Uit de pers
Ga je emigreren?
Toen ik als kind nogal eens de neiging had met m'n handen in de zakken te lopen, werd er soms spottend gevraagd: 'Ga je emigreren? ' Als je dan vroeg: 'Hoezo? ' werd er geantwoord: 'Dan heb je je handen zeker al ingepakt? ' In die tijd, de vijftiger jaren van de vorige eeuw, was emigreren erg in.
Vele gezinnen en families verlieten het land der vaderen om een nieuw bestaan te beginnen in een ander werelddeel. In De Hoeksteen, Tijdschrift voor vaderlandse kerkgeschiedenis, 31e jaargang no. 1 maart 2002, schrijft T. Vogelaar (Scherpenzeel, Gld.) een interessant artikel over deze materie en dan vooral gericht op hen afkomstig uit de Gereformeerde Gemeenten hier en in Noord-Amerika behorend tot de Netherlands Reformed Congregations. Boven zijn verhaal heeft de schrijver gezegd 'Vaarwel, vergrijsd Europa!'
'In Nederland was emigreren na de Tweede Wereldoorlog net een epidemie, een ziekte waarmee mensen elkaar besmetten. Er werd enorm veel over gepraat en geschreven. Soms emigreerden hele families, of een halve straat, soms tientallen, misschien honderden mensen uit een stad of dorp. Er waren er die in ieder geval weg wilden, hoe dan ook. Als ze werden afgewezen door Canada, richtten ze prompt de blik op een ander land en gingen ze proberen Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland oj Brazilië binnen te komen.
Er waren heel veel beweegredenen, die aan de emigratiegolf ten grondslag lagen. Men wilde vrijheid, ruimte; men hoorde mooie verhalen. Canada was zo groot, 272 keer zo groot als het dichtbevolkte en door de oorlog verarmde Nederland. In Canada was er veel vrijheid en ruimte en veel mensen hadden een eigen huis. Het avontuur lokte, dat speelde 00 keen rol; men wilde, najaren waarin er voor reizen en pleziertjes weinig gelegenheid was, weieens wat meer van de wereld zien.
De emigranten hoopten in het nieuwe land snel rijk te kunnen worden, of in ie4er geval een goed bestaan te kunnen opbouwen voor zichzelf en het nageslacht. In Nederland was er soms geen werk, of geen huis, of men kon geen eigen bedrijf beginnen. Of de belastingdruk verdreef naar overzee. Of de bureaucratie met zijn vele regels en regelingen zat hardwerkende mensen dwars. Of men zag in het vaderland geen toekomst voor de kinderen. Of men had niet de moed om te helpen het door de oorlog geruïneerde Europa weer op te bouwen.
Er was in Nederland na de bevrijding een enorme woningnood, want in de oorlog was er bijna niets gebouwd. Het ruimtegebrek na de oorlog werd nog groter doordat de bevolking door een geboortegolf snel groeide. Het neerzetten van andere gebouwen dan woonhuizen werd bemoeilijkt doordat de bouwmaterialen "op de bon" waren. (...)
Er waren nog meer oorzaken waarom men wilde emigreren: er was ergernis omdat mensen, die met de vijand hadden geheuld na de oorlog nauwelijks werden bestraft, maar soms juist in goede posities terechtkwamen. Mensen die zich veiligheidshalve zoveel mogelijk op de achtergrond hadden gehouden, hingen nu de dappere verzetsman uit.
Er was onvrede over de twisten in de Gereformeerde Kerken, die in 1944 ondanks de benarde oorlogsomstandigheden waren geëscaleerd in de Vrijmaking. Het oorlogsrumoer heerste niet alleen buiten, maar ook binnen de kerk. Er was weerstand tegen het opkomende socialisme in Nederland. Voor het eerst werd de regering geleid door een sociaal-democraat. Velen waren ook bang voor het communistische gevaar, voor een aanval door de Russen. De politieke situatie in Europa was gespannen. De Koude Oorlog brak uit en het IJzeren Gordijn werd hoog opgetrokken.'
Nadat de Verenigde Staten nauwelijks nog emigranten toeliet, kwam vooral Canada in beeld. Canada had veel mensen nodig, schrijft Vogelaar, voor de landbouw en de Canadese regering wist dat de Nederlanders goede boeren waren. Mensen die wilden werken waren zeer welkom. Een uitgebreide wervingscampagne zette nog meer mensen op het spoor van de emigratie. Een enorme stroom emigranten kwam op gang vanaf juni 1947. In mei 1954 stapte de 100.000e naoorlogse Nederlandse emigrant in Montreal van de boot. En dat was dan alleen nog maar Canada dat wel de grootste groep emigranten kreeg: 184.150 personen. N
'Emigreren was een grote stap, nog groter dan nu. Het betekende: afscheid voor lange tijd, misschien wel voor altijd. Dat laatste was vaak niet zo, maar dat gevoel leefde wel, en het duurde vaak wel geruime tijd voordat men geld en gelegenheid had om weer eens in Nederland te gaan kijken. Bovendien moest alles de eerste jaren per boot, en dat gaat niet zo vlug, dus een bezoek aan Nederland kostte alleen aan reizen al veel tijd.
