De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Prof. dr. W. Balke

In De Civitate (officieel orgaan van de CSFR) aflevering 5 van de 52e jaargang, mei 2002, staat een interessant gesprek te lezen dat hoofdredacteur Paul van Trigt en Pieter Jan Dijkman hadden met prof. Balke. Er staat boven De eenzaamheid voorbij - prof. dr. W. Balke over isolement en kerk. Voornaamste lijn in het gesprek is de herinnering aan prof. dr. H. Berkhof en de koers van de Hervormde Kerk. Ook de positie van de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk komt uiteraard aan de orde. Prof. Balke heeft altijd zijn geheel eigen positie gehad binnen de Bond. Dat is in zekere zin begonnen bij de publicatie van 'De eigen wijs' in 1966, een in die tijd als kritisch bedoeld geschrift ten aanzien van de koers en de keuzes die de Bond in de zestiger jaren maakte. Balke schreef dit boek samen met S. Meijers en M. J. G. van der Velden. In het hier geciteerde artikel leest prof. Balke een hoofdlijn voor uit 'De eigen wijs': 'Het is een onmiskenbaar feit dat er zich een vernauwing en vereniging voltrekt en dat er een mentale afscheiding volop aan de gang is. Dit isolement boet aan overtuigingskracht in. Er is een grote onhelderheid in het kerkelijk standpunt. In een romantisch getinte mystiek wil men vasthouden aan de grote kerk, maar men blijft weigeren om uit dit blijven in de kerk de rechte consequentie te trekken voor het handelen en staan in de kerk. Dit is op z'n minst een hinken op twee gedachten'. Zou prof. Balke c.s. geheel gelijk hebben gehad in hun toenmalige analyse van de situatie binnen de Bond (en daar is achteraf wel het een en ander voor te zeggen) dan zou daar één van de verklaringen kunnen liggen dat SoW de Bond thans zoveel kop- en hartzorgen geeft.

Intussen is het een klemmende vraag geworden: Hoe diep zit de liefde voor de 'kerk der vaderen', ook nu die kerk naar ons diepste gevoelen al maar verder is afgeraakt van haar fundament? Komt de 'zieke moeder' te overlijden als de fusie een feit zou worden? Ik citeer nu het slot van het interview met prof. Balke:

'Binnen de hervormde kerk heeft zich sinds de Tweede Wereldoorlog een nieuw bij elan ontwikkeld, dat vooral gericht is g weest op missionaire activiteiten. Vana/de jaren zeventig en tachtig ontstond de politisering van het evangelie, schetst Balke. De bevrijdingstheologie die in Latijns-Am ontstond, waaide over naar Europa. Verlos sing iverd bevrijding en de kerk betuttelde in toenemende mate de overheid. "Levensgevaarlijk", vindt Balke: "Kerk en staat moe ten gescheiden blijven. Zodra ze met elkaar u; orden vermengd, verwatert het evangelie. De kerk mag profetisch spreken en voorbede doen, maar ze moet zich ervoor hoeden aa se macht te begeren."

Ook de Gereformeerde Bond is de afgelopen vijftig jaar aan allerlei krachten onderhevig geweest. De Bond die Balke, Meijers en Van der Velden in 1 g66 met De eigen wijs voor ogen hadden, is een geheel andere dan nu. Balke: "Of De eigen wijs nu nog waarde heeft? Als ik het boekje lees, is het in zeke zin nog steeds actueel. Elke generatie zal opnieuw zijn positie onder woorden moeten brengen. Maar de kerk van de gereformeerd hervormden is natuurlijk veranderd. De steeds doorgaande versmalling en verobjectivering van de bevindelijkheid, die wij in de jaren zestig constateerden, hebben hun plaats gekregen binnen de stroming van het Gekrookte Riet - de rekening van de behoudende opstelling in de jaren zestig. Ook de evangelicale stroming heeft vat gekregen op de Bond. Professor A. van de Beek heeft terecht aangetoond dat het arminianisme de kerk heeft verscheurd. Dan is er tot slot nog een kleine reformatorische stroming binnen de Bond over.

Sjibbolet-vorming en de vaste hechting aan een bepaald cultuurpatroon maken het gereformeerd belijden onmogelijk. Maar de evangelicalisering evenzeer. Het kind van belijdenis wordt met het badwater weggegooid. De grote vergissing is datje nooit buiten de geschiedenis naar de Bijbel kunt. Wie de belijdenis buiten spel zet en re naar de Bijbel wil gaan, vervalt tot biblicisme. '"Wie de geschiedenis niet kent, moet jbels haar overdoen.'" De geschiedenis is van belang. e- Ik bedoel dan niet zozeer de ke schiedenis, maar de geschiedenis van de exegese."

