De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verlaten landschappen van geestelijk leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verlaten landschappen van geestelijk leven

WAT KENMERKT DE GEREFORMEERDE KERKEN?

12 minuten leestijd

De relatie van de Gereformeerde Bond met de Gereformeerde Kerken in Nederland is vanouds hartelijk geweest. Dat concludeer ik niet, dat schrijft dr. B. Plaisier, scriba van de SoW-kerken. In de bundel Dromer van een kerk gaat ds. Plaisier in op de worsteling van de hervormd-gereformeerden met het Samen op Weg-proces, waarbij hij in e'en paragraaf aandacht geeft aan de verhouding met de gereformeerden. De lijn van gedeelte had hij na vrijdag jl. kunnen doortrekken: de Gereformeerde Kerken aanvaardden nagenoeg unaniem het rapport Een proces van vervreemding? Over identiteit en communicatie in de GKN. Schokkend.

WAT KENMERKT DE GEREFORMEERDE KERKEN?

Terecht signaleert ds. Plaisier dat bij de oprichting van de Gereformeerde Bond er grote theologische verwantschap met Kuyper en de zijnen is. Tot aan de jaren zestig van de vorige eeuw laten hervormd-géreformeerde predikanten zich leiden door gereformeerde theologen. 'Tot op zekere hoogte was er voor de oorlog tussen de Gereformeerde Bond en de Gereformeerde Kerken een eerste vorm van Samen op Weg te bespeuren.' Hoe meer de Gereformeerde Kerken echt toegroeien naar de midden-orthodoxie in de Hervormde Kerk, hoe groter de afstand wordt. De betrokkenheid op elkaar slaat om in argwaan, en juist in deze jaren begint Samen op Weg officieel. Ds. Plaisier geeft in zijn hoofdstuk aan dat de bevindelijke stroming binnen de Gereformeerde Bond de gereformeerden te rationeel vond, terwijl de verbondsmatige stroming Kuyper zijn breuk met de Hervormde Kerk uiterst kwalijk nam. Omgekeerd was het bevindelijke leven in hervormd-gereformeerde kring de gereformeerden na de oorlog vreemd, en herinnerde de theologische, liturgische en ethische stellingname hen aan datgene wat ze net achter zich gelaten hadden. Pijnlijk komt een stuk kerkgeschiede- 162 nis openbaar in de opmerking die dr. ir. J. van der Graaf in 1993 na een ontmoeting met het gereformeerde moderamen neerschreef - en die ik citeer zonder spoor van zelfverheffing, lettend op eigen kerkelijk erf: 'Het moeizame in het gesprek was vooral dat hervormd-gereformeerden kennelijk vandaag moeten uitleggen en verdedigen aan gereformeerden wat vroeger tot de identiteit van de gereformeerden zelf behoorde.' In hetzelfde artikel erkent hij dat de midden-orthodoxie de Gereformeerde Bond vanbinnenuit wel begrijpt. De gereformeerden hebben geen ervaring met diversiteit en rekenen niet met pluriformiteit. Het is daarom niet vreemd dat het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond al in 1976 in een verklaring 'met leedwezen en bewogenheid maar ook in zorg om het belijden der kerk" uitspreekt dat we eenwording met de gereformeerden niet begeren, omdat die eenwording geen versterking van de prediking naar Schrift en belijdenis zou zijn.

Gevoelens van verontrusting

Waarom hiervoor aandacht gevraagd? Afgelopen vrijdag aanvaardde de gereformeerde synode het onder leiding van ds. J. J. A. Doolaard uit Amsterdam geschreven rapport Een proces uan vervreemding? Over identiteit en communicatie in de GKN. We willen enkele lijnen uit de inhoud van dit rapport nagaan, mede omdat wat er in de Gereformeerde Kerken gebeurt ook de Hervormde Kerk raakt.

Aanleiding voor het instellen van de Commissie 'Kerkelijk Gesprek' waren de vele kritische reacties die de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken dit in Nederland heeft ontvangen na het besluit van 3 april 2000 over de standpunten van prof. dr. C. J. den Heyer ten aanzien van de verzoening - de betekenis van het lijden en sterven van Christus. De gereformeerde synode zette vraagtekens bij de werkwijze van dr. Den Heyer, maar stelde tegelijk dat hij binnen de grenzen is gebleven van het ondertekeningsformulier voor kerkelijke hoogleraren.

