Een andere liefde
’Maar de vrucht des Geestes is liefde...’ [Galaten 5 : 22a]
Maar de vrucht des Geestes is liefde...’ [Galaten 5 : 22a]
In het gedeelte waaruit de tekst van de meditatie gekozen is, stelt de apostel Paulus de werken van het vlees en de vrucht van de Geest tegenover elkaar. Je zou er bijna overheen lezen: werken (meervoud!) van het vlees en vrucht (enkelvoud!) van de Geest. Je zou verwachten: werken (meervoud) van het vlees en werken (meervoud) van de Geest of wat ook mogelijk is: vruchten van de Geest. Het staat er echter geen van beide. Noch werken, noch vruchten.
Dat is veelzeggend. Vrucht van de Geest. Al datgene wat volgt, dus: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid, vormt één vrucht. Wanneer de Heilige Geest gaat werken in een mensenleven, wat overigens een geweldig wonder is, omdat wij mensen dat niet verdiend hebben, dalen liefde, blijdschap, enz. in het desbetreffende hart neer. Een volheid van genade. Liefde kunnen wij in de grond der zaak niet lospellen van alle andere zaken die hier genoemd worden, want met de liefde worden alle andere zaken geschonken.
Toch doen we het in deze meditatie om dit begrip eens aan een nader onderzoek te onderwerpen.
Er bestaat een gezegde dat als volgt luidt: als twee mensen hetzelfde zeggen, hoeven ze nog niet hetzelfde te bedoelen. Zo ook hier. Wantje hebt liefde en je hebt liefde.
Je hebt een liefde die hebzuchtigis. Een liefde die verlangt naar het hebben. Ze is doordrenkt van egoïsme. Hoe kom ik aan mijn trekken. Hoe word ik bevredigd. Een dergelijke liefde leeft er van huisuit bij ons allemaal. Stuk voor stuk. Niemand uitgezonderd. Een kwalijke zaak! Zondig zelfs! Jawel, maar dat laatste hebben we niet eens in de gaten. We zijn daar stekeblind voor. De oorzaak? Onze diepe val in Adam. Door het werk van de Heilige Geest wordt dat anders. Hij verlicht ons hart dat zo duister is. Hij opent ons verstand dat zo donker is. Hij buigt onze wil die zo onbuigzaam is. Hij ontdekt ons aan die hebzuchtige liefde. Een liefde die ons in staat van beschuldiging stelt voor de hoge en heilige God, Die de zonde absoluut niet door de vingers kan zien. Het gevolg: door schuld getroffen en verslagen.
Maar niet om dat te koesteren. Nooit en te nimmer. Daarin ligt het leven niet. Op dat moment maakt u van de nood een deugd, waarmee u wel ten verderve gaat. Het leven is enkel en alleen te vinden in Christus. Tot Hem hebt u daarom ook de toevlucht te nemen.
Door de Heilige Geest daalt een andere liefde in het hart van een mens. Een liefde die de mens innerlijk vrijmaakt voor God en de naaste (C. den Boer). Dat kan alleen wanneer deze liefde geënt is op Christus, wanneer deze liefde gevoed wordt vanuit Christus. Immers in en door Hem bestaat er een vrijmaking. Een vrijmaking van de schuld. 'Zo is er dan nu geen verdoemenis meer voor hen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest' (Rom. 8:1). Mijn vervloeking werd Zijn vervloeking en Zijn gerechtigheid werd mijn gerechtigheid. Hoewel ik het niet verdiend had, heb ik het toch verkregen. Uit pure genade. Aanbiddenswaardig.
De grote vraag is natuurlijk altijd: bezit u deze liefde voor eigen hart en leven? Kent u deze liefde? Is uw bestaan daarvan doortrokken? Bedenk dat het nooit aan God ligt wanneer u deze liefde mist. Nooit kunt u uzelf verontschuldigen door te zeggen: 'Voor mij was deze liefde niet weggelegd'. Integendeel, de Heere wil ons niets liever dan deze liefde schenken. Hij werpt bij wijze van spreken alle middelen in de strijd om mensen te vangen: het Woord, de prediking, de onderlinge gesprekken. Ze zullen toch niet eenmaal tegen ons getuigen. God verhoede het.
En u, die door Gods genade deze liefde mag kennen, die met andere woorden vrijgemaakt bent voor God en de naaste, u die dus de vrijheid kent, gebruikt deze vrijheid niet tot een oorzaak voor het vlees, maar dient elkander door de liefde (Gal. 5 : 13).
Wie niet vreemd is aan het Geesteswerk, is een gedrevene. Is, zoals de Duitsers het zeggen, 'begeistert'. God geve het, om Christus wil. Onze bede zij:
Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwen Geest, mocht Die mij op mijn paan ten Leidsman strekken. 'k Hield dan Uu> tuet, dan leefd' ik onbevreesd; dan zou geen schaamt' mijn aangezicht bedekken, wanneer ik steeds opmerkend waar' ge hoe Uu; gehoon mij tot Uw liefde wekk
E. MIJNHEER, WESTBROEK
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's