Met dr. A. A. Spijkerboer een rondje om de kerk
Wie in de loop der jaren ds. A. A. Spijkerboer heeft gevolgd in de vele artikelen, die hij in allerlei organen heeft geschreven, zal in het boek, dat hij recent het licht deed zien, ueel aantreffen dat bekend is. Hij dient zijn boek, getiteld Een rondje om de kerk, aan als een autobiografie. Een goed leesbare biografie, dat mag voorop staan. Een biograjïe intussen uan een theoloog die niet in een hokje valt in te passen.
Boos
Van tijd tot tijd maakt Spijkerboer zich zelfs boos om het bestaan van modaliteiten in de Hervormde Kerk. Niet om het feit dat er nu eenmaal modaliteiten ofwel verschillende wijzen van belijden bestaan, maar om het feit dat die zich in (richtings-)organisaties hebben verzelfstandigd. Zo gaf hij er zich recent in het blad In de Waagschaal, waar in de jaren door veel pennenvruchten van zijn hand zijn verschenen, rekenschap van waarom hij niet bij het afscheid van ondergetekende aanwezig kon zijn, waardering voor de persoon ten spijt. Hij beantwoordt de vraag of het de bond misschien alleen maar om het behoud van de eigen positie is te doen 'voorlopig' met ja. Ik citeer letterlijk het slot: '...kan er in de garderobe van het LDC niet een klein tegeltje, bijvoorbeeld van vijf bij vijf centimeter, aangebracht worden ter herinnering aan al die hervormden die weigeren zich bij een richtingsorganisatie aan te sluiten omdat ze de kerkorde duidelijk genoeg vinden en zo open mogelijk in de kerk willen staan? De preses van de synode zou dat dan moeten zien als hij zijn jas ophangt. Misschien brengt het hem op een idee.'
Dit is Spijkerboer ten voeten uit. In feite heeft hij in zekere zin nog gelijk ook. Gaat het binnen welke modaliteitsorganisatie nog wel altijd om de hele kerk? Kan men ook nog in geestelijke vrijheid in het geheel van de kerk staan als men zich gebonden weet ook aan modaliteitskenmerken? Maar, en dat is de andere kant van de medaile, verdraagt het zich met de Schriften als een kerk richtingen, die elkaar qua beginsel niet verdragen, naast elkaar kan laten voortbestaan? Ooit hebben Spijkerboer en ondergetekende daarover een gesprek gevoerd in deze kolommen en in Woord en Dienst, een discussie die is uitgegeven in Een kerk maar hoe?
Belijdend
Ook Spijkerboer wil een belijdende kerk. Gaat het echter om de klassieke gereformeerde belijdenisgeschriften, dan weet hij zich vooral verknocht aan de Heidelberger, met uitzondering van zondag 10, over het kwaad, dat God ons in dit leven uit Zijn vaderlijke hand laat toekomen.
Over het belijden inzake de opstanding van Christus bv. noemt hij de catechismus 'zo ter zake', omdat deze ons laat weten, dat we als vrijgemaakte mensen mogen leven, om ons op te wekken tot een nieuw leven, waarin ruimte is voor de liefde en om ons een onderpand te geven van onze eigen opstanding. Letterlijk: 'Je moet bij het eerste beginnen: datje mag merken dat Hij (Christus) ons in de goede verhouding tot God heeft gebracht. Het tweede, dat er een nieuw begin in je leven komt, hoort er onafscheidelijk bij. Dan pas kan aan de orde komen dat de dood het laatste woord niet over je heeft: wat God al in dit leven met je begonnen is zal je bij je sterven niet af-genomen worden'. Taal naar mijn hart!
Daarom heeft het me altijd verbaasd, dat Spijkerboer zo kritisch was op Het Getuigenis, dat in 1973 verscheen en dat het opnam voor het geloof van de gemeente, dwars tegen ideologische theologieën in, waarin het Heil werd verpolitiseerd. In Het Getuigenis stond letterlijk: 'De Bijbel spreekt totaal anders over de mens en zijn verlossing.