De synode was van mening dat de tegenstellingen die zich in de 'kwestie- Den Heyer' openbaarden niet op zichzelf staan. Ook andere onderwerpen die de afgelopen jaren op de agenda van de synode stonden, gaven aanleiding tot vele reacties uit de kerken, zoals de verhouding van de plaatselijke kerken tot het landelijk verband en de beëindiging van de erkenning van de predikantsopleiding aan de Vrije Universiteit door de SoW-kerken. De commissie 'Kerkelijk gesprek' kreeg daarom de opdracht om 'de gevoelens van verontrusting te inventariseren en voorstellen te doen om (...) de kennelijke vervreemding binnen de Gereformeerde Kerken in Nederland tegen te gaan'.

Dynamische identiteit

Op weg naar een omschrijving van de identiteit van de Gereformeerde Kerken wil het rapport principieel inzetten. 'In het kerkelijk gesprek moeten we bedenken dat in de onderlinge communicatie de relatie met God gegeven is. (...) God heeft in de geschiedenis van Israël en door de persoon en het werk van Jezus Christus Naam gemaakt als een 'God-met-ons': een bevrijdende Nabije, een kracht tot behoud.' Daarom is oriëntatie aan het geheimenis van de kerk, de komst van het Koninkrijk, nodig. 'Voor de kerk is het verhaal van het leven van Jezus Christus, zijn prediking, zijn dood en opstanding, het hart van de godskennis.' Van hieruit benoemt het rapport de identiteit, het kenmerkende, van de Gereformeerde Kerken.

Aanvankelijk ging het hierbij om handhaving van de belijdenis, waarin een duidelijke schriftopvatting is verwoord, tegenover de vrijzinnige wijze van theologiebeoefening in de negentiende eeuw. De jaren door was er 'een samengaan van binding aan en vrijheid ten opzichte van de belijdenis'. Maar: waar gaat vrijheid over in vrijzinnigheid? In toenemende mate wordt het eigen kerkelijk klimaat als te benauwend ervaren, want de keerzijde van een krachtige identiteit is het gevaar van verstarring. Een 'statische identiteif komt zo te staan tegenover een 'dynamische identiteit'.

Helaas zien de rapportschrijvers een te automatische lijn tussen een vaststaande identiteit en verstarring. Is die weg in de kerkelijke praktijk van de Gereformeerde Kerken niet gegaan, omdat het verstandelijke klimaat te weinig oog had voor het bevindelijke element van het geloof? Is een leven in de vreze des Heeren niet hét middel om de Traditie over te dragen aan de volgende generatie? Waar men de zonde belijdt en de genade beleeft, zal het leven bij de belijdenis niet benoemd worden als regelgeving, en afwijking van de belijdenis niet als 'overtreden van de regels'.

Wie de namen van De Cock en Kuyper, van Geelkerken en Schilder, van Kuitert, Wiersinga en Den Heyer terugleest, ontdekt de lijn van de Gereformeerde Kerken, die zich ook naar het grondvlak doorvertaalde. Hun namen staan voor landschappen van geestelijk leven, waarvan sommige er verlaten bij liggen. Onder de door de synode uitgebrachte rapporten is 'God met ons' uit 1980 over de aard van het schriftgezag zeer ingrijpend geweest. De Bijbel werd steeds meer gezien als een boek waarin verslag gedaan werd van menselijke ervaringen met God. Er werd afscheid genomen van het geloof dat de Bijbel van kaft tot kaft feitelijk waar is. Men rekende de opstanding van Jezus Christus weliswaar tot de kern van het gelovig weten, maar vond het geen zin hebben om te achterhalen wat er objectief van de opstanding overblijft als je het geloof uitschakelt. Agnes Amelink noemt het in haar boek De gereformeerden opvallend dat de synode niet meer dan een morgen en middag nodig had om dit rapport te aanvaarden.

