De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verkondiging naar de overkant

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verkondiging naar de overkant

BEZINNING OP DE PREDIKING [1]

11 minuten leestijd

Voortgaand gesprek

'Het gesprek over de prediking begint met de grondtoon van verootmoediging en afhankelijkheid van God. God roept ons als predikers tot de verborgen omgang met Hem. Daar begint de verkondiging die de overkant haalt. Maar vervolgens dient er meer gezegd te worden. Onze prediking zal in kritisch rapport met de tijd moeten zijn, zonder dat elementen van het gereformeerd belijden verdwijnen. Grondwoorden als 'zonde' en 'genade' moeten op de juiste manier gespeld worden. En dan zo, dat ze ook landen. Hoe plaatsen we de mens in al zijn schuld voor God en hoe verkondigen wij Gods genade? ' Met deze woorden zette ds. G. D. Kamphuis de toon voor het voortgaande gesprek over de prediking binnen onze hervormd-gereformeerde beweging. 'Dalfsen-3', gehouden op 14 en 15 maart jl., werd evenals de vorige conferenties belegd onder verantwoordelijkheid van de Gereformeerde Bond, zij het ditmaal na overleg met de IZB.

In zijn openingswoord gaf ds. Kamphuis aan dat bijbelse prediking in rapport met de tijd een hoge doelstelling is. We moeten het onszelf echter niet te gemakkelijk maken. Drs. W. Dekker, de predikator tijdens de conferentie, formuleerde het in zijn inleidende artikel in de Waarheidsvriend van 7 maart jl. als volgt: 'Hoe kunnen we inhaken op de hedendaagse cultuur, zodat mensen de boodschap horen in het referentiekader van de wereld waarin ze nu leven, terwijl tegelijk die wereld volop onder kritiek gesteld wordt en zo in een proces van vernieuwing terecht kan komen? '

Prediking

Uitgangspunt voor het gesprek op de eerste dag was de preek die ds. W. Dekker tijdens de conferentie naar aanleiding van Psalm 51:12b hield: 'Vernieuw in het binnenste van mij een vaste geest.' De spits van de verkondiging was Davids gebed om vernieuwing. Vanuit de ervaring van gebrokenheid en chaos komt David in Psalm 51 tot het gebed om vernieuwing van zijn leven. We komen David in deze Psalm tegen op de terugweg, na de gebeurtenissen met Bathséba en nadat de profeet Nathan naar hem toe gekomen is. In Psalm 51 komt het 'raadsel mens' aan de orde. Ds. Dekker sprak van een 'griezelige dubbelheid'. Wat is de mens? Een hersenschim, een monster, chaos (Pascal). We zien het in Davids leven terug. Hij was een groot koning, sterk, verstandig, vroom, gelovig en zachtmoedig. En toch is hij ook tot heel andere dingen in staat. Toen David Bathséba zag, kwamen er heel andere lagen van zijn leven openbaar.

Bij zijn tekening van het bijbelse mensbeeld ging ds. Dekker uit van het woord 'scheppen' in vers 12. Hij trok hierbij een parallel tussen Genesis 1, waar gesproken wordt over de aarde die woest en ledig was en Davids omstandigheden in Psalm 51. Ons leven is chaotisch, vol innerlijke tegenstrijdigheden. Ds. Dekker haalde in dit verband het voorbeeld aan van een gevangenispastor, die zei: we hadden hier allemaal kunnen zitten. De vraag is of wij onszelf kennen.

Te midden van die verwarring bidt David om vernieuwing. Vernieuw in het binnenste van mij een vaste geest. De mens vandaag heeft geen vaste koers. We zappen en we grazen. Maar bij die ervaringen van chaos laat Psalm 51 ons zien, hoe het anders kan. Vanuit het gebed om Gods genadige toewending. Te midden van de chaos mag het evangelie klinken, dat meer is dan een nieuwe kans. Gods evangelie wil zeggen: God schept in ons een nieuw begin. Het evangelie van de wedergeboorte. Het nieuwe leven komt niet bij ons vandaan, maar het komt van God. Ik zal u een nieuw hart geven. We mogen ons chaotische leven in Zijn scheppende handen leggen: God van den beginne, schep mij een rein hart. Een vaste geest, die niet meer heen en weer zwalkt. Een vernieuwing van ons leven, die het werk is van de Heilige Geest. Een wandel in het licht.

Deze vernieuwing krijgt ook concreet gestalte. Ds. Dekker noemde voorbeelden van bekende christenen uit de wereldgeschiedenis. Daarnaast wees hij echter ook op de vele christenen die niet bekend zijn geworden, maar bij wie wel iets van die vaste geest te zien is. In dit verband zei ds. Dekker: we mogen met onze kinderen bidden om een nieuw hart. Als we er maar bij zeggen, dat de Heere het nieuwe hart ook geven wil.

