Geloofsgehoorzaamheid [3]
Een vorig keer legde ik er nadruk op dat een christen een leerling is van het Woord. Men kan geen dag zonder het Woord leven. In het hart leeft: 'Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad',
't Zal duidelijk zijn dat het Woord onderzocht wordt! De Heere is een precies God. Hij wil dat er precies geleefd zal worden. Dat houdt in dat Zijn Woord precies onderzocht móet worden!
Let wel: een christen laat zich niet leiden door iets wat buiten het Woord omgaat, 't Is juist als iemand mij voorhoudt dat niet alles letterlijk in het Woord staat aangegeven. Dat is ook niet nodig. Het gaat erom dat wat een christen doet of nalaat, is te herleiden tot op het Woord. Ik geef een voorbeeld. Nergens in de Schrift lezen wij iets over een belastingformulier. Toch weet eenieder dat dit biljet naar waarheid moet worden ingevuld. Geen euro mag onvermeld blijven. Dit alles houdt verband met het achtste gebod: gij zult niet stelen. Ook valt te denken aan het Woord uit de Schrift: geef de keizer wat de keizer toebehoort.
Geloofsgehoorzaamheid heeft alles te maken met gehoorzaamheid aan het Woord, 't Is wellicht niet verkeerd om op te merken dat geloofsgehoorzaamheid niets te maken heeft met de traditie met een kleine 'f. Welke waardevolle elementen er in de traditie kunnen zitten, maar 't wil niet zeggen dat zij dezelfde waarden hebben als die in het Woord ons voorgehouden worden. Traditie met een kleine 'f kan ook wel eens iets van ons mensen zijn. Zelfs kan men van bepaalde elementen in de traditie zeggen dat zij tot een bepaalde tijd behoord hebben.
Om kort te gaan: Traditie met een grote 'T' vinden wij in de Schrift, de traditie met een kleine 't' is doorgaans iets van ons. Een christen gehoorzaamt daarom wat de Schrift ons overlevert, en uit wat ons door mensen overgele-verd is, haalt men de elementen voorzover die niet in strijd zijn met het Woord. Wanneer dit laatste gebeurt, is dit in overeenstemming met de geloofsgehoorzaamheid.
Levenswandel
Echte geloofsgehoorzaamheid is altijd te horen! Op een of andere manier probeert de christen wat hij uit het Woord geleerd heeft door te geven. Juist in onze tijd is dit van uitermate groot belang. In ons land zijn er zeer velen die van God en Zijn dienst niet meer weten. De prognose is dat in 2010 nog slechts tien procent van onze bevolking tot een kerk zal behoren. Let wel: negentig procent zal behoren tot de los-van-God-beweging. Om die reden zal evangelisatie in deze jaren een steeds grotere plaats moeten krijgen in het leven van de gemeente, doch niet minder in dat van eenieder van ons persoonlijk.
Vanzelfsprekend is georganiseerd evangelisatiewerk een goede zaak. Wij kunnen alleen maar blij zijn dat het evangelisatiewerk landelijk gecoördineerd wordt. Ook is de ijver van de zendings- en evangelisatiecommissies zeer te prijzen. Wat zij doen aan mis-sionaire bewustwording van de gemeente moeten wij niet onderschatten.
Toch moeten wij niet over het hoofd zien hoe belangrijk het is als het Woord Gods op een heel persoonlijke manier wordt doorgegeven. Met eerbied gesproken: de mond-tot-mondreclame heeft vaak meer effect dan georganiseerde evangelisatiecampagnes. Wat zeker is: het persoonlijk getuigenis behoort tot de geloofsgehoorzaamheid. 't Is er zeker een aspect van. Een aspect dat niet te verwaarlozen valt.
Ik ben mij er intussen goed bewust van dat er soms grote schroom kan bestaan om te spreken. De een is vrijmoediger dan de ander. Ook valt het niet mee om een goed woord van de Heere te spreken als men in een omgeving werkt waar meer gevloekt dan gebeden wordt. En wat te denken van de maandagochtend op het werk als er meer gesproken wordt over de sportuitslagen of hoe men de zondag heeft doorgebracht dan dat men aandacht schenkt aan iemand die op Gods dag naar Zijn huis gegaan is. Ik kan mij levendig voorstellen dat iemand in de geschetste situaties de moed ontbreekt
om iets te zeggen. Ook kan men zich afvragen of zulke omstandigheden er wel naar zijn om te getuigen van die ene Naam onder de hemel gegeven tot zaligheid. Het kan wel eens zijn dat men andere en betere tijden moet afwachten. En wat de schroom betreft, de Heere kan ons ervan afhelpen! Hij kan ons een tong om te spreken geven. Hij kan ons vrijmoedigheid schenken. Zelfs zo'n vrijmoedigheid dat wij achteraf zeggen: hoe heb ik 't gedurfd!
Wat zeker is: de één durft meer te getuigen dan de ander. Echter... als wij niet durven spreken, laat dan onze levenswandel in overeenstemming met de Heilige Schrift zijn.
Geloofsgehoorzaamheid heeft alles te maken met een heilige wandel, zoals wij de Heere meer dan eens in Zijn Woord horen zeggen: 'Weest heilig, want Ik ben heilig',
't Is geen best teken als er na een begrafenis van iemand die altijd trouw in de kerk kwam, wordt gezegd: 'Ik wist niet dat hij een christen was. Ik heb het nooit op mijn werk uit zijn mond gehoord noch aan zijn daden gezien'. Deze trouwe kerkganger had altijd stommetje lopen spelen. Hij had nooit iets laten horen noch laten zien tot eer van God. 't Is heel erg als er nooit één woord tot behoud van een collega gesproken is, of als iemand daarvan nooit iets heeft laten zien.
