De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Beproefde trouw

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Beproefde trouw

HET UNIEVOORSTEL TOEGELICHT [2]

5 minuten leestijd

In het eerste artikel schreven we dat het unievoorstel gedaan is om (heel) de kerk te dienen. Het unievoorstel is niet een voorstel van de Gereformeerde Bond (GB) alleen. Het is evenzeer een voorstel van de Confessionele Vereniging en het is aangeboden met adhesie van het Confessioneel Gereformeerd Beraad, het Comité tot Behoud van de Nederlandse Hervormde Kerk en het bestuur van de Stichting Vrienden van dr. H. F. Kohlbrugge. Uit de reacties blijkt dat mensen met heel verschillende motieven zich in dit voorstel kunnen vinden, zowel voorals tegenstanders van de beoogde vereniging van de drie SoW-kerken. Toch willen we in dit artikel stilstaan bij de vraag hoe het unievoorstel zich verhoudt tot de eigen positie van de GB.

Een verandering van beleid?

In een interview in het dagblad Trouw zegt dr. B. Plaisier, scriba van de SoWkerken: 'Twee jaar geleden hebben de bonders gezworen dat ze niet meer zouden morrelen aan de fusie. (...) Hoe kan het dan dat de federatie-idee wéér opkomt? ' Hij doelt waarschijnlijk op de uitwerking van de door de generale synode aangenomen motie De Visser/Van Heijst. In maart 1998 werden bezwaarden uitgenodigd voorstellen te doen voor aanpassingen in de conceptkerkorde. Die voorstellen moesten uitgaan van een verenigde kerk en niet van een federatie. Binnen die grenzen heeft het hoofdbestuur tóen gezocht naar mogelijkheden.

Maar daaruit mag dr. Plaisier niet de conclusie trekken, dat de GB de fusie heeft geaccepteerd. Die conclusie is volstrekt ten onrechte en het zou dr. Plaisier sieren als hij zijn opmerking terug zou nemen.

Twee weken geleden heeft ds. G. D. Kamphuis in dit blad opnieuw geschreven over de diepe pijn, die we beleven aan de weg die de SoW-kerken gaan en willen gaan. Dat is niet nieuw. Vanaf het begin is met name de conceptkerkorde beoordeeld als een ondeugdelijke basis. De jaren door is er daarom voor gepleit déze weg van vereniging niet te gaan, maar te kiezen voor federatie. Dat is de laatste jaren niet anders geweest. In maart 1999 hebben we gepleit voor een moratorium, een adempauze die de druk van het SoW-proces zou kunnen wegnemen. In juni van datzelfde jaar drongen we er in een schrijven aan de generale synode op aan te komen tot een herbezinning, waarin eerlijk de vraag onder ogen wordt gezien of op deze wijze de weg naar vereniging moet worden vervolgd. We riepen op voorlopig niet verder te gaan dan de nu vigerende samenwerking. Daarbij werd ook gewezen op het diepe onbehagen in de kerk over het feit dat de federatiegedachte geen echte kans van bezinning heeft gekregen, ondanks het feit dat vele classicale vergaderingen daarop hebben aangedrongen. In juni 2000 schreven we aan de gemeenten dat het, gezien de grote verdeeldheid in de Hervormde Kerk, moet worden betreurd dat de kerk nog geen gehoor heeft gegeven aan de oproep tot een periode van bezinning.

Het huidige unievoorstel kan daarom geen verrassing zijn. Naast de oproep tot geestelijke inkeer en wederkeer heeft het hoofdbestuur voortdurend deze weg aangewezen als een begaanbare weg in de huidige crisis.

Blijven we de kerk wel trouw?

In de Kroniek van het aprilnummer van Kontekstueel schrijft dr. H. de Leede dat het SoW-proces nu zo snel mogelijk moet worden afgerond. Hij is van mening dat de GB niet de aandacht moet vragen voor dreigende breuken, maar helder moet zijn in de keuze voor het meegaan in de verenigde kerk. De GB moet volgens dr. De Leede alle energie steken in het ontzenuwen van argumenten om te scheuren. Daaruit spreekt de zorg dat de GB zich met het unievoorstel isoleert van het geheel van de kerk en zelfs bijdraagt aan het ontstaan van breuken en scheuren. Maar dat is het laatste wat we willen. De bekende uitspraak 'we kunnen niet mee en we kunnen niet weg" (Putten, 1992) maakt duidelijk dat onze fundamentele bezwaren tegen het SoW-proces samengaan met liefde voor en trouw aan de kerk. Trouw, omdat de Heere God trouw is, ook als wij ontrouw zijn. Dat is altijd de positie van de GB geweest. Daarom kreeg de jubileumbundel die verscheen bij het vijfenzeventigjarig bestaan als titel Beproefde Trouu; . Volgens het 'ten geleide' is dat allereerst de trouw des Heeren over Zijn Kerk. 'Die trouw is beproefd, deugdelijk gebleken'. En vanwege die trouw van God hebben hervormd-gereformeerden hun plaats in de Hervormde Kerk geweten, hoezeer dat ook werd beproefd, dat wil zeggen: op de proef gesteld.

In lijn daarmee hebben we duidelijk uitgesproken dat we het als onze roeping zien om ook in een eventuele verenigde kerk op onze post te blijven (Amersfoort, 1996). Dat hebben we ook in de jaren daarna in vele vergaderingen én gesprekken, soms onder grote spanning in onze hervormd-gereformeerde beweging, toegelicht en verdedigd. Met dr. De Leede willen we in de kerk op onze post zijn en blijven. En we erkennen, dat we daarin tekortschieten. Maar in het steunen van een snelle afronding van het SoW-proces, nu en op deze wijze, kunnen we hem onmogelijk volgen. Daarvoor hebben we te veel fundamentele bezwaren tegen dit proces en hebben we te veel begrip voor de vele broeders en zusters die het gereformeerde belijden hartstochtelijk liefhebben en nu in gewetensnood verkeren. Die nood mogen we niet, zoals dr. De Leede suggereert, naast ons neerleggen als zijnde het gevolg van een afgescheiden kerkvisie. Daarom blijven we, ook na Amersfoort, de kerk oproepen om op de huidige weg zo niet verder te gaan'. Haar keuze voor andere kerken mag geen keuze zijn tegen delen van haarzelf.

Het unievoorstel hebben we gedaan uit liefde tot de kerk, die we onverminderd trouw hopen te blijven. Waarom? Omdat de HEERE, de God van het verbond, haar trouw blijft. Te midden van alle kerkelijke verwarring blijft ons gebed tot Hem: 'Aanschouw het verbond' (Psalm 74: 20a).

H. VAN GINKEL, GOES

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Beproefde trouw

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's