Nooit klaar met leren
D E LES V A N D E K R I J G S M A C H T V O O R D E K E R K
DE LES VAN DE KRIJGSMACHT VOOR DE KERK
Een voorbeeld uit de krijgsmacht
Ongeveer twintig jaar geleden begon men in de krijgsmacht het gehele opleidingssysteem te veranderen. Daar kunnen de gemeenten en de kerk ook van leren. Tot ongeveer 1985 kregen de officieren en onderofficieren voor hun eigenlijke actieve diensttijd een opleiding van twee tot vier jaar. Met de kennis in de opleiding opgedaan konden ze functioneren tot hun 55e jaar, waarna ze de dienst verlieten. Alleen wie boven de normale carrièregang zou uitgaan, kreeg een aanvullende opleiding. Zo bijvoorbeeld de hogere krijgsschool voor kolonels en daarboven.
Dat systeem is toen veranderd. Voortaan kreeg ieder een opleiding voor een beperkte periode van functioneren, zeg vijfjaar. Wie langer wil dienen, moet eerst verder opgeleid worden. Steeds weer voor een bepaalde periode. Wie geen verdere opleiding wenst te volgen, moet de dienst verlaten. Hier kunnen de gemeenten en de kerk van leren.
De les voor de gemeente
Voor gemeenteleden is het laatste formele onderwijs van de kerk de belijdeniscatechisatie. Het lijkt dat op de catechisatie voldoende kennis is meegegeven om als christen voortaan in de wereld te kunnen functioneren. De belijdeniscatechisatie als eindonderwijs.
Niet slechts tot het 55e jaar, maar tot haar of zijn overlijden. In de krijgsmacht kwam de vermelde verandering, omdat men zich realiseerde hoe snel de omstandigheden en de vereisten veranderden. Evenzo kunnen wij zeggen dat de steeds veranderende omstandigheden in kerk, staat en maatschappij het noodzakelijk maken de gemeenteleden gedurig bij te scholen. Er is nog een overeenkomst tussen de krijgsmacht en de kerk. De scholing bij beide is niet slechts een zaak van persoonlijke carrière, maar vooral één van dienst aan en voor anderen. In de gemeente worden we geroepen elkaar tot steun en hulp te zijn. Het individualisme van de geseculariseerde samenleving, opkomen voor eigen belang, mag in de gemeente niet gevonden worden.
Een vreemde vergelijking?
Is het bovenstaande geen gezochte vergelijking van een ex-legerpredikant? Wat heeft de krijgsmacht nu met de kerk gemeen? Mijn antwoord kan kort zijn: kijk eens in de Heilige Schrift. Naar zowel het Oude als het Nieuwe Testament, in de Psalmen en in de brieven van Paulus, speciaal in de brief aan Efeze, hoofdstuk zes vanaf vers 10. Herhaaldelijk wordt ons de krijgsman, aanvallend zowel als verdedigend, als voorbeeld voor de gelovigen voorgehouden.
Wie het leest, lette er op. Niet voor niets is er een wereldwijde organisatie met de naam 'Leger des Heils'. Ook binnen de Anglicaanse kerk en elders zijn soortgelijke organisaties.
Ja maar - dat is een tegenwerping - daar doen we toch wat aan? De kerk kent toch de leerdienst, de prediking uit de catechismus en soms ook uit de andere belijdenisgeschriften. Is dat nu niet precies wat nodig en goed is? We mogen dankbaar zijn wanneer de gemeente (of slechts een klein gedeelte? ) in de tweede dienst op zondag onderwezen mag worden. In veel plaatsen gebeurt dat helaas niet meer. Soms ook echter wordt in de tweede dienst een gewone preek gehouden, waarbij de tekstkeuze bepaald wordt door de globale inhoud van de betreffende vraag en antwoord uit de catechismus. Is dat wel in overeenstemming met het voorbeeld van Jezus Christus, die leerde en predikte (let op de volgorde) en genas, Mattheüs 4:23?
De breedte van de scholing
Nog op één overweging moeten we ingaan, voor we praktische oplossingen willen voorstellen. Is wat kennis betreft voor een gelovige of gemeentelid nog meer nodig dan een grondig verstaan van de Bijbel? En dat is nu juist wat in de zondagse kerkdienst bedoeld wordt. Wat wil men dan nog meer?
Opnieuw verwijs ik even naar de krijgsmacht. Daar wordt geleerd om te gaan met allerlei moderne en vernuftige wapensystemen. Maar daar geldt ook: 'Ken je vijand en ken het terrein'. Evenzo moet in de gemeente kennis zijn van de wereld om ons heen, met zijn uitdagingen, verleidingen en bedreigingen. Vaak is dat ook de wereld in ons.
Om ook anderen, jongeren zowel als ouderen, te kunnen bijstaan, hebben we kennis nodig van wat er in de maatschappij gebeurt. Uit de geschiedenis van de kerk kunnen we tevens leren niet opnieuw dezelfde fouten te maken. Van christenen en gemeenten op het zogenoemde zendingsveld of in het Midden-Oosten kunnen we leren hoe te blijven bestaan als minderheid. Tot zover mijn pleidooi voor de noodzaak van verder onderwijs, ook na de allerbeste belijdeniscatechisatie.