Pluraliteit

Wereldoorlogen, democratiseringsgolf, kerkverlating, provobeweging zorgden ervoor dat de kerkelijke veranderingen inhaakten op maatschappelijke verschijnselen. De grens tussen kerk en wereld vervaagde. En, schrijft dan het rapport, 'pluraliteit werd niet louter negatief beoordeeld'. Het persbericht meldde het al: 'de GKN is een plurale kerk geworden', een kerk waarin elkaar uitsluitende visies naast elkaar wettig geacht worden! Hier wordt een stap gezet die de Nederlandse Hervormde Kerk nooit gemaakt heeft, al is de praktijk wel zodanig dat elkaar uitsluitende opvattingen voorkomen. Hier ligt dan ook het geding dat hervormd-gereformeerden de jaren door met de kerk voeren.

Vorig jaar aanvaardde de hervormde synode het rapport Om de eenheid en de heelheid van de kerk, waarin te lezen staat dat 'in de dualiteit van eenheid en pluriformiteit de vraag naar de samenhang van de Nederlandse Herormde Kerk in elke generatie actueel blijft'. Ondanks elkaar bestrijdende richtingen, ondanks dat eenduidigheid en eenvormigheid in onze culturele context onhaalbaar geacht worden, valt in die hervormde situatie nergens het woord pluraliteit - het zou niet te aanvaarden zijn! Dat de Gereformeerde Kerken daarom nu de pluraliteit omarmen, betekent een zichzelf losscheuren van haar eigen fundament, nota bene in een officieel kerkélijk rapport.

De daarop volgende opmerking dat ook andere kerken ontwikkelingen hebben doorgemaakt en dat men naar de Hervormde Kerk toegroeide, 'waardoor het SoW-proces in feite onvermijdelijk werd', is in flagrante strijd met de beleving van het kerk-zijn van vele hervormden. Hier zou juist wel eens een groot pijnpunt inzake SoW kunnen liggen.

Wie dit eenmaal gelezen heeft, staat niet meer verbaasd als hij ook leest dat de gereformeerden zichzelf behalve in betrokkenheid bij het kerkelijk leven en in roepingsbesef ten opzichte van de samenleving nog altijd herkennen in een 'duidelijke binding (positief óf negatief!) aan haar symbolen (belijdenissen)'. Hoe heeft een negatieve binding aan de belijdenis ooit kenmerkend voor een kerkverband kunnen worden? Waar ter wereld wordt zulks gevonden?

Brandend braambos

Het hernieuwde inzicht in de aard van de Schrift heeft de weg geopend voor de 'dynamische identiteit', waarbij identiteit niet meer vastligt in een program of een belijdenis, maar in de geschiedenis ervan, de 'levensweg' die een persoon of organisatie heeft afgelegd. 'De identiteit is verbonden met de naam die iemand of iets gaandeweg heeft 'gemaakt' en de verhalen die daarover te vertellen zijn.' Waar wordt hierbij de vastheid gevonden? 'Inspiratie houdt de roeping in om in de context van onze tijd de Naam opnieuw te spellen en te heiligen.'

Wanneer er op deze wijze ruimte voor het kerkelijk gesprek geschapen is, spreekt het rapport over vuur als een beeld dat de ruimte bepaalt. In een gemeenschap die duidelijke grenzen stelt, moet veel energie gestoken worden in het handhaven ervan. Ruimte ziet het rapport echter als een krachtenveld rond een krachtbron. Rond een vuur is niet goed aan te geven waar het stralingsveld eindigt. De grenzen zijn moeilijk aan te geven - maar dat geeft niet, want alle aandacht is er voor het vuur. Verwijzend naar de brandende braambos, spreekt men over het vuur van de Geest als middelpunt voor de kerk, waaromheen wij ons verzamelen en dat wij brandende houden door 'onze liederen en gebeden, belijdenissen en getuigenissen, rituelen en levenswandel'. Die ruimte rondom het vuur van de Geest dat de Naam tot een levende nabijheid doet zijn, is een dynamisch geheel waarbinnen de Gereformeerde Kerken met hun traditie hun eigen inbreng hebben en openstaan voor anderen, uitgenodigd worden ook tot de dialoog met religies en levensbeschouwingen. De vragen dringt sterk naar voren: Zijn er dan geen grenzen meer? Spreekt de Bijbel zelf niet over waarheid en dwaling? Wordt aan de leertucht die de kerk der eeuwen door functioneerde, geen plaats toegekend?