Dichtbij
Geloofsgehoorzaamheid houdt verband met onze levenswandel. Doch let wel: daarvan laten wij niet alleen het een en ander zien en horen, in daad en woord op ons werk of op de collegebanken of in andere verbanden buitenshuis. Wij doen dit niet minder als ouders in het gezin. Ik wil daarmee zeggen: heel dichtbij. En nu kom ik bij een punt dat nog niet zo gemakkelijk is. 't Komt wel voor dat mensen het een en ander van de dienst des Heeren buitenshuis laten horen en zien, maar dat zij als het om 'eigen' gaat, hun mond houden. Dat dit niet juist is, zal ons allen duidelijk zijn. Het gaat erom dat de geloofsgehoorzaamheid zowel in huis als daarbuiten gepraktiseerd wordt. Bovendien: waar moesten de discipelen beginnen met de verkondiging van het getuigenis van de gekruiste en opgestane Christus? In Jeruzalem, heel dicht bij huis. Dat liet onverlet dat het getuigenis ook naar de heidenen moest. Maar toch... eerst moest men thuis in Jeruzalem ermee geconfronteerd worden.
Wij moeten thuis niet vergeten! Waarom ik dit schrijf? Omdat de nuchterheid gebiedt te zeggen dat er soms ook 'thuis' zijn die van de Heere en Zijn dienst niet meer willen weten.
Menig vader en moeder zucht hieronder! Lange tijd hebben wij gedacht dat de 'ontkerkelijking' onze gezinnen en onze families voorbij zou gaan. Wij meenden dat God, kerk en gezin een zekere drie-eenheid vormden die niet van elkaar los te maken was. Wij weten in onze tijd wel beter! Onze kinderen - voorzover wij die bezitten - zijn soms een heel andere weg gegaan. Ik hang werkelijk geen vuile was buiten als ik stel dat het maar niet om tientallen gaat die zich van de religie der belijdenis hebben vervreemd, maar dat het om honderden, zo niet om duizenden gaat. Laten wij voorzichtig zijn door te zeggen dat ouders hiervan de oorzaak zijn. 't Zal werkelijk wel voorkomen dat er ouders zijn die de doopbelofte niet serieus genomen hebben. Zij hebben niet gedaan wat in hun vermogen lag! De vreze des Heeren was ze niet zo op het hart gebonden dat zij graag doorgaven wat zij van de Heere en Zijn dienst wisten.
Maar zo is het in geen geval bij alle ouders! Iedere dominee en iedere ouderling zal wel ouders kennen die naar hun vermogen hun kinderen in de vreze Gods hebben grootgebracht. Zij hebben de Heere en Zijn dienst aangewezen en aangeprezen. Hun levenswandel was van dien aard dat hun kinderen daaraan een voorbeeld konden nemen. In het pastoraat heb ik het meegemaakt dat ouders zich door genade mochten rekenen tot kinderen Gods en dat hun kinderen op de lange duur toch van God en Zijn dienst vervreemdden. Ja, en dan te bedenken dat deze kinderen een bijbelse opvoeding van hun ouders kregen. Op een eenvoudige manier praktiseerden deze ouders de geloofsgehoorzaamheid in de opvoeding van hun kinderen. Zij deden niets extreems. Zij legden hun kinderen ook geen extreme dingen op. Zij gaven - zoals ik reeds schreef - hun een gezonde bijbelse opvoeding. En toch... zij gingen een andere weg. Zij gingen de wereld in en zij hadden de wereld met haar begeerlijkheden lief.
Wat te doen als dit ons als ouders overkomt dat kinderen een geheel eigen weg gaan? 't Is niet vaak gebeurd, maar ik ben in het pastoraat toch een enkele keer tegengekomen dat ouders de deur voor hun kinderen dicht deden en dicht hielden. Zij wilden hun kinderen weer ontvangen als zij zich van de dwaling huns weegs bekeerd hadden. Het lijkt mij erg cru om een kind de deur te wijzen. Persoonlijk denk ik dat wij dit als ouders nooit moeten doen. God heeft ons geen kinderen gegeven om ze de deur te wijzen. Zelfs niet als onze kinderen een weg zijn opgegaan die hen van de Heere afvoert. In alle liefde schrijf ik daarom: doe nooit de deur voor elk kind dan ook dicht! Want 't kan gebeuren dat wij ons kind nooit weer zien. Ook hiervan weet meer dan één ambtsdrager iets te vertellen, 't Is wel gebeurd dat kinderen niet eens op de begrafenis van hun ouders aanwezig waren, omdat zij nooit waren vergeten hoe zij door hun ouders ooit eens de deur werden gewezen.
Daarom: houd de deur altijd open! Blijf als ouders ook altijd vriendelijk tegenover de kinderen, ook tegen de kinderen die een leven leiden dat haaks staat op wat de Heere in Zijn Woord zegt. Voorzover het mogelijk is en de tijd en de gelegenheid er is, probeer een goed woord van de Heere te spreken. Wees - zoals de Zaligmaker dit zegt - oprecht als de duiven en listig als de slangen. Laat echter vooral in de daden zien dat u aan de kant des Heeren staat. Het kan wel eens zijn dat onze daden door de Heere gebruikt worden voor het Woord. De daden dus als invalshoek voor'het Woord.
En verder: wat is het gebed belangrijk! Onze kinderen zijn gedoopt. Dan mogen wij ze - ook als zij van God en Zijn dienst vervreemd zijn - bij de Heere brengen. Wij mogen voor ze vragen: aanschouw het Verbond! (Wordt vervolgd.)
G. S. A. DE KNEGT, BARNEVELD
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's