Uit de pers
Komt er nog wat van?
In de rubriek Reflexen van Theologia Reformata (jaargang 45 nr. 1 maart 2002) passeert via de pen van prof. dr. H. G. L. Peels weer een aantal actuele kerkelijke thema's. We lichten uit twee ervan fragmenten vooru eer lezing. Het eerste thema handelt over de kerkelijke eenheid en prof. Peels zet erboven: Tussen moedeloosheid en hoop. Dat zegt al genoeg. In zijn eigen kerken (Christelijke Gereformeerde Kerken) is er al decennialang een gesprek gaande met de gereformeerden (vrijgemaakt) en de Nederlands-gereformeerden om tot meer eenheid te geraken. Als betrekkelijke buitenstaander vraagje je soms af: willen ze het wel echt of zoeken ze naar elementen die nauwelijks kerkscheidend te noemen zijn om vooral de boot af te houden. En dat heeft bij de christelijk gereformeerden, vermoed ik, vooral te maken met de eigen interne verdeeldheid.
Ja, en als hervormden tobben en zuchten we al jaren onder een SoW-proces. Dat proces heeft: meer dan ooit de geweldige verdeeldheid onder hervormden voor iedereen zichtbaar op tafel gelegd. Schrijnend is daarbij dat ook de verdeeldheid onder hervormd-gereformeerden zo zichtbaar is geworden. Toch is prof. Peels niet in alle opzichten moedeloos. Hij schrijft tenminste:
'Ondertussen komt er al meer beweging in d zogenaamde kleine oecumene. Of de brief van pro/. J. Douma met zijn oproep tot schuldbelijdenis over ig67 door de aa staande synode van de Gereformeerde Vrijgemaakt nu wel of niet in behandeli zal worden genomen, feit is dat tussen Nederlands gereformeerd en gereformeerd vrijgemaakt een voorzichtig proces van toenadering is begonnen; plaatselijk is nu zeljs kanselruil mogelijk. Al jaren werd binnen d kring van het Gereformeerd Appèl hiervoor gebeden. Niet minder verrassend zijn de st mulerende besluiten die door de generale synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken eind zooi werden genomen, inzake de kerkelijke contacten. Officieel werd uitgesproken dat het door deputaten gelancee "federatieve groeimodel" een goede vorm om aan de gevonden eenheid met de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt in een proces van geleidelijkheid verder gestalte te geven. Tot invoering kan op dit moment nog niet worden overgegaan, maar gewerkt wordt aan het wegnemen van beletsels. Dit is ook een kwestie van samen op snelheid komen. De samenwerking tussen de theologische universiteiten te Kampen-Il en Apeldoorn wordt stapsgewijs geïntensiveerd. Ondertussen werden op deputat? nniveau ook de gesprekken met de Nederlands Gereformeerde Kerken voortgezet, in een betere sfeer dan in een vorige periode. Een eerste gebaa de gereformeerde gemeenten werd gemaakt: laten we eens samen rond de tafel gaan zitten.
Wellicht het opmerkelijkste besluit van deze synode was om de relatie met de Gereformeerde Bond stevig aan te halen, en plaat lijke contacten met hervormd-gereformeerde gemeenten te stimuleren, om te komen tot een nauwer samenleven op plaatselijk veau. Zelfs kanselruil en gemeenschappelij avondmaalsviering liggen hierbij in het verschiet. Een van de motieven van de synode is, dat "de concentratie van schriftkritische modern-theologische tegenkrachten in onze postmoderne samenleving noopt tot stappen op de weg naar samenwerking en kerkelijk samenleven met allen die de naam van Christus liefhebben en naar zijn Woord begeren te leven". Inmiddels ging een brief hierover uit naar alle christelijke gereformeerde en hervormd-gereformeerde gemeenten, die veel aandacht kreeg. De godsdienstsocioloog prof. G. Dekker sprak al de wens uit gereformeerde herverkaveling. Maar de z ligt dieper, lijkt me.
