De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

8 minuten leestijd

s. A. F. Troost te Heusden ontving, omdat hij 30 jaar dominee was, van zijn 'lieve jeugd' 'zelfgemaakte bloemen'. Hij bedankt voor dit presentje en voor een ruiker voor in de kerk en schrijft en passant:

'Mede namens mijn vrouw ook hartelijk dank voor het schitterende bloemstuk dat zondag in de kerk de tafel sierde. Kijkend naar dat fraaie stuk ku/am mij in gedachten - excuus, ik word oud, ik ga steeds meer terugdenken aan vroeger... - wat mijn ouders uertelden ouer ds. Simon uan Dorp, die destijds bij ons in Den Haag dominee was. Hij hield wel uan bloemen, maar niet in de kerk. Dat uond ie maar niks, een beetje heidens, iets uoor gereformeerden en vrijzinnigen. Als hij ergens in de stad preekte liet hij de koster de bloemen weghalen. Maar op maandagmorgen daalde dan de goedmoedige spotlust uan zijn collega's in de predikantenvergadering op zijn eerwaarde hoofd: "Zo Simon, wat hoorde ik, heb jij gisteren de bloemetjes weer eens buiten gezet...? '"

I n Opbouw (Ned. Geref.) vertelt ds. IJtje Veefkind over een koptische doop, waarbij de gevoelens van een grootvader t.o.v. een kleinkind doorklinken. Hier volgt het, zonder commentaar.

'Benjamin is het oudste kind uan onze dochter en haar Egyptische man. Hij was de eerste uan onze kleinkinderen die gedoopt zou worden. Op een zonnige zaterdag in september zou in de Koptische kerk die gebeurtenis plaatsvinden. De enige priester die de Koptische kerk in Nederland toen had, moest zijn diensten verdelen tussen Amsterdam, Eindhoven, Den Haag en Utrecht. Deze dag was hij in Eindhoven. De dag daarop, zondag, zou de grootvader van de dopeling ook in Eindhoven preken.

Daar moetje dan maar niet te ueel aan denken, maar het doet je wel wat.

Als je kinderen opgroeien wil je graag dat ze bij de kerk blijven. Liefst de eigen kerk, maar dat kun je nog laten vallen als die andere kerk dicht bij de jouwe ligt. Moeilijker wordt het als het een kerk is waar je kind overgedoopt gaat worden. Maar ook hier leer je mee omgaan.

Toch, als de kerk totaal anders is, zoals in ons geval, leer je dankbaar te zijn als blijkt dat ze de Here van harte liefhebben. Als je kinderen niet meer naar de kerk gaan hoopje dat ze Hem nog willen kennen. En als je ten slotte ook daar weinig meer van merkt heb je niet anders dan je vast te klampen aan de zekerheid dat de Here hen blijft liefhebben.

Wij gingen dus naar Eindhoven. En waren te laat. De dienst was al in volle gang maar dat was geen probleem, we konden gewoon aanschuiven en luisteren naar de priester en zijn onverstaanbare woordenstroom. Na ongeveer een uur riep hij ons terzijde. De dienst werd intussen voortgezet door een diaken. De priester wijdde zich nu helemaal aan de doopouders en het kind. Een lang formulier. Vragen aan de ouders. Voorhoofd, handjes en voetjes uan het kind werden met olie gezalfd. En intussen ging de dienst gewoon door. Wij waren een eilandje apart.

Weer een stuk formulier.

Daarna de eigenlijke doop. En daar werden we overrompeld door het beeldende karakter van het sacrament.

Het kindje werd geheel ontkleed en "in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest" drie keer in een kleine badkuip ondergedompeld, de laatste keer helemaal kopje onder, waarop hij heftig schreiend reageerde.

Prachtig. Daarna droogde de priester hem af. Deed hem het pampertje om en de meegebrachte witte kleertjes aan, bond hem ten slotte een rood lint om, symbool voor het bloed van Christus.

We mochten weer gaan zitten en de dienst duurde voort. Ik keek naar het gezalfde en gedoopte jongetje, schoongewassen door kostbaar bloed, gekleed in witte kleertjes. Een klein zondaartje en toch begenadigd, ook hij.

Ten slotte kwam er een einde aan de dienst. De gemeente begaf zich naar een bijgebouw. Daar werden de ouders gefeliciteerd. Er was koffie, thee, soep, heerlijk Egyptisch brood, maar vooral hartelijkheid en warmte. De priester bleek een gewoon mens, met belangstelling voor het werk uan de protestantse collega.

Inmiddels hebben we de doopceremonie drie keer meegemaakt en ik moet bekennen dat, na die eerste keer, wij naar de volgende uitkeken. "Ik wilde", zei onze schoonzoon de laatste keer, "dat papa het had mogen doen."

En voor die opmerking was ik heel dankbaar.'

M mevrouw Marian Cohen Stuart gaf bij een rondzendbrief vanuit Jeruzalem een ooggetuigenverslagvan de Palestijnse zelfmoordaanslag aan de Jaffastraat in Jeruzalem op vrijdag 12 april l.l.

