Geloofsgehoorzaamheid [I]
PASTORAAL
Pastoraal! Dat heb ik bovenaan laten zetten. Het wil niet zeggen dat het een nieuw rubriek is. Ik wil ermee aanduiden dat wat ik schrijf pastoraal van inhoud zal zijn. Het heeft geen wetenschappelijke pretentie. Wel heeft het alles te maken met het leven van het geloof. En dan nog in 't bijzonder met een facet van het geloof, ojschoon geen onbelangrijkfacet is. Want geloofsgehoorzaamheid is maar niet een zaak enkele dag beoefend wordt, neen, zij wordt in het leven van een christen t eind van zijn leven in de praktijk gebracht. Vanzelfsprekend moet ik voorzichtig zijn met het spreken over kenmerken van het geloof Toch wil ik het een keer doen en van de geloofsgehoorzaamheid zeggen een echt kenmerk is. Ik kan het ook anders zeggen: gehoorzaamheid behoort geloof Er bestaatgeen geloof zonder gehoorzaamheid.
Horen
Horen heeft alles te maken met gehoorzamen. Wanneer wij in de Bijbel het woord 'horen' tegenkomen, wordt er doorgaans bedoeld dat wij de Heere zullen gehoorzamen. Het is ons antwoord op het horen. Dat wil zeggen dat wij in de weg des Heeren gaan. 't Moet gezegd worden dat horen nog niet zo eenvoudig is. In onze tijd zijn wij ook niet zo auditief (op het gehoor) ingesteld. Wat wij zien, maakt veel meer indruk op ons. 't Is erg moeilijk om naar een lang betoog te luisteren. Colleges die gegeven worden, moeten niet te lang zijn. Lezingen die gehouden worden hooguit een halfuur, want anders weten wij de draad niet vast te houden.
Niet alleen buiten de kerk kan men merken dat het met ons horen (luisteren) wat de tijdsduur betreft niet zo best gesteld is, maar ook in de kerk is dit het geval. Menig oudere lezer is ervan op de hoogte dat er in hun jeugd langer werd gepreekt dan nu. Ik maakte het als kind mee dat een kerkdienst nog twee uur duurde, waarvan meer dan een uur aan de preek opging. Ik weet wel dat er halverwege de preek een tussenzang werd opgegeven, maar dan werd daarna toch nog ruim een halfuur aandacht gevraagd voor wat wel genoemd werd de toepassing. Opvallend was dat de gemeente als het ware opveerde als de toepassing begon alsof het tóen pas begon. Dit laatste was natuurlijk niet het geval, maar zo kwam het bij mij als kind wel over. Het was alsof de uitleg van de tekst voor de tussenzang van een andere orde was dan die daarna, 't Was inderdaad ook van een andere orde, maar zeker niet minder, omdat ik later begreep dat de toepassing uit de uitleg van de Schrift opkwam. Hoe het ook zij: zo lang luisteren als toen kunnen wij niet meer. Wij spreken wel over 'onthaasting', doch wij blijven ons haastig voortbewegen. Wie men ook spreekt: wij hebben het allen erg druk en wij haasten ons van het een naar het ander. Dit is in 't algemeen gesproken van toepassing op jongeren en ouderen.
Nu hoort men mij niet zeggen dat predikanten heel kort moeten preken. Niettemin ben ik van mening dat zij rekening moeten houden met hun hoorders. Daarmee wil ik zeggen: een preek moet zo lang zijn dat de hoorders het kunnen opnemen. Dat houdt niet in dat er afbreuk gedaan wordt aan de inhoud. Dat behoeft volstrekt niet als er aan de voorbereiding van de preek voldoende aandacht besteed wordt.
Gevaar
Het oog wordt niet verzadigd door zien! Deze wijze woorden horen wij de Prediker zeggen. Hiermee wil de Prediker vanzelfsprekend niet zeggen dat wij dan beter maar niet kunnen zien. Het is niet te zeggen wiat een zegen het is als wij kunnen zien. Mensen die niet kunnen zien, kunnen ons dit vertellen. Echter... omdat wij in onze tijd zo visueel zijn ingesteld, zien wij ook wel dingen die wij beter niet kunnen zien. Dingen waarvan wij achteraf zeggen: 'Ik wilde dat ik dit of dat nooit had gezien'.
Hoe visueler wij zijn ingesteld, hoe minder wij horen. Ook kan men zeggen dat het zien iets verslavends in zich heeft. Het gevolg is dat er nog weinig tijd is om naar iets te luisteren. Ook om te luisteren naar wat de Heere ons te zeggen heeft. En willen wij de stem des Heeren horen in Zijn Woord, dan moeten alle beelden wijken. Zo dit e niet het geval is, horen wij de stem van de Heere niet. 'Stille tijd' is vruchtbaar, wanneer het Woord door de oor- dit poort ons hart kan binnendringen, die 't Kan een zijn dat iemand denkt: dit is een t werk aan het van de Heilige Geest! Ik zal dit niet tegenspreken. Wij moeten alleen niet vergeten dat wij de Heilige Geest at ook zij kunnen tegenstaan als wij niet bij 'stil het worden' voor God. Bovendien moeten wij niet vergeten dat de Heilige Geest gebruik maakt van de middelen. Hoe wij deze middelen gebruiken en in ons opnemen is van eminent belang.
Ik pleit er dan ook voor om ruim de tijd te nemen om naar het Woord te horen. Om minder te zien naar wat buitenshuis en in ons huis op ons afkomt.
