De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voor vreemde roof betalen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor vreemde roof betalen

REPLIEK OP EEN REACTIE

6 minuten leestijd

Moeite

Met enige moeite zet ik me tot het schrijven van deze repliek. En dat niet zozeer, omdat een reactie op een recensie ongebruikelijk is. Wie namelijk in het theologische strijdperk treedt, weet dat hij reactie kan verwachten, zeker wanneer hij alternatieve en innoverende wegen inslaat.

De moeite vloeit veel meer voort uit het feit dat collega Van Veluw niet aangeeft en eventueel toegeeft dat er een kloof gaapt tussen wat volgens hem verzoening is en wat de Kerk dienaangaande belijdt in bijvoorbeeld artikel 21 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Dat mag hij niét afdoen door over mijn positie te stellen: 'Wat hij doet, is slechts de meetlat van een interpretatie van de belijdenis er naast leggen, om dan te constateren dat ik niet letterlijk precies hetzelfde zeg.'

Ik heb de neiging deze kloof enigszins psychologiserend te verklaren: er is bij de auteur sprake van - zoals de Duitsers zeggen - 'Entdeckersfireude', ontdekkersvreugde ten aanzien van het licht, dat hem is opgegaan over een aspect van de verzoening: God neemt het, wanneer Hij deze wereld met Zichzelf verzoenende is, ook op voor de slachtoffers van onze zondige daden.

Aan het slot van mijn tweede artikel heb ik uitdrukkelijk het betrekkelijke waarheidselement van zijn these gehonoreerd, evenals de intentie van zijn dissertatie: de verdediging van de verzoeningsleer tegen (post)moderne invloeden van onze tijd. Is deze 'ontdekkersvreugde' niet gaan werken als een prisma, dat alle stralen van de verzoening naar zich toegetrokken en gebroken heeft?

Dit verklaart tevens dat dr. Van Veluw op een groot aantal punten het met mijn recensie niet eens is, zich verbaast over mijn onbegrip, onjuistheden constateert en van mening is dat ik hem geen recht heb gedaan. Overigens is het dan wel merkwaardig dat hij mij ervoor bedankt dat ik in mijn eerste artikel de inhoud van zijn boek in grote lijnen goed heb weergegeven. Hoe kan dat, als onbegrip en onjuistheden mijn verdere schrijven aankleven?

Wordt Gods toorn gestild of niet?

De discussie dient echter vooral op zakelijk-theologische gronden gevoerd te worden. Dat was mijn opzet bij de drie artikelen, die ik geschreven heb naar aanleiding van De straf die ons de urede aanbrengt. Al bedoel(de) ik niet op de man te spelen, de toon was (en is ook nu weer) scherp. Maar kan dat anders, als de verzoening in het geding is?

Toch zal ik in mijn repliek niet meer ingaan op ieder afzonderlijk punt dat tegen mijn bespreking is ingebracht. Dat is om twee redenen niet nodig: ten eerste, enkele antwoorden zijn ook na de vragen en opmerkingen in vorenstaand artikel alsnog te vinden in mijn tweede bijdrage.

Ten tweede, de kernvraag blijft of er in de verzoening een spits gericht is op God of niet. Met andere woorden: moet Gods toorn gestild worden? Met het antwoord op deze vraag staat of valt alles.

Mijn weergave van Calvijn in het derde artikel laat zien hoe genuanceerd hier de dingen liggen en hoe zorgvuldig er geformuleerd moet worden. De reformator heeft dat in ieder geval gedaan; waarom ik hem 'grootmeester' heb genoemd. Wanneer de Kerk derhalve spreekt over het stillen van Gods toorn, is dat meer en anders dan 'een bevredigen van Gods woedegevoel' (Van Veluw). Want zij weet van het hoge en heilige recht Gods, dat gehandhaafd moet worden, niet alleen omwil-Ie van de schepping, maar vooral omwille van Hemzelf. Dat kan niet anders dan door de dood van Christus (Zondag 16).

