De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

Zijn adamsappel danste op en neer Dit is een regel uit een gedicht van A. Marja waar boven staat 'Een predikant'. 'Over her godsrijk sprak hij hooggestemd en blozend over seksueel verkeer.' De dominee is in onze samenleving een verblekend figuur. Dat is ooit wel anders geweest Wie er een prachtig boek over wil lezen, schaffe zich 'Biografie van de dominee' aan van dr. G. Heitink. Ik kom er nog op terug in een wat uitvoeriger bespreking. Dit keer wil ik citeren uit een artikel van prof. dr. A. van de Beek dat onlangs te lezen was in het februarinummer van Kerkbeheer (maandblad van de Vereniging van Kerkvoogdijen in de NHK en het Landelijk Verband van commissies van beheer van de GKN). In sommige dagbladen hebt u wellicht al citaten eruit gelezen, maar ik acht het van zo groot belang dat ook onze lezers er kennis van kunnen nemen. Boven het artikel van prof. Van de Beek staat: Dominee: manager of verkondiger?

'Van de kant van de predikantenbegeleiding kwam onlangs het geluid dat predikanten ueel meer getraind zouden moeten worden voor management. In de opleiding zou daaraan al aandacht moeten worden gegeven. Deze wens is heel begrijpelijk. Het blijkt dat steeds meer predikanten vastlopen in hun werk. De taken groeien hun bonen het hoofd; ze weten hun tijd niet in te delen; ze verliezen het overzicht. Daarom lopen ze voortdurend rond met het gevoel tekort te schieten of stellen zich formeel op met het antwoordapparaat aan de telefoon. Een soepele, volwassen manier uan omgaan met tijd en verantwoordelijkheden lijkt voor veel predikanten steeds moeilijker. Dat is zeker niet alleen aan hen te verwijten. Het heeft alles te maken met de verwachtingspatronen die hun worden opgelegd en die zij zelf vaa geïntegreerd hebben. Het heeft ook alles te maken met verschuivingen in het denken over het ambt en de verantwoordelijkheden binnen de gemeente en met de innerlijke kracht van de gemeente en haar leden. In de Hervormde Kerkorde is de taak van de predikant in ordinantie IV, 3 nauwkeurig omschreven. Het accent ligt op het bedienen van het Woord en van de Sacramenten en op bevestigingen. Van den Heuvel wijst er in . zijn boek De Hervormde Kerkorde terecht op dat de kerkorde er vanuit gaat dat de predikant geroepen is tot de prediking en deze dus dienaar des Woords is. In de Gereformeerde Kerken lag dat trouwens niet anders. Dat vraagt om een zeer bepaalde training en ook om bepaalde begaafdheden. Le ding geven en management hoeven daarmee lang niet altijd te stroken. De kerk heeft dat indertijd ingezien door de vanzeljsprekendheid waarmee een predikant voorzitter van de kerkenraad was, uit de kerkorde te halen. k Vaak zullen anderen organisatorisch meer bekwaam zijn dan de dominee.'

Prof. Van de Beek acht de kerkvoogden met name verantwoordelijk voor de organisatie en de financiën in de gemeente. De dominee is verantwoordelijk voor de Woordverkondiging. Wie predikanten aanspoort meer managementskwaliteiten te ontwikkelen, zit op het verkeerde spoor. Daar is een dominee niet toe geroepen.

'Het eigenlijke probleem ligt echter elders. Dat hangt samen met onduidelijkheid over de taak van de predikant, waardoor de neiging bestaat aan hem oj haar taken toe te i-wijzen die niet bij het predikantschap passen. En dat hangt weer samen met onduidelijkheid van de gemeente over haar eigen identiteit en roeping.

De gemeente is een gemeenschap die leeft in Christus en dat alleen kan volhouden bij d gratie uan Woord en sacrament. Daarin moet zij leven. Dat is de verantwoordeli heid van heel de gemeente. Daarin moete de nieuwe leden worden onderwezen en daarin moeten gemeenteleden zichzelf en e kaar opbouwen. Omgang met de Schrift en leven met de Schrift is het fundament uan gemeente om vervolgens samen bemoedigd t worden in de gemeenschappelijke viering. De moderne maatschappij heeft evenwel zo'n overvloed aan informatie dat de aan voor de Schrift verdwijnt. Waar men no wel doet aan bijbelstudie is dat vaak vorm van pasklare teksten voor bepaalde problemen. Dat is iets heel anders dan een leven dat constant gevoed wordt door e voortdurende omgang met de bijbel.