Daar wordt de mens allereerst als verantwoordelijk enkeling voor God en de medemens gesteld. Vandaar dat het Koninkrijk Gods niet in de eerste plaats is een verandering van politieke orde en maatschappelijke structuren, maar een verandering in de verhouding tot God en medemens.' Bij het licht van de Heidelberger zou Spijkerboer dat ook hebben moeten beamen. Hij doet dat ook wel een beetje, als hij namelijk in dit boek nog eens zegt, dat hij aan de andere kant weer niet kon begrijpen, dat in het niet-confessionele en niet-bondse deel van de hervormde kerk een indianengehuil opging, alsof er in geen jaren zo'n schandelijk stuk verschenen was. 'Je kon toch niet beweren dat er niets aan de hand was? Het was toch waar dat gedeelten van de bijbel over de verzoening wel eens zo gemanipuleerd werden dat de hele nadruk kwam te liggen op de verzoening tussen mensen en volken, en dat God alleen nog even Zijn neus om de hoek van de deur kwam steken om te zeggen dat het zo goed was? ' Toch vond hij het Getuigenis 'beklemmend'. 'Het was alsof de opstellers ervan niet konden begrijpen dat God voor veel mensen één groot vraagteken geworden was'. Hij wijst dan op de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Ik heb juist in dat verband echter Spijkerboers kritiek op Het Getuigenis nooit kunnen begrijpen. De auteur geeft in dit boek ook weer aan, dat hij is gegrepen door de belijdenis van Barmen, waarmee de Duitse Be-kennende Kirche in de dertiger jaren krachtdadig stelling nam tegen de demonie van het Nationaal Socialisme. Ik heb, zelf mede betrokken bij Het Getuigenis en ook aangesproken door Barmen, hier nooit een tegenstelling gevoeld met wat het Getuigenis echt bedoelde. Het ging in Het Getuigenis toch opnieuw tegen een ideologie, namelijk de marxistische?
Soms denk ik dat Spijkerboers kritiek meer te maken heeft gehad met verlegenheid inzake de achtergrond van Het Getuigenis. De hervormde kerk was, ook tot zijn spijt, niet meer wat ze in 1951 had willen zijn. Uit Het Getuigenis en uit de reacties erop, zegt hij nu, bleek dat de hervormde kerk niet meer op koers lag. 'Het was de bedoeling dat we een Jezus Christus-belijdende volkskerk zouden worden. Het was ook de bedoeling dat de richtingen zouden verdwijnen en in ieder geval een lager profiel zouden krijgen'. Heeft Spijkerboer Het Getuigenis toch vooral als een richtingsdocument gezien?
Middenorthodox
Dat betekent intussen niet dat de Middenorthodoxie - de grote, heersende niet-georganiseerde modaliteit, zeg ik maar - er bij de auteur zonder kritiek afkomt. Hij is van oordeel dat wijlen prof. dr. H. Berkhof in zijn Crisis der Middenorthodoxie (Nijkerk 1952) de geestelijke crisis in de hervormde kerk veel dieper had gepeild dan Het Getuigenis deed. In dat boekje zegt Berkhof dat deze middenorthodoxie er 'door een oppervlakkige lectuur van Barth' (of'óver Barth'? , v.d.G.) toe gekomen is te zeggen: 'Door Jezus Christus heeft God alles al voor elkaar gemaakt. Met andere woorden: we zijn gered-rettetet'. Waartegenover Berkhof dan de aanklagende functie van de Wet stelde: 'Het Evangelie moet in zijn ontmaskerende kracht concreet open
baar worden'. Spijkerboer citeert Berkhof hier letterlijk: 'Een ander symptoom van onze wetsschuwheid is het feit, dat wij de laatste brokken christelijke levensstijl in onze gemeenten (op het gebied van de zondagsviering, gezinsgewoonten, vermaak enz.) als 'wettisch' aan de kaak stellen, zonder in staat te zijn er nieuwe en betere levensvormen voor in de plaats te stellen. Het gevolg is dat wij de duivel van conservatisme en farizeïsme uitdrijven door de Beëlzebul van stijlloosheid en secularisering. Ongemerkt kweken wij een geslacht op, dat van eigen christen-zijn geen last meer behoeft te hebben, omdat het ons leven nergens meer komt storen'.
