Bijbelse maatstaven geloof, hoe aangevochten ook, de zekerheid in zich heeft. De hervormd gereformeerde beweging is niet bij voorbaat gevrijwaard voor de val in de kuil van zodanige gerichtheid op wereld en cultuur, dat het persoonlijke element, in de doorleving van de genade teloorgaat. Dan gaat geloofszekerheid langs andere weg dan die van een vereenzijdigde genadeleer wijken.

Adagium
Door de jaren heen bleef - ik constateer het met dankbaarheid - nochtans het reformatorische adagium ook krachtig en levend: alleen de Schrift, alleen genade, alleen geloof en (in dit alles) alleen Christus.
Hier lag en ligt de bevrijdende ontdekking van de Reformatie. Zo wordt zekerheid van het geloof geboren. Dat was en is ten diepste hervormd gereformeerd. Die constante, gelegen in de religie van onze belijdenis, is gebleven, hoewel van verschillende kanten bedreigd en aangevochten. De komende generatie moge er zich (op) nieuw geestelijk door gesterkt weten, al is het soms in nieuwe bewoordingen en nieuwe vormen. Geloven met het hart en belijden met de mond. Naar de belijdenis en haar religie.
v.d.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

In de gang van het geestelijke leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's