Reacties

In de reacties die het hoofdbestuur aan vier broeders gevraagd had te geven, ging het om de vraag hoe de pendelbeweging verloopt tussen het Woord van de overkant en het hedendaagse levensgevoel. We kunnen het omschrijven als een zoeken naar ervaring achter de tekst, die ook voor hoorders vandaag verstaanbaar is. In zijn preek tekende ds. Dekker een mensbeeld in termen van 'chaos', 'verwarring', 'schaduwzijden'. Dit leverde een boeiende bespreking op over de vraag of deze woorden een adequate vertaling zijn van datgene wat David in Psalm 51 zegt. Ds. M. Goudriaan (Lunteren) refereerde aan het zware accent dat in de preek op de chaos lag. Hij stelde hierbij de vraag naar de verhouding tussen schepping en zontleval. Is de chaos van Genesis 1 dezelfde als die van Psalm 51? En: is het chaotische van ons menselijke bestaan de diepste nood van David? In dit verband bracht ds. Goudriaan de notie van de schuld in. De mens in zijn chaos is ook de goddeloze die van de verdienste van Christus moet leven. Ds. Goudriaan stelde de vraag of er in de preek concessies gedaan zijn aan het moderne levensgevoel door niet over 'schuld', maar over 'chaos' te spreken. Ds. M. J. Tekelenburg (Sprang) stelde allereerst dat de preek zeggingskracht had. De prediking was in rapport met de tijd. In zijn reactie vroeg hij zich wel af of de Psalm niet nog dichterbij zou komen vanuit de concrete tekst van de Psalm en vanuit de geschiedenis van David. Volgens hem had de zonde met Bathséba kort geschetst kunnen worden. Met andere woojden: meer preken vanuit de 'kleine geschiedenis' van de mens David. Op die manier kan er ook aansluiting gezocht worden bij het postmoderne levensgevoel waarin het niet gaat om de grote verhalen, maar de kleine (levensgeschiedenis.

Dhr. A. H. van 't Zelfde (jeugdouderling te Ridderkerk en bestuurslid van de HGJB) was gevraagd om als 'gewoon' gemeentelid te reageren. Hij nam zijn uitgangspunt in de vraag of de preek ook voor jongeren voldoende toegankelijk is. Mensen moeten meegenomen worden naar de andere wereld van zondagmorgen, zo zei hij. Van 't Zelfde gaf aan dat dit meegenomen worden vooral bij het begin van de preek veel inspanning kostte, ook omdat ds. Dekker de geschiedenis die aan Psalm 51 vooraf gaat als bekend veronderstelde. Toen het ging over het nieuwe begin, werd de preek voor hem concreter van inhoud.

Dr. G. van den Brink (Bilthoven) reageerde vooral op de exegetische en dogmatische vragen die de preek opriep. Hij stelde dat de preek warm, aansprekend en ernstig was. De predikant staat niet boven, maar naast de gemeente. De vragen van dr. Van den Brink betroffen vooral het benoemen van Davids probleem als 'chaos'. Bij de exegese moet de gehele Psalm meeklinken. In Psalm 51 komt duidelijk de schuldvraag aan de orde. Hij refereerde in dit verband aan vers 7 (ik ben in ongerechtigheid geboren en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen). De parallel die ds. Dekker trok tussen de chaos van Genesis 1 en Davids zonde, stelde dr. Van den Brink voor de vraag: is het niet deprimerend als het kwaad er al in Genesis 1 in zit? Verder vroeg hij zich af of de 'vaste geest' bij ds. Dekker een psychologische in plaats van een theologische categorie is geworden. Betekent de vaste geest dat wij van onze driften afkomen of dat we met ons hart vol driften onverdeeld Christus moeten aanhangen (Kohlbrugge).

Tijdens de afsluitende groepsdiscussie richtte het gesprek zich vooral op de vraag of het exegetisch en hermeneutisch terecht is om Davids nood in termen van chaos en tragiek te omschrijven en daarbij de schuldvraag buiten beschouwing te laten. In zekere zin betekende de discussie een beperking van datgene wat in de preek aan de orde is geweest, bijvoorbeeld over de wedergeboorte als een van God geschonken nieuw begin. Toch gaf juist deze discussie aan waar de mogelijkheden én de moeilijkheden liggen als we in rapport met de tijd willen preken. Ds. Dekker bevestigde de vraag van ds. Goudriaan dat er in de preek concessies gedaan zijn aan het postmoderne levensgevoel. Daarom werden noties als 'chaos' en 'schaduwzijden' gethematiseerd en die van 'zonde als schuld' bewust niet. Ds. Dekker onderscheidt verschillende lagen in de Schrift. In sommige tijden is er volgens hem voor bepaalde noties in de Bijbel geen ruimte (bijvoorbeeld nu voor de schuldvraag). Chaos en tragiek liggen in onze tijd meer boven dan zonde en schuld. Daarom lag in de preek de nadruk op het chaotische en op de schaduwzijden van de mens. Over de schuldvraag zei hij: 'Die lijn moeten we niet schrappen, zoals de vrijzinnigheid doet, maar bewaren tot andere tijden als er in het levensgevoel wel ruimte voor is.' Wanneer we deze concessie niet doen, lopen we volgens ds. Dekker het gevaar dat onze gere-

formeerde preken over de hoofden van de hoorders heengaan, omdat ze niet doorhebben dat zonde en schuld met onze ervaring van chaos te maken hebben.

