De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verlegenheid en verlangen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verlegenheid en verlangen

BEZINNING OP DE PREDIKING [6] v

8 minuten leestijd

BEZINNING OP DE PREDIKING [6]

Een vraag, een zoektocht

Prediking in de betoning van geest en kracht, wat is dat? Al heel wat jaren gaat deze vraag met me mee. Als een verlegenheid en als een verlangen. Graag zou ik dat Paulus nazeggen. Een paar notities, als een persoonlijk relaas geschreven.

Steeds breng ik mij te binnen dat Paulus deze woorden schreef in i Korinthe 2. Dat heeft mogelijk zijn redenen. Ik zie er twee. De eerste is dat we lezen in Handelingen 18 dat Paulus naar de gemeente Korinthe gaat, nadat hij in Athene op de Aereopagus was geweest. Hoofdstuk 17 springt er in het boek Handelingen uit. Paulus te midden van geleerden en wetenschappers, de high society, de culturele elite en fijnproevers. Ik lees er geen kwaad woord over in mijn bijbel. Nooit ook heeft Paulus spijt gehad dat hij er geweest is en er gedaan heeft wat hij er heeft gedaan. In de kerk is en blijft ruimte voor en behoefte aan apologeten, dat zijn mensen die in gesprek zijn met wetenschap en filosofie en op dat terrein het christelijk geloof verdedigen en verbreiden. Daar geldt kracht van argument, van overtuiging. Maar Paulus verlaat teleurgesteld de Aereopagus. Hij is meer en liever evangelist dan apologeet. Alsof hij loopt te denken: zo doe ik het toch niet meer. En op weg naar Korinthe zet het voornemen zich in zijn binnenste vast: ik zal niets anders weten dan Jezus Christus en Die gekruisigd. Nadenkend over de kracht van zijn prediking, is dat wellicht belangrijk: concentratie op het hart van het Evangelie.

De tweede reden die ik zie waarom Paulus deze woorden schreef in 1 Korinthe 2, is het feit dat deze brief geschreven is aan de gemeente in Korinthe. Een unieke gemeente. Het meest kenmerkende van haar is wel de charismatische inslag. Zeg maar, de Pinkstergemeente van toen. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het in de waarneming van Paulus veel weg had van een charismatische chaos. In ieder geval heb ik zo'n gevoel, als ik wel eens wat hoor of lees van onze charismatische broeders en zusters nu. Met hun bijzondere dingen, krachten die ze uiten of verto- • nen. Zou ik ook zulke krachten moeten/willen oproepen en laten zien? Zou ik krachtpatser op de kansel moeten zijn? Met het oog op zo'n gemeente schrijft Paulus dan dat zijn prediking is in betoning van geest en kracht. In onderscheid met al het charismatische in Korinthe. Toch weer anders dan in Korinthe, maar wel: geest/Geest en kracht!

Dynamiet

Als Paulus het woord 'kracht" in de mond neemt, doet hij dat ook nog in een ander verband. De bekende woorden uit Romeinen 1:17. Het Evangelie is een kracht (!) van God tot zaligheid voor ieder die gelooft. Gods eigen Woord, Zijn Evangelie hebben in zich een formidabele lading en kracht. Het is maar dat ik het geloof! Naar mijn overtuiging is het beslissend dat het inderdaad bij mezelf begint. De vraag naar

mijn eigen geloof in de kracht van Gods Woord. Het Griekse woord voor kracht is dynamis, ons woord dynamiet. Als predikant ben ik in die zin in dienst van de EOD, de Explosieven Opsporings Dienst. En de mensen van de EOD hoeven zelf de dynamiet niet mee te brengen, of aan te brengen. Het gaat hen er om daar te zijn waar het dynamiet is, en er op hun wijze mee aan de slag te gaan. En voor een predikant kan het er niet om gaan het dynamiet te laten exploderen - dan zou ik die charismatische krachtpatser moeten zijn-, maar wel om die te exploreren. Dat wil zeggen dat de kracht ervan werkzaam zal zijn. Doorwerkt en uitwerkt in mijn leven en in het leven van die mij horen.

Wat dat voor mijzelf betekent, illustreer ik met het volgende. Ik kan me nog de dag herinneren dat ds. H.G. Abma stierf. Ik • heb hem nog een paar keer horen preken. Onvergetelijk, want ik weet ze nog. Zijn kolommetjes in het Gereformeerd Weekblad verslond ik. Hij stierf kort na nieuwjaarsdag, ik dacht op 2 januari. Het jaartal weet ik niet meer. Op de zaterdagavond na zijn overlijden sprak voor de radio bij de EO dr. ir. J. van der Graaf woorden ter gedachtenis. Eén zinnetje daaruit weet ik nog: in zijn preken was ds. Abma één met het Woord dat hij bracht. Dat was voor mij een treffende weergave van hoe ik dat zelf ook had beleefd. Persoonlijk gezegd, dat is ook heel vaak mijn gebed aan de voet van de kansel.

