De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wel degelijk ’allerlei vertroosting in Zijn wonden’

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wel degelijk ’allerlei vertroosting in Zijn wonden’

9 minuten leestijd

Inleiding

Dit artikel is een reactie op de bespreking van mijn proefschrift De straf die ons de vrede aanbrengt door ds. H. J. Lam. Ik ben blij dat de Waarheidsvriend zoveel aandacht heeft besteed aan mijn boek. Het onderwerp verdient het. De wijze waarop dit echter is gebeurd, is teleurstellend. Ik voel me door de artikelen niet recht gedaan en heb me verbaasd over zoveel onbegrip. Naast dat er een aantal feitelijke en historische onjuistheden in de artikelen staan, is de essentie van mijn boek niet opgepakt. Het meest kwalijke is echter dat ds. Lam niet ingaat op de argumenten die ik noem om bepaalde problemen in de verzoeningsleer op te lossen. Deze artikelen vragen om een reactie. Vooral het tweede artikel kan niet onweersproken blijven. Ik dank de redactie van dit blad, dat ze mij daartoe de ruimte wil geven.

Een aantal losse punten

Ik zou wel overal op in willen gaan, maar dat kan echter niet in de mij toe bemeten ruimte. Ik zal mij beperken tot een aantal hoofdpunten. Toch wil ik beginnen met ds. Lam te bedanken voor zijn lovende woorden. Ook wil ik hem bedanken dat hij in het eerste artikel de inhoud van mijn boek in grote lijnen goed heeft weergegeven. Alleen in de laatste tien regels treedt, na een onbegrijpelijke conclusie, de eerste feitelijk onjuistheid op. Hij merkt daar namelijk op dat, mijn conclusies 'bitter weinig over laten van wat de kerk alle eeuwen door ten aanzien van de verzoening beleden heeft'. Dit is alleen al historisch onjuist. Dat wat wij hebben leren kennen als de klassieke verzoeningsleer, vindt zijn oorsprong pas in de elfde eeuw bij Anselmus. Vele auteurs wijzen erop dat het in de kerk nooit tot algemeen geldende conciliaire uitspraken aangaande de verzoening is gekomen, hetgeen wel geldt voor bijvoorbeeld de leer van de drieeenheid en de tweenaturenleer van Christus (zie mijn boek blz. 5).

Ten tweede wil ik zeggen, dat ik helemaal niet de pretentie heb gehad de N hele verzoeningsleer uit te leggen. Ik behandel in mijn boek slechts één aspect daarvan, namelijk de rol van het begrip straf. Dat heb ik ook expliciet in mijn boek geschreven.

Ten derde verwijt ds. Lam mij dat ik scheidingen aanbreng in wat bij elkaar hoort. Dat doe ik juist niet. De verzoening tussen God en mensen en tussen mensen onderling is juist een ineengestrengelde band. Alleen van een systematisch-theologisch werk mag je, moetje zelfs, verwachten dat het de dingen uiteenrafelt om ze daardoor te verhelderen. Ds. Lam komt dan met zijn opmerking: 'Wat God samengevoegd heeft, scheide de mens niet.' Ik scheid de dingen niet, ik onderscheid slechts. Trouwens als hij spreekt over dingen die (door God) zijn samengevoegd, impliceert dat tegelijk dat er verschillende onderdelen zijn. Anders kun je niets samenvoegen. Maar dat betekent ook dat je die onderdelen dus kunt onderscheiden.

Ten vierde zegt ds. Lam dat het ineengestrengeld zijn van Gods toorn en liefde voor ons verstand niet doorzichtig te maken is. Als dit zo zou zijn, zouden we theologisch verder moeten zwijgen, om het mysterie daarna hooguit alleen nog maar te bezingen. Maar dat doet hij zelf ook niet. In zijn derde artikel pretendeert hij zelfs te laten zien 'hoe het wel zit'. Daar komt nog bij, dat als hij beweert dat het voor ons verstand niet doorzichtig te maken is, hoe hij dan toch weet dat mijn

oplossing onjuist is. Als de verzoening een mysterie blijft, dan is ook niet uit te maken dat mijn visie onjuist is. Of het derde artikel van ds. Lam nu wel laat zien hoe het zit? Zeer zeker lost het vele problemen niet op.

