De eed in de Heilige Schrift [5]
Apostolisch zweren
We moeten nog op een aspect van de eed ingaan en wel op als afgelegde eden geldende betuigingen van de apostel Paulus. In zijn brieven komen we herhaaldelijk uitspraken tegen die wijzen op het eed-zweren. Duidelijk mag zijn dat niet bij hem - zoals veel rabbijnen deden zoals we zagen in artikel 4 - persoonlijk voordeel voorop staat. Maar de eer van Zijn Zender, de waarheid van het Evangelie en de waarachtigheid van zijn apostolische bediening zijn daarbij in het geding... Ik noem u enige voorbeelden met daarbij ook zo nodig meteen mijn commentaar.
Eerlijke bedoelingen
In 2 Kor 1: 23 lezen we de woorden: 'Doch ik aanroepe God al een Getuige over mijn ziel...'. Paulus wordt ernstig verweten niet meteen van Efeze naar Korinthe te zijn gereisd. Was dat niet erg inconsequent van hem als hij nu toch de gemeente zo ernstig wilde vermanen? Maar hij had deze willen sparen. Zijn liefde voor de gemeente had hem tot dat besluit gebracht. Maar wat voor serieus argument kon hij aanvoeren om zijn klagers te overtuigen van zijn goede bedoelingen? Eigenlijk niet een! Daarom bevestigt hij zijn uitspraak met een eed bij God. Als de apostel nu onwaarheid spreekt terwijl hij zich beroept op God dan zal Hij hem zijn leven en zijn bediening ontnemen en hem totaal afbreken! En als men in de gemeente zijn gedane eed niet meer gelooft, ja, dan zijn alle banden verbroken en is de verhouding helemaal stuk.
Wat is het moeilijk tegen gemene verdachtmakingen te strijden. Soms blijft niets anders over dan een beroep op de alwetende God! x
Een eed, dat hij niet overdrijft
In diezelfde brief, n : 31 lezen we de zwaarwichtige woorden: 'De God en Vader van onze Heere Jezus Christus... weet dat ik niet lieg'! Een eed is een handeling waarbij men zich op God als de Allerhoogste beroept ter bevestiging dat waar is wat we zeggen. Nu wordt hier niet maar formeel een beroep gedaan op God, Die altijd de waarheid hoog houdt maar op die God Die in een heel bijzondere relatie tot Zijn volk en kinderen staat, namelijk in een bijzondere verbondsrelatie. Hij is voor hen de Auteur van de verzoening Die Hij heeft aangebracht in en door Zijn Zoon, Die deze verzoening Zelfheeft bewerkt. Vandaar ook de beide namen, Jezus, Die ziet op Zijn menselijke en Christus Die ziet op Zijn goddelijke natuur.
Enig verschil onder de exegeten is er over of Paulus bij deze sterke uitspraak die het karakter van een eed draagt in herinnering roept al wat hij deed en leed in zijn bediening, door hem in de voorgaande verzen ter sprake gebracht of dat hij sterk onderbouwt te roemen in zijn zwakheid. Mogelijk moeten we het eerste aanvaarden en het zo verstaan dat Paulus niet wilde overdrijven om indruk te maken maar dat het echt zo was wat hij schreef.
Men moet al te vaak en lichtvaardig zeggen 'ik kan er een eed op doen dat het zo is'. Een christen moet niet denken dat hij indruk maakt door dikke woorden te gebruiken en bij het minste of geringste God erbij haalt. Laten we oprecht door het leven gaan en laat onze wandel ons geloof en belijden bevestigen.
In dezelfde lijn ligt wat de apostel in Galaten 1: 20 verzekert: 'hetgeen ik nu schrijf, ziet, ik getuig voor God dat ik niet lieg'.
We vragen ons onwillekeurig af of dit nu zo nodig is, een eed bij of een beroep op God om alleen maar te verzekeren dat wat hij schrijft echt waar is. Maar hij weet dat wat hij over zich en zijn belevenissen, zijn weg tot de apostolische bediening door zijn vijanden betwist zal worden. Het is opmerkelijk hoe vaak het besef van Paulus dat wat hij ook doet hij altijd voor het lichtend aangezicht van God bezig is, schijnt door zijn geschreven briefregels. Dat besef moest eigenlijk ook steeds bij ons zijn.
De eerste regels van een gedicht van een onbekende dichter luiden: Wanneer je denkt, wanneer je spreekt, wanneer je leest, wanneer je stelt op schrift Wanneer je zingt, wanneer je wandelt, wanneer je verlangt naar licht
Om ver verwijderd gehouden te worden van al het verkeerde thuis of buiten Leef altijd als onder het oog van God! Je aan de regels houden Nog een voorbeeld van 'apostolisch zweren' vinden we in 1 Tim. 5 : 21. We lezen daar 'ik betuig voor God en de Heere Jezus Christus en de uitverkoren engelen dat gij deze dingen onderhoudt...'.
Een heel merkwaardige eed! Paulus roept God, Christus én de uitnemende of uitverkoren engelen - die hier in tegenstelling tot de gevallen engelen worden genoemd - aan. Men kan en mag toch alleen maar zweren bij God en niet bij schepselen? !
Maar de engelen in de hemel zijn om en horen bij God. Voor hun functie als getuigen in de gemeente kunnen we verwijzen naar 1 Kor. 11:10 en Ef. 3 : io.
De apostel bezweert Timotheüs in heilige ernst om zich aan de regels te houden. Paulus neemt dat blijkbaar heel hoog op. Alles in de gemeente, zo stelt hij, moet met orde eraan toegaan. Vriendjespolitiek, partijzuchtig handelen, uit zijn op eigen voordeel, het is allemaal uitgesloten in de gemeente van Christus. Het gaat om de zaak en om de eer van de Heere.
We leren hiervan, dat men nooit daarom te snel met mensen in zee moet gaan. Je kunt als voorganger of als ambtsdrager 'weg' van iemand zijn en hem graag in de kerkenraad zien te krijgen, maar als zo iemand een zondig leven leidt en hij is inmiddels bevestigd, heb je eigenlijk zijn zondig leven gesanctioneerd. Dan is het net alsof je zeifin die zonde leeft! En dat is even erg! Niet alleen zijn mensenkennis maar ook het kennen van God in alle wegen die bewandeld worden zo uiterst belangrijk voor een ambtsdrager en een gemeentelid.
Met een bepaald gemeentelid per se in de kerkenraad gekozen te willen zien, door te drijven een bepaalde dominee te laten beroepen alsof deze alleen het welzijn van de gemeente beslist, zijn al wat ongelukken aangericht en diepe teleurstellingen ondervonden. Men wilde eigen zin doorzetten en de Heere in alles te kennen was niet nodig. De resultaten zijn ernaar. Ik zou uit de ambts- en levenspraktijk daar intrieste voorbeelden van kunnen noemen. Maar genoeg voor deze keer. Ook nu is er stof genoeg om te doordenken en, naar ik hoop, in praktijk te brengen.
W. CHR. HOVIUS, APELDOORN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's