De Knecht des Heeren en Zijn opstanding
DE ORDE VAN GODS KONINKRIJK
De lijdende Knecht. De Man wan smarten. Dat is ons beeld wan de Knecht des Heeren. En terecht. In de uier liederen waarinjesaja profeteerde van het werk uan Christus, neemt Zijn vernedering een centrale plaats in. Van welke kantje Hem ook beziet: Hij heeft fleen «jedaante noch heerlijkheid. Zijn vernedering wordt wel het meest aangrijpend uertolkt in het uierde lied: Jesaja 52 : 13 - 53 : 12. Ieder woord getuigt ervan hoe de Knecht Zichzelf heeft uernieti^d in een weg van smaad en smart.
Hoe rijk en diep het alles ook is, de vraag dringt zich op of Jesaja wel vérder heeft gezien dan het kruis. Houdt zijn profetie op bij de nederdaling ter helle? En als dat zo is, is zijn profetie dan wel euangelie? Want als, naar het woord van Paulus in 1 Korinthe 15 : 14, op de vernedering geen verhoging volgt en als op het sterven van de Knecht geen opstanding volgt, dan is onze prediking en ons geloof nog steeds ijdel. Zinloos. Leeg.
Daarom is het goed als we het vierde lied van de Knecht des Heeren lezen met alle heilsfeiten van Christus' werk in onze gedachten: de heilsfeiten van Zijn vernedering én van Zijn verhoging. Spoedig zullen we ontdekken dat ook Jesaja tot voorbij het kruis en het gesloten graf heeft mogen zien. Hij heeft juist in het licht van de vernedering van de Knecht des Heeren geprofeteerd van Zijn verhoging!
Calvijn (en in zijn voetspoor de Statenvertalers) hebben de heenwijzing naar Christus' opstanding gelezen in Jesaja 53 : 8: Hij is uit de angst en uit het gericht weggenomen. 'Te weten de helse benauwdheid in Gethsemané en aan het kruis; versta dit ook van Zijn opwekking uit de doden, en als Hij tot Zijn hemelse Vader is opgevaren' (kantt. SV). Calvijn tekent bij dit vers aan: 'De profeet schrijdt hier voort tot de heerlijkheid der opstanding, na over Zijn dood gesproken te hebben'. Deze uitleg baseert zich op de gedachte dat Christus aan het kruis geroepen heeft 'Het is volbrachf. Op dat moment waren angst en gericht overwonnen door de volkomen offerande van Christus. In Zijn graflegging en opstanding werd Hij zo uit de angst en het gericht weggenomen.
Zonder af te doen aan de inhoudelijke rijkdom van deze uitleg, moeten we toegeven dat nauwkeurig lezen van vers 8 in de grondtekst niet reeds wijst op Christus' verhoging, maar juist op Zijn vernedering, Zijn ontrechting. 'Hem is alle recht en gerechtigheid ontnomen' (Roodenburg). Hij heeft het kruis van rechtsverachting en rechtsverkrachting gedragen. Hij is onschuldig ter dood veroordeeld. Niet aan Zijn handen kleefde bloed - aan de onze!
Hoog, hoger, hoogst
Er is wel een ander spoor. De ouverture van dit vierde lied van de Knecht des Heeren is uiterst opmerkelijk voor een lied waarin zó de onttakeling en de ontlediging van deze Knecht op ons afkomt. 'Ziet, Mijn Knecht zal verstandig handelen; Hij zal verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden' (Jes. 52 : 13). Daarmee lijkt dit lied een innerlijke tegenstrijdigheid te krijgen: Hij zal verhoogd worden - Hij zal vernederd worden. Voor ons verstand is dat een kwestie van of-of. Het één of het ander. Maar voor Jesaja is het en-en. Het één én het ander. Met deze openingszin geeft Jesaja de lijst aan waarbinnen het portret van de lijdende Knecht moet hangen. Het raam waarbinnen de vernedering van de Knecht gelezen en geloofd moet worden.
