De wijngaard
OPENINGSWOORD JAARVERGADERING 2002
Christus' gelijkenis uit Lukas 20 : g-i6 heeft een radicale ondertoon. De heer is uitermate geduldig. De reactie van de dienstknechten op dit liefdevol geduld is ech zeer bitter. Bitterheid die haar toppunt vindt in hun ajspraak: 'Deze is de erfgenaam; komt laat ons hem doden, opdat de erfenis de onze wordt'. Ongehoorde en ongeoorloofde brutaliteit. We schrikken.We kennen de betekenis uan Jezus' gelijkenis. Wie denkt bij de wijngaard niet aan Israël? Wie denkt bij de dienstknechten niet aan dat andere woord van Jezus 'Jeruzalem, Jeruzalem! gij die de profeten doodt en stenigt die tot u gezonden zijn...' (Lukas 13 : 34a) Wie denkt bij de zoon niet aan Gods eigen Zoon, gekomen tot he Zijne en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.Deze gelijkenis van Jezus is schokkend. Laten wij de Zoon doden, dan is de erfenis uoor ons. Mensen die de hele boedel zei/in handen nemen. Het wordt hun bezit. Dan kun je ermee doen watje wilt. Je neemt de leiding in handen. De meester heeft zijn zeggenschap, zijn gezag verloren. De knechten zetten het opzij. Zelf willen zij heer en meester zijn in de wijngaard. Zelf beschikken over de erfenis. Ontzag voor, zuivere omgang met hun heer, zijn verdwenen. Gehoorzaamheid en trouw aan de meester zij opgezegd. De erfenis is geroofd. De erfgenaam buiten de deur gezet, onschadelijk gemaakt. Een gelijkenis die verbijstering oproept.
De erfenis
Het zal moeten blijken of wij deze gelijkenis van Jezus werkelijk begrijpen. Ik bedoel: het zal moeten blijken of wij werkelijk de erfenis aan de Zoon gunnen. Het zal moeten blijken of we de wijngaard koesteren als Zijn wijngaard... of dat we 'de Zoon van God wederom kruisigen en openlijk te schande maken' (Hebr. 6:6). 'Want is het, dat God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, zie toe, dat Hij ook mgelijk u niet spare' (Rom. n : 21). De erfenis: Gods wijngaard, Zijn heilige gemeente, Zijn volk op aarde. Degenen die de Vader aan Christus gegeven heeft. De gemeente van Christus van alle tijden en plaatsen. De geschiedenis door, de wereld over. Door de Zoon verdiend, door Zijn bitter lijden, door Zijn dood aan 't kruis. Gods wijngaard onder de volkeren. Christus' Kerk, de planting van de Vader. Vrucht van Christus' lijden en sterven, vrucht van Zijn opstanding. Tot leven gebracht door de Geest van Pinksteren. Vruchtbaar door de geweldige, heilige Wijnstok in haar midden: Jezus Christus. God gaf Zijn wijngaard onder de volkeren in deze wereld. Wij geloven een heilige, algemene christelijk kerk, de gemeenschap der heiligen.
Ook in ons land heeft de Heere Zijn wijngaard geplant. Rond de verkondiging van het Evangelie. Tot bloei gebracht door de Geest. Een erfenis vol van leven en vol van zegen. Ook hier heeft Hij die erfenis in mensenhanden gelegd. De gemeente met in haar midden de schat van het heilig Evangelie. Hoe, broeders en zusters, staan wij in deze wijngaard, hoe gaan we met de erfenis om? Niet, alleen de Joodse leidslieden hebben de erfenis zelf willen bezitten. De vraag is hoe wij in de kerk van God staan en dienen en leven. Hoe wij omgaan met de schat van het heilig Evangelie die in de kerk helder heeft geklonken. Hoe de kerk, omgaat met de schat van de zuivere leer. Die dienstbaar is aan de opbloei van Gods wijngaard. De schat van de Evangelieverkondiging is ons overgeleverd van geslacht op geslacht. De schat van de leer, verwoord in de belijdenis van de kerk der eeuwen, verwoord in de belijdenis van de Reformatie, is een vruchtbare schat.
