De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gerben Heitink, Biografie van de dominee. Uitgave Ten Have, Baarn, 333 pag-, €22,50.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gerben Heitink, Biografie van de dominee. Uitgave Ten Have, Baarn, 333 pag-, €22,50.

8 minuten leestijd

De hoo^eraarpraktiscJietheologie van de VU schreef ëën vei(^sseflö ilfbt> i boek over de Médikant. Sterk Kattikken bïfcj^raxjfr van het werk van de predikant in he? H5flên en gericht op de toekomst ervan, is hij teruggegaan naar de wortels van de dominee. Eeuwenlang nam deze een centrale plaats in in het kerkelijk leven en nog altijd is dat in veel opzichten het geval. Heitink betreurt het tobberig imago dat via onderzoeken de laatste jaren naar voren is gebracht. Hij acht dat schadelijk voor het vitale beroep dat zo'n rijke traditie kent. Op het snijvlak van de kerkgeschiedenis en de praktische theologie zet hij zijn studie neer. Hij zet in met de vraag: vanwaar toch zo'n overheersende positie voor de dominee net na de Reformatie die toch een breuk betekende met een kerk waar de geestelijkheid het heft in handen had en waar de gemeenteleden buiten spel stonden? In de Reformatie was het toch dat het algemeen priesterschap van de gelovigen centraal werd gesteld? De komst van de predikant is vooral te danken aan Calvijn. Jezus Christus regeert zijn gemeente op aarde door zijn Woord en Geest en hij maakt plaatsvervangend gebruik van de dienst van mensen. Dat is Calvijns principiële uitgangspunt geweest. Zo wordt de dominee dienaar van het Woord. De bakermat van de dominee ligt dus in de 16e eeuw. oe, Via zes achtereenvolgende perioden bouwt Heitink de biografie op. Zijn hypothese daarbij is dat de ontwikkeling van kerk en predikantschap samenhangt met toe. politieke, maatschappelijke en culturele omwentelingen in de loop der geschiede oe-

nis. En inderdaad, opmerkelijk is dat de context van tijd en cultuur sterk inwerkt op positie en werk van de predikant. Vanaf 1573 (Willem van Oranjes keus voor het calvinisme) wordt de Gereformeerde Kerk in Nederland publieke of bevoorrechte kerk. Er ontstaat een nauwe relatie tussen kerk en staat. De dominee bekleedt een publiek ambt. Dat duurt tot 1795. Dan komt er een (voorlopige) scheiding tussen kerk en staat. De predikant wordt meer een volksopvoeder. Als in 1848 de scheiding kerk en staat definitief wordt, wordt het publieke ambt een binnenkerkelijk beroep. In een volgende periode voltrekken zich weer ingrijpende veranderingen in de samenleving: vrijheid van godsdienst, een ander kerktype ontstaat door Afscheiding en Doleantie. De predikant hoort in een standenmaatschappij tot de gegoede en betere stand, zijn opleiding krijgt meer allure en status. Na 1892 (Vereniging die leidt tot ontstaan van de huidige Gereformeerde Kerken in Nederland) tot 1960 komt het ambt van predikant steeds meer in woelig water terecht. De zestiger jaren geven een vloedgolf van democratische veranderingen in kerk en samenleving te zien.

Steeds weer wordt duidelijk dat de dominee, zijn persoon en werk, nooit los te zien zijn van de brede context waarin hij leeft. Van een waardig lid van een geestelijke stand voltrekt zich de overgang naar een beroepsgroep. Er treedt een beginnende professionalisering op. Het ambt wordt een beroep dat je vakbekwaam moet uitoefenen. Vanaf midden 19e eeuw komt de dominee in een proces van modernisering terecht. De multifunctionele dominee moet zijn autonomie steeds meer loslaten, hij staat tussen ontkerstening en verzuiling. Na 1960, aldus Heitink, zou je kunnen kiezen voor drie trefwoorden: professionalisering, personalisering en clericalisering. Vroeger was de dominee een 'zijnsberoep'. Je was het altijd en kende geen privéleven, je draaide dagelijks rondjes om de kerk. Maar nu is de dominee als het ware in

drieën gescheurd: persoon, ambt en beroep. Persoon heeft te maken met de privacy: je bent niet altijd dominee, je bent ook gewoon mens. Ambt is het kerkelijk aspect van het werk. Het heeft te maken met de 'spirituele kern van het werk', met de roeping tot het ambt. Ten slotte is predikant ook een beroep. Je leert voor dominee. Het ambt is ook een ambacht. Ben je er geschikt voor (persoon)? Ben je ertoe bevoegd (ambt)? Ben je er voor bekwaam(d)? Boven het hoofdstuk dat nadert tot in het heden schrijft Heitink: De dominee gaat voorbij. In een sterk geïndividualiseerde samenleving valt een steeds zwaarder accent op de persoon van de predikant. Hij moet zich als persoon waarmaken. We hebben het dan over inspirerend leiderschap. Er blijkt veel meer aan de hand te zijn dan alleen het probleem van de tijdsverdeling.

Het gaat vooral om de identiteit van de predikant, als mens, als geroepene en als gelovige. Heitink sluit zijn boek af met zijn visie op de toekomst van het werk van de predikant.

Waar zo duidelijk wordt via de eeuwenlange geschiedenis van de dominee en zijn positie in kerk en samenleving hoezeer de context diens werk beïnvloedt, daar kan onze conclusie niet anders zijn dan dat we juist vandaag niet grondig genoeg kunnen zorgen voor een gedegen opleiding van hen die ook vandaag nog zoveel belangrijk werk hebben te doen. Wie aan de opleiding gaat sjoemelen, helpt er aan mee dat de dominee inderdaad voorbij gaat. De visie op kerk en ambt is daarbij bepalend.