Wanneer de Knecht gaat lijden in opdracht van Zijn hemelse Zender, staat Zijn verhoging bij voorbaat vast. Dat leert ons, niet te klein en te min van deze Knecht te denken. Als de lijdende Knecht verhoogd wordt, zullen wij dan niet hoog tegen Hem opzien? Opvallend is de wijze waarop Jesaja de verhoging van de Knecht onder woorden brengt. Hij gebruikt drie verschillende termen: Hij zal verhoogd worden, Hij zal uerheuen worden en Hij zal zeer hoog worden. In dit woordgebruik zit een climax: hoog, hoger, hoogst.
Reeds de oudchristelijke uitleggers hebben in dit woordgebruik de weg van Christus in Zijn verhoging gezien. Naar het Hebreeuws moeten we bij deze drie woorden met name denken aan het verkrijgen van goddelijke eer, het deel krijgen aan de goddelijke troon. Ligt dan het Nieuwe Testament niet binnen handbereik, waarin wij lezen van de drievoudige verhoging van Christus in Zijn opstanding, Zijn hemelvaart en Zijn zitten ter rechterhand Gods? 'Wij zien Jezus, met eer en heerlijkheid gekroond'. De Heere zal Zijn Knecht de hoogste zetel in de hemel geven. Hij zal omkleed worden met glorie en eer. Vol majesteit en luister zal Hij regeren vanaf Zijn hemelse troon. En alle knie zal zich voor Hem moeten buigen en belijden dat Hij de Heere is.
Opmerkelijk blijft dat na deze aankondiging van de grote verhoging en verheerlijking van de Knecht een hoofdstuk volgt dat één en al getuige is van vernedering! De verhoging van de Knecht lijkt te eindigen in een diepe vernedering. In Jesaja 53 vallen woorden als 'verbrijzeling, straf, slachting, gericht, graf. Was dat niet de ontgoocheling van de discipelen en de Emmaüsgangers? 'Wij hoopten dat Hij was Degene Die Israël verlossen zou' (Luk. 24 : 21). Nogmaals: voor ons verstand horen verhoging en vernedering niet bijeen. Maar wat voor ons verstand niet bijeen hoort, hoort in het Evangelie juist wél bijeen!
Verhoging door vernedering
Blijkbaar vindt de verhoging van de Knecht plaats door vernedering. Ver-
hoging dóór vernedering en verhoging na vernedering. Hier gaan profeten en apostelen tezamen getuigen. We kunnen denken aan de beroemde Christushymne in Filippensen 2, waar Paulus vernedering en verhoging in één adem noemt. De Vernederde is ook de Verhoogde. En de Verhoogde is ook de Vernederde.
Ik denk met name hier aan het Johannesevangelie. Het vierde evangelie heeft opmerkelijke raakvlakken met het vierde lied. Juist in het Johannesevangelie neemt het woord 'verhoging' een bijzondere plaats in. Te denken valt aan wat Jezus Zelf tegen Nicódemus zegt: 'En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden' (Joh.3 : 14). Ook op andere plaatsen in Johannes spreekt Christus over Zijn verhoging. Maar Hij bedoelt daarmee het kruis! Zoals de slang in de woestijn verhoogd werd op de staf van Mozes, zo zal Christus aan een kruishout gehangen worden tussen hemel en aarde. Verhoogd op een vloekheuvel. Verhoogd aan een vloekhout. En tegelijk doelt Christus met het woord 'verhoging' op het loon dat Hij door Zijn vernedering ontvangen zal: de verheerlijking van en met Zijn Vader. Ook in het Evangelie staat dus de vernedering van Christus in het teken van Zijn verhoging. De vernedering dient en verdient de verhoging. Op de vernedering móet de verhoging wel volgen!