We heersen over de erfenis wanneer we de geloofsgeheimen opgeven, verduisteren, discutabel stellen, niet meer helder laten klinken. Het getuigenis over de verzoening door 't bloed van het kruis, over de opstanding van Jezus Christus uit de doden, over het werk van de Heilige Geest in onze harten.
Lang werd dat getuigenis verdonkerd. In de Reformatie is het weer tot leven gekomen. Gods wijngaard nam een centrale plaats in in ons land en volk. Ze was tot rijke zegen voor ons volksbestaan. Ons land was een door het Evangelie gevormde en gereformeerde natie. Wij deelden in en leefden van de vruchten. In Zijn wijngaard dienen en leven wij. Wij ademen er, wij werken ter er, wij vinden er de rust. De erfenis van Zijn wijngaard is een erfenis vol van zegeningen: de bediening van de verzoening, de bediening van de sacramenten, de omgang met God in de : gebeden, het persoonlijk leven van het geloof dat zijn weg vindt in belijden en t getuigen.
Kerkelijk leven
Evengoed wordt die wijngaard in 't kerkelijk leven zichtbaar. In de belijdenis van de kerk. Uiting van haar geloof. Getuigenis van haar verstaan van n het Evangelie. In crisistijden geboren en gevormd. Van onschatbare waarde. Een schat om uit te leven, om Gods wijngaard te bewaren voor en bij de Erfgenaam. Een schat om te koesteren en diep in ons hart te bewaren. Daar staat de kerk voor.
Staat de kerk er werkelijk voor? Bewaart ze in de orde voor de nieuwe kerk de erfenis voor de Bruidegom? Wat doet de kerk als ze de eenheid doop-belijdenis-avondmaal facultatief stelt? Wat doet de kerk als ze gelegenheid geeft voor de zegening van mensen die een alternatieve relatie aangaan? Wat doet ze als ze het primaat van de kinderdoop en daarmee van het verbond opgeeft? Wat doet ze als ze 'naar het suikerfeest gaat, en niet tot een getuigenis komt'? (Waarheidsvriend 23 mei '02, p. 335). Wat doet ze als ze oecumenische contacten onderhoudt met 'kerken waarmee geen overeenstemming in geloof is' (Idem), terwijl ze daarbij het geding om de waarheid loslaat? Wat doet ze als ze een plurale kerk is?
Ons geding met de kerk, onze zorg voor de kerk reikt veel dieper dan het Samen op Weg-proces op zich. Hoe gaat de kerk van nu om met de schatten die zij kreeg ten dienste van de gemeente. De verkondiging van het Evangelie, de bediening van de sacramenten, de ambten, de ambtelijke vergaderingen, haar theologisch onderwijs, haar spreken voor volk en overheid? Hoe gaat ze om met het leven uit het geloof, het apostolisch geloof, dat haar is overgeleverd van de vaderen.
Het geloof dat ze beleden heeft en belijdt in haar grondslag. Kortom: hoe gaat ze om met het kruis van de Heere, met de erfenis van én voor de Zoon van God?
Ze is niet meer bij machte om met geestelijk gezag getuigende kerk te zijn. Ze mist het geestelijk vermogen dat haar in staat stelt het Evangelie met gezag vanuit de Schrift te verkondigen. Zij mist de geestelijke spankracht om het apostolisch geloof, het geloof van de kerk der eeuwen, te vertolken. Zij zwijgt tegenover velen die in haar midden almaar vragen stellen bij de feiten van het heil, bij haar eigen grondslag.
