NAMEN NOEMEN [26]
BOAZ
Het is niet helemaal duidelijk waar de naam Boaz vandaan komt. Het meest aannemelijk is de vertaling: 'in hem is kracht'. Deze naam past goed bij de twee die hem hebben gedragen: de barmhartige boer uit Bethlehem, en de linkerzuil van de tempel van Salomo. In beide gevallen gaat het om krachtige steunpilaren. Boaz is de man die het recht van de weduwen Naomi en Ruth overeind heeft gehouden. 'Boaz' is ook, met Jachin (Hij stelt vast), een van de zuilen die het frontportaal van de tempel dragen. In beide voorbeelden gaat het om de kracht, die ten diepste van de HEERE is, maar die Hij tot hulp en heil wil schenken voor Zijn volk.
Boaz is de man in wie de kracht van Gods zegen op een heel bijzondere wijze aan het licht komt. Als hij zijn akker betreedt en zijn arbeiders groet, wordt het duidelijk waar deze man, die beschreven wordt als 'geweldig van vermogen', ten diepste zijn levensgeheim vindt. Het is de zegen des HEEREN, die hem rijk maakt. Hij begroet zijn maaiers met de hartelijke woorden 'De HEERE zij met ulieden', en krijgt op zijn beurt hun zegen terug: 'De HEERE zegene u'.
De HEERE zorgt ervoor dat deze 'geweldige' man zich ontfermt over Ruth. Het heeft hem bijzonder getroffen dat de jonge weduwe uit Moab haar toevlucht heeft gezocht onder vleugels van de God van Israël. Deze afhankelijke en aanhankelijke trek in haar maakt haar voor hem pas echt aantrekkelijk. In ieder geval zorgt hij ervoor, dat zij op zijn akker een betere behandeling krijgt dan normaal te verwachten zou zijn. In de nacht vindt Boaz tot zijn verrassing hoe Ruth aan zijn voeten ligt. Hij verstaat direct dat het haar bedoeling is dat hij zich met al zijn vermogen in zal zetten voor haar recht, en in haar voor de voortgang van de familie Elimelech. De krachtige besluitvaardigheid waarmee hij in de vroege morgen direct naar de poort van Bethlehem gaat om de lossing te regelen is een bevestiging van zijn naam.
In de poort van Bethlehem wordt de zaak beslist. Boaz is volgens de wet van Israëls God een van de zogenaamde 'lossers'. Een losser (go'el) is die tot taak heeft om het recht van een verarmd familielid overeind te houden, zodat de plaats van hen die dreigen uit te vallen op weg naar de toekomst van Israël gewaarborgd zal worden. Daarbij kan het nodig zijn dat het land van het erfdeel weer wordt teruggekocht. Meer nog, om een 'naam' te redden kan het ook de verplichting zijn om de weduwe te trouwen van een broeder die zonder kinderen is gestorven. De zoon die de losser bij haar zal kunnen ontvangen, geldt dan als de erfgenaam van de overledene. De eerste losser wil wel het land lossen. Maar als de weduwe ter sprake komt deinst hij terug. Het wordt duidelijk dat hij zichzelf niet wil wagen aan een onderneming waarvan hij aanvankelijk wellicht economisch voordeel denkt te hebben. Maar op dat beslissende moment wordt pas echt goed duidelijk dat er kracht is in deze man Boaz. Zonder enige aarzeling aanvaardt hij de schoen van de slappeling, die het recht der weduwen niet wil laten gelden. Met krachtige toewijding stelt hij zich beschikbaar voor de voortgang van het geslacht in Israël, dat van zo grote betekenis zal zijn. Hij van wie overigens niet vergeten mag worden dat hij zelf een nakomeling is van Rachab (Mat. 1: 5), wordt de overgrootvader van David. En zo draagt deze zuil het geslacht waaruit de grote Losser geboren zal worden, Jezus Christus. Boaz' naam geeft mede kleur aan zijn grote Zoon: in Hem is kracht!
M. A. VAN DEN BERG
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's