In zekere zin gaat er langzaam een wissel om. Het is niet langer een alles-oj-niets denken dat het zoeken naar oecumenische con- e tacten beheerst. Er groeit een geestelijke en kerkelijke nuchterheid die niet streeft naar het maximale, maar naar het optimale, en n- ondertussen het geheel niet uit het oog verliest. Kerken Noem het een praktisch-jïexibele oecu- ng meniciteit, met het oog op de tijden. En terecht. Waarom zou nauwere samenleving op plaatselijk niveau geblokkeerd moeten worden door het ontbreken of uitblijven van po sitieve resultaten van samensprekingen op e het niveau van deputaten en synodes? Waar mede door de interne veelkleurigheid van de i-aan deze besprekingen deelnemende kerke landelijk gezien wellicht weinig perspectieven zijn, kunnen deze in de plaatselijke situatie terdege aanwezig zijn. Natuurlijk ligt hier wel een gevaar, verregaande lokale contacten rde kunnen een kerkverband van is uit op den duur onder druk zetten. Tevredenheid met wat plaatselijk bereikt wordt kan onverschilligheid tegenover het landelijk kerkverband in de hand werken. Zo moet het stellig niet. Veel zal hier afhangen van de wijsheid waarmee naar kerkordelijke lijkheden gezocht wordt. "Ik geloof een algemene christelijke kerk": deze belijdenis vraagt aan het begin van de 21e eeuw om nieuwe articulaties. De liefde maakt vindingrijk.'
Wellicht dat eindelijk het Contact Orgaan Gereformeerde Gezindte r (COGG) richting wat meer vrucht mag zien op een jarenlang geduldig volharden in het zoeken van allen die krachtens hun gemeenschappelijk belijden bij elkaar horen.
se- Wat bedoelen we met: Schriftgezag
Het tweede thema dat prof. Peels uit de actualiteit licht noemt hij: Verschui- nivend Schnjtgezag? ke De positie van de Schrift is de slagader van het gereformeerd belijden, altijd geweest: Sola Scriptura. In de realiteit blijkt dan de uiüeg en het verstaan van die éne Schrift tot vergaande verdeeldheid te leiden. Anderzijds wisten gereformeerden altijd: alzo spreekt de Heere en Zijn Woord is altijd het laatste Woord. Het volgende citaat begint met woorden van prof. Ouweneel:
'"Heel ""bijbelgetrouw"" Nederland dreigt opgesplitst te raken in klassieke en neo-eva van gelicalen een - en de strijd tussen die twe aak vrees ik, hard en vinnig zijn. Het aan de ""top"" nog steeds zo machtige confessiónalisme (""wie aan de belijdenis komt, komt aan de Schrift"") is klassiek-evangelicaal, het op het grondvlak allang machtige postcon/essionalisme is neo-evangelicaal."' Aldus het startschot van prof. W. J. Ouweneel bij de lancering van een aantal themanummers over schriftgezag en hermeneutiek in Bijbel en Wetenschap (oktober-december 2001), nog net voor de herdoop als Ellips - zo'n naamsverandering zegt ook wel iets. De spannende bijdragen blijken al snel te draai- -en om oude thema's: onfeilbaarheid, h citeit, uitleg van de begincapita van Genesis inspiratieleer. De reacties zijn navenant, variërend van diepe verontrusting tot enthou- n siaste aanmoediging. Nu hebben we de afge lopenjaren in allerlei toonaarden de roep om een nieuwe hermeneutiek al eerder ver men, zoals voor lezers van periodieken als Kontekstueel, Soteria o/Wapenveld binnen- geen geheim is. We kennen de studie geleerden als dr. B. Loonstra, prof. C. Graaf land, etc. Het gereformeerd-vrijgemaakte blad Bij de Tijd, als papieren tijdschrift verdwenen, herrees als digitaal blad; het hoofdartikel in het allereerste magazine ha mogeals titel"Hoe verstaan we de Bijbel> " W hier allemaal gaande - een verlate orthodoxe variant op ontwikkelingen die de synodaalgereformeerde kerken hebben geteisterd? Of het ontwaken uit een biblicistische beneveling, het afdoen van een knellend jiindamentalistisch harnas? Het Nederlands Dagblad liet vlak voor de jaarwisseling een jlink aantal kopstukken hun zegje hierover doen. Het lijkt erop dat we nog slechts het begin van het verhaal staan.
Nu behoeven we denk ik in het geheel niet bang te zijn voor een eerlijke gedachte ling over schriftgezag en schriftuitleg. He semper reformanda heeft ook betrekking op ons schriftverstaan. Dat staat niet stil. Nieuwe inzichten zullen er steeds weer toe dringen dat we ons bezinnen op wat er staat en hoe het er staat. De geschiedenis van de bijbelse hermeneutiek spreekt boekdelen (vlg. het nog steeds voortreffelijke boek van prof. H. W. de Knijf, Sleutel en slot uit 1985). In de breedte van de bijbelwetenschappen hebben zich belangrijke veranderingen v trokken. De hegemonie van de oudere historisch-kritische wetenschap en haar zekerheden is voorbij.'