Wat zuigt haar leeg? Zij schuift structuren in elkaar. Zij bezuinigt, zij brengt de leiding over haar diensten onder in een managementachtige vorm van bestuur. Ambtelijke aansturing en verantwoordelijkheid wordt minder en minder. De kerk verkeert in een chronische crisis, want ze blijft onzeker en onhelder over haar belijden en over haar getuigenis in deze wereld. Daarom mist ze in onze stuurloze tijd het geestelijk vermogen om werkelijk het Evangelie met gezag en overtuiging te belijden voor volk en overheid. Dat is een ontzaggelijke crisis die ons kerk-zijn diep raakt. Het raakt de kern van het Evangelie, 't getuigenis van Jezus Christus. Het raakt de weg van navolging.
De gemeente van Christus, de Kerk van Christus van alle tijden en van alle plaatsen, gaat voor in gehoorzaamheid aan de Schrift. In dankbare overeenstemming met de schatten die haar zijn overgeleverd uit de Kerk der eeuwen. We zijn niet van gisteren. We zijn niet de eersten die bezig zijn met de grote vragen van ons kerk-zijn. We staan bovendien in wereldwijd perspectiefvan Israël, van de zending, van Gods grote werk over deze wereld, van Gods verbond. Maar, dat geeft ons niet het recht de overgeleverde schatten, de elementen die constituerend waren voor ons kerk-zijn nu uit te leveren aan een geest van democratisering en secularisatie. Een kerk die getuigt, staat diep en breed in haar tijd. Zij heeft, zelfs als het haar lijden en strijd kost, een woord voor de wereld. Een Evangeliewoord voor deze tijd. Zij wijst de weg van Gods geboden, teer en liefdevol uitgelegd door Christus Zelf in de Bergrede.
In liefde voor de weg van de kerk, betrokken op de erfenis Gods vragen wij de kerk, om de schatten van de kerk der eeuwen, te belijden, te getuigen. We vragen haar om bij de belijdenis van de kerk der eeuwen te blijven en haar eigen belijdenis volstrekt ernstig te nemen. Om de belijdenis van Jezus Christus, onze Heere, helder te laten zijn en daar ook naar te handelen. Dienaren op te roepen Jezus Christus als Heere en Zaligmaker te verkondigen en te belijden. We vragen haar om niet in Gods wijngaard te heersen, maar te dienen. Dienen in liefde, dienen in gehoorzaamheid, dienen in overgave aan God, in lijn met de weg van de kerk der eeuwen. We vragen haar het huwelijk te blijven erkennen als Gods unieke scheppingsorde die heilzaam is, die in 't Nieuwe Testament de volle nadruk krijgt. Wij bidden dat de kerk terugkeert uit haar crisissituatie tot haar Hoofd, Jezus Christus, tot haar belijdenis. Tot dat wat haar is overgeleverd in de weg die de kerk der eeuwen is gegaan. Wij bidden om haar genezing.
Wij...
Ons is verweten mee te doen in de krachten die de kerk tot destructie leiden. Ons is verweten star en kil onze weg te gaan. Ons is verweten steeds weer de voortgang van de kerk op weg naar eenheid te blokkeren. Zullen we, broeders en zusters, eerlijk in deze spiegel kijken? Vooral dan wanneer de kerk, de ambtelijke vergadering, ons deze vragen stelt, moeten we er eerlijk en zuiver mee omgaan.
De Gereformeerde Bond is een vereniging, een beweging die openlijk het recht en de plicht van de kerk tot handhaving van het geloof voorstaat. De vraag is of we dat als vereniging, als leden in de kerk, doen op een ma-' nier die past bij de heiligheid van het Evangelie, bij de teerheid van de belijdenis, die vooral een staf is om mee te gaan. De vraag is of we dat doen op een manier die past bij de erfenis die de Vader aan Zijn Zoon gaf.
Wij zien om ons heen, ook in ons eigen midden, een in alle opzichten volkomen vrij individualisme. We maken ons om de kerk niet meer druk, behalve in negatieve bewoordingen. Zijn ook wij het zicht op de erfenis voor Christus verloren? Komen liefde voor de kerk, medelijden met haar crisis niet te zeer op de achtergrond?
