Boekbespreking
Dr. E. P. Meijering, Vijftig jaar onder theologen. Uitgave Meinema, Zoetermeer, 212 pag., € 16, 90.
Verzoening, getuigenis, atoombewapening, ervaring, polarisatie en antithese zijn trefwoorden, die afgedrukt staan op het front van deze theologische autobiografie «au een auteur, die van 1968 tot 1995 (deeltijd)predikant was in verschillende remonstrantse gemeenten en van 1906 tot 2001 lector theologiegeschiedenis was in Leiden. Het zijn de voornaamste thema's waarmee de schrijver zich vanaf de vijftiger jaren heeft beziggehouden, omdat ze aan de orde waren in kerk en theologie. Onder die thema's staan de namen van Spijkerboer, Van Niftrik, Dekker, Van de Beek, Kuitert, Du Marchie van Voorthuijsen, Van Holk en Berkhof. Dat zijn de theologen die hij ontmoette, met wie hij (congeniaal of kritisch) optrok. De schrijver benoemt zichzelf als Piet. Piet neemt de lezer zo mee op een boeiende trektocht door het theologisch landschap van de tweede helft van de 20e eeuw, 'van het verzuilde kerkelijke Nederland in de jaren vijftig via de roerige jaren zestig en de gepolariseerde jaren zeventig en tachtig naar het harmoniemodel van de jaren negentig'. Piet blijkt een milde beschouwer van de ontwikkelingen te zijn. Zijn eigen visie komt weliswaar ter sprake maar niet nadat of zonder dat hij de perso-nen (theologen) die hij beschrijft recht heeft gedaan door hen zelf helemaal aan het woord te hebben laten komen in hun geschriften. Midden in het boek staat een uitspraak van de KRO-journalist Ad Langebent die in de jaren zeventig zei, 'dat zich in de afgelopen vijftien jaar meer veranderingen in kerkelijk Nederland hebben voltrokken dan misschien wel goed is voor een mensenleven'. Als dat al geldt voor vijftien jaar, hoe moet dat dan wel zijn voor vijftig jaar? ! 'Hoe het veranderde en gelijk bleef' luidt de ondertitel van dit boek. Maar wat is er machtig veel veranderd. Eén van de theologen, die Meijering op de voet volgt is H. M. Kuitert, bij wie zich een verandering voltrok van rechtzinnig naar vrijzinnig. Op pag. 60 van dit boek zegt Piet nog dat hij het boek van Kuitert 'De realiteit van het christelijk geloof' verslond en zich daardoor gesterkt wist in zijn verlangen de geschiedenis van de christelijke theologie te bestuderen'. 'Een zo frisse en moderne theoloog als Kuitert spoort juist aan tot bestudering van de geschiedenis', zegt hij daar. Maar als aan het eind van het boek een rechtzinnige collega tegen Piet zegt dat het nu toch wel voor iedereen duidelijk is dat Kuitert niet langer één van de onzen is en dat het jammer is dat hij niet openlijk zegt waarin het verschil ligt tussen wat hij nu verkondigt en wat hij 'een paar jaar geleden nog poneerde', geeft Piet hem 'tot op zekere hoogte gelijk'. Hij onderschrijft wat zijn collega opmerkt over Kuiterts gewijzigde visie op 'het geloof in een persoonlijke God en een leven na de dood bij God' en
komt dan tot de uitspraak: 'Ik hoor in ieder geval niet langer tot de zijnen. En ik vind ook weinig steun meer bij hem'; al is hij blij dat hij veertig jaar van zijn boeken heeft kunnen genieten. Deze uitspraken zeggen even veel over (ontwikkelingen bij) de schrijver als over Kuitert.
Piet is ook lid van de EO geworden, met een merkwaardige motivatie: 'Wil de vrijzinnigheid enige toekomst hebben, dan is een sterke orthodoxie daarvoor een voorwaarde'. Hij deelt hun visie op de Bijbel 'als het Woord van God' niet en 'zal die ook nooit delen'. Maar hij constateert tevens dat de naïviteit, die dertig jaar geleden regelmatig in programma's te zien of te horen was, 'verregaand verdwenen is'. Over wat dr. Meijering aangaande de oud-gereformeerden ds. Du Marchie van Voorthuijsen te berde brengt, informeerde we de lezers al eerder in 'Globaal Bekeken'. Rest nog op te merken dat de schrijver van oordeel is dat het boek van Berkhof, die hij ook op heel zijn theologische weg volgt, t.w. 'Crisis der Midden-Orthodoxie', een herdruk waard vindt.
We deden maar een greep uit dit boeiende boek. Het laat zich lezen als een 'trein'. Wie meereist kan soms een glimlach niet onderdrukken, terwijl hij soms ook de wenkbrauwen wel eens zal fronsen. Maar Meijering reikte ons een halve eeuw theologie aan, gerelateerd aan maatschappelijke ontwikkelingen, in een persoonlijk getint document dat er zijn mag.