Bij hun emigratie namen de landverhuizers a/scheid van hun Jamilie, de vrienden, de bekende omgeving, ajscheid van alles waaraan herinneringen verbonden waren, dikwijls ook van de plaats waar men geboren en getogen was. Dat viel de emigranten zwaar. De familie, die in Nederland achterbleef, was bedroefd en soms boos. Soms werd de stap afgekeurd omdat men vond dat de emigranten Gods oordelen niet mochten ontvluchten.
Soms was het ajscheid nog ingrijpender. Een emigrant in Canada vertelde me eens hoe hij als 18-jarige jongen met zijn ouderlijk gezin was geëmigreerd. Zijn vader deelde mee: We gaan emigreren, dus maakje verkering maar uit. En zo geschiedde... Het meisje bleef achter in Nederland. Naar hedendaagse maatstaven een onvoorstelbare gang van zaken.
Een onzekere toekomst wachtte de emigranten. Het was een ingrijpende beslissing, zeker ook voor de ouders van grote gezinnen, om alles achter te laten, alle schepen achter zieh te verbranden en elders een nieuw bestaan van de grond af aan te gaan opbouwen.
Emigratie betekent een cultuurschok. Men kwam soms uit een dorpsgemeenschap, die zo besloten was als wij ons nu nauwelijks meer kunnen uoorstellen. Sommigen waren nooit van hun eiland af geweest. Nu ging men naar de grote Nieuwe Wereld.
Foto's uit die tijd tonen dames in klederdracht te midden van de talrijke andere passagiers op de emigrantenschepen. In het nieuwe land ging de klederdracht vaak snel de kast in, vervangen door minder opvallend "burgergoed". Vanaf begin jaren vijftig gingen er ook mensen per vliegtuig. Dat ging veel sneller dan met de boot, maar de luchtreis duurde in die tijd toch nog zo'n achttien uur, bijna drie keer zo lang als nu.'
Emigreren was lang niet altijd, althans niet in de eerste jaren, voor veel mensen een ongekend succes. Ze begonnen hun immigrantenbestaan onder soms primitieve omstandigheden. Ook de taal was voor velen een probleem.
And now your money
Juist over dat taalprobleem geeft Vogelaar in zijn artikel een aantal humoristische voorbeelden.
'De taal bleef lange tijd een probleem. Dat leidde overigens ook weieens tot grappige incidenten. Er was een emigrant, die op een bord langs de weg met grote letters het woord ROOMS zag staan. Hij bewonderde de mensen, die zo voor hun geloof uitkwamen. Maar hij wist niet dat er "rooms", kamers verhuurd werden.
Ons woord "lucht" heeft twee vertalingen: "sky" is het uitspansel en "air" de lucht, die je inademt. Dus het was nogal grappig toen een Nederlander bij een benzinepomp vroeg
of ze de banden uan zijn auto konden bijvullen met "sky". Op den duur spraken de immigranten vaak een mengelmoesje uan twee talen, het zogenaamde Yankee-Dutch.
De ene emigrant legde zich ueel meer op het leren uan de nieuiue taal toe dan de andere. "De koeien speaken no English", hoorde ik eens een luat gemakzuchtige Nederlandse boer als uerklaring geuen voor het feit, dat hij na een paar jaar "Canada" nog nauwelijks Engels sprak.
De meeste emigranten behielden hun Nederlandse achternaam.
Een deel uan hen nam een Engelse voornaam aan en een enkeling verengelste ook de achternaam; Nieuwenhuyse iverd bijvoorbeeld Newhouse. (...)'
EEN TOETTE EN BIEFSTUK
'De predikanten, die uit Nederland kwamen, maakten hun Engelse preken met een woordenboek bij de hand. Het was voor hen maar moeilijk om in een vreemde taal te moeten gaan preken. Daar zijn verschillende verhalen uan bekend. Zo was er een predikant, die in het uuur van zijn rede uitriep: "The tears came out of the ears" (dat rijmt, maar hij zei dus: de tranen kwamen uit de oren).
Een andere dominee wilde de collecte aanbeuelen. In Nederland zijn daar mooie volzinnen voor: "van harte in uw milddadigheid aanbevolen" en dergelijke, maar hoe zegje dat in het Engels? Dus de predikant maakte een gebaar van duim en wijsvinger en riep: "And now your money!" ("En nu uw geld!").
Een ander sprak over een woestijnreis. In plaats van het Engelse woord voor woestijn gebruikte hij echter het woord uoor toetje, dat er veel op lijkt. Dat woord kwam steeds terug, dus tijdens de hele preek wandelde het volk door het toetje.
