Globaal bekeken
Geen leuen zonder bijwerkingen is de titel van een 'dagboek uit een ziekenhuis', geschreven door de geestelijk verzorger Henk Veltkamp, van het ziekenhuis van Eindhoven (uitgave Kok, Kampen). Hoewel de geestelijke lijn in dit boek niet de onze is en allerlei 'toepassingen' tegenspraak oproepen, bevat het vele treffende momenten uit het ziekenhuisleven van vandaag in allerlei opzichten. Hier volgt een herkenbaar moment.
'De vrouw in het bed tegenover ligt mij argwanend te begluren. Alsof ze door zo'n kijkgaatje in haar voordeur kijkt.
Ik ga maar euen naar haar toe en stel me voor. De voordeur gaat op een kier, maar de ketting blijft er nog op. "Geloof en kerk, daar ben ik hélemaal vanaf."
Alsof het een ernstige verslaving is. Ze doet me denken aan de deftige mevrouw die vroeger tegenover ons woonde en nooit kinderpostzegels wilde kopen. "Daar doe ik niet aan." Ze kocht liever gewone zegels op het postkantoor. Veel goedkoper.
"Gekapt. Totaal. Radicaal. Teveel ellende van meegemaakt. Tegengegeten."
Ik knik haar nog maar een uriendelijk toe. Dan gaat de ketting er toch af. "Uu; voorganger wist dat. En respecteerde dat. Kwam toch altijd even een praatje maken. Dus, u bent welkom. Tenzij u er alleen maar op uit bent om de aantrekkelijkheden van het Opperwezen voor mij uit te stallen."
Colporteurs. Verzekeringsagenten. Professionele praatjesmakers. Geen best imago, dat vak uan mjj. Laatst hadden we een dove patiënt, die de woorden uan mijn lippen las. Ik moest mijzelf wel drie keer presenteren, uoor ik ouer kwam. Maar toen was het ook goed raak. "Geestelijk verzorger? O nee, meneer, daar heb ik niks mee. Ik doe nog alles zelf." Hij deed z'n geestelijk was de deur niet uit. Hij moest al meer dan hem lief was verzorgd worden. Geestelijk bleef hij dus maar liever nog een beetje doe-het-zelven.
Zuster Josje komt binnen. "Mag ik even tempen? Zo, zevenendertig twee. Ik ben weer weg. Kunt u samen weer gezellig verder kletsen." Dat zal ze tegen de dokter niet gauw zeggen. Maar ja, die heeft ook gewichter zaken aan het hoofd dan zo'n professionele praatjesmaker. Mevrouw pakt de draad weer op. "Dus dat is de deal, wat mij betreft. Ik heb geen geloof en belief het ook niet. Maar het is goed dat hier mensen zoals u zijn. je wilt toch wel eens praten. Want de dokters hebben daar geen tijd uoor, geloof ik. Ach, hoor mij nou! Heb ik toch nog een geloof.'"
e ontvingen dezer dagen een fraai boek met tekeningen in W kleur van diverse illustratoren over verborgen plekjes, historische momenten en gedenktekens in de provincie Noord-Holland; een Noord-Hollands platenboek, uitgegeven bij Reboproductions BV in Lisse. Hier volgen twee illustraties met bijschrift.
AMSTERDAM
Dit is de stad waar Rembrandt zijn meesterwerken schilderde en Vondel zijn gedichten schreef, de stad waar de kerktorens bouen fraaie gebouwen uitsteken als omhoog wijzende vingers naar God.
Amsterdam is de hoofdstad uan Nederland. Het was de stad die Nederland de gouden eeuw schonk. Het waren steenrijke kooplieden, die met hun vloten oppermachtig waren op zee. Ze lieten grote meren dr oogmaten. Ze lieten grachten graven en bouwden daarlangs hun fraaie koopmanshuizen. Ze stuurden hun schepen de wereld in om nieuwe landen te ontdekken. Hier van het Damrak, een kijkje op de achterkant van de huizen aan de Warmoesstraat, romantiek in huizen en water waarop je nooit raakt uitgekeken.
