Bernard Luttikhuis, Bouwvakkers en boeren. Een bijdrage in het gesprek over de opbouw van de gemeente. Uitgave Boekencentrum, Zoetermeer 2002, 228 blz. € 15,90.
Dr. Luttikhuis is erin geslaagd een bijdrage aan de bezinning op de theorie van de gé< r meenteopbouw te leveren, die naast het Véle dat verscjb—iets eiggng heeft In ziji\ Woord vooraf izegt hij dathwfcqmniet gaat om cm nieuwprogr^jpka, maarö^een uit 1 dieping van de bron, waaruit men miÖBBS* putten voor het werk. Hij neemt zijn insteek in de geschiedenis: het uiteengaan van Kuyper en Hoedemaker. Struikelblok was de planmatigheid die het denken en handelen van de strateeg Kuyper beheerste. Luttikhuis ziet dit doorwerken in de verschillende visies binnen SoW-proces, een proces dat volgens hem moet gaan over de opbouw van de gemeente.
Tegenover het denken in planning en doelen wijst de schrijver op het feit dat God zelf zijn gemeente bouwt Gemeenteopbouw is het werken aan de organisatie van de gemeente in de Geest van Jezus Christus. Dat Christus zelf subject is, moet in de keuze van methoden en middelen doorwerken. Uit 1 Korinthe 14 leidt de auteur af dat al wat Paulus over opbouw zegt onder het regime van de liefde staat. Een belangrijk punt is dat de schrijver grote aandacht schenkt aan de relatie tussen ambt en opbouw - vaak een vergeten hoofdstuk - en daarbij vooral in de leer gaat bij Bucer. Het ouderlingenambt is primair het ambt met het oog op de opbouw. In het laatste deel kiest de auteur te midden van de verschillende visies een weg waarbij hij aandacht voor de menswetenschappen zoekt te verbinden met een bijbels-theologische aanpak en waarbij hij de 5 factoren van Hendriks in relatie brengt met de vijf kansen, zoals Den Duik die verbindt met de vijfhoeken van de Thora. De auteur wijst erop dat niet zozeer participatie maar vooral verantwoordelijkheid een sleutelrol verdient, niet zozeer deelnemen als wel deelgeven.
Ik heb dit boek met veel genoegen gelezen. De auteur haalt wel veel overhoop om te zeggen wat hij wil zeggen. Niet altijd vind ik het betoog even overtuigend. Ik vraag me af of hij bijvoorbeeld Herbst en Firet recht doet, terwijl ik ook benieuwd ben of de concrete uitwerking zoveel zal verschillen van het concept van Hendriks en anderen. Maar dat neemt niet weg dat tegenover veel activistische programma's die mensen moe maken, de inzet van Luttikhuis waardering verdient en werkers in de gemeente bevrijdt van kramp. De auteur wil inzake de drie ambten sterker nadruk leggen op het diaconaat in de lijn van Rob van Kessel. Dat is toe te juichen. Maar ik vraag me af of hij gelijk heeft: dat Bucer en Calvijn daar weinig aandacht aan gaven. Had de auteur de monografie van E. A. McKee over het diaconaat bij Calvijn in zijn onderzoek verwerkt, dan zou hij op dit punt tot andere conclusies gekomen zijn. Het is m.i de achttiende en vooral de negentiende eeuw die op dit punt de erfenis van Calvijn en Bucer verwaarsloosd hebben. Ook krijg je soms de indruk dat hij Bucer te veel naar onze tijd trekt. Opbouw is bij Bucer toch vooral pastoraat en tucht. Zijn ideeën over de christelijke gemeenschap heeft hij nauwelijks kunnen realiseren. Een intrigerend boek dat bestudering meer dan waard is.
A. NOORDEGRAAF, EDE
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's