De gaven opgewekt
BEZINNING OP DE PREDIKING [8, SLOT]
Het gaat in dit slotwoord om een motief, dat Paulus noemt om Timotheüs, zijn geestelijke zoon, tot trouw, tot loyaal zijn aan het Evangelie op te wekken. Waarom acht Paulus dit appèl noodzakelijk voor Timotheüs? Omdat Timotheüs moet leren op eigen benen te staan. Hij heeft altijd geleund op Paulus, maar dat wordt steeds minder mogelijk. Helaas, zal Timotheüs gedacht hebben, 't Valt namelijk niet mee voor hem, omdat de situatie in Efeze moeilijk is. Er zijn dwaalleraars, die de gemeente niet sparen. Met een aangepast Evangelie verloochenen zij het Evangelie van de gekruiste en opgestane Christus. Het zou volgens hen om een hogere kennis van God gaan, waarin geen plaats is voor de Gekruiste. Kortom, de dwaalleraars trekken de mensen van de HEERE Christus af, achter zichzelf aan.
Bovendien loochenen zij de opstanding van het lichaam met alle gevolgen die deze leer voor een christelijke levensstijl heeft. Er is afval in de gemeente. Niet alleen Paulus, maar ook Timotheüs wordt geconfronteerd met 'uitvallers' (tijdgelovigen). Het Evangelie van de Gekruiste, Die HEERE is, kost hen te veel. Daar komt nog bij dat Timotheüs niet zo'n strijder is. Hij reageert meestal verlegen, is bang en altijd weer geneigd bij moeilijkheden in zijn schulp te kruipen.
Zie, daarom schrijft Paulus, zijn geestelijke vader, hem deze pastorale brief. Zijn testament. Deze brief, zegt Calvijn, is niet met inkt, maar met bloed geschreven.
Hoe doet Paulus dat nu? Heeft zijn advies, zijn appèl vooral een psychologisch karakter? Zou hij vandaag allereerst in de richting van bijvoorbeeld een assertiviteitstraining gedacht hebben? Wij begrijpen dat kwetsbare collega's dit advies kunnen krijgen, wanneer zij vandaag karakterologisch wat timide, wat bang uitgevallen zijn. Het lijkt vandaag bepaald geen voordeel zo'n karakter te hebben en in het ambt te staan. Een beetje assertief zijn kan geen kwaad. En toch, het appèl van Paulus gaat beslist niet allereerst in deze richting. Ons appèl evenmin. Let hierop: de HÉÉRE riep Timotheüs en Hij roept ook vandaag broeders tot het ambt, van wie er sommigen op Timotheüs lijken. Ik zeg het sterker: verkiest onze God niet bij voorkeur het zwakke, het kwetsbare, opdat Hij het sterke zou beschamen? Hij weet wel raad met een Timotheüs in het ambt.
Kostbaar geloof
Hoé troost en bemoedigt Paulus hem? Hij wijst hem op het werk van de HEE- RE. Hij zegt met een hart vol liefde, echt menselijk en tegelijk geestelijk: 'Timotheüs, je bent geen 'vergeet-menietje'. Ik denk dag en nacht aan je in mijn gebeden. En wanneer ik denk aan ons afscheid, dan kan ik er vurig naar verlangen om je weer eens te zien. Maar ik word ook zelf vooral vertroost door Góds werk in je leven. En in je voorgeslacht. Het echte, oprechte geloof, Timotheüs, dat woonde in je grootmoeder Loïs en in je moeder Eunicé - ik weet zeker, dat het ook in u woont.
Zie, dat echte, oprechte geloof - Petrus noemt het: het kostbare geloof - is voor Paulus hét middel dat met Christus, de getrouwe standvastige Ambtsdrager, verbindt. En zo ook met de volheid van Zijn Geest en de gaven van Zijn Geest. Zonder dit geloof, dat is de band aan Christus, zijn we niets, en zeker geen christen. Zonder dit geloof kunnen we niet volharden in onze ambtelijke dienst. Daarom is het bemoedigend, wanneer Paulus het op goede gronden tegen Timotheüs en tegen u of mij kan zeggen: ik ben verzekerd, dat het óók in u woont; dat Christus, dé Standvastige met Zijn volheid, door het geloof ook in u woont.
En om die oorzaak, zegt Paulus, maak ik u indachtig dat u opwekt de gave van God, die in u is, door de oplegging van mijn handen.
