Geloofsgehoorzaamheid [2]
Hoe komt men tot geloofsgehoorzaamheid? Door 'amen' te zeggen op wat ons in de prediking voorgehouden wordt.
Helaas vindt de prediking niet altijd gehoor, 't Ergste is wel als men na de preek zegt: 'Het was vanmorgen weer niets', of "t Was weer het oude liedje', 't Is niet te zeggen welke schade dit al heeft berokkend. En dan denk ik niet alleen aan schade voor de persoon die deze uitspraken doet, maar ook schade aan anderen die hiervan deelgenoot gemaakt worden.
Een getal kan ik niet noemen, maar wel vrees ik dat in de loop der jaren vele jongeren zijn afgehaakt, omdat er niet opbouwend over de preek gesproken werd. Altijd was er kritiek. Ik kijk er niet van op dat zij dan een weg inslaan die van de Heere en Zijn dienst afvoert. In kritiek zit immers niets wat aantrekt!
Daarmee wil ik niet zeggen dat het niet kan gebeuren dat een preek over ons heengaat of dat wij er niet zoveel aan hebben. Wij zijn niet iedere zondag dezelfde, de dominee die de preek houdt is niet iedere dag dezelfde. Er kan inderdaad iets op de inhoud van de preek zijn aan te merken, doch laten wij zeker als ouders onze kritiek voor ons houden en niet 'spuien' waar onze kinderen bij zijn. En als wij toch menen iets te moeten zeggen, laat het dan op een wijze zijn die onze kinderen niet doet vervreemden van God en Zijn dienst.
Afwijzing
Het bovenstaande diende als inleiding. Het ging meer over de gevolgen als de preek niet landt, afgewezen
wordt.
Hieronder kan een dienaar van het Woord lijden. De profeten hebben eronder geleden. Ik denk aan Samuël en Jesaja. Laatstgenoemde riep uit: 'Wie heeft onze prediking geloofd? ' Maar ook een Johannes de Doper en een Paulus hebben onder de hardigheid van het hart van hun hoorders geleden. Steeds opnieuw moest Paulus ervaren dat zijn prediking in de synagoge niet overkwam. De gekruiste en opgestane Christus werd afgewezen. De prediking niet geloofd.
Ook de Heere Jezus Christus heeft als het ware moeten zeggen: 'Wie heeft Mijn prediking geloofd? ' Duidelijk komt dit uit als Hij Jeruzalem nadert. Wanneer Hij de stad ziet en in 't bijzonder aan de bevolking van de stad denkt, zegt Hij: 'Jeruzalem, Jeruzalem, hoevele malen heb Ik u bijeen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens, maar gij hebt niet gewild'.
Dat de prediking wordt afgewezen, is gelegen in de onwil van de hoorders. Niemand zal het mij kwalijk nemen als ik daarop een ogenblik de nadruk leg. Ik doe dit om bepaalde reden. In het pastoraat hoorde ik meer dan eens zeggen dat wij vanwege onze onmacht niet kunnen geloven. Toch moeten wij erop letten dat de Bijbel ons in eerste instantie niet voorhoudt dat wij niet kunnen geloven, maar dat wij dit niet willen. Wij horen dit de Heere Jezus, de mond der waarheid, Zelf zeggen, 't Is altijd de onwil waarom wij niet tot Jezus komen? Maar - zo vraagt iemand - hoe zit het dan met de onmacht? Bestaat die dan niet? Deze bestaat wel degelijk! Maar als de Heere werkt in ons leven, confronteert Hij ons eerst met onze onwil om ons daarna te bepalen bij onze onmacht. Echter... wij behoeven zowel over het een als het ander niet in te zitten. Want ook dit is waar: als de Heere overkomt in ons leven, brengt Hij alles mee! Ook dat wij gaan willen en kunnen! Hieraan behoeft niet getwijfeld noch gewanhoopt te worden. Zijn goedheid is zeer groot! Ik maak nog een opmerking. Wanneer de prediking wordt afgewezen, is dit ten gevolge van onze onwil. En deze onwil valt niet te vergoelijken alsof wij daar eigenlijk niets aan kunnen doen. Onwil is schuld. Zij is schuld voor God Die de schuldige geenszins onschuldig zal houden. Hetzelfde kan gezegd worden van onmacht, maar Iet wel op de volgorde. De onwil gaat voorop!
Toch gehoor
Dienaren van het Woord kunnen wel eens moedeloos zijn, omdat zij menen dat zij voor stoelen en banken staan te preken. Er zitten in de banken en op de stoelen wel mensen, maar zij geven geen respons d.i. antwoord op de prediking.
Dat is toch alles maar betrekkelijk! Er staat onder meer van het Woord geschreven dat het zal doen hetgeen de Heere behaagt. Zijn Woord zal niet ledig wederkeren. Wij horen de profeet Jesaja, de evangelist van het Oude Testament, zeggen: 'En het welbehagen des Heeren zal door Zijn hand gelukkiglijk voortgaan'. Dat betekent onder meer dat de prediking van het Evangelie er zorg voor draagt dat jongeren en ouderen getrokken worden uit de duisternis tot Gods wonderbaar licht. Hoe dat gebeurt? Het Woord legt beslag op ons hart. Het laat ons zien onze ongerechtigheden, maar het laat ons ook horen dat er bij de Heere vergeving is. Maar bij U is vergeving... bij U is het kruis... bij U is Jezus Christus! Willen wij tot geloof en geloofsgehoorzaamheid komen, dan is het nodig dat wij Jezus Christus omhelzen als onze Borg.
