Met vakantie
's Avonds om zes uur stopte een grote auto bij ons vakantiehuisje. Die kwam ons ophalen voor de kerkdienst in Elburg.
De oudere kinderen waren al op de fiets vooruit gegaan. Mijn vader had zijn lange zwarte preekjas aangetrokken.
Wij zagen er allemaal piekfijn uit, met geblokte kniekousen, zondagse schoenen (sandalen met spekzolen) en een kaarsrechte scheiding in het natte haar. Daar gingen we.
Toen we de kerk binnenkwamen, was ik meteen diep onder de indruk. Wat een hoge gewelven en een machtige pilaren. Wat een hoge ramen, wat een preekstoel. En het allermooiste: het orgel, met zijn ontelbare pijpen en de engelen daarboven met trompetten en harpen.
De kerk was stampvol. Er was voor mij nog net een plaatsje op de galerij. Waar de rest van de familie zat, wist ik niet eens. Mijn moeder had het geld voor de collecte en een paar pepermunten in mijn hand gestopt. Ik had daar een prachtig uitzicht en zag de honderden kerkgangers beneden me. Het orgel speelde, nu eens zacht alsof je David op de harp hoorde tokkelen. Dan weer zwol het geluid aan alsof de engelen op hun trompetten begonnen te blazen.
Ineens zweeg het orgel. Naast de preekstoel ging een deur open en een stoet van ouderlingen en diakenen in zwarte pakken kwam binnen. Daar liep mijn vader tussenin. De man die vóór hem liep, bracht hem naar de preekstoel, gaf hem een hand en zei iets tegen hem. Het was stil. Daarna beklom hij tree voor tree de hoge preekstoel. Boven aangekomen, sloot hij het deurtje, liet zijn blik door de kerk gaan en sprak het votum en de groet uit.
Daarna zei hij op de hem zo eigen manier: 'Gemeente, laat ons dit samenzijn aanvangen door te zingen uit Psalm 86 : 6:
'AI de heïd'nen door Uw handen, Voortgebracht in alle landen Zullen tot U komen, Heer, Bukken uoor Uw aanschijn neer.
En Uw naam ter ere leuen, Gij zijt groot en hoog verheven. Gij doet duizend wonderheen, Gij zijt God, ja Gij alleen.'
Naast mij zat een jongen, die niet wist dat het mijn vader was, die op de preekstoel stond. Hij boog zich naar mij toe en zei: 't Is vast un zwoare, want-ie leest 't ele psalmvars veur. Ik deed net alsof ik hem niet begreep en knikte maar een beetje.
Het orgel zette in, de gemeente zong, langzaam en meeslepend. Ik wist niet wat ik hoorde. Wat een massale zang, wat een geluid. Zou er in de hemel ook op deze manier gezongen worden? Dat moest wel met die ontelbaren. Ik zag de man van vrouw De Liefde en ook mijn eigen moeder meezingen tussen de schare die niemand tellen kan.
De preek ging over Psalm 68 : 32: 'Morenland zal zich haasten zijn handen tot
God uit te strekken'. Vaders stem klonk als een bazuin door de eeuwenoude kerk. Ik was werkelijk zo trots als een pauw. Het was doodstil. Dit was nu het beslag van het Woord, waarover mijn vader het wel eens had.
'En vraagt iemand soms op welke ofhoedanige wijze de woorden van deze profetie in vervulling zijn gegaan, dan zal het antwoord op deze vraag gevonden worden in het volbrachte werk van Sions gezegende Borg en Koning Christus Jezus. Toen is de blinde heiden - tot dusver van God gescheiden - tot God bekeerd. Ik zie de kamerling van Candace', de koningin der Moren op reis van Jeruzalem naar huis. Filippus, de diaken, klom op zijn wagen en ontsloot hem vanuit Jesaja 53 de heilsgeheimen van Gods eeuwig welbehagen en de Moorman werd gedoopt in de naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. Terecht schrijft Lukas van hem, dat hij zijn weg met blijdschap reisde.'
Hier onderbrak hij zijn preek en zei: 'Laten we nu eerst nog een versje zingen, namelijk Psalm 68 : 15, ' waarop hij het vers citèerde. De jongen naast me vond dat het allemaal al lang genoeg geduurd had en fluisterde me toe: 'Dat numtie un varsje, 't is warempel de langste psalm die d'r besteht.' De gemeente zong: 'Egypte zal met Morenland Tot God verheffen hart en hand, Den God van onze vaad'ren.'
Hierna hervatte mijn vader de preek. De toepassing na de middenzang. 'En nu komt het er voor ons allen zo op aan, dat we onszelfleren kennen als een Moorman en dat we ook leren onze handen tot God uit te strekken. Dat we tot God bekeerd worden. Door het geloof in de Heere Jezus Christus. Dat wil God nu met ons allemaal doen. Laten we ons toch haasten, ook de jongens en meisjes die op de galerij zitten.' En met nog veel meer andere woorden betuigde en vermaande mijn vader de gemeente van Elburg en zei: 'Wordt behouden van dit verkeerd geslacht.' Eindelijk klonk het amen. De jongen naast me zei zachtjes: 'Hè, hè, dat wurn tiet. 'k Heb pien in mien bott'n van 't zitt'n.' Maar ik liet me niet door hem van de wijs brengen. Ik vond het in één woord geweldig zo'n vader op de kansel te hebben. Hij leek wel op Mozes, zo eerbiedwaardig als hij er uit zag op die preekstoel.
Het begon al donker te worden toen we terug reden. De auto stopte bij ons vakantiehuisje. De fietsers waren er al. We zaten daarna stil bijeen. Mijn vader stak de gaslamp aan en deed de ramen dicht tegen de muggen.
s Mijn moeder zei: 'Wat heb je toch gepreekt, man. Als dan een Moorman tot God bekeerd kan worden, dan kan het voor ons allemaal.'
De vrede van God daalde op ons neer. Het was het hoogtepunt in onze vakantie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's