De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Homoseksuele levensverbintenissen zegenen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Homoseksuele levensverbintenissen zegenen?

11 minuten leestijd

De discussie in de kerken over het zegenen van homoseksuele relaties zal voorlopig nog wel niet uitgewoed zijn.

Het is nuttig wanneer aan kerkenraden en gemeenteleden een handreiking wordt geboden om zich te oriënteren in de ingewikkelde en emotioneel gevoelige problematiek. Onlangs verscheen zo'n handreiking, een pennenvrucht van de hand van dr. H. L. van der Laan, econoom en meelevend lid van de Gereformeerde Kerken in Nederland (syn.). De titel luidt: Mag de kerk homoseksuele levensverbintenissen zegenen? (uitg. Barnabas, Heerenveen 2002, 128 blz. € 12, 95). Deze vraag is afhankelijk van het antwoord op de dieper liggende vraag of de kerk dergelijke verbintenissen kan en mag goedkeuren. Ik volg in dit artikel de lijn van het boek min of meer op de voet.

Van der Laans aanpak is die van de sociale wetenschappen: hij beschrijft meningen en situaties zoveel mogelijk als een onbevooroordeelde waarnemer. Dit houdt hij echter niet consequent vol. Gaandeweg wordt steeds duidelijker waar hij zelf staat. De context waarbinnen Van der Laan zijn vraagstelling behandelt, is die van een kerkelijke gemeente waarbinnen heel verschillende visies op homoseksualiteit en op het te voeren pastorale beleid bestaan. Wat moet een kerkenraad doen wanneer een homopaar binnen de gemeente vraagt om een openlijke zegening van hun verbintenis? Om te beginnen moeten kerkenraden zich drie dingen realiseren:

- dat deze bezinning veel tijd en energie zal kosten, omdat de materie zo complex is; - dat de bezinning breed genoeg zal moeten zijn om duidelijkheid te scheppen voor alle betrokkenen en niet alleen voor hen die in een homoseksuele relatie leven; - dat de controverse de eenheid van de gemeente in gevaar kan brengen.

Verscheidenheid van opvattingen

In een tijdsbestek van dertig jaar zijn de opvattingen van de meerderheid van de Nederlanders over homoseksualiteit omgeslagen van openlijk afkeuren via gedogen naar openlijk goedkeuren. Dat is bijzonder opmerkelijk, temeer omdat er nog altijd een aantal onbeantwoorde vragen is rondom de homoseksuele oriëntatie. Is dit een tijdelijke of een permanente conditie? Wat is de oorzaak ervan? Wanneer ontstaat deze (aangeboren of verworven)? Deze en vele andere vragen lijken eenvoudig te zijn overgeslagen in de ontwikkeling van een nieuwe moraal die uitgaat van de slogan: 'het moet kunnen'. De homobeweging heeft zonder bewijs geponeerd dat de homoseksuele oriëntatie aangeboren, onveranderlijk en gewenst is en de publieke opinie heeft deze stellingname vrijwel klakkeloos overgenomen.

In de kerken liggen de standpunten meer divers dan over het algemeen in de samenleving: de Rooms-Katholieke Kerk blijft officieel bij haar vroegere afkeuring, kleine protestantse kerkgenootschappen van moderne snit, zoals de Remonstrantse Broederschap en de Evangelisch Lutherse Kerk, keuren openlijk de ontwikkelingen goed, andere, behoudende, kleinere kerken zoals de Gereformeerde Gemeenten keuren ze openlijk af, de Nederlandse Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland (syn) zijn innerlijk verdeeld en bewegen zich in meerderheid tussen gedogen en stilzwijgend goedkeuren.

In hoofdstuk 2 wordt een gefingeerd gesprek in de kerkenraad beschreven, waarbij een staalkaart van meningen en opvattingen naar voren komt. Zo wordt een goed beeld geschetst van de grote verscheidenheid van argumenten en standpunten die er op dit punt binnen de kerken bestaat. Ook komt de beleidsvraag aan de orde of je omwille van een minderheid die bezwaard is, zou moeten afzien van een positief besluit. In de optiek van de voorstanders laatje dan de homoseksuele gemeenteleden in de kou staan. In hoofdstuk 3 wordt een mogelijk scenario getekend dat zich kan voordoen nadat het besluit van de kerkenraad om voortaan ook homoseksuele verbintenissen te gaan zegenen in de gemeente bekend is geworden. Er vindt een zegeningsdienst plaats van een lesbisch paar.

Ten gevolge hiervan onttrekt een aantal bezwaarde kerkenraadsleden en gezinnen zich aan de gemeente.

De moderne visie

In hoofdstuk 4 wordt de overstap gemaakt van de beschrijving van de mogelijke praktijk naar de principiële bezinning. De kerken waren veertig jaar geleden unaniem in hun opvatting dat de Bijbel homoseksueel gedrag onder alle omstandigheden afkeurt. Dat noemt Van der Laan 'de traditionele visie'. De basis hiervoor is allereerst de positieve lijn die de Bijbel trekt ten aanzien van het huwelijk van één man en één vrouw als Gods bedoeling met menselijke seksualiteit vanuit de schepping. Vervolgens grijpt deze visie terug op een aantal bijbelteksten waarin expliciet veroordelend over seksuele omgang tussen mannen wordt gesproken (Leviticus 18 : 22; 20 : 13; Romeinen 1: 26-27; 1 Korinte 6 : 9, 10; 1 Timothéüs 1:10).

