Dienaar van de kerk in de stad
Ds. L. J. GELUK (65): ALS DE EERBIED VOOR DE SCHRIFT WEG IS, VERLIEZEN WE ALLES
Het mag typerend heten voor de hoffelijkheid en hartelijkheid van ds. Geluk dat hij voor zijn auto elders een plek zoekt en de kleine ruimte voor het huis vrijmaakt voor de auto van zijn gast. Dit voorbeeld maakt tegelijk helder dat de woonomgeving van de Rotterdamse predikant niet vergelijkbaar is met pastorieën in andere delen van het land. Het hoekhuis in de wijk Ommoord is een aantal kilometers van zijn geografische wijk verwijderd. Het heeft zijn betrokkenheid op de wijkgemeente 'De Samaritaan' in de binnenstad niet geschaad. Wie bij zijn afscheid meeleeft, kan niet om de moeilijke situatie van deze hervormd-gereformeerde wijkgemeente in de stad heen.
Binnenstad
'Toen ik predikant werd, had ik nooit gedacht in de grote stad te komen. Je weet datje gang door de kerk afhangt van de Heere God, Die ons leven bestuurt. Toen de deur voor mij in Woerden was dichtgegaan, opende de Heere voor mijn vrouw en mij de deur in Rotterdam. Hij heeft alles gemaakt dat we ons verwonderen moeten en dat doen we nog. Ik heb in Rotterdam een heel goede tijd gehad, een fijne kerkenraad om me heen. Er was en is heel veel inzet van de mensen voor de 250 taken waarvoor men stond en staat. Ik heb de gemeente in de loop der jaren zien veranderen. In 1987 hadden we nog een eigen kerk- en wijkgebouw. Dat is ons korte tijd erna ontnomen. Meer dan tevoren werden we een gemeente die elke week in een ander gebouw moest kerken. Ook zijn veel ouderen in die jaren weggevallen. In 1987 was de uittocht uit de stad nog niet voltooid. Vanaf de jaren vijftig kwam die op gang, omdat het prettiger wonen is in Capelle, Barendrecht, Bergschenhoek en andere plaatsen. Ik heb vanwege deze factoren de gemeente behoorlijk zien krimpen. In 1990 schreef ik in het wijkblad: 'Tenzij er een wonder gebeurt, sterft de gemeente uit'. Dat wonder is gebeurd, al moesten we er nog wel enkele jaren op wachten. Een jaar of zes geleden vreesde ik nog dat de gemeente moest worden opgeheven, omdat we in de ambten nagenoeg niet meer konden voorzien.
Op een wonderlijke wijze kwam er een omslag, voegden zich jonge mensen bij de gemeente. Een jong echtpaar kwam in de wijk wonen, en anderen volgden. De kerkenraad bestaat nu, met uitzondering van één broeder, uit mensen rondom de dertig. We hebben vijf ouderlingen, onder wie één met bijzondere opdracht, en drie diakenen die met veel inzet het werk doen, die de situatie van een kleine gemeente in de grote stad aanvoelen, die goed reageren op wat het betekent een belijdende gemeente in een liberale setting te zijn.'
De Noorderkerkfgemeente) in Amsterdam is van ons allemaal, zeiden de hervormd-gereformeerden rond de restauratie van deze kerk in de Jordaan. Is er ook voldoende meeleven met uw gemeente (geweest)?
'Ik denk zonder overdrijven te kunnen zeggen dat onze gemeente in de moeilijkste situatie van alle stadsgemeenten van hervormd-gereformeerde signatuur verkeert. We hebben geen eigen kerkgebouw, gaan volgens een rooster de kerken langs. De Koninginnekerk, die in 1972 werd afgebroken, was ook voor wijkgemeente 'De Samaritaan' de wijkkerk. Na dat jaar was nog een ander kerk- annex wijkgebouw beschikbaar. Daar werd in het najaar van 1989 de laatste dienst gehouden, waarna ook dat is gesloopt. Sindsdien 'zwerven' de diensten (en zwerft de gemeente) volgens een vast rooster langs de vier kerken die de hervormde gemeente nog in gebruik heeft. Bovendien wordt twee keer in de maand de Nieuwe Oosterkerk van een pinkstergemeente gehuurd. De vier kerkgebouwen vallen overigens ook niet meer onder de kerkvoogdij, maar behoren resp. aan de diaconie en twee afzonderlijke stichtingen. Onze gemeente is dus altijd elders te gast. Dat geeft een heel onprettig gevoel. Een opvolger zal deze situatie voor lief
moeten nemen en daaraan moeten wennen. We hebben wel een wijkgebouw, midden in de wijk. Hieraan is echter geen koster of conciërge meer verbonden, zodat vrijwilligers alles moeten doen.'