Waar denkt Paulus aan? Aan de dag waarop Timotheüs belijdenis van het geloof deed of aan de dag van zijn bevestiging in het ambt? Ik zeg met Ridderbos: dat kan in het midden blijven. Maar het gaat hierom: wanneer wij de gave van de Geest ontvangen, dan komt die Geest van Christus nooit met lege handen. Dan brengt Hij charismata, gaven, ook voor het ambt, uit de volheid van Christus met Zich mee. Welke gaven? Heeft Timotheüs de gave van het leiding geven aan de gemeente ontvangen of de gave van het evangeliseren, dat is de gave om het Evangelie uit te dragen en het te vertolken in de cultuur van die dagen? Stellig heeft hij deze gaven van de Geest van Christus ontvangen. En de handoplegging van Paulus onderstreepte dat. Die handoplegging was als het ware een zichtbaar garantiebewijs, dat deze goddelijke zegen, deze gaven van de Geest, metterdaad aan Timotheüs geschonken zijn. En het is de Geest Zelf, Die via Paulus Timotheüs dit bijzonder moment weer te binnen brengt.
Gaven van de Geest
Met welk doel? Opdat Timotheüs zich dat weer ten volle bewust wordt en die gave van God, die in hem is, opwekt, dat is weer aanwakkert. Dat woord 'opwekken' betekent hier letterlijk het vuur (in dit geval het vuur van de Geest) tot nieuw leven brengen. Want de Geest roept niet alleen tot het ambt, maar Hij rust Timotheüs ook toe met de nodige gaven en werkingen. Die geestelijke toerusting functioneert en ontwikkelt zich echter niet vanzelf. Het wordt tot onze bemoediging gezegd: de Geest Zelf wil die gaven in ons onderhouden, ja meer nog, Hij wil die tot ontwikkeling, groei en bloei brengen. Maar dat gaat niet buiten onze verantwoordelijkheid om; en dus evenmin buiten onze oefeningen met die gaven om. Matthew Henry zegt terecht: Timotheüs en wij moeten alle gelegenheden aangrijpen om die gaven van de Geest te gebruiken en ze daardoor opwekken. Dat is ook de beste wijze om ze te doen toenemen, dat is om ze tot volle bloei en groei te doen komen.
't Is dus blijkbaar zo dat Timotheüs zich niet meer, of niet genoeg, bewust is dat de kracht en de zegen van deze gaven hem ter beschikking staan, wanneer hij er maar in 't geloof mee werkzaam is. Met andere woorden: het charisma ontbreekt hem niet, maat het is in hem gedoofd. Het is om zo te zeggen, uitgeblust, ingezonken. En hoe komt dat? Het kan door luiheid zijn. Maar er kan ook sprake zijn van een innerlijke traagheid, een geestelijke ingezonkenheid of verlamming in de oefeningen met de ontvangen gaven. Laten we nooit vergeten dat Timotheüs en wij vleselijk zijn in onszelf. Dat betekent ook dat onze karaktereigenschappen, gaven en vermogens door de zonde zijn aangetast. Zelfs als onze geest gewillig is, is het vlees zwak, zegt onze Heere Jezus. En de satan weet die zwakke plekken altijd weer in ons karakter te vinden. En wij liggen juist daar open voor zijn aanvallen. Wat dat concreet betekent? Dat Timotheüs verschrikt en verlamd is door de aanvallen van de dwaalleraars. Door de impact van de dwaalleer op de gemeente van Christus. Moedeloos is hij door de afval van sommigen. En zijn vlees heeft: blijkbaar aan die gevoelens toegegeven. Ook aan dit gevoel: ik ben niet opgewassen tegen de situatie, tegen die listige omleidingen van de duivel. Ik heb niet de moed, de geestelijke kracht om er tegen op te treden. Integendeel!
Geen vreesachtigheid
Sommigen van ons zullen dat herkennen: misschien ontmoet het Kruisevangelie verzet. Er zijn mensen die iets anders willen dan Christus, Zijn kruis en Zijn geboden. Misschien zie je het soms helemaal niet meer zitten, omdat je moegestreden bent. En als je dan een karakter hebt als van Timotheüs, dan verslap je door op jezelf te zien of je wordt verlamd door ongeloof.