Als de gemeenschap in het Woord niet meer de eenheid van de gemeente bepaalt, wordt die gevonden in haar eigen bestaan: als een sociale groep die bij elkaar hoort. Zij vindt haar identiteit in zichzelf en in de onderlinge relaties van de gemeenteleden. Menselijke factoren worden dan veel belangrijker. Dat leidt ook makkelijker tot keuzegemeentes: waar voel je je thuis. Zo worden gemeentes tot sociale groepen die liefst goed moeten lopen dankzij inzet, betrokkenheid en genoegen van de gemeenteleden. In dat kader staat niet meer de verkondiging van het Woord centraal, maar datgene wat same bindt. Aangezien vanouds de predikant de belangrijkste junctie had: de bediening van het Woord, krijgt deze in de veranderende gemeentecultuur automatisch ook de belangrijkste junctie toegewezen: de samenbindendefiguur te zijn. Zo'n jiguur moet vooral niet scherp zijn en kritisch; het moet vooral "een fijne dominee" zijn. In dat kader moet ook de kerkdienst staan: het moet "een fijne dienst" zijn. Dat betekent uiteraard dat de predikant moet voldoen aan het verwachtingspatroon van de gemeente. Een fijne dominee in Veenendaal is anders dan die in Blaricum.'

Dat voldoen aan dat verwachtingspatroon is af te lezen, aldus Van de Beek, aan de criteria die in advertenties in Kerkinformatie te lezen zijn. Het profiel van de Kerkorde is daar nauwelijks meer in terug te vinden. Met vijf poten komt het bekende schaap niet eens meer toe. Als je zo dominee moet zijn, dan word je daar compleet gek van.

'Wil men de cultuur van het predikantschap veranderen dan moeten de advertenties gauw verdwijnen, net als de profielen van predikanten. Want die waren al in gebruik voor- e dat de advertenties kwamen. Het enige profiel dat past is dat van de kerkorde. Wil jkde verhouding van vragende en antwoorden n de partij weer omkeren dan kan men volstaan met een profiel van de gemeente.

l-Maar papier is geduldig. Wat zo'n gemeente echt is, leer je meer kennen in een gewoon b de zoek aan de gemeente en door er een keer te te preken. Als dat bezoek niet vrijblijvend is, dan past dat alleen in het kader van een formeel beroep. Kortom: de gewone ouderwetse dacht beroepingspraktijk is eigenlijk de beste. Het g is niet voor niets dat de kerkordelijke traditi in allerlei de zekeringen inbracht om te zorgen dat het beroep serieus was. Toezeggingen van be roep werden uit den boze geacht. Afspraken een van kandidaten voordat ze beroepen werden waren dat nog meer. Er moet niet gerommeld worden met een taak die onze menselij ke wensen en veiligheden te boven gaat. Er moet helderheid zijn dat het slechts om een taakgaat: dienen van het Woord van God en daarin de gemeente op te bouwen en als gemeente opgebouwd te worden. Daarop z ook de opleiding gericht moeten zijn, en ni op management en gemeenteopbouw in sociologische zin, waar steeds meer om geroepen wordt.

Is de klok nog terug te draaien? Als dat niet zo is, zullen dominees en gemeenten op den duur aan zichzelf en aan elkaar te gronde gaan. n- Kerkvoogden als eerst verantwoordelijken voor organisatie zullen deze koe bij de horens moeten vatten. Ze zullen moeten tonen dat in elk geval zij beseffen wat het kent ouderling-kerkvoogd te zijn: die waakt over de bediening van het Woord. Het zal weer duidelijk moeten zijn dat zij verantwoordelijk zijn voor een predikantsplaats: een vrije plaats houden, waarop iemand staan kan die onafhankelijk het Woord brengt, ook als dat niet jijn is. Dat heeft niet te maken met de formele aanstelling van een predikant in fiscale zin. In een samenlevin die geenfeeling meer heeft voor een " hankelijk tegenover" moetje maar kiezen welke vorm pragmatisch het beste is. Ma in de kerk kunnen we die feeling niet verliezen. Anders kennen we de zin des Heren nie meer, maar willen we alleen onze eigen zih krijgen.'

Dit zijn overwegingen die de moeite van het overdenken waard zijn. Nu kennen wij in hervormd-gereformeerde kring nog nauwelijks het verschijnsel van advertenties. Maar wie soms tussen de regels door luistert waar in gemeenten het zwaartepunt ligt, komt tot de ontdekking dat het aantal pastorale bezoeken hoger gewaardeerd wordt dan een verantwoorde Woordverkondiging. en Toch tweederangs, de - verkondiging?

Boekenweek 2002

Van 13 tot 23 maart is er de jaarlijkse e-Boekenweek, de 67e op rij alweer. Elk jaar draagt deze 'week' een motto. Dit jaar is het Hebban olla vogala nestas. Thema is de liefde. Het Christelijk Lektuur Kontakt (CLK) lift mee met deze actie van CPNB om de aandacht te vestigen op het christelijke boek. Op 8 maart verscheen van Joke Ver- -weerd het actieboek Wapenbroeders. Ik citeer uit het persbericht van de uitgever: 'Met Wapenbroeders schreef de bekende auteur Joke Verweerd een knap en indringend verhaal over liefde en vriendschap. Twee oude vrienden, Floor Broere en Govert Trouwborst, ooit wapenbroeders in Nederlands- Indië, zitten min of meer gevangen in al een vriendschap die vol is van rituelen t en niet besproken zaken. (...) In Wapenbroeders laat de auteur zien dat de grenzen tussen vriendschap en afhankelijkheid, tussen liefde en eigenbelang, soms nauwelijks te onderscheiden zijn. Ze brengt de lezer zo op het spoor van wat ware vriendschap en liefde inhouden.'

