'Ik ben maar zo'n fittinkje...'
ONTMOETINGEN MET HEEL VERSCHILLENDE MENSEN
1 Een tijdje terug schreef ik in 'de Waarheidsvriend' over pastorale ontmoetingen met ouderen in een zorgcentrum in Zeist. Deze keer tuil ik weer iets schrijven over ontmoetingen. Nu echter wil ik de kring wat breder trekken. Niet alleen ouderen komen aan het woord, jongeren netz0 goed. Ook geluiden vanuit de leeftijdscategorie daartussen.Maar... een ding hebben ze gemeen. Het zijn allemaal stemmen die ik doorgeef ter bemoediging. Omdat ze mij bemoedigd hebben. Waardoor? Omdat het me laa dat God werkt!
Je komt als geroepen...
Het is bijna 17 jaar geleden, maar ik weet het nog als de dag van gisteren. Ik was depressief en niet zo'n klein Ideetje ook! En dat nog wel precies op de verjaardag van mijn vrouw, 's Morgens was er bezoek geweest, toen ging het al niet zo goed. Ik zat er maar wat bij te hangen.
's Middags werd het zo mogelijk nog erger. Ik trok me terug in m'n werkkamer, waar ik zomaar een beetje doelloos voor me uit zat te staren...
Toen ging de bel... Ja, dat kun je verwachten op een verjaardag. Ik hoorde opgetogen stemmen in de gang en mijn vrouw riep: 'Kijk 's wie er nou is!' Kijken hoefde ik niet, ik hoorde het al: een goede vriend van me, die ik bijna nooit zie. Die zich ook nooit en te nimmer iets aantrekt van verjaardagen, ook nu niet.
'Ik was in de buurt', verklaarde hij, 'en ik dacht: laat ik even langsgaan'. Ik zei: 'Je komt als geroepen...' We kwamen samen boven op mijn kamer terecht en ik heb m'n hart uitgestort. Hij luisterde, luisterde en luisterde...
Kwam niet met gemeenplaatsen, gooide niet lukraak met bijbelteksten... Ten slotte zei hij: 'Wonderlijk dat ik ineens aan jou dacht! Ik was helemaal niet van plan om te komen'.
Hij heeft me bemoedigd en getroost. Ik moest denken aan het boek over pastoraat van prof. P. J. Roscam Abbing Komen als geroepen, dat als ondertitel heeft: over de gemeente die haar roeping vervult...
Brugpieper
Vorig jaar kwam ze bij me, in het kader van mijn afscheid van de HGJB, om me te interviewen voor een werkstuk. Een brugpieper van twaalf. Ze stelde wijsneuzige vragen, echt goed! Het werkstuk kreeg een goed cijfer. Maar tussen de bedrijven door hadden we het ook nog over de leiding van God in je leven. Ze vroeg me op de man af hoe ik die ervaren had in mijn leven en in mijn werk. Ik heb daarover wat verteld.
'Weet u', zei ze, 'ik ervaar de leiding at van zien God ook wel, op school bijvoorbeeld. Anderen hebben dat ook (ze zit op een christelijke school). We praten erover met elkaar. Best goed!' Toen ze vertrokken, was dacht ik terug.
Dacht ik, toen ik twaalf was, ook over de leiding van God in mijn leven? En... praatte ik daarover met mijn klasgenoten? Ik vrees van niet...
Een nul? Drieëntwintig was ze. Ze liep stage bij de al eerder genoemde jeugdorganisatie waar ik werkte in het kader van de GPW-opleiding van de Christelijke Hogeschool Ede. Ik was haar begelei-
der. Zoals altijd probeerde ik naast de stagebegeleiding te komen tot persoonlij-
ke gesprekken. Toen na een paar weken het ijs een gens spoedig dooiend!), gooide ze haar papier en pen een keer pardoes op de tafel, keek naar dezelfde tafel en gooide er ineens uit: 'Ik ben een nul, altijd geweest, dat hebben m'n ouders me al verteld van' jongsaf aan.