Spijkerboer is van oordeel dat Berkhofs woorden na vijftig jaar nog niets aan kracht hebben ingeboet. Dat beaam ik van harte. Ze zijn zelfs breder van toepassing dan voor de middenorthodoxe kring waarvoor het toen geschreven werd.
Maar of de crisis in Berkhofs boek dieper gepeild werd dan in het Getuigenis? Spijkerboer slaagt er in zijn memoires niet in dat helder uit de doeken te doen.
Fragmenten
Ik beperk me in deze aankondiging van Spijkerboers boek tot een lijn inzake het belijden, zoals we die hier treffen. Het gaat uiteraard om veel meer: om de werkterreinen in de gemeenten; het studentenpastoraat, het industriepastoraat. Het gaat om zijn visie op de kernwapenproblematiek maar ook op Israël, over Samen op Weg en over 'het eenvoudige leven'.
Spijkerboer blijft zich, met name binnen een heropgerichte maar zieltogende Protestants Christelijke Werkgemeenschap, bewegen binnen de Partij van de Arbeid, de partij van de doorbraak, waarin socialisten en confessionelen elkaar na de oorlog wilden vinden. Ik begrijp niet wat hij er in de huidige paarse constellatie nog zoekt. Opvallend is dat op een van de bijeenkomsten van de werkgemeenschap ook mr. André Rouvoet van de ChristenUnie het woord voerde. Is het niet zo dat het gedachtegoed dat Spijkerboer in de politiek voorstaat, binnen echt christelijke partijen, met name vanuit de belijdenis van God als Schepper en van Jezus Christus als Kurios, meer gegarandeerd is dan binnen een partij waarin belijdende christenen witte raven zijn geworden en waarin geen notie meer is van het recht Gods? Nadat hij bedankt had voor de PvdA, is hij na 'een politieke zwerftochf (o.a. via het CDA) toch weer bij de PvdA uitgekomen, al zal hij er nooit meer zo verknocht aan worden als aan de PvdA van 'voor Nieuw Links'. Heeft paars echter niet grondig afrekening gehouden met al wat een christenmens lief moet zijn?
Neem en lees. Een boek in goed leesbare taal geschreven, ook als het om moeilijke thema's gaat. Dat was en is Spijkerboer toevertrouwd. Hij vertrouwde zichzelf overigens nooit een professoraat toe. Hij bedankte zelfs voor de eer van een benoeming tot kerkelijk hoogleraar. Er zijn, vond hij, posten waar je meer kunt betekenen.
Dat geldt van het werk van deze auteur, die vele jaren publicitair heeft meegedaan, theologisch en als het om het beleid van de kerk ging. Nu eens troffen we in hem een confrater, bijvoorbeeld als het ging om zijn (kritische) solidariteit met Israël, dan een opponent en dan weer een kritische randganger. Spijkerboer toont zich echter ook in dit boek een schrijver, die wars was van alles wat goedkoop is; en evenals altijd: helder was in zijn oordeel. Vaak riep hij onze instemming op wanneer hij kritisch reageerde op wat in de kerk omging. Zijn omgang met de belijdenis was - dat blijkt ook uit dit boek - toch meer die van 'gemeenschap' dan van 'overeenstemming', om in de termen van de hervormde discussie van 1951 te blijven; woorden die overigens niet los van elkaar mogen staan, en zo samen ook het bevindelijke element in zich bergen.
Zijn ter discussie stellen van en kritiek op 'de bond' nemen we op de koop van dit boek toe. Zijn kritische instelling naar het geheel van de modaliteiten ten spijt hield hij zichzelf toch op in het brede midden van de kerk ofwel de middenorthodoxie. Zijn theologie was gestempeld door Barth. Zijn modaliteit was weliswaar ongeorganiseerd maar nam intussen wel een meerderheidspositie in en bezette daarom jarenlang sleutelposten, waardoor uiteindelijk het beleid in de kerk werd bepaald en de theologische toon van kerkelijke documenten werd gestempeld.
J. VAN DER GRAAF, HUIZEN
N.a.v.: A. A. Spijkerboer, Een rondje om de kerk - kroniek van een halve eeuw, uitgave Kok, Kampen, 176 pag., € 15, 84.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's