De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een regionale proefpolder

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een regionale proefpolder

7 minuten leestijd

Het is een bekend gegeven, dat het voor een bestuur van een grote vereniging moeilijk is om goed contact te hebben met de leden. Dit probleem doet zich ook «oor binnen de Gereformeerde Bond, waar het hoofdbestuur wegen zoekt om effectief met het grondvlak (plm. gooo leden) te communiceren. Bovendien is er sprake van vergrijzing van het ledenbestand. Echter zal ook aan jongeren duidelijk gemaakt moeten ivorden waarvoor we staan. Niet om in de eerste plaats aan te geven waarom wij nogal eens 'neen' moeten zeggen, maar wel om te zeggen dat de Bond allereerst wil opkomen voor een prediking in overeenstemming met de Schrift en de belijdenis van onze kerk, een prediking van zonde en genade, waarin het werk van Christus als Zaligmaker centraal staat. Dit doel moet levend gehouden worden in de gemeenten om daarmee de leden en de jongeren te bereiken. Daarvoor is een nieuw initiatief uitgewerkt: een regionaal overleg van plaatselijke afdelingen en contactpersonen.

Zuid-Holland-Zuid

Reeds kort na de oprichting van de Gereformeerde Bond in 1906 werden in diverse gemeenten afdelingen opgericht, die op plaatselijk niveau het werk van de GB gestalte gaven. Soms viel een plaatselijke afdeling samen met de stichting van een evangelisatie, waarin ook een plaats was voor de Woordverkondiging. In de loop der jaren zijn vele van deze evangelisaties en afdelingen geïntegreerd in het geheel van de plaatselijke hervormde gemeente, soms via de vorm van een buitengewone wijkgemeente.

Iemand die lid werd van een plaatselijke afdeling, was tegelijkertijd ook lid van de landelijke GB, terwijl er daarnaast ook leden van de GB zijn in plaatsen waar geen afdeling is. Op plaatselijk niveau worden door het afdelingsbestuur activiteiten ontplooid, waar de leden direct bij betrokken worden, maar voor de andere leden is er nauwelijks iets te merken van het werk waar de GB voor staat.

Om toch de breedte van het ledenbestand te bereiken heeft het hoofdbestuur in 2000 het initiatief genomen om regionale bijenkomsten te beleggen. In het algemeen gesproken is dit als positief ervaren, waarbij het wenselijk bleek de regionale contacten verder uit te bouwen.

Daarom is contact gezocht met een aantal afdelingsbesturen in de regio Zuid-Holland-Zuid om de mogelijkheden te onderzoeken voor een regionale aanpak en zo meer mensen te bereiken en bij het werk te betrekken. Vanuit de afdelingsbesturen Alblasserdam, H.I. Ambacht, Nieuw-Lekkerland/Kinderdijk, Sliedrecht en Zwijndrecht is de gedachte voor de vorming van een regionaal overleg verder uitgewerkt. Tijdens de voorbereidingen daartoe stuitte men op schrikbarende feiten:

in de classes Dordrecht en Alblasserdam zijn 28 hervormde gemeenten met 52 predikantsplaatsen en in totaal plm. 90.000 zielen. Hiervan zijn er echter maar 969 (= 1%) lid van de GB en 980 abonnees op de Waarheidsvriend! (Tussen haakjes: een abonnee op de Waarheidsvriend is niet tegelijkertijd lid van de GB.)

Van de genoemde 969 leden behoren er 632 tot een plaatselijke afdeling. De andere 367 leden wonen in gemeenten die kerkelijk wel tot de GB worden gerekend, maar waar geen plaatselijke afdeling is.

Een bijkomend probleem van de reeds bestaande afdelingen is het feit dat men na de integratie in het geheel van de kerkelijke gemeente dikwijls geen taak meer ziet voor het functioneren van zo'n afdeling. Het gevaar van 'inslapen' is dan niet denkbeeldig en soms volgt na verloop van tijd de opheffing van de afdeling. Bovendien bestaat het feit van 'vergrijzing': veel leden uit vroegere jaren blijven (uit gewoonte? ) lid, maar jongeren treden niet toe.

Regionaal overleg

Alles bij elkaar meer dan genoeg redenen om te pleiten voor een regionale aanpak. Echter niet om daarmee een nieuwe organisatielaag tussen hoofdbestuur en afdelingen te creëren! Integendeel: een overlegplatform tussen de reeds bestaande afdelingen en daaraan toe te voegen (en dat is nieuw!) plaatselijke contactpersonen uit gemeenten waar geen afdeling is. Jaarlijks zal een overlegvergadering plaatsvinden en elke twee jaar een regionale ontmoetings- cq. gespreksavond met enkele leden van het hoofdbestuur.

Deze opzet is nu geëffectueerd in de regio Zuid-Holland-Zuid. Op donderdag 11 april jl. werd deze nieuwe werkvorm gepresenteerd op de ontmoetingsavond in Nieuw-Lekkerland. Namens het hoofdbestuur waren ds. R. H. Kieskamp en drs. P. J. Vergunst

aanwezig en zij gaven een officieel tintje aan de start van dit overleg. Het is genoemd een 'proefpolder': als het in deze regio vaste vorm gaat krijgen, is het wellicht ook in andere regio's een goede manier om het werk van de GB breder aandacht te geven op plaatselijk vlak en het hoofdbestuur te laten communiceren met de leden.

Voor alle duidelijkheid: een regionaal overlegorgaan is wat anders dan een regionale afdeling, zoals die bijv. in Friesland of in Groningen/Drenthe functioneert. Een regionaal overleg vindt plaats tussen plaatselijke (en evt. regionale) afdelingen en plaatselijke contactpersonen.

