Globaal bekeken
I
n De Kampioen (ANWB) stond een vraaggesprek met prins Bernhard, de stichter van het Wereld Natuur Fonds.
Hier volgen enkele fragmenten.
• U heeft iets speciaals met olifanten. 'Ik heb op olifanten gejaagd, maar uan de ene op de andere dag had ik er geen zin meer in. Ik heb Het idee dat ik me met een olifant goed kan verstaan. Het is wel gebeurd dat een wilde 0lifant geërgerd raakte door een filmcamera. Toen ik tegen hem sprak, werd hij meteen kalm. In Tanzania was een olifant die iedere ochtend bij mijn tent ku; am en soms meeliep naar de eettent. Die was vrijwel tam. Dat was elke ochtend een prettige ontmoeting.'
• Het verhaal gaat dat u nog een lievelingsdier...
'Konijnen! Als je hier uit het raam kijkt, zie je soms wel 30, 40 konijnen op Het gras.'
• En daardoor is het uw lievelingsdier geu/orden?
'Nee, dat heeft een andere reden. Toen ik tijdens de oorlog mijn vrouw in Canada ging opzoeken, wisten mijn twee dochtertjes, Beatrix en Irene, niet u/ie ik was. Ik heb ze toen verteld dat ik bij de Engelse luchtmacht vloog. Na een paar dagen ging ik weer terug naar Engeland en toen hebben ze me ieder een wollen konijntje gegeven. Als talisman. Vanaf dat moment, in Canada met die tu/ee, heb ik nooit meer op een konijn gejaagd. Ik kan ook geen konijn eten.'
• 'De blanken hebben veel goede dingen in Afrika voor eeuwig kapot gemaakt. Iedere stam had een "heilig dier", bijvoorbeeld een krokodil of leeuw. Ze hebben mij ooit verteld over een dorp in Oeganda, waar de mensen hun kleren in een rivier vol krokodillen wasten. Er gebeurde nooit iets. Bij een andere stam werden de mensen nooit door leeuwen aangevallen. Een paar dorpelingen hadden in de Eerste Wereldoorlog gevochten. Ze kwamen terug met hun geweren en schoten leeuwen voor de lol. Prompt werden er mensen uit dat dorp door leeuwen opgevreten.'
W
ie wijlen dr. J. J. Buskes heeft gekend, weet dat hij nogal eens ds. J. C. Sikkel citeerde,
uit diens In Heilige Roeping, over de teloorgang van gereformeerde vroomheid. In een geschrift van Buskes uit 1952 trof ik het ook aan. Ik laat het volgen, met Buskes' eigen commentaar.
'De verwereldlijking die de Gereformeerde Kerken bedreigt, is er e'e'n van een eigensoortig karakter.
Ik kan dit bijzondere karakter het beste aanduiden door een woord van ds. Sikkel, weer een van die markante figuren die de Gereformeerde Kerken in zo groten getale hebben opgeleverd. In Sikkels "In Heilige Roeping" staat dit scherpe woord:
"Eenmaal sneed ons, in jeugdjaren, het woord door de ziel van een tijdman, een vijand der Calvinisten, die met een fijne glimlach zei: Wij zullen die Gereformeerden wel klein krijgen, niet door brandstapels, maar door champagne, wij zullen hen uit onze fijnste bekers onze kostelijkste wijn laten drinken! - Sinds zagen wij er reeds honderden ten gronde gaan, zonen en dochteren van Gereformeerden huize. Gereformeerd gebleven misschien, maar principieel verloren, thuis geraakt in hogere zaken, kringen en practijken, en in hogere studiën, knap geworden en practisch, in een denken en leven, waarin immers geen Gereformeerd beginsel geldt. Zij hebben de champagne gedronken en zij drinken nog steeds de champagne."
De champagne is voor degeneratie van de Doleantie geen verzoeking geweest. Zij is dat ech-, ter wel voor de Gereformeerden van latere generaties, die zich een positie veroverden waarop zij stellig recht hadden, voor wie deze positie in allerlei opzicht, maatschappelijk en cultureel, een grote vooruitgang betekende, in bepaald opzicht zelfs een ongekende weelde, maar wier benen niet sterk genoeg waren, om deze weelde te dragen.
Aan de Gereformeerde vroomheid is een zeker ascetisme en puritanisme eigen. Ik kan mij een christelijke vroomheid voorstellen die volstrekt niet ascetisch en puriteins is, maar ik kan mij de Gereformeerde vroomheid moeilijk zonder dit ascetisme en puritanisme indenken. Het gaat hier niet zozeer om een principe als wel om een stijl. Wanneer iemand mij zegt, dat het christelijk leven niet ascetisch en puriteins behoeft te zijn, val ik hem bij, maar evenzeer ben ik er van overtuigd, dat er van de Gereformeerde vroomheid iets, zo niet alles, verloren gaat, indien zij haar ascetische en puriteinse trekken verliest.'
I
n een recent verschenen boekje van ds. P. L. de Jong te Rotterdam, getiteld Genesis - Het begin van alles (Boe-
kencentrum, Zoetermeer, zie aankondigingen) vertelt de schrijver het volgende:
'Al enige jaren ben ik predikant van de hervormde gemeente die samenkomt in de Oude of Pelgrimvaderskerk aan de Aelbrechtskolk van Rotterdam-Delfshaven. Vroeger was er vandaar een open verbinding met de Maas en de zee, nu niet meer. Niet ver van de kerk werden indertijd ook schepen voor de VOC gemaakt. Op het moment wonen er vele migranten in dit gebied. Onlangs sprak een pinksterbroeder die jaren als zending werkte in Nieuw-Guinea en nu een soort persoonlijke gebedsbediening heeft voor de stad, mij aan. "Weet jij wel, dat het volgend jaar 2002 is? En dat de VOC in 1602 werd opgericht? " Nee, dat wist ik niet. "Zou het niet goed zijn in jouw kerk een boete- en voorbededienst te doen voor alle leed en verdriet dat wij hebben aangericht als Rotterdammers in Afrika en Indonesië? Zolang wij dat niet doen, zal het voor veel mensen uit die landen hier heel moeilijk blijven het evangelie van Christus aan te nemen en de God uan de bijbel te erkennen als de God van Noach en al zijn zonen.'"
V.D.G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 2002
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 2002
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's