Uit de pers
Kerk in de tijd
Heeft de economie ook invloed op de kerk? Of zijn het twee werelden die niets met elkaar hebben? In Kerk en Theologie (januari 2002, jaargang 53, no. 1) schrijft dr. C. P. Boele over 'De nieuwe economie en de kerk'. Hij is, schrijft de secretaris van de redactie dr. A. J. Plaisier, van professie 'econoom en filosoof'. Met andere woorden, hij weet waar hij het over heeft. Dr. Boele gaat in op de bedreigingen en de kansen die de 'nieuwe economie' opleveren voor de kerk. Zijn bijdrage, aldus dr. Boele, is ontstaan uit een aantal lezingen voor predikanten en classes. Om aan de doelgroep van een theologisch tijdschrift tegemoet te komen, zijn economische vaktermen zoveel mogelijk vermeden. Boele is uitermate geboeid door het denken van dr. O. Noordmans over de kerk. In zijn artikel zit menig citaat van Noordmans verborgen, met vermelding van de vindplaats.
Uitvoerig en daarom zeer interessant is zijn uitleg van wat we vandaag met de 'nieuwe economie' bedoelen. Het is niet doenlijk uit dat gedeelte te citeren. Een enkel punt: de nieuwe economie is een uiterst snelle economie.
Ongeduldige aandelenbeurzen zijn kenmerkend voor de versnelling in de nieuwe economie. Dr. Boele typeert de nieuwe economie verder als een 'attentie-economie': wie de aandacht van de consument weet te verkrijgen, die wint. In hoog tempo wordt de klant geconfronteerd met een overvloed aan producten. De nieuwe economie heet ook wel 'beleveniseconomie': een netwerk van diensten staat tegen betaling steeds voor ons beschikbaar waardoor steeds meer activiteiten in ons leven een commerciële ervaring worden. Verder verschuift in de nieuwe economie de dominantie van producent naar consument, aldus dr. Boele.
Bedreigingen
Dr. Boele beschrijft vier bedreigingen die de nieuwe economie op de kerk uitoefent. Deze dreigt instituties te transformeren tot verhandelbare organisaties.
'Bij instituties (universiteit, school, gezin, kerk) gaat het om waarde, traditie, kwaliteit, liefde, inspiratie, verwondering, gezag, wijsheid. Bij organisaties daarentegen gaat het om hun tegendeel: middelen, heden, kwantiteit, service, maakbaarheid, macht, informatie, maximalisatie. Als een institutie transformeert tot organisatie, wordt onderwijzen bijvoorbeeld "informeren", en politiek wordt "beleid". Het accent komt meer te liggen op de organisatie ("hoe") dan op de inhoud ("wat" en "waarom").'
Deze omschakeling in denken gaat de kerk niet voorbij, aldus Boele.
'Dit marktfundamentalisme bedreigt ook de kerk. Ook de kerk gedraagt zich meer en meer als "organisatie", met de bijbehorende bureaucratie.
De synode heeft een vrijgestelde secretaris en gedeeltelijk vrijgestelde overige bestuursleden, financieel beheer is gecentraliseerd, in het landelijk "dienstencentrum" werkt thans een veelvoud van het aantal in 1950 vrijgestelden, en de synode laat zich adviseren door (dure) organisatie-adviseurs. En als de kerk een organisatie wordt, verandert haar vocabulaire zienderogen. Zij spreekt en denkt hoe langer hoe meer in termen van kwantitatieve, financiële grootheden als "budget", "begroting", "beleidsplan", "bezoekersaantal". Natuurlijk, ook een institutie moet men goed organiseren, maar het moet wel een institutie blijven. Uiteraard zijn de organisatorische en financiële belangen vandaag groot, ook in de kerk, maar een kerkvoogd of diaken is allereerst ambtsdrager en daarna bedrijfseconoom. Een diaconie bijvoorbeeld dient minder op een "gezonde" jaarrekening dan op haar eigen opheffing gericht te zijn. Maar het ambt is aan een organisatie wezensvreemd. Jezus stuurde zijn apostelen op pad zonder "buidel of male". Er is immers een "radicale incompatibiliteit" tussen de Mammon en het Koninkrijk Gods. Aan de organisatie van de kerk dient enige verwarring merkbaar te zijn, als teken van orde, omdat het al te rechtlijnige en consequente des duivels is en de chaos toebehoort. Deze dingen zijn ook van toepassing op wat tegenwoordig wel wordt genoemd de "beroepingsmarkt", waarin "netwerk" en "naamsbekendheid" soms belangrijker zijn dan aantoonbare kwaliteit, ofwel dat talent belangrijker wordt dan volmacht, krachtens welke laatste de predikant dienaar des Woords is. Het is een groot gevaar dat de kerk haar vrijheid ten opzichte van de cultuur verspeelt door een soort van non-profitorganisatie te worden die goede doelen nastreeft en daar veel beleid voor ontwikkelt.'
