De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

10 minuten leestijd

et vólgende verhaal met een strekking over Een waardeloos schilderij? , troffen we in IDEA (Evangelische Alliantie).

'Er was eens een zeer vermogend man, die met zijn zoon een passie deelde voor het verzamelen van kunst. Samen bereisden zij de hele wereld om kunstschatten aan hun verzameling toe te voegen. Kostbare werken van Picasso, Van Gogh, Monet en vele anderen sierden de wanden van Hun monumentale uilla.

De al wat oudere weduwnaar genoot ervan om zijn enige kind te zien uitgroeien tot een ervaren kunstverzamelaar. Het zakeninstinct van zijn zoon en zijn oog voor kunst vervulden de vader met trots, als ze moesten onderhandelen met kunstverzamelaars over de hele u/ereld. Tot de winter kwam en er oorlog uitbrak. De zoon vertrok om in het leger te dienen. Na een paar weken kreeg zijn vader een telegram. Zijn geliefde zoon werd vermist. De kunstverzamelaar wachtte in spanning op verder nieuws. Hij vreesde dat hij zijn zoon nooit meer zou zien. Een paar dagen later werd zijn vrees bewaarheid. De jonge man was gesneuveld terwijl hij een gewonde medesoldaat naar een medische post bracht. Eenzaam en verscheurd door verdriet ging de vader het paasfeest tegemoet. De vreugde van dit feest, dat altijd zo veel betekende voor hem en zijn zoon, zou zijn huis in het vervolg voorbijgaan.

Op de paasmorgen werd de sombere oude man wakker van de bel. Hij liep naar de voordeur. De meesterwerken aan de muren herinnerden hem eraan dat zijn zoon niet meer thuis zou komen. Toen hij de deur opende, stond daar een soldaat met een groot pak in zijn armen. Hij stelde zichzelf voor en zei: "Ik was een vriend van uw zoon. Toen hij stierf probeerde hij mij te redden. Mag ik even binnen komen? Ik wil u iets laten zien".

Ze raakten aan de praat. De soldaat vertelde hoeveel de jonge man had gesproken over zijn vader en diens liefde voor kunst. "Ik ben zelf ook kunstenaar", zei de soldaat, "en ik wil u dit geven." Toen de oude man het papier afwikkel-

de, kwam er een portret uan zijn zoon tevoorschijn. Hoeu/el een kenner het schilden} nooit zou beschouwen als het u/erk uan een genie, was het gezicht van de jonge man toch op treffende wijze tot in detail afgebeeld. De oude man werd overmand door emotie. Hij bedankte de soldaat en beloofde het portret boven de schoorsteenmantel te hangen. Een paar uur later, nadat de soldaat was vertrokken, voegde hij de daad bij het u/oord. Hij hing het schilderij aan de wand op de plaats die hij genoemd had. Een kostbaar werk van tienduizenden guldens moest ervoor wijken. Daarna ging de vader in z/jn stoel zitten en bracht de paasdagen door met zijn ogen gericht op het geschenk dat hij gekregen had.

In de dagen en weken die volgden begon de oude man te beseffen dat zijn zoon weliswaar niet meer bij hem was, maar dat de jongen voortleefde in de mensenlevens die hij had aangeraakt. Hij hoorde dat zijn zoon tientallen gewonde soldaten had gered voordat een kogel zijn eigen hart tot stilstand bracht.

Toen hem het ene na het andere verhaal bereikte over de heldenmoed en de offerbereidheid van zijn zoon, begonnen trots en voldoening het gemis van de vader te verzachten. Het schilderij van zijn zoon werd zijn meest kostbare bezit. Al de andere stukken, waar musea over de hele wereld met jaloezie naar keken, zonken hierbij in het niet. Hij vertelde zijn buren dat dit schilderij het grootste geschenk was dat hij ooit had gekregen.

Het volgende voorjaar werd de oude man ziek en stierf. De kunstwereld wachtte ademloos op wat komen ging. Nu de verzamelaar was overleden, evenals zijn enige erfgenaam, zouden alle kunstwerken worden geveild. Het testament van de oude man bepaalde dat deze veiling moest worden gehouden op eerste paasdag, de dag waarop hij zijn grootste geschenk had ontvangen.

