Vragen over het missionair en diaconaal aandeel
NOOD IN DE WERELD ALS UITGANGSPUNT
Er is veel te doen rondom het missionair en diaconaal aandeel, de nieuwe manier van geldwerving voor het missionaire en diaconale werk in binnen- en buitenland, irritatie, onbegrip en verwarring, soms nieuwsgierigheid, vaak een meer afwachtende houding. Noem 'missionair en diaconaal aandeel' tegen een willekeurige diaken en je krijgt een bedenkelijk gezicht te zien. Is het nu wel nodig, maakt deze nieuwe manier van geldwerving het de diaconieën nu gemakkelijker of is dit weer een bedenksel vanachter een Samen op Weg-bureau in Utrecht? Hoe worden de bedragen vastgesteld? Wij geven toch aan GZB en IZB, wordt daar wel rekening mee gehouden? Op een aantal van deze vragen die binnen de gemeenten leven, ga ik in.
De kerk heeft een opdracht en roeping in deze wereld. Uit dankbaarheid voor het heil dat ons in Christus geschonken is, mogen wij hier in woord en daad van getuigen. Bij zending of evangelisatie getuigen we van de vergeving van zonden en het nieuwe leven door het geloof in Christus. In het (wereld) diaconaat zien we om naar hen die geen helper hebben en komen we op voor recht en gerechtigheid. Iedere gemeente geeft daaraan op eigen manier vorm. Namens de plaatselijke gemeenten vinden ook allerlei activiteiten op missionair en diaconaal gebied plaats, in Nederland en wereldwijd. De Samen op Weg-kerken voeren dat uit onder de naam Kerkinactie, in nauwe samenwerking met andere kerken. Voor dit werk zijn betrokkenheid en bijdragen vanuit de plaatselijke gemeenten hard nodig.
Wat houdt dat eigenlijk in: missionair en diaconaal aandeel?
Dit is de naam van de nieuwe financiering van al het missionaire en diaconale werk dat in Nederland en wereldwijd wordt uitgevoerd namens alle hervormde, gereformeerde, lutherse en Samen op Weg-gemeenten en kerken in Nederland. Iedere kerkelijke gemeente wordt gevraagd om jaarlijks een in overleg vastgestelde bijdrage bijeen te brengen voor het werk van Kerkinactie: zending, werelddiaconaat, diaconaat en missionair werk in Nederland. Die bijdrage heet het missionair en diaconaal aandeel.
Onze gemeente staat afwijzend ten opzichte van het Samen op Weg-proces, moeten wij hier wel aan meedoen?
Het werk dat Kerkinactie uitvoert, gebeurt ook in opdracht van de generale synode van de Nederlandse Hervormde Kerk. We hopen dat u zich medeverantwoordelijk voelt voor dit werk en daar een financiële bijdrage aan wilt leveren. De kerk is een ambtelijke organisatie en iedere hervormde gemeente mag zich medeverantwoordelijk weten voor het missionaire en diaconale werk, dat namens de kerk wordt uitgevoerd. Via Luisterend Dienen gebeurt veel werk waar Gereformeerde Bonds-gemeenten voluit achter kunnen staan. Dit werk gebeurt namens de plaatselijke gemeenten, ook namens uw gemeente! Indien dit werk u ter harte gaat, mag u hierin uw bijdrage geven.
Tellen bijdragen voor Luisterend Dienen, GZB en IZB mee voor het missionair en diaconaal aandeel?
De GZB en IZB zijn organisaties die hun zendings- en evangelisatiewerk namens de Hervormde Kerk uitvoeren, maar los staan van het werk van Kerkinactie. Bijdragen voor GZB en IZB tellen dus niet mee in het missionair en diaconaal aandeel en kunt u gewoon rechtstreeks blijven overmaken. Bijdragen voor Luisterend Dienen, het diaconale programma van Kerkinactie dat zich richt op gemeenten die zich rekenen tot de Gereformeerde Bond, tellen wel mee.
Omdat de bijdrage zoals die door het LDC wordt voorgesteld, is gebaseerd op de bijdragen die door uw gemeente in de laatste vier jaren zijn gedaan, zal de hoogte van het voorstel voor het missionair en diaconaal aandeel dus voor de meeste Gereformeerde Bondsgemeenten lager uitvallen dan voor andere gemeenten.
Wij willen wel meedoen met Luisterend Dienen, maar komt al dat geld niet gewoon in éen grote pot terecht?
Nee, bijdragen voor Luisterend Dienen worden uitsluitend besteed aan de Luisterend Dienen-projecten. Maakt u deze bijdragen dan wel over op het eigen gironummer van Luisterend Dienen 76035 te Utrecht.
Hoe zit het met andere landelijke organisaties, zoals Stichting Ontmoeting, Woord en Daad, ZOA, projecten van de provinciale bijdrageadvieslijst en plaatselijke projecten?
Particuliere, regionale en eigen plaatselijke projecten worden niet namens de ambtelijke organisatie van de Hervormde Kerk uitgevoerd en tellen daarom niet mee voor het missionair en diaconaal aandeel.