Bovendien is er voor ons een grote verzoeking, een enorme valkuil, namelijk dat we minder nadruk leggen op de verborgen omgang, op het leven of op de geloofsvrucht dan op het overgeleverd dogma. Wij hebben redenen genoeg om te zeggen dat ook wij slechte dienstknechten zijn! Erkennen wij in een werkelijk geestelijke houding het recht van Christus op Zijn kerk? Straalt dat door ons doen en laten heen?
Wanneer wij hartstochtelijke vragen aan de kerk stellen stellen wij hartstochtelijke vragen aan onszelf. Waar is het vuur van het eerste uur? Waar de heilige liefde?
Heeft ons spreken een profetisch element? Zijn we een zoutend zout in de kerk, die leven in een levend geloof, in een vast vertrouwen op God? Of zijn we een verharde en starre groep mensen die zich druk maakt om achterhoedegevechten en die in de kerk een destructief klimaat helpt te bevorderen? Laten we maar in de spiegel kijken. We hoeven onszelf niet te sparen. Gereformeerd-zijn is vaststaan op het onbewegelijk fundament. Leven uit de erfenis die ons in handen is gegeven. Gereformeerd-zijn is meegenomen worden door Christus die zich haast naar Zijn toekomst. Het is meer een werkwoord dan een zelfstandig naamwoord. Het proces van reformeren dient verder te gaan en nader ter hand worden genomen (Verborgen omgang, dr. A. de Reuver p. 12). Laat ons dicht bij de Heere blijven. Laten we dicht bij 't Woord blijven. Laten we ons eigen inzicht 1000 maal wantrouwen. Laten we aan Gods woord en beloften nooit wantrouwen. Telkens wisselen de fronten, telkens dienen nieuwe fronten zich aan. Laten wij strijden voor de kerk in onze gebeden.
Geduld
Diep ben ik onder de indruk van 't geduld van de heer uit de gelijkenis. Wat heeft de Heere een geduld met de kerk waartoe wij behoren. Wat een geduld met ons. Dat is ook een ontzaggelijk geduld met u en mij. Nee, dat is geen reden om ons niet te bekeren. Het is wel een reden om te pleiten op Zijn barmhartigheid en liefde. Het is een reden om ook diep en intens geduld te hebben met de gebreken van de kerk. 'Laat ons de onwankelbare belijdenis der hoop vasthouden, want Hij Die het beloofd heeft, is getrouw'. Hebr. 10:23.
Met deze zegenende en oordelende God hebben ook wij te doen. Ook nu is waar dat we bij voortgaande onbekeerlijkheid van de kaart gaan. Leven wij in een tijd waarin alleen maar brokstukken van de Kerk overblijven? Of, of mogen wij nog bloei verwachten? De kerk leeft uit de rechtvaardiging van de goddeloze. De kerk leeft van de vergeving van de zonden. Wij verlangen naar mensen die meebidden. De eenvoudige man die door zijn gebed de stad bevrijdt. En met alles wat in ons is, hebben wij te waken tegen de vervalsing van het Evangelie, tegen de uitholling van de prediking, die tot gevolg heeft de ontluistering van de kerk op aarde. Wij hebben de waarschuwing van Christus ons ter harte te nemen, dat Hij - zo wij ons niet bekeren - de kandelaar van zijn plaats neemt.
Wij bidden: 'O Heere, behoud'. Wij bidden: 'Heere, heb geduld met Uw kerk'. Wij bidden: 'Heere, ontferm U over ons'. Tegelijk leeft er in ons hart een diep vertrouwen op God: 'De Heer' betoont Zijn welbehagen, aan hen die need'rig naar Hem vragen die hoe het ook moog' tegenlopen gestadig op Zijn goedheid hopen'.
G. D. KAMPHUIS, AMSTELVEEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's