Uit de pers
Actief of activistisch?
Deze tijd van het jaar worden veel kerkelijke activiteiten in gemeenten afgerond en aan een evaluatie onderworpen. Het beleidsplan zet ons er ook toe aan. Evalueren leidt tot inkeer en bezinning: zijn we goed bezig, maken we vorderingen, houden we onze doeleinden in het oog? Er zullen ook gemeenten zijn waar medewerkenden met de tong op de grond het eind van het winterseizoen hebben gehaald. Druk, druk, druk: maar wat is het geestelijk rendement? Dr. Stefan Paas, evangelisatieconsulent voor de Christelijke Gereformeerde Kerken en auteur van een onlangs verschenen studie 'Jezus als Heer in een plat land', schreef in De Wekker twee artikelen onder de titel Activisme en activiteit in de kerk (5 en 12 april 2002).
Met 'activisme' bedoelen mensen te zeggen: let op dat we niet opgaan in het doen. Veelal bedoelt men dan: dingen die we niet eerder deden, die nieuw zijn. Een evangelisatiecommissie kan, aldus Paas, dat verwijt nogal eens te horen krijgen: wéér een actie... laten we oppassen voor activisme! Activisme is het verrichten van activiteiten als het hoogste doel hebben. Als we maar wat dóen, dan zitten we goed.
'Zo bekeken is activisme inderdaad niet goed. Natuurlijk is het belangrijk dat een kerk activiteiten organiseert, maar een kerk is er niet om activiteiten te organiseren. Het is niet ons doel om dingen te doen, nee, wij doen dingen om een doel te bereiken. Een actieve gemeente is nodig, maar een activistische gemeente is haar eigen doel voorbijgeschoten.
Wat is dat doel? Wat wi\ Christus met Zijn gemeente? Daar is de Bijbel duidelijk over: de kerk is er voor God, zij is er voor de gemeenschap met elkaar en zij is er voor de verkondiging van het Evangelie aan de wereld (vgl. 1 Petr. 2 : 1-10). In deze drie zaken vindt de kerk haar bestaansrecht. Een andere reden om te bestaan heeft zij niet.'
Met de term 'activisme' bedoelen we niet zozeer het doen van veel dingen in de gemeente, maar vooral vanuit welke houding en met welk doel we dat doen. In een vijftal stellingen probeert Paas duidelijk te maken waar een actieve en een activistische gemeente aan te herkennen is. Een actieve gemeente weet waarom ze de dingen doet die ze doet. Een activistische gemeente doet de dingen omdat... ja waarom eigenlijk?
'Een actieve gemeente weet wie zij is en waarvoor zij geroepen is. Alles wat ze doet, staat in dat teken. Levende en wervende gemeenten zijn vaak herkenbaar aan het/eit dat ze niet zo heel veel doen, maar wat ze doen, doen ze met volle overtuiging en met alle inzet. Wanneer er nieuwe activiteiten worden voorgesteld, zullen deze gemeenten die altijd toetsen aan de roeping van de gemeente: kerkzijn voor God, voor elkaar en voor de wereld. Als die activiteiten daaraan niet beantwoorden (omdat ze bijvoorbeeld alleen naar binnen gericht zijn), zullen deze gemeenten daaraan geen prioriteit geven. Een activistische gemeente weet eigenlijk niet goed waarom zij er is en waarvoor zij geroepen is. Het wezen en de roeping van kerkzijn is niet werkelijk verweven met de structuren. Het is niet geland in de harten van alle leden. De dingen die deze gemeente organiseert en doet, doet zij om allerlei redenen, maar niet om de goede. Misschien doet zij ze uit schuldgevoel ("we moeten toch ook wat aan evangelisatie doen"). Misschien uit plichtsbesef ("diaconaat is toch een opdracht"). Of omdat het nu eenmaal niet aangaat om helemaal niets te doen ("we kunnen toch niet gewoon stilzitten!"). Of uit algehele onrust over wie zij is ("laten we veel doen, dan hoeven we niet na te denken").'