Hij voor mij

Met opzet schreef ik daarnet 'Kerk' met een hoofdletter. Want als wij avondmaal gaan vieren, horen wij uit het formulier dat Gods toorn tegen de zonde zo groot is geweest, dat Hij die - eerder dan die ongestraft te laten - aan Zijn Zoon met de kruisdood gestraft heeft, wat doet de Kerk (!) dan? Dit: naspreken wat de Schrift voorzegt, in bijbelgedeelten als Jesaja 53 en de Hebreënbrief (zie bijv. 9 : 13, 10 : 10, 12). En wat te denken van Paulus' woorden in Romeinen 8 : 3 en Efeze 5 : 2? ! Om het wat anachronistisch te zeggen: de zaak van de klassieke verzoeningsleer is volop in de Schrift aanwezig, ook al komen we de exacte formuleringen ervan niet tegen. Wie met deze these (of liever: overtuiging) instemt, zal tóch de Kerk alle eeuwen door ten aanzien van de verzoening horen belijden: 'Hij voor mij, daar ik anders de eeuwige dood had moeten sterven.' Die zal ook Anselmus lezen als één van de kroongetuigen uit de kerkgeschiedenis van verzoening door voldoening. Dankzij het feit dat Christus Zijn bloed op Golgotha stortte voor onze persoonlijke schuld, mogen wij als verloren zonen en dochters bij God thuis komen en vergeving ontvangen.

Recht doen

Dat dr. Van Veluw zich geen recht gedaan voelt door mijn recensie, betreur ik. 'k Vrees dat ook mijn repliek dit oordeel ten deel zal vallen. In hoeverre hangt dit samen met de zaak die aan de orde is? Immers, doet onze collega de verzoening door voldoening en door vergeving recht, zoals zij in artikel 21 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis verwoord is en in Zondag 15 en 16 van de Heidelberger beleden wordt? Dat ik deze vraag helaas niet positief kan beantwoorden, heb ik voldoende beargumenteerd in mijn arti-kelenreeks; ik ga niet herhalen wat ik daarin te berde heb gebracht. Eventueel volge de kritische lezer Van Veluws suggestie op om diens boek ter hand te nemen en oordele of deze dingen alzo zijn.

Inmiddels wil ik allerminst pretenderen in dezen het laatste en diepste woord gesproken te hebben. Veeleer beheerst mij het Augustiniaans besef dat wij spreken om niet helemaal te hoeven zwijgen. En op sommige momenten mag dat ook niet.

Allerlei vertroosting

Tijdens het schrijven van deze repliek draaide bij mij op de achtergrond Bach's Matthaus-Passion. We zijn in Gethsémané en horen Christus klagen: 'Mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood toe.' Direct daarna zingt de tenor (personificatie van een onbekende discipel) in wat barokke taal: 'O smart! hoe siddert het gekwelde hart, / hoe zinkt 't ineen, verbleekt Zijn aangezicht.' Dan valt het koor, symbool van de gemeente, in met de vraag: 'Wat is de oorzaak van al zulke plagen? ' Daarop antwoordt de tenor: 'De Rechter voert Hem voor 't gericht, / er is geen troost, geen hulp in zicht.' Op dat moment breekt bij de gemeente het besef door van wat hier aan de hand is en daarom zingt zij: 'Ach, mijne zonden hebben U geslagen!' De onbekende discipel kan dat alleen maar bevestigen: 'Hij lijdt nu alle helse kwalen, / Hij moet voor vreemde roof betalen' (vgl. Ps. 69 : 5b). Het koor weet dan niet beter dan te belijden: 'Ik, ach Heer Jezus, 't is om mijn schulden, / wat Gij moet dulden.' Reiken die schulden niet veel en veel verder dan onze ongerechtigheden in de schepping?

Zo vindt ook de gemeente van de vijfde evangelist allerlei vertroosting in Christus' wonden. En wij met haar.

H. J. LAM, NIEUWERKERK AAN DEN IJSSEL

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Voor vreemde roof betalen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's