De Heere komt in de stilte tot ons. Daarin spreekt Hij tot ons. 't Kon wel eens zijn dat wij ons meer moeten toeleggen op het horen dan op het zien. Het horen, gehoorzamen is niet door het zien, maar door het gehoor.
Hoe horen wij?
Uit de aard der liefde neem ik aan dat wij in de prediking van het Woord niet horen wat wij graag willen horen. Ik zeg niet dat dit nooit gebeurt, maar eenieder zal het met mij eens zijn dat dit met het rechte horen niet zoveel te maken heeft. Het gaat erom dat wij de Heere vanuit Zijn Woord horen spreken. En dat kan nu eens dit en dan weer dat zijn. Let wel: het gaat om Gods stem. Wanneer wij de kerk uitgaan, moeten wij niet tegen elkaar zeggen: 'De dominee heeft het mooi gezegd', neen, het behoort zo te zijn dat wij zeggen: 'ik heb de Heere horen spreken; ik heb het zelf uit Zijn mond gehoord'. Mannetjes uit het stof verrezen (Calvijn) wil de Heere gebruiken, doch uiteindelijk gaat het om Zijn stem d.i. Zijn Woord.
Dat Woord wil landen! Het Woord moet landen! Dan alleen heeft het effect. Dan alleen zal het gehoord d.i. gehoorzaamd worden.
Om het Woord te horen, hebben wij - zoals Psalm 40 zegt - doorboorde oren nodig. Eenieder zal verstaan dat dit beeldspraak is. Het wil zeggen dat wij een hart ontvangen waardoor wij het Woord gaan verstaan en gehoorzamen. Het is een wat ouderwets voorbeeld, maar toch wel overeenkomstig het Woord als ik stel dat ons hart behoort te zijn een weltoebereide aarde wil het Woord d.i. het zaad der wedergeboorte naar beneden wortel schieten om naar boven vruchten voort te brengen.
Meer dan eens ben ik in het pastoraat de vraag tegengekomen, hoe ontvangen wij een hart zodat wij het Woord gaan horen d.i. gehoorzamen. Het antwoord daarop is: door Gods Geest. De Heere werkt door Zijn Woord en Geest. Daarom zingen wij met Psalm 25: 'HEERE, maak mij Uw wegen door Uw Woord en Geest bekend'.
Woord en Geest! Laten wij ze beide heel dicht bij elkaar houden. Het kan ook niet anders, het mag ook niet anders, want de Heilige Geest is de Auteur van het Woord. Wij zouden daarom de Heilige Geest zeer bedroeven als wij Hem zouden losmaken van Zijn werk d.i. Zijn Woord,
't Is om deze reden dat wij veel mogen verwachten als wij het Woord onderzoeken. Dat kan zijn in huis, maar 't kan ook zijn buitenshuis op een bijbelkring, mannen- of vrouwenvereniging.
Waar wij ook zeer veel van mogen verwachten, is de prediking van het Evangelie. Door de verkondiging van het Woord werkt de Heilige Geest. De Heere paart de Heilige Geest aan het Woord. Dat is Gods gewone wijze van werken. Daarom zeg ik: Woord en Geest maar heel dicht bij elkaar houden! Wel mogen beide onderscheiden worden, doch wij moeten ze niet van elkaar losmaken. Wanneer dit gebeurt, wordt men of een biblicist (in de ongunstige zin van het woord) of een geestdrijver die zich van het Woord niets aantrekt, maar afgaat op subjectieve gevoelens. Laat het ons een eer zijn, meer nog een zaak van het hart om evenals ons voorgeslacht Woord en Geest niet van elkaar te scheiden, 't Zal juist zijn als iemand mij voorhoudt dat wij van huis uit het Woord niet horen, gehoorzamen. Wij zijn Oostindisch doof d.i. stokdoof. Laten wij het echter niet bij deze constatering laten. Wij doen daarmee niet alleen onszelf tekort, doch bovenal doen
wij de eer van de Heere daarmee tekort. Wij bedroeven Hem zó als in valse lijdelijkheid zo'n uitdrukking gedaan wordt. Wat zeker is: het is niet tot Zijn eer als wij ons erachter verschuilen. De Heere wil doorboorde oren schenken! Hij wil ons geven dat wij gaan horen. Onze doofheid wil Hij wegnemen. Vanuit het Woord door de Geest wil Hij tot ons zeggen: 'EfFatha' d.i. wordt geopend. 't Gebeurt wel dat er te klein van de Heere gedacht wordt, maar wat lees ik in een van de berijmde psalmen. Niets meer, maar ook niets minder dan: 'Uw macht is groot, Uw trouw zal nooit vergaan'.
Moedeloos
Een prediker let erop of er vruchten zijn. Let wel: geen vruchten waarmee hij de hoogte ingaat. Een rechte die-naar van het Woord is het te doen om vruchten voor de Heere. Hiervan vinden wij duidelijke voorbeelden in de Schrift. Ik denk aan Samuël en Jesaja in het Oude en Johannes de Doper en Paulus in het Nieuwe Testament. Ik had ook andere namen kunnen noemen, maar deze vier personen kennen wij allen. Wat hebben zij geijverd voor het huis des Heeren. Wat zijn ze opgekomen voor de rechten en inzettingen des Heeren. Wat hebben zij uitgekeken naar de uitbreiding van Gods Koninkrijk, gezien op de vrucht, maar ook zij, met name zij hebben moeten zeggen: wie heeft onze prediking geloofd? Zij werden door moedeloosheid bevangen. Hoe werden zij daarvan verlost? Daarover een volgend keer.
G. S. A. DE KNEGT, BARNEVELD
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's