Een tweede stelling luidt: in een activistische gemeente zijn de mensen meestal vermoeider en meer gefrustreerd dan in een actieve gemeente. In een derde stelling wordt gesteld: in een activistische gemeente wordt misschien meer gedaan, maar uiteindelijk minder bereikt dan in een actieve gemeente.
'In een actieve gemeente weet iedereen wat er van hem of haar wordt verwacht en waarom. Er is onderlinge zorg en toerusting, die ook werkelijk gericht is op de taken die moeten gebeuren. Er is een dragende motivatie die voortkomt uit roepingsbesef en heldere visie. Er is een krachtig en overtuigd leiderschap. Dit kan allemaal vrij rustig en ontspannen ogen. Maar het rendement is oneindig veel hoger. Men bouwt voort op wat in voorgaande jaren is gedaan; men heeft ook een programma waarin vooruit wordt gedacht. Men heeft criteria waaraan activiteiten worden getoetst. Er is rust en overleg. De krachten worden op de juiste plaats ingezet. En dit alles omdat activiteiten niet het hoogste doel zijn van dit soort gemeenten. Hun streven is niet om te presteren of om het jaarverslag vol te krijgen. Activiteiten en organisatie zijn middelen, maar het doel ligt hoger: kerkzijn voor God, voor elkaar en de wereld.
Dan de activistische gemeente: hoewel zij aan de buitenkant kan lijken op een nijvere bijenkorf en men onder de indruk kan komen wat er allemaal aan dingen wordt georganiseerd, is het verbijsterend om te zien hoe weinig al dat werk eigenlijk oplevert. Jaar in jaar uit worden dezelfde dingen gedaan en georganiseerd, maar de mensen veranderen niet, men moet elk jaar opnieuw beginnen, de wereld wordt nauwelijks bereikt, gemeenteleden raken ontmoedigd en verdwijnen naar de zijlijn.
Ook hier kunnen we weer een vergelijking trekken met sommige mensen. Er zijn mensen die altijd maar druk en in beweging zijn. Maar als je nauwkeuriger toekijkt, zie je dat er eigenlijk verbluffend weinig uit hun handen komt. Ze rennen maar, verschuiven hier een kopje en zetten het daar weer terug, ze hijgen, klagen, zuchten, poetsen wat en weten in alles de indruk te wekken ont-zettend druk te zijn. En toch doen ze eigenlijk niets.'
Dr. Paas sluit zijn artikelen af met de laatste stelling: zowel behoudende als vooruitstrevende gemeenten kunnen activistisch zijn. Dat is een interessante stelling omdat het verwijt van activisme vaak voortkomt uit de behoudende hoek, gericht op de wat meer vooruitstrevende delen van de kerk.
'Soms krijg ik de indruk dat het verwijt van activisme vooral vanuit meer behoudende gemeenten of kerkleden gericht wordt aan meer vooruitstrevende gemeenten of leden. Maar dat klopt niet. Activisme kan traditionele of progressieve vormen aannemen. Een gemeente die "behoudend activistisch" is, heeft haar activiteiten en organisatie onbespreekbaar gemaakt. Er mogen geen vragen bij worden gesteld. Dit is onze manier van werken en die is onaantastbaar. De activiteiten en organisatie zijn doelen op zichzelf geworden en niet langer middelen. Zulke gemeenten dreigen zich af te sluiten voor Gods Geest, Die er door heen kan en wil blazen. Een eenvoudig voorbeeld: een gemeente op het platteland heeft in een grijs verleden besloten om de middagdienst om 14.00 uur 's middags te houden. Zo konden de vele melkveehouders in de gemeente na de dienst nog melken. Nu, anno 2002, wonen in het dorp alleen maar forensen. Iemand oppert dat de middagdienst misschien wel naar 17.00 uur verlegd kan worden, omdat het voor mensen met jonge kinderen wel een heel geren en gevlieg is, een dienst zo kort na het middageten. Dit voorstel is echter onbespreekbaar: het is altijd zo geweest en het zal altijd zo blijven. Met andere woorden, deze gemeente heeft haar organisatie (althans dit deel ervan) "heilig" verklaard en vraagt zich niet langer af of die organisatie nog tegemoet komt aan het doel waarvoor zij moet dienen.