Jezus Christus, geen Naam, geen Persoon is er beter voor het hart! Hij heeft gehoord d.w.z. Hij heeft volkomen gehoorzaamd. Aan alles wat Zijn Vader van Hem eiste, heeft Hij gehoor gegeven. Hij heeft gehoorzaamd tot aan de dood aan het kruis. Hoe diep Hij er onderdoor ging, hoezeer Hij van God en mensen verlaten werd, maar Zijn gehoorzaamheid gaf Hij niet op. Hij volhardde in het gehoorzamen. Wat is dit bij Jezus Christus geweest dat Hij volhield in het gehoorzamen? Niets anders dan liefde. Van die liefde heeft de prins der dichters, Joost van den Vondel, gezegd: 'Geen liefde komt Zijn liefde nader, geen liefde is zo groot'.
Let wel: Zijn werk der liefde, Zijn borgtochtelijk werk, houdt Hij niet voor Zichzelf. Hij deelt dit uit. Hij deelt dit graag uit. Het is zoals Pascal dit zegt: Zijn liefste werk om uit te delen wat Hij heeft verworven op Golgota's kruis.
Hij eigent en Hij past Zijn werk toe door de Heilige Geest. Men mag ervan overtuigd zijn dat de Heilige Geest ons alles schenkt wat ons ontbreekt. En wat toepassing en toe-eigening betreft, zij worden wel onderscheiden, maar zij mogen in geen geval gescheiden worden. Bij de toepassing geeft de Heilige Geest ook de toe-eigening. De Heilige Geest schenkt ons Christus (toepassing), maar Hij geeft ons ook armen des geloofs om Christus te omhelzen (toe-eigening). Dan krijgt het Woord zo'n beslag op ons en in 't bijzonder het vleesgeworden Woord dat wij niet anders kunnen zeggen d.i. belijden: 'Mijn Heere en mijn God'.
Gevolgen
't Zal duidelijk zijn dat het geloof alles met gehoorzaamheid te maken heeft. Het blijft er niet bij dat wij zeggen: 'Ik
zal mijn hand op Jezus leggen; amen op Zijn offer zeggen'. Het geloof laat ook iets horen en zien. Geloofsgehoorzaamheid krijgt handen en voeten in het dagelijks leven,
't Zal juist zijn dat het geloof een innerlijke kant heeft, maar het heeft óók z'n uitstraling naar buiten toe. Ieder zal begrijpen dat ik niet alles kan noemen, maar toch wil ik een paar voorbeelden geven die alles met geloofsgehoorzaamheid te maken hebben. Hoe wil de Heere dat wij in de kerk, in de gemeente, kortom in de verbanden zullen staan waarin Hij ons een plaats gegeven heeft? Hij wil dat wij daarin zachtmoedig en nederig van hart zullen zijn. Ik zeg niet te veel als ik stel dat wij dit móeten leren. Ook al is het geloof ons deel, zo wil dit nog niet zeggen dat wij altijd zo zachtmoedig en nederig van hart zijn en de ander voor laten gaan.
Dat móeten wij leren! Dat móeten wij van dag tot dag leren. Dat kost niet alleen veel tijd, maar dat gaat ten koste van heel ons oude bestaan waarvan na eens ontvangen genade in ons nog zo veel gevonden wordt. Daarom is het nodig om op de school van Jezus eigen krachten te leren verachten.
Zachtmoedigheid en nederig van hart leren wij bij Jezus, bij Hem alleen. Hem horen wij zeggen: 'Leert van Mij dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart'. Wat heeft de Heere ons daarin een voorbeeld gegeven. Ik denk aan de voetwassing! Geen van de discipelen stak een hand uit de voeten van een ander te wassen. Zelfs niet om de voeten van de Heiland te reinigen. De Heere Zelf pakte allerlei attributen en reinigde de voeten van Zijn leerlingen. Voeten wassen - oren wassen. Wassen wij niet meer de oren van elkaar dan de voeten? Wat een polarisatie wordt er in de kerk aangetroffen. Wat gaat het er vaak hard aan toe in de gemeenten. Hard tegen hard! Wat kan men vaak weinig verdragen van elkaar. Over allerlei onbenulligheden wordt er gestreden. Enige ruimte als het om middelmatige dingen gaat geeft men elkaar niet en gunt men elkaar niet. Ik idealiseer niet! Wel denk ik dat nog niet zo lang geleden het kerkelijk leven onder ons er anders, beter en gezonder uitzag dan in het heden. Ik kan mij niet helemaal aan de indruk onttrekken dat geloofsgehoorzaamheid in het kerkelijk leven en in dat van de gemeente meer gestalte zou krijgen als wij iets meer van elkaar zouden verdragen.
't Staat intussen buiten kijf dat geloofsgehoorzaamheid alles te maken heeft met het peil van het geestelijk leven. Ook heeft de liefde er alles mee te maken. Hoe meer liefde tot de Heere, hoe meer liefde tot elkaar. Hoe meer er verborgen omgang is met de Heere, hoe meer zal er ook het omzien - in de goede zin van het Woord - naar elkaar zijn. Het woord van Petrus zal ter harte genomen worden als hij zegt dat eenieder vergenoegd moet zijn in wat hij is en niet in wat hij niet is. Waar hebben wij op te letten? Op niets meer, doch ook niets minder dan de oerzonde d.i. de hoogmoed. Zij is er de oorzaak van dat zelfs in de gemeente geen twee mensen door een en dezelfde deur kunnen gaan.
Dienen
Het leven van een christen bestaat uit dienen. Let wel: uit God dienen én de naaste. Het heeft alles te maken met een heilige levenswandel. Ik kan ook zeggen: 't heeft alles te maken met leerling zijn van het Woord. Daarover een volgend keer.
G. S. A. DE KNEGT, BARNEVELD
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's