De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kwetsbaar kerkelijk leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kwetsbaar kerkelijk leven

HET COGC BIJEEN

8 minuten leestijd

De jaarlijkse con/erentie uan het Contact Orgaan Gereformeerde Gezindte (COGG) is weer voorbij. Zo'n dertig broeders en zusters uit de verschillende denominaties ontmoetten elkaar op een vrijdagmiddag en - avond in Putten, om samen stil te sta bij het cjebrek aan kerkelijke eenheid dat de Nederlandse protestantse kerken kenmerkt. Een achterhoedegevecht? Of gaat het juist om fakkeldragers, die voorop lopen?

Degenen die die conferentie niet bezocht hebben en over de inhoud ervan via de christelijke kranten geïnformeerd werden, zagen de foto: in een niet al te grote zaal waren de lege stoelen bijna even talrijk als de bezette stoelen. Neem daarbij de gemiddelde leeftijd van de bezoeker in ogenschouw, dan lijkt maar één conclusie gerechtvaardigd: als het COGG volgend jaar zijn veertigjarig bestaan herdenkt - we zullen het woord 'vieren' maar niet in de mond nemen - , dan moet het zich goed bezinnen op zijn betekenis voor de kerken.

Toch is er meer te zeggen. En zeker is er geen reden om meewarig te doen over de deelnemers aan deze conferenties. Want zij zijn - om met ds. G. D. Kamphuis ter spreken - in ieder geval 'de schaamte niet voorbij' over de verdrietige breuken die er in de Nederlandse kerkgeschiedenis gekomen zijn en die zich niet licht laten helen. Zij beseffen de onvolkomenheid in het eigen kerkelijke leven en kunnen zich niet zomaar neerleggen bij de historisch gegroeide situatie, alsof we daar samen geen verantwoordelijkheid voor dragen en alsof we daar samen geen schuld aan hebben. Dit wordt temeer beseft als we ons verbonden weten door liefde tot de Schrift en de belijdenis van de kerken.

Openingen

De jaarlijkse conferentie moet fungeren als een kristallisatiepunt, waar besproken wordt wat er het afgelopen jaar gebeurd is tussen de verschillende kerken. In die zin is de zogenoemde kleine oecumene gelukkig meer dan de mensen die jaarlijks naar Putten komen. Ds. C. Blenk, tot 31 (!) oktober a.s. voorzitter van het COGG, benoemde aan het begin van de conferentie de recente ontwikkelingen: het is verheugend dat de synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken het COGG weer geloofwaardig vindt en dat er vanuit deze kerken openingen gerealiseerd zijn naar de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt, waarbij samen overeenstemming bereikt is over de visie op de toe-eigening van het heil. Tevens noemde de voorzitter het besluit van de christelijke gereformeerde synode om plaatselijk gemeenten te stimuleren elkaar te ontmoeten daar waar de gereformeerde belijdenis wordt onderschreven, waarbij ook gesproken is over 'nauwer kerkelijk samenleven', een term die zelfs kanselruil omvat.

Ook stond ds. Blenk stil bij het officiële vertrek uit het COGG het afgelopen jaar van de Gereformeerde Kerken in Nederland, als gevolg van de ruimte die er in deze kerken is voor de visie van prof. C. J. den Heyer. Het Confessioneel Gereformeerd Beraad vertegenwoordigt inmiddels de GKN. Het COGG-bestuur heeft de verwachting dat op grond van deze wijzigingen ook de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt binnenkort zullen toetreden.

Ondanks deze verschuivingen blijft de vlag van de kerkelijke eenheid binnen de gereformeerde gezindte laag hangen. Dat is het waarheidselement in Samen op Weg: het zoeken van elkaar en komen tot hereniging is de achilleshiel voor degenen die de gereformeerde belijdenis liefhebben. Daarom richt het bezwaar van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond zich niet tegen hereniging met de Gereformeerde Kerken op zich, maar tegen de wijze waarop het SoW-proces zich ontwikkelt, toegespitst op de kerkordelijke basis van de verenigde kerk.

Schuldbesef

Het kerkelijk orgaan van de Gereformeerde Gemeenten, de Saambinder, publiceerde de week voor de COGGconferentie een verslag van de laatstgehouden synode van deze gemeenten, waaruit ik citeer: 'Met de Gereformeerde Gemeenten in Nederland is nog geen enkel officieel contact. De sporen van 1953 zijn nog lang niet uitgewist en worden nog regelmatig aangescherpt.' Het leert ons hoe lang breuken in het kerkelijk leven nawerken én dat breuken geneigd zijn te lei- an den tot een verharding van standpunten en het benadrukken van het eigen kerkelijk gelijk. Een paar kolommen verder wordt in het Saambinder-verslag ds. C. A. van Dieren uit Rjjssen geciteerd, die inzake deelname aan het COGG ter synode opgemerkt heeft 'niet tot een soort reformatorisch Samen op Weg wenst te geraken. Er is schuldbesef nodig over de gebrokenheid.' Welnu, dat schuldbesef zal nooit doel op zichzelf zijn, want dit besef heft de als zonde benoemde gescheidenheid niet op. Het verstaan van de schuld vanwege de scheuren in het lichaam van Christus zal toch vragen om het gezamenlijk in de gebeden belijden van die schuld voor God, om dat ook tegen elkaar uit te spreken en mee te leven met de vragen waarvoor de kerken vandaag staan. Hier blijft het bestaansrecht van het COGG liggen, hoe weerbarstig de kerkelijke kaders ook zijn.