En dan was er nog de predikant, die tijdens een huwelijksdienst plechtig verklaarde: "They shall be one beef!" (zij zullen tot een biefstuk zijn).
Moeilijk, dat Engels! Anderzijds probeerden Nederlands-Amerikaanse predikanten hun Nederlands wat te oefenen voordat ze bij de Canadese gemeenten op bezoek gingen. Het leidde soms tot grappige incidenten, zoals uan die Amerikaanse predikant die na een dienst zei: "Alle banken waren bezeten".'
Vogelaar geeft veel informatie over het verloop van het kerkelijk leven in de 'Nieuwe Wereld'. Hij sluit af met de constatering dat de eerste generatie Nederlanders vooral bij het ouder worden zich burger bleven voelen van twee werelden.
'De emigranten bleuen Nederlanders, dat merkten ze vooral als ze ouder werden. Dan voelden ze dat ze toch geen echte Amerikanen of Canadezen waren geworden. Ze voelden zich soms maar burger van twee werelden.
Er waren er, die vol tevredenheid terugkekenop de stap, die ze tientallen jaren geleden hadden gezet. Er waren er ook die op hun oude dag best hadden willen terugkeren naar Nederland, maar de kinderen en kleinkinderen waren dat vast niet van plan, dus ze bleven maar in het land hunner vreemdelingschap. Hun Engels werd er op hun oude dag niet beter op, terwijl de kleinkinderen nauwelijks Nederlands kenden, dus de communicatie tussen de generaties verliep of verloopt niet altijd optimaal.
Dat toont ook het ingrijpende uan emigratie aan. Het gaat er niet alleen om om in een ander land te gaan wonen en werken, als een avontuurtje, maar een heel geslacht, een hele familie wordt ouergeplant en gaat zich meer en meer inwortelen in een andere cultuur en weggroeien uan het oorspronkelijke uaderland. Emigratie als breuklijn in de geschiedenis.'
Wie het hele artikel wil lezen, kan deze aflevering van De Hoeksteen wellicht toegestuurd krijgen. Men belle 010-5113003 (W. van der Louw, Gerberasingel 94, 2651XZ Berkel en Rodenrijs).
Het kan niet zo zijn dat
Die regel zult u de laatste maanden ook wel eens uit de mond van een politicus of bestuurder hebben gehoord. In In de Waagschaal (23 maart 2002) zet ds. Anne Vlieger (Wognum) het boven een bijdrage van zijn hand 'Het kan niet zo zijn dat' - notities ouer politiek:
Pas wanneer iemand anders praat ouer politiek, emotioneler, valt op hoe emotieloos Den Haag politiek bedrijft. Met Pim Fortuyn keert de emotie terug in de politiek.
In de vrije tijd valt er best wat te lachen, zegt men over iemand als Melkert. Maar wanneer keert de humor als wapen terug in de politiek?
De camera is gericht op de wandelgangen van het D66 congres. Overal mensen die elkaar lachend op de schouders slaan. De kijker voelt zich vervreemd. En daarmee de kiezer.
D66 is een zuil geworden. De partij die streed voor ontzuiling is een zuil van intellectuelen geworden die er verlichte denkbeelden op nahouden over euthanasie, strafrecht en de pil van Drion.
Krampachtig rechtse bewegingen maken, als reactie op Fortuyn, levert slechts genante vertoningen op.
'Het kan niet zo zijn dat in dit land gesjoemeld wordt met bouwvergunningen' - Wie de zalen zo Jormuleert roept bij de kiezer een wee gevoel op. Deze verstikkende manier van spreken smeekt om politieke onverschilligheid, waaronder zich een machteloze woede postvat.
'Enerzijds moet een Nederlands atleet de openingsceremonie van de Olympische Winterspelen bij willen wonen, anderzijds is vier uur in de kou staan misschien ook wel teveel gevraagd' (Wim Kok). Wat moeten we beginnen met zo'n uitspraak? Rust er een stra/ op stellingname?
De anti-islamitische uitspraken van Pim Fortuyn hangen nauw samen met zijn antichristelijke instelling.
Een demonische trek, als bij Wiegel, is in de politiek een uerademing. In het dagelijks leuen ook.
Wie heeft Leen uan Dijke de mond gesnoerd?
De Herculesramp, Srebrenica, - waarom komt de politiek hier niet klaar mee? Omdat iedereen wel beseft datje er niet bent met een 'Het kan niet zo zijn dat...' Ook in de politiek keert de wal het schip. Het ontbreekt aan mensen van Jormaat (Willy Brandt) die kunnen buigen en knielen.
Nu de verkiezingen weer in zicht komen, leek het me de moeite waard deze stellingen aan u door te geven. Het kan u wellicht helpen bij uw bezinning over de politieke situatie in ons goede vaderland.
J. MAASLAND
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's