Het hoofdpunt

Het hoofdpunt van mijn boek is dat het de klassieke verzoeningsleer verdedigt tegen vrijzinnige theologische invloeden. Die intentie moet men voor ogen houden. Daarbij ga ik in op vragen van deze tijd. Het probleem van de klassieke verzoeningsleer is: Waarom kan God, die ons oproept om elkaar onvoorwaardelijk te vergeven, dat zelf niet doen?

Wat ik nu in mijn dissertatie doe, is teruggaan naar Anselmus, de bron van de klassieke verzoeningsleer, om te kijken wat hij nu precies zegt. Bij Anselmus gaat het in de verzoening om de geschonden eer van God ofwel om Zijn gerechtigheid. Maar wat is die eer precies? Is dat Gods persoonlijke eer? Nee, zegt Anselmus - en hier zijn de meeste Anselmus-onderzoekers (bv. Greshake en Plasger, en dr. G. van den Brink valt hen hierin bij) het nu wel over eens - het gaat niet om Gods persoonlijke eergevoel, want het is volgens Anselmus onmogelijk dat God Zijn eer verliest. Aan Gods eer kan niets worden toe- of afgedaan (zie mijn boek par. 5.3.4). Maar wat is dan bedoeld met de term 'Gods eer'? Het gaat God om Zijn schepping. Dit is ook het punt van Calvijn (zie mijn boek biz. 145, 173-175, 177, 195). Gods schepping is geschonden en daarmee is Gods eer geschonden. Dit wordt nog duidelijker als we kijken naar de term: Gods gerechtigheid. Ook dit is niet iets in God, maar het is de gerechtigheid in de schepping. Het is Gods eer te na dat het er in de schepping zo onrechtvaardig aan toe gaat. Daarom wil Hij dat daar iets aan gedaan wordt. Er moet gerechtigheid geschieden in Zijn schepping. En wat vindt God nu het ergste dat er in Zijn schepping gebeurt? Dat is dat er slachtoffers gemaakt worden. God is een God van weduwen en wezen, van ontrechten en verdrukten. Hij is 'de HEER, die 't recht der armen, der verdrukten gelden doet'. Het kwaad moet gestraft worden.

Ook is het kruis tevens een afkeuring over de zonden. Daarin laat God Zijn toorn zien. Dat Gods toorn gestild moet worden, ben ik nergens tegengekomen bij Anselmus en behoort daarom niet tot de klassieke verzoeningsleer. Deze notie is er pas later, onder invloed van Thomas van Aquino, ingekomen. Het stillen van Gods toorn moet mijn inziens zo opgevat worden, dat God in Christus laat zien hoe ernstig het is met de zonde, dat Hij het niet kan verzwijgen en het daarom kwijt moet. Het mag echter nooit opgevat worden, als een bevredigen van Gods woedegevoel. Dat is niet Anselmiaans en ook niet Bijbels. Deze notie is veeleer heidens. De toorn van de heidense afgoden moest door offers worden gestild. Het is daarom ook onjuist te stellen dat God verzoend zou moeten worden, zoals ds. Lam stelt. God moet niet verzoend worden, die heeft niks gedaan, maar wij mensen moeten verzoend worden met God. Dat doet God door genoegdoening te schenken aan Zijn eer, dat wil zeggen door genoegdoening te schenken aan de slachtoffers, aan Zijn schepping. Want dat is Zijn eer. Het is God de Schepper Zijn eer te na om aan het onrecht in de wereld niets te doen.

We kunnen nu ook duidelijk zien dat het onjuist is zoals ds. Lam stelt, dat het in mijn these niet zou gaan om de daders, de zondaars, maar slechts om de slachtoffers alleen. 'Christus stierf ten diepste slechts voor de slachtoffers', schrijft hij mijn hoofdpunt weergevend. Hoe komt hij daarbij? Christus neemt juist de straf op zich die de daders hebben verdiend. Maar Hij doet dat omwille van het recht van de slachtoffers. Ik geef de reden aan waarom. Dat ik wijs op de slachtoffers is de achterkant van dezelfde medaille. De voorkant is: Christus stierf voor de daders, de zondaars.