Berkhof schreef in de jaren vijftig van een erika crisis in de middenorthodoxie. Zijn wo s- zijn profetisch gebleken: van de middenorthodoxie is niet veel meer overeind. Van de Beek heeft de Gereformeerde Bond onlangs -nog gewaarschuwd voor eenzelfde lot. Pa r op, als de confessie verdwijnt, gaan jullie middenorthodoxie achterna, luidde zijn boodschap. Balke is dezelfde mening toegedaan. rd- "Als het confessionele gehalte verdwijn, wordt alles aan de ervaring opgehangen. Dan is het snel gedaan met het gereformeerde belijden."

"Het is natuurlijk triest dat de Gereformeerde r Bond nooit een antwoord heeft gehad op het Samen op Weg-proces. De Bond bevindt zich in een unieke positie: hij komt op voor het ere gereformeerde belijden in de kerk. Maar vraag is natuurlijk ojde gereformeerde belij- n ders in staat zijn het goud van de belijdenis rd- te bewaren. Ik vraag het me af."

Te lang hebben de gereformeerd-hervormden zichzelf opgesloten, vindt Balke. "We zijn te trots geweest op de verstening van de groep. We hebben gepocht: wij zijn de ware belijders." Somber laat hij erop volgen: "Straks is in het pluralistische karakter het gereformeerde belijden zeljs kerkordelijk niet meer van kracht".

"Maar we kunnen en mogen ons niet opsluiten in het poldermodel. Hoe meer we on opsluiten, hoe meer water we onder de dijk voelen opkomen. Het evangelie staat temidden van wereldculturen. Dat het evangelie met andere culturen in contact komt, is goed, mits het daar heiligend op ingaat. Maar wat exporteren wij vanuit het moder ne de Westen? Na de Wende wordt in Praag het straatbeeld inmiddels bepaald door dezelfde perversie als in Amsterdam. In de Westerse cultuur is het mensbeeld van zichzelf opti- gelrecht mistisch en haast romantisch. Augustin zag scherper en zei: '"God is nederig en d mens hoogmoedig'". De rechtvaardiging van de goddeloze en de diepe verdorvenheid de rkge- mens, die zijn uiterst actueel.'"

Het blijft nodig elkaar ook intern steeds de spiegel voor te houden: Waar orden staan we? Hebben we allen het goud van de Reformatie wel zuiver bewaard? Intussen blijft de voorbede dringend nodig voor allen die in deze tijd s leiding, geestelijke leiding, hebben de te geven aan kerk en gemeenten.

H.W.S.

In 'In de Waagschaal' (13 april 2002) schrijft 'Michaël Bource' een bijdrage over de vrouw die onder de afkortingen HW.S. bij zeker de wat oudere generatie bekend zal zijn door haar veelgelezen dagboekje.

'Op huisbezoek is het me eens overkomen dat een oudere dame na ons gesprek en toen ik me al opmaakte om te vertrekken mij vroeg of ik "het stukje van de dag" uit een bijbels dagboek nog even wilde voorlezen. Zij wa er zelf nog niet aan toegekomen. Dit lezend zou men kunnen denken dat de dame het gesprek onbevredigend vond en vastere spijze zocht in het dagboekje. Het zou ook iets anders kunnen zijn. Ik had haar vertrouwen verivorven en iverd nu waardig bevonden om het stukje van de dag met gevoel en inzicht ten gehore te brengen. Het door mij voorgelezen stukje ivas uit het Nieuw Bijbels Dagboekje van H.W.S., de schrijversinitialen, zoals ik later te weten kwam, van Henriëtte Wilhelmine Spiering (1852-1921). De eerste druk verscheen in 1902 bij Vincent Loosjes in Haarlem. Vanaf de derde druk ivas Callenbach in Nijkerk de uitgever. Inmiddels zijn ive bij de 31e druk. Ik las dat in H.W.S. Een Tiels voorbeeld van dienende liefde van L. P. J. Wapenaar. Dit boek verscheen als nummer XII van de Betuivse Monografieën.

H.W.S. heeft nog veel meer geschreven penaargeejt in een bijlage een overzicht van haar publicaties en vertalingen. Het is een lange lijst. Door haar publicaties iverd zij ook bekend buiten Tiel, u; ant in Tiel heeft zij heel haar leven, samen met haar zuster Judith gewoond en geiverkt.

Wapenaar noemt H.W.S. een kleindochter (of kleinkind) van het Reveil. Evenals in het Reveil ging het haar niet alleen om een intensief persoonlijk geloofsleven, maar ook om het doen van sociale barmhartigheid. Voor het doen van sociale barmhartigheid bezat zij ruimschoots de middelen. De Jamilie Spiering, en dus ook de zusters, waren zeer vermogend. Ook met haar geld zette zij s zich in om te leven en te iverken in dienende liefde. En haar zuster volgde haar daarin. In Tiel zette zij zich in voor de evangelisatie. Een gebouw werd neergezet, Eben Haëze heten. Een tiveede gebouiv volgde, een nieuwe school voor het christelijk onderwijs.