Men zegt onder ons wel eens dat het strikt modalitaire in de stad geen toekomst heeft, wanneer de gemeente niet ook missionair is. 'Veel zogenoemde modaliteitsvragen spelen in Rotterdam geen rol meer. Je wordt teruggeworpen op de hoofdzaak, op de kern van de bijbelse boodschap. Juist omdat de gemeente klein is en omdat vooral de jonge mensen drukbezet zijn, kunnen ze niet zoveel inzet tonen voor werk dat over de grens van de eigen gemeente reikt. Wij hebben hier naast de gemeente die opkomt, ook de gemeente die zondags thuis zit, ouderen die diaconaal geholpen moeten worden, die bijgestaan worden in allerlei kleine zaken. Daar gaat veel aandacht heen.'
Liturgie
'Het missionair karakter van een (wijk)gemeente wordt erg bemoeilijkt, wanneer er geen eigen kerkgebouw is. Daar komt bij dat de leeftijdsopbouw van de meelevende gemeenteleden erg onregelmatig is: het 'middenveld' van 35- tot 65-jarigen is heel schaars vertegenwoordigd. De jongere leden doen in en voor de gemeente wat zij kunnen, maar hebben in de regel een heel drukke werkkring. Ook van de ouderen is een aantal actief, maar de grens van het kunnen is spoedig bereikt. Gelukkig heeft de centrale diaconie twee jaar geleden besloten voor twaalf uur - in de week een diaconaal-pastoraal werker voor onze wijkgemeente aan te trekken. Rondom hem functioneert een evangelisatiecommissie, die veel aan bezoekwerk doet, die mensen uit de gemeente stimuleert. In het gebied van Rotterdam-Centrum zullen niet veel hervormde mensen niet weten dat er een wijkgemeente 'De Samaritaan' is.
Het ziet ernaar uit dat na mijn vertrek een fulltime predikant beroepen zal worden, wel met wat geld uit eigen middelen. In het verschiet ligt het samengaan met een andere wijkgemeente, een oplossing die vergelijkbaar is met de recente geschiedenis van Hillegersberg. Wanneer dit samengaan goed wordt begeleid en men staat voor de dingen waarom het in het Evangelie gaat, kan ik daarmee leven. In onze kring zijn te veel sjibboleths die geen scheiding hoeven te maken. In een geseculariseerde samenleving worden we teruggeworpen op de werkelijke zaken.'
Zou u vanuit uw context een advies kunnen geven aan kleine heruormd-gereformeerde groeperingen in middelgrote steden als Den Bosch, Zaltbommel, Zutphen, Tilburg en andere?
'Men moet goed beseffen hoe de culturele en geestelijke situatie in Nederland en in de kerk is en nagaan of de liturgische zaken niet herzien moeten worden. Ik denk dat in sommige gevallen men het verzet tegen de nieuwe psalmberijming moet opgeven, omdat men anders een Fremdkörper in de kerk wordt. Vergelijk het lang vasthouden aan Datheen, wat in afgescheiden kerken langer kon, omdat het streeksgewijs gebeurde. Het taalgebruik van de zondag en van doordeweeks moet niet te ver uit elkaar liggen. In een aantal gevallen zal er iets meer werfkracht zijn, zal de drempel lager zijn, als men de liturgische kwestie niet tot hét kenmerk van gereformeerd-zijn verheft. Men moet een bijbelsgemeentelijk leven met een getrouwe prediking niet vereenzelvigen met een stuk star conservatisme.'
Deur naar de Hervormde Kerk
Is het terecht als men u ziet als een leerling uan ds. W. L. Tukker, ook lettend op utu liefde tot de kerk?
'Enkele keren ben ik inderdaad ds. Tukker opgevolgd. Ik had heel veel achting voor hem. Toch ben ik een heel anders mens dan hij was. Ik voel mij niet van één theoloog de leerling, ik heb van velen geleerd. Het liefst wil ik een leerling van de Heere Jezus zijn, maar dat is heel erg hoog. Dat neemt niet weg dat ik veel geleerd heb van mensen uit de eigen tijd én van mensen uit het verleden. Daar heeft ds. Tukker evenals ds. G. Boer een plaats in gehad. Maar ik denk met veel waardering ook aan dr. K. H. E. Gravemeijer, bij wie ik deelnam in een kring aan huis, waar ook de Open Brief van 1967 geboren is. De manier waarop hij de kerk diende, de moed waarmee hij uitkwam voor het belijden, hebben mij gestempeld.