Vanaf 1960 ontstaat binnen de Nederlandse kerken twijfel aan de traditionele visie. Rond 1980 heeft zich een moderne visie gevormd die homoseksualiteit ziet als een normale variant van menselijke seksualiteit, zoals bijvoorbeeld linkshandigheid een variant is naast rechtshandigheid. Wanneer de homoseksuele oriëntatie natuurlijk en normaal is, moet de kerk voortaan rekening houden met dit nieuw verworven inzicht bij haar bijbeluitleg, ethiek, pastoraat en de bejegening van homo's in het algemeen. In dit klimaat komen nieuwe exegeses van de genoemde veroordelende teksten op.

De bijbelse veroordeling van homoseksueel gedrag zou bedoeld zijn voor hetero's die tegen hun eigen natuur ingaan. Deze veroordeling zou echter niet gelden voor mensen die volgens hun homoseksuele oriëntatie leven. Laatstgenoemden zouden juist veroordeeld worden wanneer ze, tegen hun natuur, heteroseksuele relaties aan zouden gaan. Kortom: de bijbelse veroordeling van homoseksueel gedrag zou niet gelden voor homo's.

Daarnaast wordt betoogd dat de bijbelteksten in kwestie alleen zouden gaan over homoseksuele prostitutie in heidense heiligdommen. Het verbod

zou daarom slechts beperkte betekenis hebben gehad en als tijdgebonden terzijde kunnen worden geschoven. Ten aanzien van Romeinen i wordt betoogd dat Paulus nu eenmaal minder van homoseksualiteit wist dan wij. Als hij geweten zou hebben van liefdevolle homoseksuele relaties, zou hij wel anders geschreven hebben.

Een volgende stap die door de meeste aanhangers van de moderne visie gezet wordt, is dat homoseksualiteit wordt gezien als een element van Gods goede schepping, of zoals pater Van Kilsdonk het formuleerde: 'een vondst, een ontwerp van de Schepper'. Kwalificaties als 'normaal' en 'natuurlijk' die over het algemeen in de samenleving opgeld doen, worden bij de progressieven in de kerken te mager gevonden. Zij willen spreken van 'goed' of liever nog: 'goedgekeurd door God'.

Door deze nieuwe exegeses en interpretaties kwam er ruimte voor aanvaarding van duurzame homoseksuele relaties in liefde en trouw als de juiste - ethisch verantwoorde - leefwijze voor homo's. Gesteld wordt dan dat zo'n levensverbintenis net als het huwelijk het karakter heeft van een verbond in de zin waarin de Bijbel daarover spreekt (zo in de Nederlandse Hervormde Kerk dr. R O. van Gennep, Mensen hebben mensen nodig, 1972, en In liefde trouw zijn, rapport van de GKN, 1983).

De traditionele visie

In confrontatie met deze moderne visie is sinds 1980 de traditionele visie verdiept en uitgebreid. In de traditionele visie wordt de homoseksualiteit gezien als een symptoom van de gebrokenheid van de schepping of - nog meer toegespitst geformuleerd - als een gevolg van de zondeval, 'een creatuurlijke ontaarding' (dr. J. Douma).

Voor de traditionelen is de bijbelse veroordeling van homoseksueel gedrag een afdoende aanwijzing dat de homoseksuele oriëntatie niet tot de goede schepping kan behoren. Zij erkennen wel het verschil tussen enerzijds homoseksueel gedrag binnen een levensverbintenis en anderzijds promiscuïteit, losbandig en verwilderd seksueel gedrag. Zij wijzen zegening van een homoseksuele verbintenis af, omdat deze niet in overeenstemming wordt geacht met de bedoeling van de Schepper. Er is onder de traditionelen verschil van mening over de vraag of homo-christenen moeten streven naar verandering van hun gerichtheid. Sommigen zijn pessimistisch gestemd over de mogelijkheden daartoe en beklemtonen dat deze broeders en zusters moeten leren leven met hun geaardheid en geroepen zijn tot de steile weg van seksuele onthouding. Anderen wijzen erop dat toch in vele gevallen verandering van oriëntatie op het gebed en mede dankzij goede psychologische behandeling mogelijk is gebleken.

Er zijn nog meer schakeringen binnen de traditionele visie te constateren. Van der Laan beschrijft deze in hoofdstuk 11 van zijn boek. Zo is er sinds 1980 in traditionele kringen twijfel gerezen aan de waarde van het onderscheid tussen oriëntatie en gedrag. De vraag wordt gesteld of dit onderscheid niet kunstmatig is en of homoseksueel verlangen en dito gedrag wel losgemaakt kunnen worden van elkaar. Het deel van de traditionele woordvoerders dat ervan overtuigd is dat de homoseksuele oriëntatie onveranderlijk is, acht het een te zwaar juk om te allen tijde op te roepen tot seksuele onthouding.