Aanvankelijk was H.W.S. terughoudend. Het bestuur was overwegend gereformeerd, zonder hervormde leden uit de evangelisatie. En zij had grote bezwaren tegen de Afscheiding en de Doleantie. Maar hervormde leden kwamen in het bestuur en toen kwam ook de school. In het verhaal over de school kwam ik een combinatie tegen die ik niet eerder had gezien, die van feminisme en kapitalisme een ledenvergadering van de school op 10 juli 1903 vreesde een lid "dat wij onder de macht van jèminisme en kapitalisme zullen komen en aldus van onze vrijheid zullen in- West- boeten". Het derde gebouw was een ziekenhuis. In 1910 kwam in Tiel het ziekenhuis . Bethesda Wa- tot stand. Het gebouw werd eigendom van de dames Spiering. Pas in 1944, na de dood van Judith, werd het bezit overgedragen aan de Fundatie voor Christelijke Belangen te Tiel. Het bestuur bestond vanaj" het begin uitsluitend uit dames. H.W.S. was de presidente en haar zuster nam de zorg over de penningen op zich. De eerste directrice van zuster M. A. Gunning, de dochter van prof. J. H. Gunning Jr. Deze Junctie heeft zij niet lang vervuld. In 1912 overleed zij in het Diaconessenhuis te Arnhem aan de gevolgen van een in/Iuenza en een oorontsteking. We komen meer bekende namen tegen. Ik noem er enkele. De eerste predikant die voorgan werd van Eben Haëzer was dr. D. Plooi) Heeze. Zijn vrouw was een Gunning. Uit Tiel vertrok hij naar Leiden en later werd hij hoogleraar te Utrecht. Wapenaar vermeldt: r "Van ge- hem wordt geschreven dat hij grote roem als tekstcriticus verwierf". Een andere bekende figuur van mevrouw A. A. van Hoogstraten-Schoch, een tante of oudtante van ons redactielid Schoch. Zij volgde H.W.S. in 1916 op als eindredactrice van het maandblad Onze Jonge Meisjes. Ook kwam ik de namen tegen van prof. W.J. Aalders prof. G. C. van Nijtrik. Aalders was een van de eerste curatoren van de Fundatie voor Christelijke Belangen te Tiel en toen predikant . In te Beesd. Van Nijtrik werd curator in 1948. Enige jaren nadat Van Nijtrik was overleden bleek het curatorium niet aan de statuten te voldoen. In de plaats van Va Nijtrik was niemand benoemd. Dat gebeurde in 1978 alsnog. In dat jaar werd Petrus Leonardus Jacob Wapenaar benoemd, destijds predikant in het verpleeghuis "Nieuw- Vrijth of" te Tiel, later (1981) algemeen directeur van dat verpleeghuis. Vanaf 3 oktober 1988 is hij secretaris van het curatori um. Hij is de schrijver van het boek over H.W.S.

Behalve door haar vele publicaties werd H.W.S. ook door andere activiteiten buiten Tiel bekend. In 1893 werd de Nederlandsche Meisjesbond opgericht. H.W.S. heeft daartoe de aanzet gegeven en was vele jaren pre dente. Zij had in Tiel ervaring opgedaan met het werk onder (winkelmeisjes. Van Onze Jonge Meisjes, het blad van de bond, ger zij van 1894 tot ïgu hoofdredactrice. uit men met haar vriendin, mevrouw Van Riemsdijk-van der Leeuw, de echtgenote van de directeur van het Rijksmuseum, werd in 1902 de "Vereeniging Zusterhulp" opgericht, die de materiële nood van alleenstaande meisjes en vrouwen wilde lenigen. Deze vereniging richtte een rusthuis op voor herste lenden en rustbehoevenden, het tehuis "M0ria" in Nunspeet. Zusterhulp ontving in 1905 1/4 bunder grond te Nunspeet van N.N. Dat schreef H.W.S. in Onze Jonge Meisjes. en In het gedenkboek dat werd uitgegeven bij het 50-jarig jubileum van de vereniging werd onthuld wie N.N. was. "H.W.S., telg uit het gul-gevende geslacht Spiering, schonk het prachtige, heuvelachtige, beboschte terrein met zijn versterkende en verkwikkende dennengeuren...'"’

Het leek me aardig de wellicht nog steeds vele lezers van haar dagboekje deze achtergrondinformatie door te geven over haar persoon en leven.

J. MAASLAND

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's