Ik ben ook min of meer beïnvloed door prof. A. A. van Ruler, die me dogmatisch een en ander te zeggen heeft gehad. Ik denk tegelijk aan zijn theocratische gedachten, al is de huidige politieke situatie daar heel ver vandaan. Van de Vroege Kerk, de Reformatie, Calvijn en Luther, Kohlbrugge en Vilmar heb ik veel geleerd. Ook ben ik dankbaar dat ik in de tweede helft van de jaren zestig met dr. W. Aalders in contact gekomen ben, van wie ik veel heb geleerd en die veel heeft te zeggen. Het is vooral door hem dat ik de grote betekenis van het Réveil heb leren kennen en dat het werk van mr. Groen van Prinsterer voor mij open ging.'
Sloot dit alles aan bij uw geestelijk milieu thuis?
'Daar was bepaald geen breuk tussen. Mijn doop vond plaats in de gereformeerde gemeente van Lisse, en ik groeide op in de gereformeerde gemeente van Zeist. Daar hing een sfeer die lévend hield dat de eigenlijke kerk de Hervormde Kerk was. Dat besef was toen bij veel mensen aanwezig. Niet iedereen, maar wel menigeen zag het eigen kerkverband als een noodverband en kwam daar ook voor uit.
De familie van mijn vader had zich in het midden van de 19e eeuw bij de Afscheiding gevoegd, mijn moeder groeide op onder een Kohlbruggiaanse prediking. Haar vader was president-kerkvoogd, haar grootvader ouderling.
Voor mij is de lectuur van Calvijn erg belangrijk geweest; die heeft mij de deur naar de Hervormde Kerk doen vinden.'
Leiding van de kerk
U dient de kerk bijna 41 jaar als predikant. Kunt u tegen het zichtbare in ook positieve ontwikkelingen noemen?
'In de ontwikkelingen van de laatste jaren in onze kerk is weinig wat mij vrolijk maakt. De benoeming van enkele theologen uit onze kring tot hoogleraar en docent is op zich verheugend, maar daar staat tegenover dat zo veel anderen die het theologisch onderwijs geven niet echt opbouwend bezig zijn, omdat zij beheerst worden door een moderne geest. In mijn studententijd was bijna elke hoogleraar predikant geweest.
Men wist dat het gros van de studenten in het ambt zou gaan dienen. Nu is een hoogleraar die predikant geweest is, een zeldzame vogel, wat de studie abstracter en theoretischer maakt. Hoe rijm je het feit dat de oude talen niet meer echt vereist zullen zijn, met het feit dat vanaf de Reformatie al gezegd is dat de grondtalen onmisbaar zijn om de boodschap goed te kunnen verstaan en door te geven?
Het hele kerkelijk leven wordt al 25 jaar overschaduwd door het SoWproces, wat ik een ramp voor de kerk vind.
Blijdschap heb ik dus over kleine dingen die er zijn of die er nog zijn, maar als ik kijk naar de koers die de kerk gaat, kan er van grote vreugde geen sprake meer zijn.'
Raakt daardoor bij velen de landelijke kerk uit het zicht?
'Ik vind dat men aanwezig moet zijn, waar men geroepen is. Jaren was ik voorzitter van de grote Rotterdamse classis, vrijwel altijd woonde ik de vergaderingen van de centrale kerkenraad bij. Ik heb me ingezet, zoveel ik kon.
Een van de grote zorgen die ik momenteel heb, is dat de kerk slecht geleid wordt, op classicaal en provinciaal en vooral ook op landelijk niveau. De kerkorde wordt op zoveel punten overtreden, waardoor kwade ontwikkelingen niet tijdig worden ingedamd. Hier wreekt zich dat het besef geweken is dat de kerk van Christus is en dat wij ambtsdrager in de kerk van Christus zijn. Daar komt de gezagsloosheid bij, waardoor ieder doet waar hij zin in heeft.'
Kohlbruggiaan
U bent bestuurslid van de stichting Vrienden van dr. H. F. Kohlbrugge. Hoe ziet u de inbreng van deze stroming in de kerk en in de Gereformeerde Bond?