Toen de dag aanbrak, stroomden kunstverzamelaars van over de hele wereld toe om te bieden op de wereldberoemde schilderijen. Dromen zouden werkelijkheid worden deze dag; velen zouden roem verwerven en na afloop zeggen: "Mijn collectie is de fraaiste".

De veiling begon met een stuk dat geen enkel museum op zijn verlanglijstje had staan. Het was het schilderij uan de zoon. De veilingmeester vroeg om een eerste bod. Stilte. "Wie geeft me een bod van honderd gulden? " vroeg hij. Minuten gingen voorbij. Niemand reageerde. Toen kwam er een stem achter uit de zaal: "Wat interesseert ons dat schilderij? Het is gewoon een portret van zijn zoon. Laten we het vergeten en verder gaan met de echte kunst". Van diverse kanten kwam bijval. "Nee, dit stuk moet eerst verkocht worden", zei de veilingmeester. Ten slotte nam een vriend van de oude man het woord. "Wilt u genoegen nemen met een tientje? Meer heb ik niet. Ik heb de jongen gekend, dus ik wil het portret graag hebben."

"Ik heb een bod van tien gulden. Wie biedt meer? ", uroeg de ueilingmeester. Opnieuw stilte. Toen zei hij: "Eenmaal, andermaal... verkocht". De hamer uiel. Er ontstond geroezemoes. Iemand riep uit: "Nu kunnen we doorgaan en bieden op die kostbare stukken!" Maar de ueilingmeester keek de zaal in en kondigde aan dat de ueiling uoorbij was.

Verbijstering en ongeloof in de zaal. Iemand stond op zei: "Hoe zo, de ueiling is uoorbij? We zijn hier niet gekomen voor de zoon van de een of andere ouwe uent. Hoe zit het met al die kostbare schilderijen? Er staat hier voor miljoenen aan kunst. Ik eis uitleg uan u!" De ueilingmeester antwoordde: "Het is heel eenvoudig. In het testament van de vader staat: wie de zoon neemt, krijgt de rest erbij".'

B ij uitgeverij Agora te Kampen verschenen twee deeltjes in een reeks 'Klein filosofisch citatenboek'. Hieruit vier citaten:

• 'Het ongeluk uan deze generatie is, dat men de verhouding tot God geheel is kwijtgeraakt, dat men tegen God in het geweer is gekomen, terwijl men zich nu inbeeldt, dat de verhouding tussen de mensen onderling de allerheiligste levensopdracht geworden is.'

KIERKEGAARD

• 'Als er een mens bestaat die zo ongelukkig is geworden, dat hjj heeft moeten afzien van het geluk in een huwelijk, niet omdat hij zich er boven verheven voelde, maar veeleer haast met een overwaardering van het huwelijk, zodat hij des te dieper zijn ongeluk moest proeven, - dan neemt God zo'n mens in bescherming, juist in de kleine dingen van het leven, zoals een vader dat doet met een kind dat ziek is. Voor zo'n mens kunnen talloze kleinigheden op ontroerende wijze uitdrukking worden van zijn godservaring.'

KIERKEGAARD

• 'ledereen die God gevonden heeft, bezit een genadige God en is gelukkig; iedereen die God zoekt bezit een genadige God, maar is nog niet gelukkig; al wie zich echter door zijn ondeugden en zonden van God vervreemdt, is niet alleen niet gelukkig maar leeft zelfs niet

met een genadige God.'

AUGUSTINUS

• 'Mensen hechten bijzonder grote waarde aan jaargelden en uitkeringen, en daardoor verhuren ze hun werkkracht, hun inzet, hun dienstvaardigheid. Tijd waardeert niemand, daar springen ze behoorlijk los mee om, als kostte die niets. Maar als diezelfde mensen ziek zijn, als de dood gevaarlijk dichtbij komt, als ze hun doodvonnis vrezen, moetje eens zien hoe ze de artsen bij hun knieën pakken en bereid zijn met alles wat ze hebben te betalen om maar te leven! Zo tegenge-

stelde verlangens leuen in hen!'

SENECA

H et Tijdschrift voor Nederlandse Kerkgeschiedenis (uitgave Eburon) is geheel gewijd aan 'De vrouw in de pastorie'. P. H. A. M. Abels schrijft over Een voorbeeldige vrouw - Positie en invloed uan de predikantsvrouw in de vroegmoderne tijd, beginnend in de Reformatie. Uit dit artikel twee fragmenten.