Johann Sebastian Bach heeft dit begrepen, toen hij zijn Johannes Passion componeerde. Het openingskoor luidt: Heere, onze Heerser, wiens roem in alle landen heerlijk is: toon ons door Uw lijden dat U, de ware Zoon van God, te aller tijd, ook in de grootste vernedering, verheerlijkt bent!
Vastgenageld
Op deze wijze vormen vernedering en verhoging samen de ene dubbelklank van het heilig Evangelie! Wij hebben een Heiland in Wie wij mogen roemen, niet alleen als Hij verhoogd wordt, maar ook als Hij vernederd wordt. Omdat uiteindelijk alles staat in het licht van de verhoging. Zonder verhoging zou Zijn werk tevergeefs zijn geweest. IJdel. En daarom volgt op Zijn drievoudige vernedering (geplaagd, van God geslagen en verdrukt, Jes. 53 : 4b) een drievoudige verhoging (verhoogd, verheven, ja zeer hoog). Daarin ligt het gehele Evangelie van onze zaligheid. 'Bij onze Heere Jezus Christus lag in de smadelijke dood van het kruis Zijn verhoging, want toen Hij daar zo hing, vastgenageld aan handen en voeten, vastgenageld aan het vervloekte hout van het kruis, heeft Hij juist daar en daardoor alle vijanden in Zijn macht gekregen en daar heeft Hij hen verbrijzeld en overwonnen voor altijd' (Kohlbrugge). De Heere Jezus ging plaatsvervangend voor zondaren de weg van de vernedering om voor hen de weg van de verhoging te ontsluiten. Hij ging onder in onze verlorenheid om onze zaligheid te kunnen verwerven. Wat een Heiland! En wat een troost voor zondaren wier leven niet anders is dan een gestadige dood. Een leven dat onder het rechtvaardig oordeel van God zal eindigen in de diepste vernedering: de angst der hel. Christus ging onder in die helse smart om vanuit die vernedering voor ons redding en verhoging te verwerven. Zodat wat van Christus geschreven is, ook geschreven zal worden van al Zijn gelovigen: zij zullen verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden! Indien wij immers met Christus gestorven zijn, zo zullen wij ook met Hem leven. Door het geloof krijgen we deel aan een drievoudige verhoging: de opstanding des vleses, de toegang tot Zijn heerlijk hemelrijk en het regeren met Christus in Zijn troon over de koninkrijken der aarde.
Perspectief
Blijkbaar is dat de orde van Gods Koninkrijk. Ook Christus voegde Zich in die orde. De verhoogde Christus werd vernederd - de vernederde Christus werd verhoogd. En zo verhoogt God nog steeds, wie zich vernedert. En zo vernedert Hij nog steeds, wie zichzelf verhoogt. Laten wij bukken en knielen aan de voeten van de vernederde Christus (Hij voor mij!) om verhoogd te worden (ik met Hem!) te Zijner tijd. In het leven van het geloof ontsluit zich daardoor een machtig perspectief, namelijk de verwachting van het eeuwige leven. De dood blijft een vernedering, ook voor een kind van God. Maar door die vernedering heen krijgen we ten volle deel aan de verhoging waarin de verhoogde Knecht al Zijn gelovigen laat delen. Bach heeft dat Evangelie aan het slot van zijn Johannespassion uiterst bevindelijk vertolkt. Nadat Christus gestorven en begraven is, zingt daar een stem. Laten we in heilige overgave en bewondering meezingen:
Als Uw genade, Heer, 't gedoogt, Laat dan mijn ziel, in U verhoogd, Voor eeuwig zijn geborgen. Het lichaam, in der aarde schoot Geborgen zonder pijn en nood, Verwacht de jongste morgen. Dat dan Uw stem mij wekken moog', Dat ik U zie met eigen oog, Gezeten op Uw glorietroon In heerlijkheid, 0 's Vaders Zoon. Heer Jezus Christus, hoor m' altijd, verhoor m' altijd, Dat ik U prijs in eeuwigheid!
A. J. MENSINK, EMST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 2002
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 2002
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's