'Het is een vriendenkring - geen modaliteit - die herinnert aan het Réveil. We herkennen ons in de radicale prediking van Kohlbrugge, die altijd weerklank heeft gevonden in een deel van de Confessionele Vereniging en van de Gereformeerde Bond. Het gaat in die vriendenkring niet alleen om Kohlbrugge - en we zijn ook niet blind voor bepaalde eenzijdigheden en vooral hoekigheden in zijn karakter. Zijn boodschap is echter zo reformatorisch dat we dankbaar zijn dat die nu nog doorklinkt. Het gaat ook om anderen, met name Groen van Prinsterer, die als een eenzaam belijdend mens in de Kamer heeft gezeten, daar zijn getuigenis liet horen.
De bezoekers van onze jaarlijkse conferentie komen wel overwegend, maar zeker niet uitsluitend uit de Hervormde Kerk. Diegenen die vanuit andere kerkverbanden de Hervormde Kerk als de eigenlijke kerk der Reformatie in ons land bleven zien, bezoeken vaak onze dag en lezen ons blad, Ecclesia.
Wanneer we aandacht geven aan kerkelijke ontwikkelingen, benoemen wij eerst de geestelijke kant ervan, niet de kerkpolitieke. Daarbij is de Hervormde Kerk vaak nummer één. Wat theologische ontwikkelingen betreft kunnen ook zaken uit andere kerken aan de orde komen. Je kunt dus bonder zijn en tegelijk Kohlbruggiaan, maar zo'n bonder zal op de organisatie niet al te zeer nadruk leggen. Voor mij is het de roeping van de Bond belijdend en getuigend in de kerk te staan, opdat zij als kerk aan haar roeping van Christus' wege beantwoordt en als volkskerk tot zegen voor het volk mag zijn. Vanuit de kring van 'Vrienden van dr. H.F. Kohlbrugge' hebben mijn vrouw en ik in de moeilijke tijd die aan onze komst naar Rotterdam vooraf ging, veel hulp, steun en liefde ondervonden.'
Vindt u de doelstelling van de Gereformeerde Bond nog steeds valide?
'Wanneer die in bescheidenheid uitgedragen wordt wel: de Waarheid verbreiden, dat is een hele pretentie. Je moet goed leerling zijn van het Woord, van de Heere Jezus, om dit steeds in het vaandel te kunnen voeren. Het gevaar is dat dé waarheid vervangen wordt door een aantal waarheden, waarbij men het houdt en die onveranderlijk zijn, ondanks de verschuiving van de fronten. De kerk is er nu zo heel anders aan toe dan in het begin van de twintigste eeuw. Dat men zich liturgisch erg vastgelegd heeft, is toch een zwakke kant. Wat mij betreft zou er wel eens een herschikking plaats kunnen vinden van wat men wil en waar men staat. Aan de ene kant is de Gereformeerde Bond erg breed: men kan over het homohuwelijk en andere gewichtige kerkelijke en theologische onderwerpen zeer aanvechtbare opvattingen huldigen, en zeggen dat men bonder is. Aan de andere kant kunnen mensen weer wat smal zijn en komt men niet in lijn met de breedte van de kerk der eeuwen.'
Vreze des Heeren
'Wanneer vandaag de dag er ook bonders zijn die pleiten voor Samen op Weg, dan zeg ik: 'Hoe kan dat nu? Weet men dan niet hoe de Gereformeerde Kerken ooit tot stand zijn gekomen, om de (Hervormde) Kerk de doodsteek toe te brengen? Weet men dan niet dat alles tevergeefs is als mensen met dwang een eenheid forceren? Weet men dan niet dat alleen de Heere de kerk kan bouwen? Beseffen zij en beseft de leiding van onze.kerk wel wat de kerk is?
De zogenaamde gezangenkwestie is door dr. A. Kuyper nieuw leven ingeblazen en dat werkt nog altijd na, niet in zijn kerken, maar wel bij ons. Overigens was hij helemaal niet principieel tegen, maar hij hanteerde de sjibboleth als een verzet tegen de heerschappij van de reglementen onder leiding van de Algemeene Synode. Mijns inziens kan de christelijke gemeente er niet onderuit ook in haar lied expressis verbis God als de drie-enige te belijden, en Christus' zoenoffer, Zijn kruis en opstanding, Zijn hemelvaart en wederkomst, Zijn Heer-zijn en te zingen van de Heilige Geest en Zijn werk. Zeker niet nu de kardinale leerstukken van de kerk der eeuwen door zo velen in de kerk worden ondermijnd en ontkend. In dat opzicht is de Bond toe aan een herziening van zijn standpunt, lettend op het kerkelijk getij.