• 'Het bestaan van een ideaalbeeld van de predikantsvrouw bracht onvermijdelijk met zich mee dat er ook vrouwen waren die niet konden voldoen aan de hoge eisen die aan hen werden gesteld. De verschillende dassicale acta maken hier incidenteel melding van. Zo werd de echtgenote van Joannes Gregorii in Westkapelle in 1612 mede verantwoordelijk gehouden voor de financiële problemen waarin haar man was geraakt. De classis Walcheren verweet haar onachtzaamheid in het huishouden en vermaande haar tot "vroedt ende neerstich" werk. De pronkzucht van de vrouw van Pauwel Masuer ontlokte zeven jaar later eveneens dassicale kritiek. Een beroeping naar het Franse Calais werd pas goedgekeurd nadat zijn vrouw beloofde zich "stichtelick in hare cleedinge" te gedragen. Ook een andere classis, die van Deventer, greep een beroepingsprocedure aan om een predikantsurouw de les te lezen.Judith uan Sichten, getrouwd met Justinus Hauenberg, mocht haar man in 1629 pas naar Rijssen vergezellen nadat haar was ingepeperd dat zij meer zorg moest besteden aan haargezin, haar ongeregeld leven diende te beteren en haar nutteloze reizen achterwege zou laten. Het moest volgens de dassicale broeders volstrekt duidelijk zijn, dat de dienst van het Heilig Evangelie nimmer meer ontheiligd of gelasterd mocht worden door toedoen van deze losbandige predikantsvrouw. Het ongezouten oordeel van de Deventer classis over Judith van Sichten onderstreept de voorbeeldfunctie die de gereformeerde kerkvergaderingen zagen weggelegd voor de pastoriebewoonsters. De handelwijze uan deze classis was echter minder omzichtig dan haar Dordtse evenknie in had bepleit. Ook deze vergadering wilde dat er naarstig gelet zou worden op de "fouten van de huysvrouwen van de predicanten", maar benadrukte dat alle moeite gedaan moest worden om geconstateerde misstappen in alle discretie en bescheidenheid te corrigeren. De in Dordrecht rond de vergadertafel verzamelde predikanten waren er blijkbaar toch beducht voor om, mocht hun eigen echtgenote onverhoopt een misstap begaan, al te zwaar te worden geconfronteerd met negatieve oordelen en sancties van hun ambtsbroeders.'

• 'Invloed van de predikantsvrouw op de carrière van haar man komt in de bronnen het meest duidelijk naar voren in beroepingsprocedures. Formeel wisten predikanten vaak zwaarwegende theologische of pastorale redenen aan te voeren waarom zij een beroep van een andere gemeente aanvaardden of juist afwezen, maar op de achtergrond sprak de vrouw vaak een geducht woordje mee. Toen de gemeente uan Maasland in 1599 alles in het werk stelde om de vooraanstaande Brielse predikant Reijnier Donteclock te krjjgen, liet deze in een brief aan zijn Delftse vriend en collega Arent Cornelisz. Storm van 's-Gravezande weten dat zijn vrouu/ niets zag in dit beroep. Zij was namelijk "gansch nietghesint te lande te woonen ende dat vanweghen de onghewoonte ende eenelicheijt [eenzaamheid], principalijck in Maeslant daer het huijs achter de kercke staet, zoodat men degansche dach niet een mense en siet". Anders dan Donteclock, die de ware redenen voor de afwijzing van zijn beroep slechts toevertrouwde aan intimi, deed Adriaan Smout hierover in 1604 tegenover de classis Rotterdam absoluut niet moeilijk. Met geen stok kon hij zijn vrouw Heyltjejansdr. Hooft, met wie hij pas een halfjaar eerder in het huwelijk was getreden, bewegen hem te volgen naar het dorp Rhoon. Hij wilde het beroep dan ook slechts voor een jaar aannemen als de classis zou toestaan dat zijn vrouw gedurende die tijd in Rotterdam bleef wonen. Het gebrek aan predikanten in de classis was zo njjpend, dat Smout inderdaad toestemming kreeg voor deze LAT-relatie avant-la-lettre. Nadat het jaar verstreken was kon hij Heyltje echter nog steeds niet overhalen om naar het platteland te verhuizen en mocht Smout een beroep naar elders aannemen.'

v.o.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's