Broeder Thomas
Statie
'Statie' is nu niet direct een woord dat thuishoort in het protestantisme. Het is afkomstig van het Latijnse 'statio' (= standplaats, plaats waar men stilstaat) en het is vooral bekend als lijdensmoment om bij stil te staan, op de kruisweg van Christus in Jeruzalem. In de vorm van schilderijen of beeldhouwwerken zijn die staties - in totaal veertien - vaak uitgebeeld en zo kun je in rooms-katholieke landen of streken als gelovige of als toerist met culturele belangstelling een statiegang maken. Dit is de achtergrond van het edicht 'Statiegang' van de dichter Hein de Bruin.
Een dichter met geloofsstrijd
Wie was deze Hein de Bruin? Als dichter is hij thans vrijwel vergeten. Niet helemaal: in de mooie bloemlezing Symbolen & Cimbalen zijn nog twee gedichten van hem opgenomen. We moeten hem plaatsen in het protestants-christelijke literaire wereldje an tussen de twee wereldoorlogen.
Hij kwam uit Friesland, waar hij in 1899 te Ijlst werd geboren in een stevig gereformeerd gezin. Rond 1920 treffen we hem aan in Amsterdam. Daar trouwt hij en werkt hij op een kantoor. Ook studeert hij voor de akte Duits MO, maar het examen haalt hij niet, wat hem psychisch zwaar treft. Twee factoren doen hem weggroeien uit de besloten gereformeerde kring waartoe hij van huis uit behoorde. Allereerst ontdekt hij zijn dichterlijke gave en zo komt hij terecht in de literaire kring van het tijdschrift Opwaartsche Wegen en maakt hij kennis met protestants-christelijke auteurs als Van Randwijk, Heeroma, Fedde Schurer en Harm van der Leek. Daarnaast ontmoet hij mensen als ds. Buskes van het Hersteld Verband, die na de kwestie-Geelkerken de Gereformeerde Kerk hadden verlaten. Zo weekt hij los van de gereformeerde wereld waarin hij was geboren en opgegroeid. Maar dit betekende wel een isolement in eigen familiekring.
an nature was hij beschroomd en 210 angstig. Hij was psychisch niet sterk. Zijn dichterschap heeft hem een gevoel van bevrijding gegeven. Zijn eerste bundel verscheen in 1932 onder de titel Het ingekimde land. Daarna zouden nog verschillende bundels volgen. Hein de Bruin was een zoeker. We moeten hem plaatsen in het randgebied van de kerk. Geloof en ongeloof streden in hem. Wim Hazeu, die in 1976 een uitgebreide verzameling van zijn gedichten uitgaf, typeert hem als een 'gelovige met geloofsstrijd'. Toen Hein de Bruin net na de oorlog zijn betrekking kwijtraakte en op straat kwam te staan, kon hij het leven niet meer aan en op 10 juni 1947 beëindigde hij zelf zijn leven. Ds. Buskes, die de tragische gebeurtenis had zien aankomen maar niet had kunnen voorkomen, heeft de begrafenis geleid.
Statiegang
Je kunt als toerist onder de indruk komen van een uitgebeelde statiegang. Indrukwekkende kunstwerken, al of niet in reliëf. Kunstenaars immers zijn in staat in hun kunstwerken het meest wezenlijke te treffen, de meest aangrijpende momenten van de lijdende Christus uit te beelden, vorm te geven in verf, steen of metaal.
Het gedicht 'Statiegang' van Hein de Bruin, wat vorm betreft een sonnet, gaat over zo'n kunstwerk. Het is een kunstwerk met een diepe betekenis: het gedicht spreekt van een 'zinrijk kunstwerk'. Maar de ontroering die een kunstwerk kan oproepen, betekent nog niet dat wij de lijdende Christus als Verlosser vereren en aanbidden. Om van de 'Matthaeus Passion' van Bach te genieten hoefje ook geen gelovig christen te zijn. Ook nietchristenen kunnen er diep van onder de indruk zijn.
Je kunt een kunstwerk prijzen, maar buiten Christus blijven. Dat is de kern van het gedicht 'Statiegang'. In de slotstrofe wordt dit thema helder verwoord: 'Wij boden 't zinrijk kunstwerk onze lof', maar ...het 'kloppend hart' moest belijden 'dat onze ziel Hèm niet had aangebeden'.
STATIEGANG
Tussen de wemelende bloei der hagen drongen wij ons Zijn moeizaamheid voorbij proefden wij beurtelings Zijn medelij, Zijn minzaamheid en diepste welbehagen.
ij wonden Hem: Gevangene - en zagen amechtig Hem langs onze donkre rij, ekneusd en zwak - 't gepijnde hoofd teizij - de loden lendenlast des kruisbalks dragen.
et ruisen uan ter poorte gaan de treden erd immer trager; onze blikken gleden og eenmaal door de suizelende ho/.
ij boden 't zinrijk kunstwerk onze lof, aar luider heeft ons kloppend hart b at onze ziel Hèm niet had aangebeden.
Thomas
De vertwijfelde dichter Hein de Bruin moet zich herkend hebben in de figuur van Thomas. De geschiedenis kennen we. Thomas zondert zich af van de overige discipelen en als Jezus de eerste keer aan hen verschijnt, is hij er niet bij. Hij zoekt het alleen uit, met zijn twijfel, en zegt tegen zijn medediscipelen: 'Indien ik in Zijn handen niet zie het teken der nagelen, [...], ik zal geenszins geloven'. Daarna verschijnt de opgestane Heiland nogmaals en dan komt Thomas tot de ontroerende, diepaangrijpende belijdenis: 'Mijn Heere, en mijn God!' Geen ongelovige Thomas, maar een gelovige.
e dichter tekent in zijn gedicht de iscipel Thomas als een eenzame, een en weer geslingerd tussen 'liefde' n 'logen', die in zijn eentje het leed an de gestorven Meester probeert te erwerken. Hij is ziek van het leed dat ij draagt. Heel mooi in die tekening s dat zijn medediscipelen hem niet afchrijven. Ze hebben voor hem gebeen en hun vreugde over het weerzien s groot. En nog groter wordt die reugde als ze zijn belijdenis horen, de elijdenis dat Jezus het Licht der weeld is. En zo treden ze hem tegemoet ls hun 'Broeder'.
ÏTOMAS
Hij gleed - de laatste - binnen, bleek en m een ziek uerlangen in zijn dojfe ogen: geslagene uan liefde en uan logen, en zuchtte, en sloot de deur angstvallig
Zij vraagden niet: wel Thomas, gij? en maar zwegen hun aangrijpend mededogen, en wisten sterk hun eendren wil gebogen naar de in leed uerzwakte zweruer toe.
Hun ureugd bekende na de vredegroet: - waarom in weedom 't innigst was gebeden 't ontwaken uit de nacht om te genezen. Toen hij het Licht ontroerend had beleden, verhieven ze zich, vroom van wil en wez de Meester en hun Broeder tegemoet.
De 'Meester' en mijn naaste als 'Broeder' tegemoet treden: is dit niet een prachtige samenvatting van wat God eleden, van ons vraagt, levend tussen Christus' komst en wederkomst?
J. DE GIER, EDE
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 2002
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 2002
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's