Persoonlijke schuld

Nog een punt dat ik wil noemen is het grote misverstand dat er is gerezen, alsof ik zou stellen dat God niet alle schuld overneemt. Ik maak in mijn boek een onderscheid tussen persoonlijke schuld en zakelijke schuld. Met persoonlijke schuld bedoel ik slechts het feit dat iemand iets gedaan heeft. Het feit dat de heer Jansen een moord heeft gepleegd, kan niet ongedaan gemaakt worden. Anders gezegd: dat feit kan nooit ontkend worden. Ook de kruisdood van Christus maakt dat niet ongedaan. Persoonlijke schuld kan alleen door het slachtoffer worden vergeven. De gevolgen van deze daad echter, de zakelijke schuld kan wel ongedaan gemaakt worden (genoegdoening). In mijn boek laat ik zien dat met de kruisdood en de opstanding van Christus wordt genoeggedaan aan de ongerechtigheid in deze schepping. Daarmee is dus aan Gods gerechtigheid genoeggedaan en komt Hij weer aan Zijn eer. Dat is de klassieke notie van Anselmus.

Alle schuld neemt Christus dus op zich. Maar het feit dat Jansen die moord heeft gepleegd, wordt door het kruis niet ontkend. God doet niet aan geschiedvervalsing. Het kruis is geen alibi.

'Verzoening door voldoening* en 'verzoening door vergeving*

In mijn boek houd ik - tegen de tijdgeest in - een pleidooi voor de legitieme plaats van de notie van 'verzoening door voldoening'. Daarnaast wijs ik erop dat gezien mijn analyses betreffende de verschillende relaties die er bestaan tussen God en mensen en tussen mensen onderling, tevens hebben aangetoond dat we ook moeten blijven spreken over 'verzoening door vergeving.' Dit aspect is in de gereformeerde gezindte te vaak vergeten. Wij hebben namelijk niet alleen een zakelijke schuld naar God toe, maar allereerst een persoonlijke schuld, welke God ons wil vergeven als wij onze schuld belijden en berouw tonen. De gelijkenis van de verloren zoon wijst ons daarop. Ook dat is Schrift met Schrift vergelijken. Dat wil ik dus juist ook. Dit verwijt wat ds. Lam mij maakt, kan hem dus ook worden verweten. Vervolgens hebben wij, vanwege het onrecht dat er in Gods schepping geschiedt ook nog een zakelijke schuld ten opzichte van onze Schepper. Die schuld moet worden genoeggedaan. Daarmee scheid ik niet wat wezenlijk bij elkaar hoort, maar onderscheid ik slechts wat in elkaar verstrengeld ligt. Natuurlijk moeten wij deze dingen bij elkaar houden. Maar voor de helderheid moeten we ze wel eens onderscheiden.

Tot slot

Ik hoop dat ik in de beperkte ruimte van dit artikel de lezer op zijn minst heb laten proeven dat het anders ligt

dan ds. Lam suggereert. Het is jammer dat hij niet is ingegaan op de argumenten die ik aanvoer om de problemen die er in de verzoeningsleer zijn, het hoofd te bieden. Wat hij doet, is slechts de meetlat van een interpreta-tie van de belijdenis er naast leggen, om dan te constateren dat ik niet letterlijk precies hetzelfde zeg. Dat is logisch, want ik zeg het in woorden en begrippen van deze tijd. En daar is juist zo'n behoefte aan. Het is jammer • dat mijn boek niet op argumenten is beoordeeld. En daarom kan niet worden gezegd dat ik 'bitter weinig overlaat van wat de kerk heeft beleden'. Ik hoop dat u het boek zelf ter hand neemt en het leest.

En dan hoop ik tevens dat u zult zien dat er ook in mijn boek wel degelijk 'allerlei (of zelfs alle) vertroosting is in Zijn wonden'.

A. H. VAN VELUW, 'S-GRAVENZANDE

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Wel degelijk ’allerlei vertroosting in Zijn wonden’

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's