De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

G. van Ek, Tijd en ruimte. Een studie over Psalm 92 Uitg. Meinema, Zoetermeer 2002, 152 biz., € .17, 90. ^

Over de psalmen is veel geschreven. Naast meditatjesMK^en en stpdies over de bundel < tfirèN^op der jatèn heetirtfat detailstadiéfegepubliceël# over eenaf enkele psalmen. Ook het boe^tattr dr. G. van Ek, docent bijbelse theologie bij de hervormde kerkelijke opleiding, behandelt een detail, namelijk Psalm 92. De schrijver is destijds gepromoveerd op een oudtestamentisch onderwerp en heeft een aantal jaren als docent gewerkt in een Derde-Wereldland, namelijk Colombia. Dat 'kleurt' de trant van zijn betoog. Grondige wetenschappelijke exegese en actuele - ook in een maatschappelijke en politieke zin - toespitsingen maken het lezen van dit boek tot een spannende aangelegenheid. Je moet dan wel bereid zijn om rustig de tijd te nemen voor de uidegkundige details die hier en daar een vaktechnisch karakter dragen en je niet laten afschrikken door de tussen haakjes geplaatste Hebreeuwse woorden. Wellicht had het de helderheid ten goede gekomen als de schrijver zijn 'toepassingen' op de actuele situatie in een afzonderlijk hoofdstuk had verwerkt. Maar daar staat tegenover dat dat weer ten koste van de levendigheid zou zijn gegaan. Wat treft de lezer in dit boek aan? Van Ek knoopt aan bij het nieuwere onderzoek naar de psalmen dat vooral let op structuur en samenhang binnen de afzonderlijke (vijf) bundels. De vierde bundel volgt op Psalm 89, waar we een neerslag aantreffen van de ervaringen van de ballingschap, het verlies van de tempel, de val van de Davidische dynastie. Deze bundel, Psalm 90-106, is te zien als een worsteling om antwoord te krijgen vanuit de ballingschap op de overweldigende ervaring van het stukbreken van de Siontheologie.

De auteur laat zien hoe te midden van de oosterse gedachten over ruimte en tijd Psalm 92 een eigen geluid laat horen. De ballingschapstijd is de tijd van de verloren ruimte. Het geloof wordt teruggeworpen op de beleving van de heilige tijd, de sabbath. Van daaruit komt opnieuw de ruimte in het vizier. We hebben de tijd ontvangen en krijgen zo ruimte. Dat bijbels besef staat haaks op een cultuur waarin we geen tijd en geen aandacht meer hebben en onze verliezen in de veelheid van het reusachtige en het ruimtelijke. Boeiend is de manier waarop de auteur in zijn boek de uitspraken van de psalmdichter plaatst in de religieuze context van de antieke Oosterse wereld en op die wijze het eigene van het Oude Testament naast verwantschap in het cultuurpatroon laat oplichten. Van Ek spreekt in navolging van A. J. Heschel over een anti-heidens getuigenis als centrum voor de beleving van het heilige.

Naast een vertaling met taalkundig commentaar, een weergave van de Hebreeuwse tekst, een analyse van de structuur geeft de schrijver een vers-voor-vers verklaring, gecentreerd rondom de thema's: loflied, vreugde, beestmens, hoge plaats, sabbatsoffer en vruchtdragers.

In een slothoofdstuk wordt een aantal theologische lijnen getrokken inzake het spreken over het verbond, het mozaïsch

kader, het koningschap en de schepping. Vanuit de viering van de sabbat komt de schepping als levensruimte weer in het vizier. Dat geeft hoop ook te midden van onze moderne ballingschap, zegt de schrijver aan het slot.

Ik moet volstaan met deze summiere weergave, al is de verleiding groot om citaten te geven uit de exegetische delen van dit boek. De vertaling van de psalm is niet eenvoudig. Met name de vertaling van vs n en 12 draagt een wat hypothetisch karakter. Verrassend is de vertaling van vers 9: 'Maar Gij, hoge plaats voor altijd, HEERE'. Deze woorden vormen het scharnier en het centrum van de psalm. De samenhang die de schrijver tussen de psalmen 103-104 aanwijst, koningschap van David en schepping, is evenzeer verrassend en de moeite van het overwegen waard. Ik heb me wel afgevraagd of je kunt spreken over het fiasco van Psalm 89. De klacht is immers niet het laatste. In de donkerheid blijft er het pleiten op Gods beloften. Ook maakt de afgrenzing die de auteur tussen de verschillende bundels aanbrengt, hier en daar een wat gekunstelde indruk. Kom je de lijnen die we in de psalmen 90 t/m 106 vinden, ook niet tegen in andere delen van het Psalter? Op dit punt zal in het onderzoek het laatste woord nog wel niet gezegd zijn. Deze detailstudie doet daarom verlangen naar een theologie van de psalmen. Na het mooie boek dat H. J. Kraus erover schreef, is er in ons taalgebied best behoefte aan een dergelijke studie. Van Ek zou er velen een dienst mee bewijzen, met name predikanten. Want voor hen en voor studenten is deze studie in de eerste plaats bedoeld, al hoop ik dat theologisch-geïnteresseerde gemeenteleden ook kennis zullen nemen van de hoofdlijnen van dit prachtige boek, dat ik graag onder uw aandacht breng.

A. NÖORDEGRAAF, EDE

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's