Globaal bekeken
In Voetius (hervormd kerkblad voor het Land van Altena en Heusden) schreef ds. A. F. Troost te Heusden onder zijn wijkberichten over Praise:
'Op weg naar een dorp in de Alblasserwaard zag ik zondagavond langs de autoweg ter hoogte van Werkendam een groot bord in een weiland staan, "Praise-dienst! Van harte welkom!" En dan natuurlijk nadere mededelingen over tijd en plaats - maar die zijn me ontschoten, want je moet als automobilist nu eenmaal vooral op de weg letten. Rijdend richting Gorinchem zat ik nog wel even te mediteren over die merkwaardige uitdrukking: Praise-dienst. Ik vroeg me af: zou dat zoiets zijn als wat je ook wel in advertenties in het blad "Visie" ziet staan? Praise & Worship, lees je dan. Ik dacht: dat is toch wat tegenwoordig! Met al die toeristen from the States doen ze toch wel a lot of things om die mensen een beetje op te vangen! Of zou het daar in Werkendam voor Engelstalige schippers zijn, die van de overkant via Rotterdam op weg zijn naar Duitsland? Maar bij mijn weten komen die grote schepen niet verder dan de Euromast... Of hebben ze daar in Werkendam een heuse International Church? Ik had in Amsterdam elke zondagavond dienst in de English Reformed Church, waar op zondagmorgen een paar honderd Engelssprekenden plegen samen te komen, to praise and to worship. Maar in Werkendam...?
Overigens, het valt me de laatste tijd op dat het hier in Holland tegenwoordig krioelt van de Engelse club- en koornamen. Nog afgezien van voetbalverenigingen als "De Herptse Boys" (hebben we geen Hollandse jongens meer? ) en van business-parken, waarin termen als "manager", "help-desk" en "Public Relations" dagelijks in the air zijn, heb ik als predikant ook nog te maken met allerlei zanggroepen (pardon: gospel-groepen), die blijkbaar vaker in Engeland dan in Nederland optreden. Zo had ik in de afgelopen jaren diensten met medewerking van The New City Voices, Message, Regeneration, Revelation, The Religion Singers, The Sound of Joy, The Trumpet of the Lord, The Chariots en The Holy Sound. We vinden dat allemaal very normal, én: het is zo leuk voor de jeugd (want die spreken allemaal zo goed Engels, weet u - het regent negens en tienen voor Engels op de scholen!).
Wel, ik vind het allemaal excellent. Maar dan spreken we wel één ding af: als ik in een preek binnenkort eens kom te spreken over de ecclesiologische en eschatologische implicaties van het apostolisch kerygma, dan wens ik ook geen commentaar! En als er weer eens een man op de beeldbuis verschijnt die saluerend de hand richting zijn schedel brengt onder de typische Hollandse uitroep "At your service!", dan schreeuwen we niet massaal: "Eigen volk eerst!"
Praise-dienst. Ik wens ze daar in Werkendam een wonderful hour of praise! Maar mag ik dan, alstublieft, met blijde galmen, in gewoon Hollands, een Eredienst houden?"
In Areopagus (theologische faculteit Utrecht) blikt prof. dr. C. Graafland terug op het leven van professor doctor Simon van der Linde (1905-1995):
'Het is niet zonder reden, dat ik hierboven de titels en namen van professor Van der Linde voluit heb geschreven. Ik heb dat gedaan, omdat hij, naar mijn gevoel en van ieder die hem gekend en meegemaakt heeft, de laatste echte professor is geweest aan onze faculteit. Wat ik daarmee bedoel, is niet zo gemakkelijk uit te leggen. Professoren zijn er ook na hem geweest en nog zijn ze er, maar niet meer van de stijl van uroeger. Vroeger hadden zij iets van het seigneurale. Mensen van een hogere kwaliteit. Bijna iets van het transcendente hadden zij in zich. We zagen tegen hen op met een oprechte hoogachting. Wij vereerden hen en zo hadden wij hen lief. Van der Linde stond als een van de laatsten daarvoor model.
Schijnbaar daarmee in strijd speelde zijn voornaam Simon daarin een belangrijke rol. Tegenwoordig laten hoogleraren zich even gemakkelijk bij hun voornaam noemen als elke willekeurige student. Dat was vroeger niet zo. Zeker niet bij Simon van der Linde. Ik was al jaren als zijn opvolger bevriend en vertrouwd met hem en toch bleef het: Van der Linde. Totdat hij eens een keer zei: noem me maar Simon. Maar dat was wel bijna aan het eind van zijn leven.
