Boekbespreking
A. G. Soeting, Auditieve aspecten van het boek Openbaring van Johannes. Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer 2001, 264 blz., € 23, 90.
Dr. A. G. Soeting schreef een dissertatie over de functie van stemmen, klanken, zang en muziek ih de Openbaring. Als aanloop naar zijn onderwerp behandelt hij vragen met betrekking tot structuur, achtergrond, schrijver en geadresseerden. Er is volgens hem geen verband tussen indeling en de in het boek genoemde muzikale expressies.
Soeting plaatst het boek in een joodse context. De schrijver is volgens hem een wetsgetrouwe jood die de zeden van zijn volk hoog houdt en goed bekend is met de situatie in Jeruzalem en de tempel. De geadresseerden zijn joodse groeperingen in Asia die aan hun jood-zijn wilden vasthouden, Jezus als Messias beschouwden en Hem als de verrezen Heer vereerden. Soeting dateert het boek vroeg: eind jaren '60-begin jaren '70.
De stemmen die de ziener hoort vanuit de hemel typeert de auteur als openbaringsstemmen, waarvan de beschrijving te verklaren is vanuit het Oude Testament en de joodse apocalyptische geschriften. Hoofdstuk 6 en 7 geven een exegese van de plaatsen waar sprake is van hemelse zangers en van muziekinstrumenten. Uit Openb.
18 : 22 valt af te leiden dat Johannes profane muziek als exponent van de frivole cultuur van Rome negatief (ervaringen met het heidendom in Efeze) beoordeelt. Als achtergrond wijst Soeting de tempeldienst aan. De hemelse eredienst in Openbaring moet niet vanuit de oerchristelijke eredienst, maar vanuit de joodse tempeldienst bezien worden.
Het boek is helder geschreven, bevat een schat aan materiaal, mede door de - soms te uitvoerige - weergave van andere opvattingen. Het uitvoerige hoofdstuk over de structuur leidt in feite tot een negatieve conclusie.
Ten aanzien van datering, auteurschap en adres heeft de schrijver me niet helemaal overtuigd. De waarschuwingen tegen de keizercultus pleiten m.i. voor een datering omstreeks 95 (de tijd van Domitianus). Bij de door Soeting ingenomen positie is er niets tegen om de traditie die de apostel Johannes als auteur ziet, te volgen. Het joods karakter van de gemeenten voor wie Johan- ' nes schreef wordt op de spits gedreven. De opvatting dat meerdere gemeenten op één plaats los naast elkaar bestaan hebben is nogal hypothetisch en vindt geen steun in de tekst. Overigens is de grote invloed van het O.T. en de tempeldienst in de beschrijving niet te miskennen. Op dit punt rekent de auteur terecht af met opvattingen die uitgaan van een gestructureerde christelijke liturgie waar vanuit de Openbaring weinig over te zeggen valt en die dus vanuit latere gegevens wordt ingelezen. Dat de Openbaring naast een kijk-ervaring ook een hoorervaring vraagt is door het onderzoek van Soeting aangetoond. En passant komen we ook heel wat aan de weet over zang en muziek in de joodse context en de antieke wereld.
Dr. Soeting, die zijn loopbaan in 1946 als onderwijzer begon, is in 1989 met emeritaat gegaan. Dat hij zo'n n jaar later een dissertatie op tafel legt getuigt ervan dat hij zich bepaald niet uitgediend heeft gevoeld. Daarom eindig ik graag met de auteur van harte te feliciteren met de door hem behaalde doctorsgraad.
A. NOORDEGRAAF, EDE
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's