NAMEN NOEMEN [27]
OBED
De naam die het kind van Boaz en Ruth ontvangt is geen statisch begrip maar een dynamische werkwoordsvorm. Obed is het actieve deelwoord van het werkwoord dat 'dienen' betekent'. Zijn leven is dus bij de naamgeving al bepaald om een en al actieve dienst te zijn. Aan welke dienst moeten we dan denken? Direct al bij zijn geboorte wordt er de lofzang van verlossing gezongen. Daarbij is Naomi de eerste gelukkige die van hem gediend is: 'Geloofd zij de HEERE, Die niet heeft nagelaten u heden een losser te geven; en zijn naam worde vermaard in Israël!' (Ruth 4 : 14). Het opmerkelijke is dat hier de zoon van de losser Boaz ook zelf een losser wordt genoemd. En dat is niet omdat dit kind, Obed, dienen zal om de vervreemde bezittingen van het geslacht van Elimelech weer tot de familie terug te brengen. Nee, dat heeft zijn vader Boaz al mogen doen, maar zoon Obed is in zijn persoon een nog veel belangrijker dienst aan moeder Naomi. Hij garandeert de voortgang van het geslacht. Hij neemt de doem van de kinderloosheid van haar af. Zo is hij in de meest eigenlijke zin de dienaar van haar gelukzaligheid. Haar toekomst in Israël is in dit kind verzekerd. Vandaar de blijde lofprijzing van de buurvrouwen die haar toezingen: 'Die zal u zijn tot een verkwikker der ziel, en om uw ouderdom te onderhouden; want uw schoondochter, die u liefheeft, heeft hem gebaard, dewelke u beter is dan zeven zonen' (Ruth 4:15).
Deze eerste Obed is de grootvader van David. Zijn naam is 'vermaard' in Israël, maar we weten van hem dan ook niet meer dan alleen zijn naam. Er worden geen beroemde daden op zijn conto geschreven. Hij is niet meer dan een schakel in de geslachten. Zijn roem is dat hij de voorvader is van veel bekendere namen in de voorgang van de geschiedenis van Gods verbondsvolk. Zijn dienen staat zo ook in het teken van ootmoed en nederigheid. Wie de diverse betekenissen van het werkwoord nagaat herkent het. Dienen is jezelf ondergeschikt maken aan de belangen van een ander. Het is voor iemand anders werken.
Wie een dienaar is in Israël is dat in de eerste plaats voor Israëls God, maar daarna ook voor het heil van Zijn volk. Zo komen we een Obed tegen onder de dienaren van het heiligdom. Een zekere Obed-Edom, 'knecht van Edom' betekent dat, kreeg de Ark des Heeren in bewaring, na het ongelukkige voorval waarbij de priester Uzzia gedood werd omdat hij de Ark met zij hand wilde tegenhouden toen die dreigde te vallen. Zijn kleinzoon is naar grootvader genoemd en heet ook weer Obed. Hij wordt geteld onder de poortwachters van de tempel, een van de mannen op wie de psalmregels van toepassing zijn: 'k Waar lieuer in mijns Bondsgods woning, een dorpelwachter, dan gewend aan d'ijdele vreugd' in bozen tent. Obed is verder ook een naam uit de krijgsdienst. Een van de dappere helden van David draagt die (1 Kron. 11 : 47). De belangrijkste aan wie we bij de naam van Obed denken mogen is echter zijn grote zoon. Het is de Messias Zelf, die van Zichzelf getuigenis gegeven heeft: 'Want wie is meerder, die aanzit, of die dient? Is het niet die aanzit? Maar Ik ben in het midden van u, als een die dient' (Luk. 22 : 27). Jezus Christus is de grote en ware dienaar van Gods eer en onze zaligheid. De naam van Zijn verre voorvader krijgt in Hem de volle heerlijkheid. De vermaardheid van Obed is vervuld in Zijn grote Zoon!
M. A. VAN DEN BERG
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's