PSALM XXII
1. Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij! En hoort niet, hoe mijn klagen wordt tot brullen, Waarom blijft Gij uw aangezicht verhullen En ziet niet, hoe ik bloedig tot U schrei? Ik roep des daags, Gij wilt geen antwoord geven. Ik schreeuw des nachts, Gij houdt U toornig stil, Ik kan niet zwijgen, want men jaagt mijn leven. Ik worstel met U, die niet vechten wil.
2. En toch zijt Gij de Heilige, wiens troon Door 't loflied van uw kindren is omgeven. Zij hebben uw rechtvaardigheid verheven, U vreezend, want Gij waart hun heilrijk loon. Zij riepen U, en Gij deedt hen ontkomen. De vaderen, zij hebben nooit beschaamd Geloof noch eer van zich zien weggenomen, Wat listen ooit de vijand had beraamd.
3. O God, en ik moet krimpen als een worm. Ik ben geen man, zie, hoe zij mij verachten, Me omringen wijl zij dra mijn dood verwachten. Hun spot slaat mij gelijk een hagelstorm. Ha, zeggen zij, let op, of God gaat komen En Hem bevrijdt, die gunsteling van God. Zij doen hun speeksel langs mijn wangen stroomen En likken zich de lippen van genot.
4. Ja, Heer, Gij zijt het, die van moeders schoot, Van mijn ontvangnis af, zorgt voor mijn leven. Wil mij dan in dit uiterst niet begeven. Daar niemand helpt, ruk Gij mij uit den nood. Als dolle stieren durven zij me omringen En stooten; en zij openen hun muil, Als leeuwen brullend die ten roof uitgingen, En drijven mij opdringend in den kuil.
Willem de Mérode, Verzamelde Gedichten Uitgave De Prom, Baarn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 2002
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 2002
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's