Om de kerk te dienen
HET UNIEVOORSTEL TOEGELICHT [I]
Op 29 januari is door de hoofdbesturen van de Confessionele Vereniging (CV) en de Gereformeerde Bond (GB) een voorstel voor een Unie van Samen op Weg-kerken aangeboden aan de synodemoderamina van de drie Samen op Weg-kerken en aan alle kerkenraden en classicale vergaderingen. Daar is in verschillende kerkelijke bladen inmiddels veel over geschreven. Naar aanleiding daarvangaan ive in een aantal korte artikelen in ons eigen orgaan op de inhoud en bedoeling van dit voorstel in.
Waarom een unievoorstel?
De beide bovengenoemde hoofdbesturen hebben door de jaren heen steeds gepleit voor een federatie of unie van kerken. Het hoofdbestuur van de CV heeft dit onder andere in 1999 gedaan in een brochure met de veelzeggende titel 'De rots: slaan of spreken'. Door het hoofdbestuur van de GB is eveneens op verschillende momenten gepleit voor een federatie. In het volgende artikel hopen we daar op terug te komen. Voor het unievoorstel is echter niet in de eerste plaats van belang waarom CV en GB hier voor zijn, elk vanuit hun eigen positie. Het unievoorstel sluit allereerst aan bij een zorg die de hele kerk aangaat, de zorg om een dreigende breuk in de Nederlandse Hervormde Kerk. In het ingediende unievoorstel wordt geconstateerd dat het SoW-proces leidt 'tot zodanige gewetensnood dat het doorgaan op de weg naar volledige eenwording van de drie kerken zal leiden tot een scheuring'. En 'een eenwordingsproces van kerken dat niet door allen kan worden meegemaakt, dient als mislukt te worden beschouwd'. Het unievoorstel doet een beroep niet alleen op confessioneel en/of gereformeerd denkende leden van de kerk, maar op ieder die verantwoordelijkheid draagt. Want de zorg om de heelheid van de kerk moet ieders zorg zijn. Het is met name op dit punt dat de beide hoofdbesturen met het unievoorstel de kerken willen dienen.
Mag je wel rekenen met een breuk?
Het spreken over scheuring komt bij sommigen over als een dreigement. Zij zijn van mening datje, door te spreken over een mogelijke breuk, deze juist oproept. Daarom zou het hoofdbestuur van de GB alle energie moeten steken in het voorkomen daarvan. Dat zou moeten gebeuren door met kracht te bevorderen dat zoveel mogelijk gemeenten in hun geheel meegaan in de verenigde kerk.
In het volgende artikel hopen we te laten zien, dat het hoofdbestuur nog steeds staat achter het standpunt dat in 1996 in Amersfoort is vertolkt. Ondanks fundamentele bezwaren tegen de vereniging zoals die nu wordt beoogd, zien we het als onze roeping om op onze post te blijven als deze vereniging onverhoopt toch doorgaat. Daarbij past niet het dreigen met een breuk. Maar wij moeten wel met zorg constateren dat niet iedereen deze standpuntbepaling van het hoofdbestuur in dezen kan volgen. Leden van de kerk, soms ook kerkenraden, geven aan dat zij niet mee zullen gaan in een verenigde kerk. Daardoor zullen gemeenten breken. De scheiding zal door gezinnen en families heengaan. In kleine gemeenten zal zelfs het draagvlak voor de predikantsplaats wegvallen. Het zal ook gevolgen hebben voor het werk dat door de verschillende hervormd-gereformeerde bonden wordt gedaan, onder andere missionair werk en jeugdwerk. Wij dreigen niet, maar geven slechts de signalen door zoals die ons bereiken uit gemeenten, waar men de kerk liefheeft en haar trouw wil blijven. Daaruit spreekt gewetensnood. En daar mag de kerk niet aan voorbijgaan. Het unievoorstel is een dringend appèl op de kerk om deze realiteit onder ogen te zien en het niet tot een breuk te laten komen. Dat is de kerk onwaardig. Ze kan zich dat niet meer permitteren. Dat kan in geen enkele tijd, maar zeker niet in onze tijd van secularisatie. Nog zwaarder moet voor de leiding van de kerk wegen dat we dit voor het aangezicht van de Heere God niet kunnen verantwoorden. De gemeente is het lichaam van Christus en mag daarom niet breken. Wie Zijn lichaam niet onderscheidt, roept een oordeel over zich af (I Korinthe 11: 29).
Vragen we te veel?
De mensen die in de afgelopen jaren hebben gewerkt aan de concept-kerkorde hebben hun best gedaan om binnen de verenigde kerk ruimte te maken voor de zogenaamde bezwaarden. Deze mensen zijn teleurgesteld dat er nu ondanks hun inspanningen toch een unievoorstel li gt. We realiseren ons, dat we veel van hen vragen. De les van het tot nu toe afgelegde traject is echter, dat het niet lukt met aanpassingen binnen de kaders van de voorliggende concept-kerkorde. Het zal moeten komen tot een grondige herbezinning op de hele concept-kerkorde, met name op het fondament. Het unievoorstel pleit voor bezinning op een kerkorde, waarin sprake is van echte eenheid in een werkelijk belijdende kerk. Kan een kerk, die tot op het bot verdeeld is, ooit tot zo'n eenheid komen? Als dat van mensen moet komen, zal het niet gaan. Maar de kerk verwacht het, als het goed is, niet van mensen. Eenheid is een geschenk van de Heere God en gaat terug op Hem Zelf. Dat leren we van de Hogepriester, Die bidt voor Zijn Kerk: 'Opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn.' Het unievoorstel is gedaan om de kerk te dienen bij het (blijven) zoeken naar deze diepste eenheid.
H. VAN GINKEL, GOES
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 2002
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 2002
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's