'De laatste boodschappen op de vrijdagmiddag groente- en fruitmarkt Mahane Yehuda 16.15 uur. De tomaten zijn duur en willen niet in prijs zakken. Het is een paar uur uoor shabbat begint en we doen evenals duizenden anderen boodschappen op de zwaar bewaakte grote markt in het centrum van Jeruzalem. De marktman vraag NIS 7.20 (€ 3, 50) en we staan af te rekenen als de grote ontploffing komt. De naast ons staande Arabisch-Palestijnse jongeman die op de joodse markt nog een dagloon wilde verdienen raakt in paniek. Hij begint als een idioot de meloenen in een kist te werpen. De baas brult in het Arabisch "swaaije swaaije" (rustig, rustig) "le-at le-at" toeuoegend in het Hebreeuws: "En geen paniek alsjeblieft". Ik zeg hem in het Hebreeuws: 'De aanslag, ontploffing is al gebeurd!"

Honderden mensen komen aangerend, gillend en schreeuwend de overdekte marktstraat op, komend van de Jaffastraat. Tientallen Arabisch-Palestijnse jongens zien we wegrennen in paniek door de zijstraten naar de brede marktstraat. Niemand die ze tegenhoudt of de woede en de verbijstering op hen bekoelt. Ik adviseer mijn man naar huis te gaan en zo snel mogelijk onze kinderen te bellen, die weten dat wij op vrijdagmiddag alle groente en fruit etc. inkopen op de markt.

"Ikga helpen", zeg ik. Cordons van politie en militairen zetten de straat af. "Ik ben verpleegster, misschien kan ik wat doen." Ze laten me door naar de plek des onheils. Het strijdtoneel is onbeschrijfelijk. De motor van bus 6 draait nog. Er valt iets ijzig kalms ouer me. Ik stap ouer nog hele challot (shabbatbroden), gebak en alle denkbare soorten groente en fruit. Daartussen liggen losse armen en benen. Een losse romp zonder benen en hoofd. Een volledig verminkte met een opengereten buik. Ik tel vijf doden. ledereen is naakt met nog een paar uoddige rafels aan arm of been. Gewonden en doden zijn bedekt met een grijze laag.

Een orthodoxe man probeert een zware man met grijze baard weg te slepen en ik probeer te helpen. Zijn been is eraf en ik voel geen pols meer. Hij loopt blauw aan en ik zeg: "Shma Yisraeel Adonai Elohenoe Adonai Echad" (de joodse geloofsbelijdenis: "Hoor Israël de Heere onze God de Heere is Een"). Dat zegje bij een stervende. "Denkje..." - "Ja", zeg ik en hij begint hetzelfde te zeggen. "Help daar", gebied ik. Naast de ingang van de bus ligt een urouw te schreeuwen. Ze lig half op een ander ontzield lichaam. Ook zij is een been kwijt. Met een plastic tas binden we haar stomp, voor verder

bloedverlies, af evenals haar linkerarm, die erbij bungelt. Ze gilt "waar is mijn telefoon". Een paar meter van haar vandaan zie ik een telefoon liggen. "Zegje nummer", maar dan heeft ze het bewustzijn al verloren, twee minuten later wordt ze op haar buik weggedragen door de inmiddels gearriveerde Magen David Adom (de Rode Davidsster). Op een gerafelde mouw na is ze helemaal bloot en grote gaten zijn in haar lijf geslagen. Ik denk hoe moet je dat als chirurg repareren? Tientallen ambulances arriveren. Ongelofelijk hoe snel die ter plaatse zijn met hulpverlening. De explosie roept het beeld op van akelige oorlogsfilms waar ik nooit naar wil kijken, waar uiteengereten mensen en mensendelen over een paar vierkante meter

verspreid liggen. Ik registreer en constateer: de terrorist moet bij deze bushalte de walgelijke daad hebben uerricht, de voorruit uan de bus ligt op straat, maar de lijken en de zwaar gewonden liggen naast de zwartgeblakerde bus. Later horen we dat het een 21-jarige Palestijnse vrouw uit Hebron was, die als "shahida", Heilige martelares, zichzelf opblies om naar het moslim Walhalla te verhuizen. Zou haar familie echt dansen uan blijdschap om haar dood en de $ 25.000 die Arafat samen met Saddam Hoesein uitkeert? Zes doden en 86 gewonden, waaruan acht zwaar, zijn de tol uan dit gruwelijk verderf. Mijn witte Reeboks zitten onder he bloed en ik mag mijn handen wassen in een van de kleine hotelletjes aan dejaffastraat. De politie heeft de handen uol om de tientallen (bloeddorstige? ) filmende journalisten op afstand te houden. Verdoofd loop ik in de u/arme middagzon tussen de schreeuwende mensen en de gillende ambulances in vijftien minuten terug naar ons flatje in Jeruzalem.

Shabbat Shalom (? ) uit Jeruzalem.'

t Naschrift: Gisteren stond zijn naam en foto in de krant: Nissan Cohen, 57jaar. Hij stierf in mijn handen. De vuistgrote gaten in de lichamen uan doden en geu/onden worden veroorzaakt door de spijkers en schroeven in de bommen die de massamoordenaars tot ontploffing brengen.

Eerst waren het mannen, die zichzelf in bussen, restaurants en winkels opbliezen. Nu zijn het meisjes en vrouwen met wijde blouses en jurken die zoveel mogelijk joden in een moordaanslag willen vernietigen. Stel je uoor dat bij controles vrouwen gevraagd zou worden hun blouses omhoog te doen om ze te controleren... dan zou de wereld schande roepen wegens seksuele intimidatie...!'

V.D.G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's