H F(lorijn) wijdde zijn 'Naar aanleiding van...' in De Wachter Sions aan De bezitsual.
'In Spreuken 4:7 staat: "De Wijsheid is het voornaamste; verkrijg dan wijsheid, en verkrijg verstand met al uw bezitting".
De tekst is duidelijk, de kanttekenaars bij de Statenvertaling geven aan dat boven alles de wijsheid verkregen moet worden "hetwelk is de vreze des HEEREN". De tekst laat verder duidelijk zien dat er ook verstand vereist wordt om op de juiste wijze met bezittingen om te gaan. Ook dat is nodig, want anders kan het bezit verloren gaan, of zich zelfs tegen de bezitter keren. Dat laatste is ooit de broers Homer en Langley Collyer overkomen.
Homer en Langley, twee broers, bewoonden een enorm huis in New York. Langley had een technische opleiding gehad, en was heel handig, Homer was aduocaat geworden. Beide broers stonden bekend als zeer zonderling en ouder geworden vertoonden ze zich nauwelijks op straat. Alleen Langley kwam 's nachts nog wel eens buiten en dan verzamelde hij allerlei spullen die hij waardeuol uond. Zelf hadden ze ook ueel, want hun ouders waren vermogend geweest.
De geruchten ouer de twee zonderlingen en hun bezit lokten dieuen naar hun enorme woning, en Langlet/ besloot om hen daartegen te wapenen. Hij ontwierp een ual, die hij uerbond met grote stapels boeken en andere zware uoorwer-
pen, zodat eventuele inbrekers bedolven zouden raken onder het gewicht, als ze zouden binnenkomen. Zo ontstond de bezitsval.
Intussen raakte het huis steeds voller door wat Langley vond en meenam. Homer was ziek geworden en geleidelijk aan verlamd geraakt. Hij bracht zijn leuen nu grotendeels door op een stoel en Langley verzorgde hem zo goed en zo kwaad als dat ging. Dat werd wel steeds moeilijker, want beide broers werden hoe langer hoe gieriger; ze betaalden hun rekeningen niet, met als geuolg dat de elektriciteit werd afgesloten en ze ook niet meer uan de waterleiding gebruik konden maken. Ten slotte hadden ze nog maar e'e'n oliekacheltje waarop ze kookten en waarmee ze het woonuertrek nog een beetje warm hielden. Het water werd een paar straten verder door Langley uit een pomp gehaald. Op een dag kwam er een waarschuwing binnen bij de politie, dat er een lijk in het huis van de beide broers was. Agenten gingen er heen, en wat ze daar aantroffen sloeg hen met stomme verbazing. Iedere kamer van het enorme huis was tot bijna de zolder toe uolgepakt met goe-
deren, zodat er bijna geen doorkomen aan was. Er stonden oude piano's, orgels en zelfs het chassis uan een auto. Smalle paden waren tussen de bezittingen aangelegd, maar ze waren bijna onbegaanbaar, mede omdat het licht het niet deed. De politie zette door en zag ten slotte het lijk uan Homer, zittend in een stoel. Zo groot iuas de rommel dat het nog een paar uur duurde uoordat men de meters had afgelegd, die men uan hem uandaan was. Artsen stelden later uast dat hij door de honger was ouerleden. Langley was spoorloos.
Vrachtwagens reden af en aan om de inboedel weg te brengen, gaandeweg werd het huis leger. Toen, op een morgen, tilden de arbeiders een enorme stapel op. Tot hun uerbijstering werd er een voet zichtbaar, aangeknaagd door de ratten. Voorzichtig werden de andere goederen opzij gelegd en het lijk uan Langley Coilyer was te zien. Men vroeg zich af hoe hij onder die enorme stapel was geraakt. Totdat een uan de aanwezigen wees op allerlei draden, die in verbinding stonden met ezn stellage, die was omgeklapt.
Ineens werd alles duidelijk: de bezitsval had gewerkt.'
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's