In CV.Koers van maart 2002 heeft Tjerk de Reus een gesprek met Joke Ver- bete- weerd over haar boek. Ik citeer daaruit het slot.

'Voor Wapenbroeders heb ik gewerkt vanuit een premisse die ik al eerder bedacht had: alles in het leven is doordrenkt van onzuiverheid, zeljs het mooiste. Het thema van de Boekenweek is de liefde. Noem eens iets mooiers dan liefde? Zeljs dat is doordrenkt g van onzuiverheid: in liefde zit afschuiven onaf- van verantwoordelijkheid, in liefde zit vaak eigenbelang, noem maar op. Toen dacht ik: ik ar ga het niet over huwelijksliefde hebben - dan denken de mensen dat het autobiogra- t fisch is - maar over de vorm van liefde di vriendschap heet: tussen Floor en Govert. Daarnaast is er een problematische liefdesrelatie tussen Liedewij en Govert. Al schrijvend wil ik die relaties ontrafelen. Ik wil laten zien hoe verschillend mensen met hun eigen motieven bezig zijn en welke excuses ze aanuoeren voor hun gedrag.'

METAFOREN

'In het verhaal maakt Verweerd gebruik v metaforen die het hoofdthema verhelderen

In de tuin van Govert staan bijvoorbeeld ke kastanjebomen. Er wordt een bomendeskundige bijgehaald, die uitlegt dat de bomen te dicht naast elkaar staan en op die manier geen maatjes zijn, maar vijanden. Ze verstikken elkaar. Het zou een beeld kunnen zijn van de vriendschap tussen Govert e Floor. Maar ook wordt uitgelegd dat er ro plekken in de stam van de boom kunnen ontstaan. Als het vervolgens gaat over aanpak om dit rottingsproces te bestr lijkt het alsof Joke Verweerd het in be termen heeft over de heling van het huwelijk tussen Govert en Liedewij: "Voorlopig zullen ze eerst alleen het gat van de afgebroken behandelen, de rotte plek uitzagen to gezonde hout en dan niet zuinig zin me wondveif om de plek dicht te smeren". Z metajören worden in het boek wel meer gebruikt: de rommelige en schemerige voorkamer van het huis is een symbool van het on verwerkte verleden van Govert. Mooi is ook de opmerking over de hond die Govert wil kopen: "Honden kennen het verschil tussen plicht en liefde". Zo'n zin zegt veel over de verhouding die Govert heeft tot zijn vrouw.'

Maak je heel bewust gebruik van deze metaforen? Bedenk je ze vooraf? 'Nee, dat staat niet vooraf vast. De m ren die jij noemt, dienen zich als vanzelf aan, pas bij het schrijfgedeelte. Het is wel mijn stijl een verhaal te starten op het moment dat de puzzel het meest chaotisch ligt. In het geval van Govert, Floor en Liedewij, is er sprake van een fundamenteel probleem hun onderlinge verhouding. Zo'n probleem veranderen kan gewoonweg niet in negentig bladzijden. Dan kies ik voor een bewustwo : dingsproces. De gebeurtenissen met die bomen, de typering van de herdershond en het opruimen van de voorkamer, zijn motieve die een richting aangeven. De richting v de oplossing, maar ook van de diagnose. Zo'n opmerking over plicht en liefde geeft aan waar het bij Govert op vastzit.

Ik wil zo'n verhaal een "ont-dekkend" karakter geven. Verborgen motieven van mensen probeer ik aan het licht te brengen e is er soms ook het moment van inzicht in h eigen handelen. Dat kan een omkeer inluiden. Bij Govert komt het daar niet van; wel bij Floor! Hij is beslist beter af dan Govert. De Indische jongen komt uiteindelijk bij Floor op bezoek - dat is een geschenk uit de hemel! Floor denkt dan: God heeft mij gezien toen ik worstelde met mijn schuld en op dat zelfde moment was de jongen al naar mij onderweg. Dat is een stulg'e zuiverheid. Ik an hoop dat de lezers dat zien, dat God op manier . met mensen werkt, dat God al met

een verandering bezig is, voordat jij z bent.'

Intussen las ik ook zelf het boek en raakte onder de indruk van de manier waarop ze het thema in het verhaal een plaats geeft: zuiver, herkenbaar, niet overspannen christelijk maar toch over gedompeld in een christelijke levensovertuiging. Niet verheven literair voor enkele liefhebbers. Wel voor een breed publiek dat van lezen houdt. Een goede keus van het CLK dat op deze manier terecht aandacht vraagt voor het christelijk boek. Wie eerder verschenen romans van Joke Verweerd las (De wintertuin, De rugzak, Permissie en Paradiso) zal zeker ook dit boekje van haar hand willen lezen. Van 13 maart tot 13 april kost het slechts € 1, 90 en het is in de boekhandel verkrijgbaar.

J. MAASLAND

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's