loof. Welnu, tegen die zwakheid van ons vlees is geen kracht in ons. Daarom komt de genezing altijd van de andere - kant. Dat is: van de Geest van onze Heere Jezus Christus, van onze medelijdende en biddende Hogepriester, Die ons te hulp wil komen in onze ambtelijke zwakheden. Hoor maar: ik ben verzekerd, dat het ongeveinsd geloof ook in u woont, Timotheüs. En om die reden maak ik u indachtig het
begin van uw dienst. Zullen u en ik daar ook nog eens aan terugdenken, aan het begin van onze dienst? Aan al die beloften van de HEERE, die ons bij de handoplegging gegeven zijn? Denk aan de gave van God, die in u is, die u geschonken is. Aan die toerusting met de Geest van Christus en de u geschonken gaven. Blust de Geest niet uit. Wekt óp die gave van God, die in u is. Hoe dat moet? Paulus zegt het in i Timotheüs 4: 'Verzuim, verwaarloos de gave niet, die in u is, die u gegeven is... bedenk deze dingen, wees hierin bezig, opdat uw toenemen openbaar zij in alles. Hebt acht op uzelf en op de leer (op het Evangelie van de Gekruiste en Opgestane en op Zijn geboden) volhard daarin; want dat doende, zult gij en uzelf behouden en die u horen'. En hier zegt Paulus het zo: wek op de gave van God, die in u is, want uw Heere heeft u door Zijn Geest zoveel goeds ter beschikking gesteld, Timotheüs. 'Want God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid, maar der kracht en der liefde en der gematigdheid'. Zoek dan de geloofsgemeenschap met Christus en smeek telkens om het licht van de Heilige Geest om te beseffen wat door die Geest in u geschonken is en om Zijn kracht om daar opnieuw gelovig mee werkzaam te zijn. Want God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid!
Zijn kracht
Vreesachtigheid, mensenvrees, dat is veeleer een werk van ons vlees. Een geest van vreesachtigheid is zoiets als een mentaliteit van lafheid, van mensenvrees. Deze mentaliteit, deze werking van het vlees moet door ons in de kracht van de Geest van Christus gekruisigd worden. Ook wanneer we er karakterologisch vatbaar voor zijn, mogen we er niet aan toegeven. Want Christus heeft een andere geest voor ons verdiend.
Hoe zegt Paulus dat? 'Want God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid, maar der kracht en der liefde en der gematigdheid'. Een Geest der kracht. Want Christus, onze HEERE is dan wel gekruist door zwakheid; onze HEERE werd om ons, ook om onze vreesachtigheid, vrijwillig zwak. Hij is als de Man van smarten prijsgegeven aan de vloek, de duivel en de dood, maar Hij leeft nu door de kracht van God. En Hij is ook het 'reservoir' vanwaaruit de Geest ons in onze zwakheden wil voorzien van Zijn kracht!
Paulus wil dit zeggen: Timotheüs, wanneer je prediking en je persoon worden aangevallen door dwaalleraars en tijdgelovigen die afhaken, blijf dan wel zachtmoedig, maar vrees niet voor hen die slechts het lichaam kunnen doden. Vrees niet, maar 'verkondig het Woord tijdig en ontijdig'. En wat zal dan blijken? Dat Góds kracht in jouw zwakheid wordt volbracht en dat de bediening van het Woord, in betoning van geest en kracht, vrucht zal dragen en ook de tegenstanders zal overwinnen. Beseft juist dan, wanneer u aangevochten wordt door mensenvrees, door lafheid en de neiging hebt in uw schulp te kruipen, wat de HEERE beloofd en wat Hij in u gegeven heeft. 'Wek de gave op, die in u is, want God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid, maar der kracht...' Wie zal u overwinnen, Timotheüs, wie zal u in uw dienst, in uw bediening van het Woord verlammen, broeders, wanneer u in uw zwakheid gesterkt wordt door de kracht, waarmee onze grote God de wereld geschapen heeft en Zijn Zoon uit de doden heeft opgewekt?
Onze zwakheid
Want God heeft ons gegeven een geest der kracht en der liefde... Let daarop, het is geen menselijke kracht, het is zeker niet de kracht van onze eigen, grote woorden, waarmee wij hen platwalsen of uitschakelen die het niet met ons eens zijn. Deze kracht, zegt Ridderbos terecht, bestaat niet uit een niets ontziend fanatisme, maar zij wordt in onze zwakheid volbracht en maakt ons juist daardoor zo diep afhankelijk van de Geest. Deze kracht wordt gekenmerkt door de liefde. De liefde van God, Die in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest, Die ons is gegeven. Het is de agapè. De liefde van God in de HEERE Jezus. Er is in deze liefde geen vrees. Wel Godsvreze, maar geen mensenvrees. Wanneer u deze liefde kent, omdat ze uitgestort is in uw hart, dan wekt deze liefde toch wederliefde en liefde tot uw naaste, ja zelfs tot uw vijanden? Welnu, deze liefde zoekt zichzelf niet, deze liefde uit God heeft een lange adem. Juist wanneer er tegenstand en teleurstellingen zijn in de dienst. Deze liefde, in ons hart uitgestort, verdraagt alle dingen, maar hoopt ook alle dingen. Deze liefde doet ons vooral hopen op God, Die door Christus Zijn eigen Woord zegent en vervult.