Ik begrijp dat je als modaliteit in de loop van tientallen jaren beland bent in kerkpolitieke aangelegenheden, maar toch zouden die tot een minimum moeten worden teruggebracht. De Gereformeerde Bond zou moeten zeggen: 'Hier staan wij voor. Wie het met ons eens is, doet mee; wie het hiermee niet eens is, haakt maar af. Ik heb dat destijds in het bestuur ook gezegd: Als wij vinden dat iets zo is, staan wij ervoor. Men is vrij om ons te volgen.'
Ds. H. Visser schreef in Dromer van een kerk dat de Gereformeerde Bond niet altijd de consequenties trok uit zijn eigen kerkelijk standpunt, waarin de invloed van Hoedemaker zichtbaar is. Bent u het daarmee eens?
'Hoedemaker stond later alleen in de kerk, los van een modaliteit, zij het met veel aanhang. Meneer Van der Graaf is een Hoedemakeriaan, dat heeft een nieuw en verrijkend element in de Bond gebracht en nieuwe dimensies geopend. Wij hebben moeten leren midden in de kerk te staan, terwijl men vroeger tevreden was met een gedulde plek. Of dat helemaal gaat zonder kerkpolitieke aspecten, is de vraag. Het verval van ons Nederlandse volk en het verval van onze Nederlandse Hervormde Kerk gaan hand in hand. Zo'n getij is niet te keren, maar het is de vraag hoe je in dat getij staat. Drijf je mee af of laat je, in het Evangelie gegrond en verbonden met de levende Heiland, Jezus Christus, je stem horen? Daar kome dan van wat er van kome.
Als de vreze des Heeren er niet meer is, komt het rationalisme aan de macht, en dan is het gebeurd. In de Gereformeerde Kerken heeft men te weinig de vreze des Heeren gekend én gewaardeerd. Degenen die dat voorstonden, waren eenzame lieden. Men heeft in de twintigste eeuw tegen elke vorm van mystiek aangeblaft. Daarbij doelde men op de bevindelijke notie, de verborgen omgang van God met de Zijnen, de eerbied voor de heilige dingen. Die dingen kun je niet overdragen, maar je moet dat wel begeren. Als de eerbied voor de Schrift weg is, verliezen we veel, verliezen we alles.'
Ik zie niet veel hervormd-gereformeerde predikanten zonder oververmoeidheid tot hun emeritaat doorgaan. Wat is voor u het 'geheim'?
'Dat geheim is in de eerste plaats: een geschenk van de Heere God. In de tweede plaats: een geschenk van de Heere God. Ook in de derde plaats: een geschenk van de Heere God. Veel meer weet ik daarvan niet te zeggen, behalve dat ik gezegend was met een goede gezondheid. Met liefde denk ik terug aan de gemeenten in Hoornaar, Dirksland, Zwolle en Woerden. Dankbaar ben ik dat de Heere mij zoveel jaren heeft gegeven om in de vaderlandse kerk te mogen arbeiden. In Rotterdam, dit Manhattan aan de Maas, in deze zo geseculariseerde stad met haar talloos vele vraagstukken, heeft Hij mij een plaats gegeven. Hoe het kerk- en gemeente-zijn in zo'n situatie kan worden gerealiseerd? Ik voel me heel erg klein tegenover zulk een taak maar heb geprobeerd het Evangelie van Gods barmhartigheid voor mensen verloren in schuld door te geven.
Mijn vrouw, onze kinderen en ik hebben daarbij alle reden heel dankbaar te zijn voor veel goeds dat wij in de Rotterdamse jaren uit Gods hand hebben ontvangen. Toen ik de pastorie betrok, was ik alleen. Onder de eenzaamheid heb ik jarenlang veel geleden. Dank aan de Heere past mij, die mij voor zeventien jaar een vrouw schonk en ons huwelijk zegende met een dochter en een zoon. Met elkaar beleven wij nu een heel bijzondere tijd, waarin wij dankbaar terugzien en met vertrouwen in een nieuwe situatie mogen verdergaan.'
P. J. VERGUNST
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's