Nooit heb ik iets goed gedaan. Dat kon ik ook niet, zeiden ze, want een mens is ontvangen en geboren in zonden en geneigd tot alle kwaad. Dat geloof ik ook wel, maar... doe je dan nooit iets goed? Zo in het gewone leven? Ik denk soms van niet. Af en toe heb ik de neiging de hele godsdienst en de kerk en het geloof overboord te gooien, want als het zo moet...' Ze zuchtte diep. Voorzichtig heb ik proberen aan te geven dat ik dat gevoel herkende.
Vanuit mijn eigen opvoeding, vanuit een bepaald soort 'dogmatisch onderwijs' en dergelijke. Of een mens nooit iets goed doet?
Misschien was het een mislukte grap, maar ik heb gezegd: 'Deze stage doe je in ieder geval aardig... en je staat nog maar aan het begin.' Het relativeerde op dat moment wat.
Verder hebben we samen gelezen in het voortreffelijke boekje van ds. H. G. de Graaff Onbekwaam tot enig goed!? Het was voor haar een openbaring dat onbekwaam zijn om bij te dragen aan je heil en een volslagen nutteloos vod zijn twee heel verschillende zaken zijn.
Laatst sprak ik haar nog. Ze zei niet zoveel, want ze is en blijft een 'binnenvetter', maar aan haar gezicht zag ik dat de Heilige Geest Zijn werk doet met haar. Kan het beter?
Preek vanaf de trap
In het zorgcentrum voor ouderen liep ik hem tegen het lijf. Liever gezegd: ik liep bijna tegen zijn trap aan (trapleer noemden ze bij ons thuis vroeger zo'n ding), waarop hij stond. Bril op het puntje van zijn neus, rommelend aan een lampje aan het plafond. De klusjesman.
'Zo', zei ik, 'ga je de kerstverlichting in orde maken? '
'Nee, dit lampje flikkert zo, daar moet ik wat aan doen.'
De bril verdween in zijn borstzak, hij legde zijn schroevendraaier neer en keek boven vanaf de trap op me neer. 'Ga je preken? ' vroeg ik. 'Nee', zei hij maar hij deed het wel. Dat had ik wel gedacht.
'Weetje, waar ik aan stond te denken net? Dat heel die elektriciteit prachtig in elkaar zit. Dat kun je zo overbrengen op het geestelijk leven. Het belangrijkste is de krachtbron. De lampen zijn ook onmisbaar, de draden ook. Maar... we vergeten wel eens dat zo'n fitting ook z'n werk doet. Die kun je ook niet missen. Weetje, ik heb een vergelijking gemaakt met mezelf. Ik ben ook maar zo'n fïttinkje. Ik kan niet veel meer, want ik ben afgekeurd. Maar hier kan ik nog iets doen. Klusjes, mensen rijden, en...'
'Preken', viel ik hem in de rede. 'Mag dat dan niet? ' reageerde hij. 'Gerust, als je het maar niet doet in de tijd van je baas!'
Hij schudde z'n hoofd. 'Jij wordt ook nooit wijzer...'
De man had gelijk!
Bijzonder?
Zijn de beschreven ontmoetingen zo bijzonder? Nee, door de bril van onze wereld vol belangrijke mensen, niet.
Maar wél door de verrekijker van het Koninkrijk van Christus. Ik hoop dat u zich als lezer met mij verheugt en verwondert over:
- een goede vriend die je uit de put helpt; hopelijk hebt u ze ook!
- een brugpieper die van haar geloof getuigt; misschien doen uw kinderen wel hetzelfde; dank God ervoor!
- een student die ontdekt dat ze voor Jezus geen nul is.
- een prediker die in alle eenvoud - tussen de klussen door - een verkondiger van het Goede Nieuws mag zijn. Wat kunnen kleine dingen van elke dag groot worden!
A. J. TERLOUW, ZEIST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's