Maar in de omgangstaal van docenten en studenten was het altijd Simon van der Linde. Dat kwam omdat zijn broer Jan ook hoogleraar (Missiologie, red.) aan de faculteit was. Zo werden ze uit elkaar gehouden. Maar het had ook een andere reden. Juist de voornaam Simon klonk voornaam in onze oren. Het had iets mystieks in zich. Simon...! Dat dat zo gekomen is, moet natuurlijk ergens aan gelegen hebben. In de omgang met anderen was hij bijzonder vriendelijk. Maar het was wel een vriendelijkheid, die tegelijk iets van een afstand insloot. Niet kil of zakelijk, nee, het was de ervaring, dat je met een bijzonder mens te maken had. Het zal ook wel gekomen zijn door de manier waarop hij doceerde. Dat was inderdaad magistraal. Aan alles merkten wij, dat er een "meester" aan het woord was. Inhoudelijk door de fenomenale kennis van zaken, die hij spontaan demonstreerde, zonder enige opsmuk maar wel ieder overtuigend en soms indrukwekkend, als ook door de manier, waarop hij doceerde. Boeiend, stijlvol, literair van hoog niueau en toch zeer eenvoudig en helder, in één woord: briljant. Zelf heb ik niet veel colleges van hem bijgewoond, omdat ik toen al uit Utrecht weg was. Wel heb ik hem heel wat lezingen horen houden. Die hield hij op eenzelfde manier. Het was altijd weer een gebeuren. (...)
Dat bracht ook nog iets anders met zich mee. Uit zijn levensuerhaal zoals dit door zijn broer Jan is beschreven in de aan hem gewijde feestbundel Wegen en gestalten in het gereformeerd protestantisme (Amsterdam 1976) blijkt, dat het gezin waaruit Simon van der Linde is voortgekomen een dubbel spoor heeft nagelaten. Zijn moeder zoch het in de bevindelijk gereformeerde hoek, zijn vader kerkte bij voorkeur bij de ethisch-confessionelen met een kohlbruggiaans accent. Die tweeslag vinden wij bij Simon van der Linde terug. Hij heeft een tijdlang met enthousiasme zich verdiept in de bevindelijke vroomheid van de Nadere Reformatie. Maar intussen bleef hij sympathie voelen voor de ethischen en dat liet hij ook merken, onder andere in zijn niet gepubliceerde studie over De vroege ethische theologie, proeve van een appreciatie. Het verhaal gaat, dat dit voor de ethische Utrechtse faculteit destijds een belangrijke reden is geweest om hem in het corps van de hoogleraren op te nemen. Er werd graag plaats ingeruimd voor een gereformeerd man met ethische sympathieën.
In ieder geval is het uit de vele gesprekken, die ik met Van der Linde heb gevoerd in zijn latere tijd, voor mij duidelijk geworden, dat niet alleen de geloofswereld van de Nadere Reformatie maar het hele gereformeerde geloofsdenken hem voor veel open en kritische uragen had gesteld. Hij kreeg oog voor "het Griekse denken in de kerk, theologie en geloofspraktijk" (titel van een artikel in Theologia Reformata, 1985). Hij noemde het zelf het geleerdste artikel dat hij ooit geschreven had, waarmee hij bedoelde: het diepst doorgedrongen tot de kern van zijn eigen denken.
Het bracht hem overigens nog meer tot een diepere herbezinning ten opzichte van de traditie, waarin hij altijd met zoveel liefde had gestaan. Met name betrof dit de leer van dubbele predestinatie en de verenging van het heil, die voor zijn besef daarin ligt opgesloten, met alle dogmatische en geestelijke gevolgen daarvan. Telkens kwam hij in het gesprek erop terug, dat hij er zeker van was en er steeds zekerder van werd, dat God zijn schepping en zijn mensheid niet heeft losgelaten en niet zal loslaten. Op die momenten nam hij het op voor de ethische vaderen, die ook dit perspectief kenden.
Dit zal onder andere de reden zijn geweest, dat hij op 86-jarige leeftijd nog zijn vertaling uitgaf van de Genesispreken van Calvijn over de verkiezing van Jacob en de verwerping van Ezau (Prediking en verkiezing, dertien preken over de onverdiende verkiezing van jakob en de verwerping van Ezau - 1562, Kampen 1992). En om dezelfde reden zal het zijn geweest, dat Van der Linde zijn grote werkplan om een overzichtstudie van de Nadere Reformatie te schrijven nooit heeft uitgevoerd. Helaas! Want het zat er wel in, in zijn grote professorale hoofd, het is er alleen nooit uitgekomen. Maar hoezeer dit laatste ook te betreuren is, wij hebben genoeg van hem meegekregen, waarvoor wij hem nog steeds dankbaar zijn!'
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 2002
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 2002
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's