Het bedrag dat in het voorstel vanuit Utrecht staat, is hoger dan wij in de afgelopen jaren hebben bijgedragen. Hoe zit dat? Het voorstel voor het missionair en diaconaal aandeel wordt bepaald op basis van wat landelijk de afgelopen vier jaar is ontvangen. Het kan echter goed zijn dat er bijdragen direct, buiten de kerkelijke gemeente om (bijvoorbeeld door een jeugdvereniging of door particulieren), aan Kerkinactie zijn overgemaakt. Kerkinactie hoopt dat u minimaal evenveel als in het verleden kunt bijdragen aan landelijke projecten. Mocht het bedrag te hoog zijn, schrijft u dan een voorstel en dien dit in in Utrecht. Het spreekt voor zich dat het bedrag dan in overleg wordt aangepast.
Wat gebeurt er als wij ons bedrag niet bij elkaar kunnen brengen, het is toch verplicht?
Nee, er wordt geen verplichting opgelegd. Het bedrag dat u als gemeente bijeenbrengt, is gebaseerd op vrijwilligheid en verantwoordelijkheid. Veel gemeenten hebben de indruk dat het nieuwe systeem een verplichte aanslag is. Dat is het niet. Gemeenten bepalen zelf wat ze willen bijdragen. Toch is het ook niet geheel vrijblijvend. Het werk dat namens de gemeenten wordt uitgevoerd in binnen- en buitenland, moet immers voortgang hebben. De gemeenten hebben hiervoor een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Deze financiële verantwoordelijkheid voor het werk dat namens de diaconieën in Nederland en daarbuiten wordt verricht, wordt in een bedrag uitgedrukt. Die verantwoordelijkheid weegt zwaar, omdat diaconaal werk nu eenmaal een wezenlijke opdracht is voor elke kerkelijke gemeente. Van vrijblijvendheid kan daarom geen sprake zijn. Uiteraard wordt - in overleg - rekening gehouden met draagkracht en specifieke situatie van elke gemeente.
We betalen toch ook al een diaconaal quotum, wordt dit nu afgeschaft?
Het diaconaal quotum staat los van het missionair en diaconaal aandeel en wordt niet afgeschaft. Dit diaconaal quotum wordt niet geheven door Kerkinactie, maar door de synode. Het quotum wordt grotendeels gebruikt voor het algemene landelijke en provinciale kerkenwerk. Het hervormd diaconaal quotum is een heffing op opbrengsten uit onroerend goed en op rente-inkomsten. Daarnaast wordt een vast bedrag per predikantsplaats geheven. Dit quotum telt niet mee voor het missionair en diaconaal aandeel.
Het bedrag is samengenomen met de andere wijkgemeente waar wij in de praktijk weinig contact mee hebben, hoe weten wij nu wat onze eigen bijdragen zijn?
Het missionair en diaconaal aandeel wordt bepaald voor de gehele kerkelijke gemeente en wordt verzonden naar de centrale adressen. Als uw gemeente een streekgemeente of buitengewone wijkgemeente is, kunt u zelf met een voorstel komen voor een verdeling.
Hoe liggen de verantwoordelijkheden tussen diaconie en kerkenraad voor het missionair en diaconaal aandeel?
De kerkenraad is uiteindelijk verantwoordelijk voor het beleid van de gehele kerkelijke gemeente. Afstemming en coördinatie komen dan ook bij de kerkenraad te liggen. Duidelijk is dat een diaconie een eigen verantwoordelijkheid heeft: de inspanningsverplichting voor het bijeenbrengen van de gelden voor het diaconaal aandeel binnen- en buitenland.
Is er een inhoudelijk argument voor deze nieuwe manier van geldwerving?
Jazeker, in de praktijk was en is het vaak het geval dat het geld dat binnenkomt (bijv. door collecten) wordt doorgestuurd naar derden. De nieuwe manier van geldwerving heeft tot doel om de bewustwording van de verantwoordelijkheid voor het diaconale en missionaire werk te stimuleren. Niet het geefgedrag van de gemeente is uitgangspunt, maar de nood in de wereld. Gezamenlijk spreekt u af om voor een bepaald bedrag garant te staan, zodat het missionaire en diaconale werk voortgang kan vinden. Indien u de bijdragen vanuit uw gemeenten voor het plaatselijk kerkenwerk naast dat voor zending en diaconaat zet, is dat soms wel confronterend. Deze mogen immers in verhouding tot elkaar staan.
Heeft deze nieuwe aanpak praktische voordelen uoor onze gemeente?
De praktische voordelen zijn voornamelijk voor plaatselijke gemeenten die Samen op Weg zijn, voor hen was het administratief behoorlijk ingewikkeld. Voor de projecten die gesteund worden (ook door Luisterend Dienen), heeft het echter ook een groot voordeel: op basis van de afspraken die gemaakt zijn, weten zij op welke bijdragen zij het komende jaar kunnen rekenen. Hierdoor wordt het voor projecten gemakkelijker om structureel werk te verrichten. Daarnaast worden niet-meelevende gemeenteleden nu rechtstreeks benaderd met de vraag of zij willen bijdragen aan het missionaire en diaconale werk. Dit is een getuigenis op zich!
META FLOOR Missionair-diaconaal consulent, RDC Gelderland e-mail: m.floor@rdc-gelderland.nl
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's