Een gemeente die "vooruitstrevend activistisch" is, stelt zich als doel om eigentijds te zijn. Dit niet zozeer omdat zij zich heeft afgevraagd ofzij Gods doel beter kan dienen, maar eigenlijk vooral omdat zij zich ervoor schaamt ouderwets te worden gevonden. Een Nederlander wordt liever een diefgenoemd dan ouderwets, zei iemand eens. Het organiseren van nieuwe activiteiten is een doel op zichzelf geworden. Voortdurend rent deze gemeente achter zichzelf aan. De argumentatie verheft zich zelden boven het niveau van "dit kan toch eigenlijk niet meer" en "we moeten met de tijd mee". Met andere woorden, deze gemeente heeft de moderne tijd "heilig" verklaard en de ontwikkelingen in de maatschappij als scheidsrechter aanvaard over het gemeenteleven.
Waar het om gaat, is dat kerken, of ze nu een traditionele of progressieve stijl hebben, rust, eenvoud en overtuiging aan de dag leggen bij de dingen die ze doen. Niet een krampachtige rust, niet een onbespreekbare en angstige overtuiging die de eigen onzekerheid overschreeuwt, geen dubbele agenda's, maar een rust en overtuiging die wortelt in geloof en roepingsbesef. Zo'n kerk is niet bang om tegen de tijdgeest in te gaan, maar durft ook op tijd de bakens te verzetten. Wat zo'n kerk doet en organiseert, past vermoedelijk met gemak op een half kantje A4, maar het wordt met volle inzet en blijmoedigheid gedaan. En met oog voor de roeping van de kerk.
De grote Engelse theoloog John Stott zei ooit eens dat hij verlangde naar een kerk waar minder gedaan werd: samenkomsten van de gemeente op zondag en door de week nog een bijeenkomst in kleine kringen, met gebed, lojprijzing, studie en dienst aan elkaar en de samenleving (dus geen naar binnen gekeerde clubs!).
Meer niet. AI het andere (zoals verenigingen, clubs, studiebijeenkomsten, zangkoren, projecten, gemeentedagen, acties, bazaars enzovoort) is best nuttig en mag ge-
beuren, maar heeft geen prioriteit. Voordat we nu in de verdedigende reflex schieten: herkennen we iets van dit verlangen naar rust, overzicht, kwaliteit en eenvoud in het gemeenteleven? Doen we eigenlijk niet veel te veel en doen we niet veel te veel halfslachtig? Ik verlang naar een gemeente die zich met haar hele hebben en houden in dienst wil stellen van God en de volle breedte van Zijn plan. Een gemeente die daarbij niets van haar doen en laten op voorhand heilig verklaart en buiten kritiek stelt en tegelijk werkelijk kerk durft te zijn. Zulke gemeenten zijn nodig voor kerkmensen, maar ook voor niet-kerkmensen. Zulke gemeenten zoekt God.'
Misschien zijn deze stellingen de moeite waard om in een evaluerend gesprek binnen kerkenraden of commissies eens mee te overwegen: Zijn we wel op de goede weg? Vraagt een en ander niet de nodige bijstelling? Als we alleen maar klagende, zuchtende of vermoeide medewerkenden overhouden, zijn we dan wel op de goede weg? Iets terugdraaien of afschaffen kan ook een daad van bijbelse gehoorzaamheid zijn.
J. MAASLAND
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's