V.D.G.
Door Brouns-Wewerinke, In verhalen krijgt geschiedenis betekenis. Verbeelding van lezus' lijden en dood in het lohannesevangelie. Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer 2002, 288 blz., € 24, 90.
De auteur promoveerde op 25 januari op deze studie in Tilburg. Aan de hand van de weergave van een gedeelte van de lijdensgeschiedenis in het vierde evangelie onderzoekt ze de relatie tussen feit en interpretatie, verhaal en geschiedenis. Terwijl in het kritische onderzoek velen van mening zijn dat Johannes de historische feiten heeft omgebogen ten gunste van zijn spirituele theologie, die bovendien de neerslag zou zijn van de ervaringen van zijn gemeente, is de uitkomst van dit onderzoek dat Johannes meer dan de andere drie evangelisten aansluit bij de historische geloofwaardige gang van zaken. De weg die zij gaat in haar onderzoek valt in twee delen uiteen. In een eerste deel komt het evangelie als tekst en verhaal aan de orde in een grondige analyse van de plaats- en tijdsaanduidingen in het evangelie, de tekening van de personen in het lijdensverhaal en hun relaties. Verhelderend zijn de bladzijden over de verschillende begrippen die in woordonderzoeken en tekstanalyses gebezigd worden.
Deel 2 geeft een literair-historische analyse, waarbij de auteur tot de conclusie komt, dat lohannes de synoptici in hun eindredactionele vorm gekend en benut heeft. Ten aanzien van de vraag naar de historische betrouwbaarheid onderzoekt ze de buitenbijbelse gegevens over Pilatus. Het beeld dat Johannes geeft van Pilatus spoort met deze gegevens. In het laatste deel gaat ze in aansluiting op filosoof Ricoeur en de exegeet Hoskyns in op de verhouding tussen geschiedenis en verhaal. Verbeelding en geschiedenis zijn met elkaar verweven. De feiten staan niet los van de duiding. Wel bewerkt lohannes met zijn verhaal de werkelijkheid. In zijn verhalen krijgt geschiedenis
betekenis. Ik heb dit proefschrift geboeid gelezen. Op zich zijn de conclusies niet schokkend, want dat in de teboekstelling van de evangelisten feit en interpretatie met elkaar verweven zijn is algemeen erkend. Of je daar echt een filosofische onderbouwing voor nodig hebt is een tweede. Verrassend vond ik de analyse van personen, geografische gegevens en tijdsaanduidingen. Wel meen ik dat Johannes en de synoptici te sterk tegenover elkaar gesteld worden. Zijn de laatsten zo positief over Pilatus? Ik betwijfel dat. Bovendien is het merkwaardig dat zo sceptisch als de auteur is ten aanzien van de eerste drie evangeliën, zo zeker ze is ten aanzien van Philo en Josefus, bij wie interpretatie en feit toch evenzeer verweven zijn. Wijkt de johanneïsche tekening van het proces echt af van het beeld van de synoptische evangeliën? M. i. kunnen we de verschillen verklaren vanuit de christologische concentratie die het vierde evangelie kenmerkt. Ook meen ik dat de schrijver de politieke aanklacht in het proces te sterk acklacht in het geding van Jezus met zijn volk. Een belangrijke vraag is voorts of de verwevenheid van verbeelding en geschiedenis op rekening te schrijven is van de creativiteit van de auteur of dat we hier niet veel meer te maken hebben met de inspiratie door de Geest (vgl. Joh. 14 : 26 en 16 : 13). Hoe ligt het met de gezagsvraag? Onderbelicht vind ik de betekenis van het begrip 'getuigen' in het vierde evangelie alsmede het 'apostolisch bewustzijn' (Ridderbos) van waaruit dit evangelie geschreven is. Jammer vind ik dat de schrijver als vertegenwoordiger van het klassiek-orthodoxe standpunt alleen Van Houwelingen noemt, maar nergens het tweedelig commentaar van Ridderbos alsmede diens fundamentele studie over de proloog vermeldt. Soms vind ik de exegese gezocht. Ik denk aan de lijn die getrokken wordt tussen Joh. 1: 51 en 19 : 33. De verbinding tussen de tuin in Joh. 18 en het Hooglied is eerder associatief dan dat ze berust op exegese. Maar dat alles neemt niet weg dat ik predikanten onder ons deze studie graag wil aanbevelen. Het is verhelderend voor de methodische vragen inzake exegese, maar biedt ook in detail veel waar men voor de prediking uit het evangelie van Johannes zijn winst mee kan doen.
biedt ook in detail veel waar men voor de prediking uit het evangelie van Johannes zijn winst mee kan doen. A. NOORDEGRAAF, EDE
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 2002
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 2002
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's