Noodzaak

In zijn inleidend woord ging de heer Vergunst in op de noodzaak van het werk van de Gereformeerde Bond. Hij vroeg ons waarom het zo nodig is die bredere aandacht voor het werk van de GB te stimuleren. Die vraag ligt ten grondslag aan ons bestaansrecht, want anders doen we niet meer dan onze organisatie als vereniging optuigen. Niet voor niets pleit de Gereformeerde Bond heel sterk voor het handhaven van de belijdenis der kerk. Daarin vinden we immers 'de weerslag ofwel de neerslag van de Schrift in de harten der gemeenteleden' (dr. A. van Brummelen). De belijdenis vertolkt de waarheid van de Schrift; ze onderwijst en ze corrigeert.

Vanuit de belijdenis leren we wie God is: de Vader, onze Schepper, Die ons draagt door Zijn kracht, de Zoon, onze Zaligmaker, Die ons verlost door Zijn bloed, de Heilige Geest, onze Trooster, die ons de genade thuisbrengt. Dit werk van de drie-enige God mag kenmerkend zijn voor de prediking en het geloofsleven in de Gereformeerde Bond.

En daarbij zijn we gericht op mensen die weten dat de Vader recht op hen heeft, die Christus als hun Heiland belijden en die de Geest nodig hebben in hun strijd tegen de zonde. Deze spiritualiteit beweegt ons, vanuit dit geloofsleven willen we dienstbaar zijn in kerk en gemeente. Dat geloof is ons overgeleverd; dat geloof richt zich op het Woord, waarin de Heere Zichzelf openbaarde en waarmee Zijn gemeente staat of valt.

Huwelijk in kerk en samenleving

Na de officiële presentatie van het regionaal overleg Zuid-Holland-Zuid werd het onderwerp 'Huwelijk in kerk en samenleving' ter bespreking aan de orde gesteld. Voorzitter C. Stam (Nieuw-Lekkerland/Kinderdijk) gaf een korte inleiding, waarna een goede bespreking volgde.

Samengevat kan deze als volgt worden weergegeven: huwelijk en gezin behoren, evenals de kerk, tot de primaire samenlevingsverbanden. Zijn er problemen in het ene, dan vertalen deze zich direct door naar het andere. Regelmatig zijn er verontrustende berichten over de vele echtscheidingen, de acceptatie van het ongehuwd samenwonen, de betekenis van alternatieve relatievormen, enz. De vraag is of er van een crisis gesproken kan worden.

Tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw was het huwelijk een onweersproken instelling in kerk en samenleving. Toch zijn er de eeuwen door problemen op huwelijksgebied geweest. Ook in de tijd van de Reformatie, omdat er toen een tumultueuze overgangssituatie bestond door het wegvallen van het gezag van de RK-Kerk. In eerste instantie moesten huwelijksproblemen door kerkelijke rechtbanken worden opgelost. Toch heeft synode na synode (ook Dordrecht 1618/1619) er steeds op gewezen dat de overheid verantwoordelijk is voor alles wat met het huwelijk te maken had. Uitgangspunt was immers dat het huwelijk een zaak is van de burgerlijke overheid. Het was nota bene Napoleon die ten slotte het burgerlijk huwelijk rechtsgeldig verklaarde.

De grote omslag in het denken over het huwelijk dateert uit de jaren na 1960. Sindsdien erkent de samenleving het huwelijk niet meer als scheppingsgegeven, maar eerder als een sociaal contract, waar je vrijblijvend mee om kunt gaan. De dieper liggende gedachten hierachter kunnen trefzeker worden aangegeven met woorden als: ongeloof, onkunde, gelijkheidsstreven en het vervagen van bijbelse normen en waarden. Kenmerken hiervan zijn een vrije seksuele moraal, recht op zelfbeschikking ook voor gehuwden en toenemend individualisme. Door de paarse wetgeving staan huwelijk en gezin op de tocht en zijn naar de rand van de samenleving verwezen en de kerk heeft het nakijken! Er is dus duidelijk sprake van een crisis.

Vanuit de bijbelse gegevens is echter veel te leren. Teksten als Gen. 2 : 22, Ruth 4 : 11, Mal. 2 : 14-15 en Efeze 5 : 22-33 geven een helder antwoord op de vraag naar een bijbelse visie op het huwelijk. Op grond daarvan zou een definitie geformuleerd kunnen worden over wat in bijbelse zin een huwelijk is:

'Het huwelijk is als oorspronkelijk scheppingsgegeven de unieke, weloverwogen en naar haar aard onverbreekbare verbintenis voor het leven van een man met een vrouw, gebaseerd op wederzijdse liefde en trouw, in het openbaar bevestigd en gezegend door wettelijke en ambtelijk bevoegde gezagsdragers.'

Elk huwelijk is een zaak van de burgerlijke gemeenschap. De kerk voegt aan de huwelijksverbintenis als zodanig niets toe. Al zou, bij wijze van spreken, het bruidspaar in de kerk alle vragen met 'neen' beantwoorden, dan nog zijn ze wettelijk man en vrouw, omdat men voor de ambtenaar van de burgerlijke stand 'ja' heeft gezegd, en daarmee als het ware een eed heeft afgelegd.

Iets anders is dat de kerk, als geen ander, gefundeerd kan uitleggen waarom het huwelijk een instelling is die God behaagt en ook hoe de gehuwden zich ten opzichte van elkaar en in de samenleving hebben te gedragen. En daarbij is de zegen des Heeren onmisbaar.

Duidelijk werd tijdens de afsluitende bespreking op deze regiobijeenkomst dat een voortgaande bezinning op dit onderwerp zeker nodig is.

J. DE JAGER, SLIEDRECHT

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een regionale proefpolder

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's