Het aanbod van verdere scholing Wat voor mogelijkheden zijn daar nu voor?
1. In bijna alle gemeenten zijn verenigingen, kringen of groepen, waar op de één of andere wijze aan Bijbelstudie wordt gedaan. Daar kunnen we gelukkig mee zijn en we bevelen deze vorm van voortgaande vorming van harte aan. Maar we weten ook dat slechts een klein gedeelte van de gemeente daar belangstelling voor heeft. Dat kan misschien liggen aan de leeftijd van de leden, of aan de ligging van de leiding. Soms kan echter ook door gebruik van bepaald studiemateriaal een vervreemding ten opzichte van de eigen gemeente optreden. Kerkenraden zullen daarop moeten letten.
2. Er zijn ook gemeenteleden die niet in een groep maar persoonlijk bezig zijn met studie van de Bijbel en de be-
tekenis daarvan. Er zijn schriftelijke cursussen en er zijn allerlei publicaties, tijdschriften, boeken en boekjes, oude en nieuwe. Het zal zeker niet eenvoudig zijn deze vorm van bijscholing geregeld te onderhouden. Ook geldt hier dat veel publicaties niet op één lijn staan met het belijden van de gemeente. Persoonlijke liefhebberij en de hang naar het exotische en extreme kan soms maken dat de gemeente en de medebroeders en - zusters weinig profiteren van deze vorm van zelfstudie.
3. Soms zijn er (inter)kerkelijke samenkomsten, weekenden en studieavonden en lezingen. Lang niet alle gemeenteleden zullen in staat zijn hieraan deel te nemen. Ook zijn deze avonden, weekenden lezingen meestal rond een bepaald thema en ontbreekt daardoor de brede omvang, het gehele getuigenis van Schrift en Belijden in het contact met de maatschappij. Dit incidentele kan wel een, maar niet de oplossing zijn voor de voortgaande scholing van gemeenteleden.
4. Er zijn cursussen voor bepaalde soorten gemeenteleden: personeel van de zondagsschool, diakenen, ouderlingen, leden van evangelisatie- en zendingscommissies, leiders van jeugdverenigingen. De deelnemers moeten dan echter al wel op één of andere wijze ingeschakeld zijn in de gemeenteopbouw. Voor belangstellende buitenstaanders is hier meestal geen toegang.
5. Op landelijk en regionaal niveau worden cursussen gegeven, die een breder en langduriger karakter hebben. Vaak wordt aan het einde een diploma uitgereikt. Bekend mag zijn het ruime aanbod van de Christelijke Hogeschool Ede. Omdat deze opleiding uitgaat van Schrift en belijdenis, verdient ze de steun van onze kerkenraden en een aanbeveling voor onze gemeenteleden.
6. In een apart kader zal gewezen worden op de regionale cursussen voor Theologische Vorming van Gemeenteleden. Dat zijn driejarige cursussen met een breed studiepakket. Evenals het aanbod van 5) veronderstellen ze niet dat iemand al een functie in de gemeente heeft, maar ze geven wel een goede opleiding voor een eventuele toekomstige functie of dienst in de gemeente. In de zending is veel en goede ervaring opgedaan met deze soort van cursussen. Een aantal zendingspredikanten van de Gereformeerde Zendingsbond is speciaal uitgezonden voor deze wijze van vorming van gemeenteleden.
Consequenties voor de gemeente
Mogelijk kunnen de kosten (van cursus en/of reis) van zo'n cursus als onder 5) en 6) voor sommige belangstellenden een verhindering zijn. Ik acht dat kerkenraden dan een helpende hand dienen te bieden. Het komt de gemeente en het gemeentewerk ten goede. Laten kerkenraden eens laten weten en tonen dat ze positief staan ten aanzien van deze cursussen voor hun gemeenteleden.
Het is ook goed dat kerkenraden weten welke gemeenteleden zo'n cursus hebben gevolgd of ermee bezig zijn. Vraag ze eens iets over zo'n cursus te vertellen.
Nog verder gaat dat, naar mijn oordeel, kerkenraden actief zullen moeten werven voor deze cursussen. Vooral ook omdat ze op dezelfde grondslag staan als de gemeente. Hier wordt een kader voor allerlei gemeentelijke activiteiten gevormd. En onderlegde en geschoolde gemeenteleden zijn in de toekomst steeds harder nodig. De taak van leiding in de gemeente en zijn activiteiten kan dan over meerderen verdeeld worden. Klachten over gebrek aan geschikte ambtsdragers en mensen voor andere diensten in de gemeente kunnen dan voorkomen worden.
Na en naast het gebed begint de opbouw van de gemeente met scholing en vorming van de gemeenteleden, en dat op allerlei niveau.
J. J. TIGCHELAAR, PUTTEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 2002
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 2002
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's