Heitink pleit voor meer gespecialiseerde voorgangers in een open kerk. De 'alleskunners' of de bekende 'schapen met vijf poten' zijn vandaag niet meer leverbaar. Daar is de situatie te complex en te pluraal voor geworden. Er is veel voor te zeggen. Uiteraard hangt veel af van de kerkelijke situatie waarbinnen gewerkt moet worden. Bovendien zal in een sterk op de Reformatie gericht kerkelijk leven toch altijd de hoogste prioriteit blijvend gegeven worden aan de Woord-functie van de dienaar van het Woord.

Ten slotte, een biografie wordt altijd geschreven jaren na de dood van de beschrevene. Bij een onbevangen buitenstaander zou daarom de titel kunnen overkomen als: die beroepsgroep is dus uit de tijd. Heitink heeft het inderdaad over de 'dominee die voorbijgaat' en een 'overbodig' beroep. Maar de inhoud toont aan dat hij blijvend gegrepen is door wat hij noemt 'het vitale beroep' waar hij nog zeer veel kansen voor ziet. Daarom moeten we het er maar op houden wat Kees Fens onlangs in de Volkskrant (28 februari) boven de recensie van een boek over biografieën schreef: Biografie stelt dood een tijdje uit. Want dat is wat de schrijver van déze biografie inderdaad bedoelt.

J. MAASLAND

Dirk Duijzer (red.), De Profiindis. Psalm 130 in de Nederlandse taal. Uitg. Mozaïek Zoetermeer 2001, € 49, 90.

Onder de titel 'De Profiindis' verscheen onlangs een lijvig boekwerk waarin een opmerkelijke gedichtencollectie bijeen is gebracht: meer dan tweehonderdvijftig versies van Psalm 130. Samensteller is Dirk Duijzer, in het dagelijks leven directeur van LTO-Nederland. De oudste versie van Psalm 130 is uiteraard die uit de Hebreeuwse grondtekst, de jongste versies dateren van het jaar 2000. Er zijn heel wat opmerkelijke zaken die opduiken bij het nauwkeurig bekijken van deze grote psalmcollectie. Sowieso is het al uniek datje de geschiedenis van één tekst kunt bestuderen, over een periode die zich uitstrekt van het begin van de 14de eeuw tot het begin van de 21ste eeuw -bijna zeven eeuwen! Interessant zijn natuurlijk de afwijkingen van de grondtekst. Wat was het motief van een dichter/vertaler om de grondtekst niet na te volgen? Bij moderne dichters als Lloyd Haft en Anton Ent is het een manier van eigenzinnig omgaan

met de bijbelse tekst. De motivatie voor deze aanpak is het willen toe-eigenen van de oeroude boodschap van Psalm 130, rekening houdend met alle eigen gevoelens en twijfels. Heel anders ligt het bij een vertaling uit de negentiende eeuw, waarin 'Israël' verdwenen is uit het slotcouplet: 'Hij maakt, op onze beden / Het zondig menschdom vrij / Van ongerechtigheden. / Zoo doe Hij ook aan mij!' Deze vertaling werd gepropageerd door de Commissie voor het Psalmboek, die in 1870 een herziening van de berijming van 1773 beoogde. De motivatie is veelzeggend: de Israëlitische kleur is niet vaker weggenomen 'dan nodig scheen, om de liederen voor Christenen zoo veel mogelijk, bruikbaar te maken'. Vanzelfsprekend is zo'n theologisch motief een reden voor H. Vreekamp om in zijn inleidende beschouwing na te gaan wat de betekenis is van Israël in deze psalm, maar ook voor de kerk al zodanig. Naast Vreekamps essay zijn er drie andere inleidende beschouwingen: J. P. Fokkelman schrijft over de taalkundige en poëtische bouw van de psalm (zoals hij dat eerder in praktijk bracht in zijn boek 'Dichtkunst in de bijbel'); J. de Gier bekijkt verschillende versies van Psalm 130 die in de gemeentezang van grote betekenis waren en komt tot de conclusie dat Willem Barnards berijming uit 1967 het sterkst is; J. Smelik ten slotte bespreekt Psalm 130 in het kader van de kerkgeschiedenis. Indrukwekkend zijn in dit verband de momenten waarop martelaren grijpen naar juist deze psalm. In zijn zogenaamde martyrologium vermeldt Adriaen C. van Haemstede dat diverse keren psalm 130 werd gezongen door gelovigen die als ketter terechtgesteld zouden worden. Ook Willem de Zwijger kwam deze psalm in gedachten toen hij in 1567 gedwongen was zich terug te trekken uit Antwerpen: 'En de prinsche seyde, nou mocht men wel singen: Uyt dieper noodt, roep ick tho dy, heer Godt; aenhoort myn roepen!' Kortom, 'De Profundis' neemt zijn lezers mee naar allerlei belangwekkende momenten in de geschiedenis en laat zien hoezeer gelovigen de diepte en betekenis van deze psalm door de eeuwen heen hebben ervaren. Een groot voordeel van dit boek is overigens de mooie uitvoering van het boek: gebonden in stofomslag, met leeslint en voorzien van diverse illustraties. Samensteller Dirk Duijzer heeft bovendien veel wetenswaardigheden toegevoegd in kleine lettertjes bij de afzonderlijke vertalingen. Daarnaast geeft hij zich zorgvuldig rekenschap van de uitkomsten van zijn bibliografische speurtocht. Ook voor wetenschappers is 'De Profundis' een uitstekend uitgangspunt.

TJERK DE REUS, NIJ BEETS

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 2002

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Gerben Heitink, Biografie van de dominee. Uitgave Ten Have, Baarn, 333 pag-, €22,50.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 2002

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's