Later kwam ik die zaken op andere wijze tegen. In de studie leerden we dat in de nieuwere hermeneutiek (dat is de doordenking van hoe je een tekst, in ons geval de Bijbel uidegt en verstaat) het begrip horizonversmelting een gevleugelde uitdrukking is geworden. Dat wat een woord te zeggen heeft, versmelt als het ware met mijn ervaring. Al het denken en spreken van de laatste jaren over 'de boodschap en de kloof hebben daar ook mee te maken. Hoe worden Woord een werkelijkheid bij elkaar gebracht, hoe vormen die een eenheid?

Ik ga weer op persoonlijke wijze verder. In de overmoedigheid mijner jeugd heb ik nog wel eens onder preken gezeten met de gedachte: geachte dominee, spreek nou ten volle uit wat er in dit gedeelte staat. Snoer het niet in met allerlei mitsen en maren. Laat het mij horen, ja voelen hoe rijk dit evangeliewoord is. Laat het merken hoe erg inderdaad de zonde is. En dat heb ik gelukkig ook meer dan eens gehoord en ervaren! Om het met een woordspeling te zeggen: refo's lijken echter nog wel eens op trafo's. Op transformators, dat zijn apparaten die stroom omzetten in lagere stroom. Als ik terugkijk naar hoe ik onder de prediking zat, dan was er toch een groot verlangen dat ik aan de predikant merkte dat het Woord door hem was heengegaan. Hem eigen was geworden, en zo één met dat Woord het aan ons doorgaf. Als antwoord bij het zoeken naar wat prediking in betoning van geest en kracht is, denk ik dat dat veel te maken heeft met doorleefde prediking. Nu ik zelf predikant mag zijn, ga ik er van uit dat de hoorders dat ook van mij willen horen. Hoe zou ik kunnen? Opnieuw realiseer ik mij dat Paulus deze woorden schreef in 1 Korinthe 2. In datzelfde verband zegt hij dan ook, dat hij het praktizeert in (veel) zwakheid, vreze en beven...

De belofte van de Heilige Geest

Na en naast de kracht in het Evangelie nog iets. Nog Iemand. Het is Pinksteren geweest. Juist op die dag in Jeruzalem zje je wat prediking in de betoning van geest en kracht is. Bij zijn hemelvaart Iaat de Heere Jezus de discipelen achter met deze woorden: gij zult de kracht (!) van de Heilige Geest ontvangen, en gij zult mijn getuigen zijn. Daar kunnen wij het mee doen. En als je deze woorden (daar kunnen wij het mee doen...) uitpelt, weetje datje ze op twee manieren kunt verstaan. Probeer maar eens... Die woorden over 'gij zult mijn getuigen zijn' zijn bekend uit Handelingen 1:8. Het was voor ons dominees een belangrijke ontdekking te zien dat ze er niet als gebod maar als belofte staan.

Maar dat geldt ook voor die andere woorden uit Handelingen 1: 8: gij zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen. Het is trouwens een belangrijke vraag of in 1 Korinthe 2:4 het woord geest nou met een kleine g of als Geest met een grote G moet worden geschreven. Paulus gebruikte geen hoofdletters en schreef alleen in kleine letters. Daar kunnen wij dus niet uit afleiden of hij aan eigen geesteskracht, of aan de kracht van de Heilige Geest heeft; gedacht. Ik houd het op het laatste. Voor mijzelf wordt het in toenemende mate belangrijk dat ik gevuld zal zijn door en met de Heilige Geest. Ik wil biddend open en ontvankelijk zijn voor Hem. In het vertrouwen dat Zijn kracht in mijn zwakheid zal worden volbracht.

De kracht der godzaligheid

Nog een laatste punt. Ik denk aan een woord van Paulus aan Timotheüs. Ik hou van Timotheüs. Het stemt me altijd weer tot dankbaarheid dat ik, net als hij de HEERE mag liefhebben van kindsaf aan. Ik vind het altijd weer treffend en bemoedigend hoe en wat Paulus aan Timotheüs schrijft. Paulus zegt dan op een gegeven moment (2 Tim. 3:5) dat er mensen zijn die wel de gedaante van de godzaligheid hebben, maar de kracht ervan verloochend hebben. Weer datzelfde woord kracht. Het is de dood in de pot, als het innerlijk dood is tot op het bot. Hoewel uiterlijk nog wel een gedaante, een vorm, een vertoning van christelijkheid en gelovigheid. De kracht zit hem er in als er godzaligheid is, dat wil zeggen dat het Evangelie daadwerkelijk wordt geleefd. De kracht van de Heilige Geest die zichtbaar wordt in de vrucht van de Heilige Geest.

Heel praktisch en eerlijk geeft Paulus aan Timotheüs de raad een afkeer van dezulken te hebben. Ook de pen van Paulus was nog wel eens een scherp tweesnijdend zwaard. Voor mij als dominee is het belangrijk de goede leermeesters te hebben. Niet alleen van wie, maar ook aan wie ik het kan leren wat de kracht van het Evangelie, van de Heilige Geest is. Zoals wij dat dan zeggen: de juiste identificatiefiguren zijn belangrijk en beslissend. En die slechte identificatiefiguren? Bij hen ver uit de buurt blijven. Van Paulus mag het, moet het, denk ik er dan maar achteraan...

F. MAAIJEN, LEXMOND

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 2002

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Verlegenheid en verlangen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 2002

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's