Hoewel zij homoseksualiteit niet willen verbinden met Gods goede schepping, maar er een blijk van de gebrokenheid van de schepping in zien, achten zij toch uit pastorale overwegingen het 'noodverband' van een homoseksuele relatie in liefde en trouw soms geoorloofd. Zo kunnen ze zelfs tot zegening van dergelijke verbintenissen overgaan. De veroordelende bijbelteksten worden niet van toepassing verklaard op homoseksuele verbintenissen in liefde en trouw.

Wanneer aan deze benadering consequenties worden verbonden in het beleid van een kerkenraad in een overwegend traditionele gemeente, zal dit ongetwijfeld tot grote onrust aanleiding geven. Van der Laan merkt hierbij op: 'Omdat het idee van de noodoplossing tweeslachtig is, bestaat er een grote kans dat deze visie verkeerd geïnterpreteerd wordt. Ze wordt immers vaak beschouwd als goedkeuring van een homoseksuele relatie. Maar dan verdwijnt het onderscheid met de moderne visie' (108).

Pastorale overwegingen

Behalve een oriëntatie in de verschillende standpuntbepalingen biedt het boek van Van der Laan ook een aantal zinvolle pastorale en beleidsmatige overwegingen. Progressieve kerkenraadsleden zullen geneigd zijn vooral te kijken naar het belang van homoseksuele paren die erkenning vragen voor hun verbintenis. Maar wie neemt het dan op voor homoseksuele gemeenteleden die uit overtuiging kiezen voor de weg van onthouding? Zo wordt op blz. 50 gesteld dat naarmate de invloed van de moderne visie groter wordt in een kerk, zoals dat het geval is in vele SoW-gemeenten, voor traditionele homo-christenen de drempel om uit te komen voor hun oriëntatie hoger wordt. Het aantal verborgen homo's groeit in zulke kerken en hun eenzaamheid wordt groter!

Duidelijkheid is voor heel de gemeente van belang. In onze tijd kan een kerkenraad zijn principiële positie en de achtergronden van zijn beleidskeuzes niet langer eenvoudig bekend veronderstellen. In een beleidsplan, op de preekstoel, in het kerkblad, op een kring of catechisatie moet opening van zaken gegeven worden. 'De kerk moet ervan uitgaan dat er ieder jaar weer een aantal tieners is dat zichzelf, voor het eerst en met bezorgdheid, afvraagt of ze homo zijn. Ze lopen in stilte rond met die vragen. Daarom zijn duidelijkheid, maar ook begrip en aandacht hard nodig. De kerk kan haar verantwoordelijkheid voor deze jonge mensen nooit zwaar genoeg nemen' (blz. 53). Een discussie over de zegening van homoseksuele levensverbintenissen kan positieve gevolgen hebben doordat bijvoorbeeld 'verborgen' homo's in de gemeente in contact worden gebracht met tot nog toe 'verborgen' traditionele ambtsdragers (blz. 111). Helderheid en openheid is te allen tijde beter dan dubbelzinnigheid en mistigheid. Kerken moeten zich duidelijk en betrouwbaar uitspreken over homoseksualiteit. Het gaat daarbij niet om zwartwittekeningen.

Er zijn vele onbeantwoorde vragen en er zijn even zovele nuances aan te brengen. Het is echter ook waar dat in veel kerken het vacuüm van het nietspreken wordt opgevuld door de moderne visie. Dan lijkt de kerk maar mee te dobberen op de stroom van de tijdgeest. Niet-spreken kan echter ook worden uitgelegd als gebrek aan pastorale openheid en gevoeligheid.

Standpunt Van der Laan

Van der Laan kiest zelf uit overtuiging voor de traditionele visie. Deze staat volgens hem - en ik ben dat met hem eens - veel dichter bij de Bijbel dan de moderne visie. De resultaten van recent exegetisch onderzoek die worden aangevoerd om een andere uitleg te geven aan de teksten die homoseksuele handelingen veroordelen, overtui-, gen niet. Dan zijn die progressieve theologen eerlijker die ronduit erkennen: die bijbelteksten zijn gewoon te-, gen. Bijbelse waarschuwingen tegen homoseksuele praxis worden door moderne theologen eenvoudig genegeerd. Dat is niet te verantwoorden. Het antwoord van Van der Laan op de door hem in de titel van zijn boek opgeworpen vraag is duidelijk. Hij verlaat in hoofdstuk 7 geheel de door hem ingenomen objectieve waarnemerspositie. In dat hoofdstuk blijkt hij achter de controverse over homoseksualiteit een onzichtbare, geestelijke strijd tussen God en satan, waarheid en leugen te vermoeden. De kerk mag volgens Van der Laan geen homoseksuele levensverbintenissen zegenen.

Hij verbindt daaraan een persoonlijk appèl op kerkenraadsleden om te stemmen tegen alle voorstellen die de kerkelijke zegening van deze verbintenis mogelijk willen maken. Ik ondersteun hem daarin van harte.

J. HOEK, VEENENDAAL

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Homoseksuele levensverbintenissen zegenen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's