In het hoofdreferaat legde de christelijke gereformeerde prof. dr. J. W. Maris de vinger bij de principiële eenheid van de kerk. De kerk is volk van God, lichaam van Christus en tempel van de Heilige Geest. Daarom is een van de meest scherpe vragen uit de Schrift het woord uit 1 Korinthe 1: 'Is Christus gedeeld? ' Het gaat niet om het gedeeldzijn van het lichaam van Christus, maar om Christus zelf! Dat verklaart de noodzakelijke worsteling om kerkelijke eenheid, die niet gemakkelijk op te lossen is, maar ons moet pijnigen als leden van Zijn lichaam.

Maris voerde de godsdienstgesprekken uit de zestiende eeuw op om aan te tonen dat de reformatoren niet schouderophalend voorbij gingen aan de breuk met Rome. Vruchtbaar in het beslechten van de twisten waren deze gesprekken in Marburg, Regensburg en Augsburg niet, maar ze tonen wel dat de gebrokenheid van de kerk niet vanzelfsprekend was. De eerste reformatorische belijdenissen - prof. Maris noemde hier expliciet de Augsburgse Confessie uit 1530 waarover in hervormd-gereformeerde kring gesproken wordt, omdat ze in de grondslag van concept-kerkorde voor de verenigde kerk staat - zijn op het raakvlak van deze godsdienstgesprekken geschreven. Ze tonen dat alleen de waarheid van Gods Woord de kerk en haar breuk kon helen.

Vanuit de geschiedenis kwam de hoogleraar tot de conclusie dat waar de belijdenis in dienst staat van het eigen gelijk van 'een' kerk, deze kerk niet meer weet wat de zin van het belijden is en ze hoofd en hart op het spel zet. Belijden van het geloof vindt immers altijd plaats in verbondenheid met het Hoofd van de kerk, in welke relatie de motivatie voor het zoeken naar eenheid ligt.

In eigen vlees

Winst van de COGG-conferentie van vorige week vond ik het aangeven van de kwetsbaarheid van de eigen kerkelijke positie. Daarmee gebeurde er meer dan het benoemen van de verdrietige verdeeldheid, maar werd er ruimte geschapen voor meeleven van en betrokkenheid op de ander. Prof. Maris zei bereid te zijn in eigen vlees te snijden en verwoordde dat er reden was om de kwetsbare positie van de Christelijke Gereformeerde Kerken te beschrijven. Hij wilde de identiteit van zijn kerken niet zoeken in 1834 en 1892, want asiel is er alleen te vinden in Gods genade in Christus. Deze uitspraak maakt ondertussen in zijn kerkverband wel een andere gevoelsstroming los.

De vrijgemaakt-gereformeerde prof. dr. F. van der Pol ging duidelijk verder dan Maris in zijn kwetsbare positie, niet om hiermee te koketteren, maar juist om de eigen kerkelijke historie te bezien in het licht van Gods Woord. Hij erkende dat de Vrijmaking van 1944 niet uitsluitend Gods werk was en noemde de gesloten jaren zeventig en tachtig een periode waarin de verdieping en persoonlijke concretisering van de leer te weinig aandacht heeft gehad. 'We kunnen over God veel zeggen en schrijven. Maar de gemeenschap met de Here kan niet zonder beleving en vormgeving.' Terwijl het christen-zijn werd vertaald in het lidmaatschap van veel gereformeerde organisaties, verwereldlijkte de levensstijl, ook omdat het spreken over de (ware) kerk het persoonlijk geloof

naar de achtergrond drong. Van der Pol bepleitte in zijn moedige lezing, nu het beeld van de ware, vrijgemaakte kerk vergruisd is, een oriëntatie op puriteinse prediking en een werkelijk naar God toegekeerd leven.

Creatieve minderheid

Het tweede co-referaat werd gehouden door de voorzitter van de Gereformeerde Bond, ds. Kamphuis, die inzette bij Calvijn: 'Heel de kerk is in verstrooiing. Hier een handjevol en daar een handjevol. Wij hebben allen éénzelfde evangelie. Wij zijn omringd van vijanden. Mogen wij ons dan van elkaar afscheiden? Nee!' Het kwetsbare element in zijn bijdrage was de verootmoediging over de eigen kerkelijke traditie. Hij erkende dat dwaling en ontrouw in de kerk geen ziekte, maar zonde is - zonde tegen het Hoofd, Christus. Hoe sta je daar, in de lijn van Gods grote daden in de kerk die wel zeer deplorabel is? 'Op de bodem van de belijdenis, gelovend in het getuigenis van de confessie, en in het medicijn van de verkondiging en van het getuigenis. Al incasseren wij nederlaag op nederlaag.' Zo alleen kunnen we een creatieve minderheid in plaats van een onvruchtbaar machtsblok zijn. Gewenning aan de zonde is hierbij voor hervormd-gereformeerden een groot gevaar, die de heerschappij van Christus als het Hoofd van de kerk belemmert.

De COGG-conferentie is weer voorbij. Maar de gesproken woorden gaan mee, de kerken in. Woorden die inspireren en aanzetten tot het zoeken van de ander in de eigen positie, maar die daarbij ook de grenzen aangeven. Ik noem een paar van deze woorden. - Als Gods waarheid niet de motor van kerkhereniging is, dan ontbreekt ons de dragende grond. - Een kerk die haar trouw aan de eigen confessionele positie als eindpunt ziet, en daar vrede mee heeft, geeft daarmee haar trouw aan de confessie op. - Kerkelijke genoegzaamheid kan wel eens zelfgenoegzaam zijn, die niet ons 'genoeg' in Christus heeft en zoekt.

In Christus is de eenheid van de kerk gegeven. Of is Hij toch gedeeld? Die vraag mag niemand loslaten.

P. J. VERGUNST

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Kwetsbaar kerkelijk leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 2002

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's