Er zijn nog meer invloeden en gevaren aanwijsbaar vanuit de nieuwe economie. Boele noemt dat het streven naar een 'marktconforme boodschap'.
'Een tweede bedreiging die vanuit de Nieuwe Economie uitgaat op de kerk betreft haar boodschap. Wil de kerk niet in de marge verdwijnen, dan moet zij volgens sommigen werken aan haar "gezicht", zodat er een "gemeente met smoel" ontstaat. Haar "identiteit" zou te bleekjes zijn, en daarom dient zij bewust te werken aan "kwaliteit en uitstraling" en zo buitenstaanders aantrekken. Maar kan de kerk ooit "smoel" of "imago" hebben? Er was geen gedaante of heerlijkheid aan Jezus te bekennen, en Zijn Boodschap is niet alleen een geheimenis, maar ook een ergernis en dwaasheid. Hoe zou men dit in een "imago" kunnen vertalen? Komt dit imago-denken binnen de kerk niet voort uit een (neo-calvinistische) drang naar zichtbaarheid of uit de behoefte om zich acceptabel te willen maken? De kerk predikt, net als Jona, soms tegen de stad (Jona 1: 2). De marktidee tast de kerkidee aan. De kerk heeft geen "klanten" noch een "doelgroep", maar bijvoorbeeld wel een "schare" (lees: geboorteleden). Door aan deze schare voorbij te gaan, zou de kerk zichzelf volkomen ongeloofwaardig maken. Het gaat om "Heel de kerk en heel het volk" en niet om een geselecteerde doelgroep. De kerk is de schamelste en armste levensvorm die wij op aarde kennen en alles wat wij doen om haar daarvan af te helpen, tast haar wezen aan.'
Nog een gevaar komt voort uit wat in de nieuwe economie heet een 'belevenis-economie': de klant krijgt aangeboden wat ze zoekt en wil.
'Een derde bedreiging is dat de belevenis-economie in de kerk haar pendant krijgt in een belevenis-theologie en -liturgie: iets is waar als men het ervaart, en waarbij zelfs God Zelf een oer-ervaring wordt (H. M. Kuitert). Volgens A. van der Meiden bijvoorbeeld zou de kerk haar "diensten" door middel van marktonderzoek en communicatie moeten afstemmen op de behoeften van de moderne mondige mens. Waarheid is zijns inziens geen "bezitsterm" maar een communicatief geladen begrip, omdat geen enkele religie of godsdienstige gemeenschap kan claimen de waarheid te bezitten. Daarom moet de kerk de "klant" centraal stellen en een pluriform aanbod verzorgen: van hoogliturgisch tot evangelisch, en dus een einde maken aan het streven naar eenheid, en slechts volstaan met een "oecumenisch facilitair landelijk dienstencentrum", dat "marktonderzoek", geldwerving, beheer, opleidingen en "public relations" verzorgt.'
Ten slotte signaleert dr. Boele ook het verdwijnen van traditie en gemeenschap. De nieuwe economie creëert een 'staccato-cultuur van de permanente vernieuwing', waarin alles ongebonden, hier-en-nu, tijdelijk en ad hoe is, opgelegd door de 'fysieke macht van de jeugd en de media'.
Kansen
Twee kansen zijn er in een tijd van 'nieuwe economie' met name: een heldere prediking en een warm pastoraat.