Ik vind het opvallend dat de Christelijke Gereformeerde Kerken de verwijzing naar de brandende braambos en Exodus 3 ooit in hun kerkzegel een plaats gaven. Zoals de struik brandt, zal Israël en Gods volk van alle tijden in het vuur komen. Het wonder daarbij is, zo schrijft ds. J. H. Velema ergens, 'dat de mens in dat vuur niet verteerd wordt, omdat de engel des Heeren in die struik was. Als de Heere in Christus tegenwoordig is, dan zal Zijn kerk blijven'. Dat is de boodschap. Om wille van de knecht des Heeren toch niet verteerd.

Ontmoetingsveld

Op een aantal zaken in dit rapport wil ik nog wijzen. De commissie schrijft ter inleiding dat zij het als een valkuil zag om inhoudelijk op de thema's in te gaan. Het ging haar meer om een analyse van de besluitvorming en de communicatie daarvan. Nu is het proces van besluitvorming nooit te beoordelen zonder de uitgangspunten erbij te betrekken, maar dan nog blijkt het standpunt van de commissie op diverse pagina's. Wanneer gesproken wordt over het leergeld dat de Gereformeerde Kerken met de leertucht betaald hebben, wordt opgemerkt dat 'meer vertrouwen in de werking van de Geest en meer bescheidenheid ten aanzien van het eigen oordeelsvermogen veel onheil hadden kunnen voorkomen'. Ik kan deze zin niet anders lezen dan als een afscheid van het eigen kerkelijk verleden. De kleuring van de rapportschrijvers blijkt ook als zij de toonzetting van het door de triosynode aanvaarde rapport Jezus Christus, onze Heer en Verlosser 'hier en daar apologetischscholastisch en derhalve antithetisch' noemen. Antithetisch mag niet meer, blijkbaar.

De consequenties voor de ambtelijke vergaderingen volgen. Deze moeten gaan functioneren als een ontmoetingsveld voor diverse stromingen. Wat lezen we als we hier artikel 30 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis over de regering van de kerk door de ambten naastleggen? 'Dat er ook opzieners en diakenen zijn, om met de herders te zijn als de raad der kerk; en door dit middel de ware religie te onderhouden en te maken dat de ware leer haar loop hebbe'. Het gaat er toch om te blijven bij wat ons Christus, onze enige Meester, geleerd heeft? De aanbevelingen van deze commissie bewegen zich uiteraard in dezelfde lijn als de strekking van haar rapport.

'Gangbare ondertekeningsformulieren zijn steeds minder verplichtend geworden', schrijft men. 'Het verdient aanbeveling om aan de hand van een term als mission statement nieuwe mogelijkheden te scheppen om de gebondenheid aan de symbolen (belijdenisgeschriften, red.) te articuleren'. De laatste aanbeveling vind ik persoonlijk de beste: 'De commissie beveelt aan plaatselijke kerken ervan te verwittigen dat verwacht mag worden dat zij op zodanige wijze communiceren met het landelijk niveau, als men zelf benaderd wil worden'.

Grotere crisis De Gereformeerde Kerken maken een

identiteitscrisis door, zo erkent men zelf. Maar de oplossing waarin het nu aanvaarde rapport wijst, maakt de crisis alleen maar groter. Daarbij moet een buitenstaander uit een andere kerk beseffen dat de Gereformeerde Kerken niet achter hun eigen geschiedenis terug kunnen. Dat breuken en scheuren tot trauma's hebben geleid, is begrijpelijk. Maar er is wel meer mogelijk dan kiezen tussen formele tucht of eindeloze tolerantie. De Gereformeerde Kerken zijn in hun nadagen. Decennialang waren ze toonaangevend in de Nederlandse samenleving, inclusief de politiek.

Slechts één remedie kan de neergang keren: samen terug naar de bron, de gehoorzaamheid aan de Schrift als de Openbaring van de levende God. Daar ligt de spreekregel voor de kerk en het richtsnoer voor ons persoonlijk leven. Vandaaruit kunnen we antwoord geven op de vragen die onze tijd stelt.

Daarbij hebben we elkaar als kerken meer dan ooit nodig. Laat deze bijdrage, deze oproep, in dat kader gezien mogen worden. God laat niet los wat Zijn hand begon.

P. J. VERGUNST

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Verlaten landschappen van geestelijk leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's