'Het is alleen maar winst, wanneer wij n-hierdoor oog krijgen voor oneigenlijke in e sluipsels zal, in onze omgang met de Schrift, we graag zogezond orthodox houden als maar mogelijk is. Wie durft, terugkijkend op de vorige eeuw, beweren dat die insluipsels er in het geheel niet waren? Maar al te vaak werden en worden criteria als letterlijkheid, historische exactheid en absolutejout- Ioosheid dwingend aan de schriftuitleg opgelegd.
Tegelijk past ons in deze hele discussie een voorzichtige bescheidenheid. We zullen het wiel echt niet opnieuw uitvinden, laat staan tot op de vierkante millimeter. Het zou ook naïef zijn te denken dat dit soort discussies istori- waardenvrij is. Hoe kostbaar is ons de , lige Schrift. Voortdurend moeten we met elkaar dan ook goed in de gaten houden, binnen welk kader het gesprek gevoerd wordt. - Graag herhaal ik hier wat ik in Gegrond geloof (1996) schreef: "Onopgeefbaar is novoor de gereformeerde schriftleer en schriftuitleg de wetenschap dat de Schrift meer is dan mensenwoord. De Schrift is het Woord s Gods van dat zijn eigen gezag meebrengt: ' - derhalve wordt het hoogste bewijs van de Schrift over de gehele linie ontleend aan de persoon van de sprekende God'" (J. Calvijn). De vreugdevolle herontdekking van he d pend hart van de Schrift in de tijd van d
Reformatie heeft niets aan actualiteit ingeboet. Geen enkele redenering, hoe logisch of rationeel ook, zal de mens uiteindelijk kunnen overtuigen van de goddelijkheid en het gezag van de Schrift. Het is de sprekende God die door het getuigenis van de Heilige Geest ons een diepe indruk geeft van het machtige, alomvattende heil in Jezus Christus, zodat tuij van binnenuit overtuigd raken van het gezag van het Woord. Geen formalisering van het Schriftgezag voora/kan dit bewerkstelligen. Het Woord zelf zet zich door, legt zich met gezag op aan de mens (vgl. NGB art. 5). Dit geheim van de Schrift is alleen geloqfs-matig te vatten en niet stands-matig, omdat de sleutel ervan ligt i gevouwen handen en niet in een uitgekiende hermeneutiek. Dit betekent niet dat wij slechts van een inhoudelijk-materieel Schriftgezag zouden willen weten. Het zeljgetuigenis van de Schrift is zodanig, dat wij de gehele Schrift zoals wij die in deze vorm ont-. vangen hebben zonder schifting onzerzijds erkennen als Gods Woord dat vraagt om een eerbiedige en oprechte luisterhouding. Doorslaggevend is voor ons de wijze waarop Jezus en de apostelen met het OT omgaan. (...) Het Sola Scriptura is ten diepste de erkenning van het "'alzo spreekt de Here"', van een kritisch "'tegenover"' dat zich onttrekt ver- aan de greep van ons menselijk kennen en n beheersen. Vanuit deze grondhouding wor-den niet alle problemen in de omgang met de Schrijft opgelost. Wel komen deze problemen in een ander licht te staan dan wanneer een hermeneut zijn startpunt en invalshoek niet door het zeljg etuigems van de Schrift zou laten bepalen".'
We moeten wel beseffen dat dit reformatorisch Schriftverstaan steeds meer vreemd raakt, ook binnen kerken die in hun belijdenis nog altijd zeggen in gemeenschap met de vaderen aan de Heilige Schrift te willen vasthouden. Concreet gezegd: wie zich in een synodevergadering op een woord of een gedeelte uit de Schrift beroept, kan te horen krijgen: Ja zeg, de Bijbel! Of: maar wij weten het intussen veel beter dan Paulus. Het Schriftberoep geldt nog nauwelijks als doorslaggevend. Al begrijp ik wat Ouweneel bedoelt, vraag ik me toch af of het wel zo handig is om juist nu onder het Schriftverstaan dynamiet te leggen in deze voor veel christenen toch al zo aangrijpende tijd. Ik weet wel: we moeten altijd eerlijk blijven, juist in onze omgang met de Bijbel. Toch is pastorale maat en wijsheid gewenst
J. MAASLAND
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's