Boekbespreking
Kune Biezeveld e.a., Wie God zegt... Spreken over God in e wereld zonder God, Serie: Leidse Lezingen. Uitg. Kok, Kampen 2001, 215 blz., € 18, 11.
Deze bundel lezingen en artikelen heeft voordeel en een nadeel. Het voordeel is, dat men er een flink aantal korte bijdragen aantreft die steeds een en hetzelfde thema - nl. het spreken over God in onze moderne tijd - vanuit een andere invalshoek belichten. Eerst treft men de vier lezingen aan die op de studiedag over dit onderwerp zijn gehouden (Leiden, 24-9-01). In die bijdragen leggen de hoogleraren K. Biezeveld, Th. de Boer, V. Brümmer en J. Muis uit hoe ze er zelf tegenaan kijken. Daarna volgen maar liefst tien artikelen, waarin evenzovele auteurs het thema belichten vanuit een bepaalde (meestal bij hen favoriete) denker met wie ze eerder intensief bezig geweest zijn. Zo treffen we artikelen aan over Spinoza, Pascal, Schleiermacher, Tillich, Miskotte, Levinas, maar ook over nog in leven zijnde auteurs als Ricoeur, Moltmann, Jüngel en de intrigerende Berlijnse theoloog Friedrich Marquardt. Al met al krijgt men dus een bont palet voorgeschoteld, dat intussen samengehouden wordt door de rode draad van het boek: op welke manier bracht/brengt men God ter sprake? Met name sinds onze westerse cultuur zich in de Verlichting van God losgemaakt heeft is dat een aangelegen vraag geworden, waar in theologie een en filosofie heel verschillend mee omgegaan wordt. De redactie heeft zich in dan ook beperkt tot denkers die leefden vanaf de Verlichting; al had een artikel over het thema bij Luther en/of Calvijn m.i. een waardevolle aanvulling kunnen betekenen. Maar dat is dus het voordeel van dit boek: er wordt een breed en rijkgeschakeerd beeld neergezet van hoe men in het joodschristelijke denken aankijkt tegen de mogelijkheden en onmogelijkheden om God ter sprake te brengen in de hedendaagse cultuur.
Dan nu het nadeel: de veertien teksten staan geheel en al los van elkaar. De uitgever heeft het boek zo te merken al op de studiedag zelf uit willen brengen. Daardoor valt er van de discussie die op die dag heeft plaatsgevonden niets in de bundel terug te vinden. Men ging er kennelijk al bij voorbaat van uit, dat het onderlinge gesprek (dan wel de lezing van elkaars artikelen) geen van de auteurs tot bijstelling van de eigen gedachten zou brengen. Maar als dat zo is, waarom praat men dan eigenlijk nog met elkaar? Nu blijft de lezer met heel wat vragen zitten. Wat zou prof. Muis (in een overigens glashelder artikel met vele behartenswaardige gezichtspunten) bijv. vinden van de opmerking van A. J. Plaisier, dat Pascal nooit in het algemeen, maar slechts vanuit de menselijke vervreemding van God door de zonde over God kon spreken (p.96)? M.i. had het winst betekend wanneer Muis deze belangrijke beperking in zijn artikel had doorgevoerd. Wat zouden prof. De Boer en dr. Ravenstein op hun beurt vinden van het fundamentele verschil tussen het denken van E. Lévinas en het christelijk geloof in de menswording van God dat Muis fijntjes aanwijst? En zou De Boer zich herkennen in de wijze waarop E. Jüngel (in de bundel fraai neergezet door J. M. de Klerk) de moderne problemen met het spreken over God probeert te overstijgen? Ik zou naar dat alles zeer benieuwd zijn, maar de bundel laat me erover in het onzekere. De enige die wel naar een andere bijdrage in het boek verwijst is dr. Hettema, en ik denk eerlijk gezegd dat prof. Biezeveld het advies dat hij haar geeft (p.182) wel ter harte wil nemen, maar ook daarover geeft het boek geen uitsluitsel.
Door deze opzet blijft de bundel (ondanks leerzame bijdragen, naast de genoemde bijv. ook van V. Brümmer tegen het agnosticisme van H. J. Adriaanse) iets onbevredigends houden. Veel auteurs vatten vooral hun eigen bestaande ideeën nog eens kort samen, zonder zich door de andere deelnemers aan het gesprek te laten storen. Ik eindig dan ook met de hoop uit te spreken, dat de redactie haar beleid in dit opzicht nog eens wil heroverwegen. Zij zou een voorbeeld kunnen nemen aan een boek over een andere Leidse studiedag dat ik kort tevoren las (over pastoraat), waarin men wel volop onderlinge gedachtewisseling aantreft. Zo'n boek moet dan natuurlijk wat later uitkomen, maar zou veel meer kwaliteit hebben. Het zou veel meer een eenheid vormen, waardoor het lezen ervan ook beter beklijft.
G. VAN DEN BRINK, BILTHOVEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's