'De Nieuwe Economie daagt de kerk uit om zich te bezinnen op haar boodschap. Twijfel en weifel maken ook de kerk onzichtbaar in deze tijd. Waar de kerk niet zelden aarzelend, voorzichtig en risicomijdend projeteert, als zij al profeteert, vroegen nota bene de gezamenlijke voorzitters van de politieke jongerenorganisaties op 18 december 2000 in een open brief aan de overheid om haar gedoogbeleid te stoppen, omdat dit beleid de geloofwaardigheid van de Nederlandse politiek en het democratisch rechtssysteem zou uithollen. Wat betreft de inhoud van de boodschap is het dan ook niet vreemd dat juist (Amerikaanse) kerken die zoveel mogelijk aansluiten bij de moderne samenleving teruglopen in ledental, terwijl de meer conservatieve kerken groeiden. De prediking moet iets hebben van het "geheel anders", het "tegenover", een confrontatie van het Woord, dat juist daarom zo wervend is. De fascinerende schoonheid en radicaliteit van de preken van Augustinus, of de schitterende harmonie tussen inhoud en vorm in diens De catechisandus rudibus, zijn hier lichtende voorbeelden. En de boodschap der kerk wordt met gezag gebracht. "Ik zou het Evangelie niet geloven, als het gezag der kerk mij er niet toe bewoog", schreef Augustinus. Waar macht en machtsstructuren in de Nieuwe Economie in hoog tempo afbrokkelen, ontstaat tegelijkertijd een toenemende behoefte aan gezag. Dit verklaart de extreme gevoeligheid van vele moderne managers voor "gezaghebbende" goeroes, terwijl diezelfde goeroes overigens klagen over hun "dorstige geest". Deze goeroes zijn waarschijnlijk de pendant van de Nieuwe Economie, die met haar theatrale decors van belevenissen een schijncultuur creëert waarin het kind in de mens aan bod komt, dat zijn geld spendeert aan ijsjes, speelgoed en petjes. De Engelsen spreken van "kiddults", kindvolwassenen, doorgaans rijke, goed ontwikkelde dertigers, die "vrijheid en spelen" als hoogste waarden in hun leven hebben, waardoor hun banen, huizen en relaties steeds meer van tijdelijke aard zijn. Vroeger waren er vaste mijlpalen: stemmen, eerste baan, trouwen, kinderen. Thans zijn die verplichtende tradities er niet meer, omdat er geen angst meer is om niet serieus genomen te worden. En hoewel de nieuwe economie er een is van overvloed blijkt uit Amerikaans onderzoek dat het steeds hogere en luxueuzere consumptiepatroon de meeste mensen geen groter gevoel van tevredenheid oplevert. Integendeel, een derde van de Amerikanen die meer dan honderdduizend dollar verdienen zeggen dat ze de eindjes niet aan elkaar kunnen knopen, aangezien hun referentiekader voortdurend naar boven wordt bijgesteld. Het zijn de "kiddults" van de Nieuwe Economie die en masse de seminars van goeroes bezoeken. Het zijn bij uitstek degenen die J. Huizinga op het oog moet hebben gehad, toen hij de term "puerilisme" introduceerde, de houding van degenen "die, in plaats van den knaap tot den man op te trekken, zijn gedragingen aan die van den knapenleeftijd adapteert".'
In de nieuwe economie gaat de humaniteit ten onder in organisaties zonder dat er nog instituties zijn die de mens niet kan missen, aldus dr. Boele.
'In een tijd waarin structuren zowel talrijker als losser worden, dient de kerk zich dan ook weer goed te herinneren dat zij de gemeenschap der heiligen is, zoals Augustinus de kerk vergeleek bij een nest waarin hij zich de veren wilde laten wassen voor de eeuwigheid. Er liggen enorme kansen voor het gewone, reguliere pastoraat, dat wil zeggen de belangeloze, niet-commerciële aandacht voor mensen.
Misschien had K. Barth inderdaad de gereformeerde theologie over haar eigen grenzen gedreven en was hij vergeten dat er ook de "troost der volharding" is. Het Woord schalt van boven, maar moet bij tijd en wijlen toch ook tot rust komen in pastoraal werk, als een soort verwarmend vuur. De Europese theologie is al te zeer beïnvloed door de Verlichting, in haar streven naar objectieve, rationele waarheid. De prediking moet als het ware ook iets hebben van de vleeswording. Juist zo is de kerk een ark, waarin een rust overblijft voor hen die ten onder dreigen te gaan in de overvloed en snelheid van de Nieuwe Economie.
De Nieuwe Economie leert ons opnieuw wat wij al eeuwenlang geloven en belijden: de kerk is heilig (anders dan de wereld), algemeen (zonder doelgroep), christelijk (zonder omwegen). Alleen zo kan de kerk vrij blijven ten opzichte van de staat en de economie, en alleen zo heeft zij betekenis voor mensen in de Nieuwe Economie.'
Een leerzame en heldere bijdrage van een econoom ter kennisneming van allen die in de kerk werkzaam zijn als vrijwilliger of als beroepskracht. De tijd houdt nooit halt voor de deuren van de kerk.
Deze aflevering van Kerk en Theologie bevat nog meer lezenswaardige bijdragen. Prof. Runia hield voor christelijkgereformeerde studenten in Apeldoorn een uitvoerig verhaal over het onderwerp 'Charismatische theologie en pneumatologie'. Dr. A. van de Beek schrijft onder de titel 'Denken vanuit Christus en dien gekruisigd' en maakt daarin de achtergronden van zijn boek Jezus Kurios duidelijk en laat zien waarom het hem eigenlijk gaat. Dr. P. van den Heuvel geeft aandacht aan drie nieuwe studies over het ambt: 'Nieuwe aandacht voor het ambt'. Boeiend zijn ook altijd de Kronieken van prof. dr. J. A. B. Ouweneel en van prof. dr. H. W. de Knijff. Kerk en Theologie is een uitgave van Boekencentrum, Zoetermeer, Postbus 29, 2700 AA, tel. 079-3615481.
J. MAASLAND
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 februari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's