Kom, Timotheüs, zing die psalm nog eens: De HEERE is mijn levenskracht, voor wie zou ik vervaard (bang) zijn? De hoop op de HEERE beschaamt toch nooit, omdat de liefde Gods in ons hart is uitgestort? Deze liefde is 'toch sterk als de dood en hard als het graf? Deze 'vlammen' van de HEERE moetje niet uitblussen, Timotheüs! Laat ze veeleer in je opvlammen! Bedenk deze dingen en wees hierin bezig! En 'hoop maar kolen van deze vurige liefde op het hoofd van je vijanden'. Mist iemand van ons op dit moment deze liefde? Er is in Christus liefde genoeg. Wek die liefde op, want God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid, maar der kracht en der liefde en der gematigdheid. Dat laatste woord wordt verschillend vertaald. De ene uitlegger zegt: het betekent bezonnenheid, zelfbeheersing, zelfdiscipline, gevoel voor maat. Ds. Den Boer zegt: 'Wie zelf onder de tucht van het Woord van God mag staan, kan niet buiten zijn schoenen lopen vanwege zelfoverschatting. Hij moet constant zijn trotse, zelfzuchtige en heerszuchtige hart onder de knie zien te houden'.
Maar Gordon D. Fee laat dit woord slaan op het gezond zijn in de leer, op een gezond oordeel, om in het praktische christenleven en gemeenteleven de goede, wijze beslissingen te kunnen nemen. Misschien mogen we ook denken aan de fijngevoeligheid, die we nodig hebben om te onderscheiden, waarop het aankomt in het toepassen van Christus' geboden en in het leiding geven aan de gemeente. Dat is een geestelijke gave, die we zeker nodig hebben in 'de laatste dagen', waarin de mensen de gezonde leer niet zullen verdragen, maar kittelachtig zijn van gehoor, leraars zoeken naar hun eigen begeerlijkheden. Juist dan is die gezonde, nuchtere, bijbelse oordeelsvorming voor ambtsdragers meer dan ooit nodig. Om die gave van de gematigdheid, de bijbelse nuchterheid weer aan te wakkeren, mogen we het volgende wel ter harte nemen: die gezonde, nuchtere woorden moeten we altijd weer ontvangen aan de voeten van onze HEERE Jezus Christus. Een hoogleraar in onze kerk heeft om die reden eens geschreven: 'Wij hebben predikanten nodig die het karakter en de energie opbrengen om hun gemeenteleden te durven teleurstellen en om allerlei niet te doen, opdat ze de gemeenten weer vergaderen rondom het ene nodige op de zondag. Een predikant die veel bidt en studeert, zal misschien enkele bezoeken minder afleggen, maar ze zullen veel beter zijn. Allerlei werk moet misschien worden afgekapt, maar door een verdiepte prediking, een toegewijder catechese en een inniger pastoraat, zal een nieuwe geestelijke mondigheid der gemeente ontstaan, die de bron voor allerlei arbeid wordt'.
Een getrouw woord
Waar halen die predikanten het karakter en de energie vandaan om zo te kunnen dienen? 'Onze bekwaamheid is alleen uit God', zegt Paulus. En daarom: Wekt dan op, broeders, de gave Gods, die in u is, want God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid, maar der kracht en der liefde en der gematigdheid.
Beseft toch, wat u in Christus hebt! E11 bidt de Geest als een arme van geest om Zijn gaven te mogen opwekken. En waar moeten Timotheüs en allen van ons die in zijn sporen gaan, dan ook zeker op rekenen? Op lijden, verdrukkingen en aanvechtingen.
Maar om dit alles te kunnen verdragen, heeft onze God Zijn dienaren toegerust met de Geest van Christus en Zijn gaven. Schaam u dan niet voor het getuigenis van onze HEERE, noch voor mij, zegt Paulus. Noch voor hen, die vandaag in de frontlinies strijden. Maar lijd verdrukkingen met het Evangelie naar de kracht van God.
'Dit is een getrouw woord: Indien wij met Hem gestorven zijn, zo zullen wij ook met Hem leven; indien wij verdragen, wij zullen ook met Hem heersen; indien wij Hem verloochenen, Hij zal ons ook verloochenen; indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelf niet verloochenen' (2 Tim. 1:11-13).
P. H. VAN TRIGT, EDE
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's