Naar de overkant?

In zijn inleidende artikel in de Waarheidsvriend schreef ds. Dekker dat we in de prediking moeten inhaken op de hedendaagse cultuur, zodat de boodschap verstaanbaar is, terwijl tegelijk onze wereld onder kritiek gesteld wordt om zo in een proces van hervorming terecht te komen. Juist dat 'onder kritiek stellen' maakt de thematiek van deze conferentie zo boeiend. Want is het mogelijk om enerzijds helemaal je vertrekpunt te nemen in onze eigen cultuur en tegelijk die cultuur onder kritiek te stellen? De beslissing die ds. Dekker bij de voorbereiding van zijn preek genomen heeft door niet over 'schuld', maar over 'chaos en schaduwzijden' te spreken, geeft m.i. aan dat de spanning tussen de bijbelse boodschap en ons (post)moderne levensgevoel hoog kan oplopen. De opmerkingen van ds. Goudriaan en dr.

Van den Brink geven wat dit betreft te denken. En komt het 'bewaren' van bepaalde noties uit de Schrift (zoals die van de schuld) tot andere tijden er in de praktijk toch niet op neer dat dingen geschrapt worden? Kunnen we het ons veroorloven om lijnen uit het Schriftgetuigenis te laten liggen of in ieder geval onderbelicht te laten? Wie in onze tijd geroepen is om het Woord van God te vertolken, die zal de spanning voelen dat de boodschap moet landen. Daarbij zullen we echter waakzaam moeten zijn dat de boodschap van Godswege niet door het hedendaagse levensgevoel overheerst wordt. Lopen we niet het gevaar van een reductie van het Schriftgetuigenis als we ons vertrekpunt nemen in de menselijke ervaring. Om het met de woorden van ds. Dekker zelf te zeggen: 'Kan het allebei: voluit gereformeerd zijn en tegelijk geheel en al op de eigen tijd en context betrokken zijn.' Het springende punt zit volgens mij in de woorden 'geheel en al'. Hoezeer we oog dienen te hebben voor landingsplaatsen, er zullen ook dingen gezegd moeten worden, waar geen 'markt' voor is. Ter voorbereiding op de conferentie las ik het boek van Stefan Paas: Jezus als Heer in een plat land - op zoek naar ee Nederlands evangelie. Paas schrijft ook over de thematiek die ons heeft beziggehouden. Ik neem twee citaten over. Nadat hij gezegd heeft, dat het evangelie in begrijpelijk Nederlands moet worden gebracht, vervolgt hij: 'Het evangelie is niet acceptabel, in die zin dat de diagnose en de oplossing die het aanbiedt, niet aansluiten bij onze natuurlijke geaardheid. Acceptatie van het evangelie doet altijd [curs. Paas] pijn. Het vraagt om sterven. Elke definitie van evangelisatie die dit veronachtzaamt, schiet schromelijk tekort. Dit neemt niet weg dat in de praktijk de verkondiging in een toebereide aarde kan vallen. (...) God werkt naar zijn welbehagen en door zijn Geest in deze wereld en kan de behoeften van mensen hervormen, zodat zij ontvankelijk worden voor zijn evangelie (93). Daarnaast zegt Paas over de verkondiging van het bijbelse getuigenis: het vraagt geduldig onderwijs (108). Onze prediking moet met beide benen op de grond staan. Maar tegelijk komt de boodschap van de overkant en zal ze dus altijd ook kritisch staan tegen on- n bijbelse tendensen in de cultuur (welke cultuur dan ook). De verkondiging moet zonder clichés naar de overkant, maar dan wel de gehele verkondiging.

Ten slotte

Het houden en het horen van de preek is altijd een spannend gebeuren. Een preek is immers meer dan een voordracht. In de prediking klinken Schriftverstaan en andere theologische beslissingen mee, maar bovenal onze eigen geloofspraktijk. Juist door helderheid en persoonlijke betrokkenheid van beide kanten ontstonden er naar aanleiding van de preek van ds. Dekker gesprekken die tot nadenken stemmen. Ook al bleek tijdens de bespreking dat er verschil bestaat over de wijze waarop prediking in rapport met de tijd plaats moet vinden, toch was er herkenning in de worsteling rondom de vragen van het verstaan en het landen van de prediking. En dat is in ieder geval winst.

A. J. KUNZ, GROOT-AMMERS

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Verkondiging naar de overkant

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's