Gods zwijgen en Gods spreken [I]
'En hij (koning Joram) zeide: Zie dat kwaad is van de Heere, wat zou ik verder op de Heere wachten? ' [2 Kronieken 6 : 33b]
Steeds meer mensen kunnen al langer hoe minder met God uit de voeten. Iets speciaals van onze tijd? Het is een verschijnsel bijna zo oud als de wereld. Joram, de zoon van Achab en koning van het tienstammenrijk Israël, kon eeuwen geleden ook al niets meer beginnen met God. Hoe kwam dat? De bijbel vertelt
Jorams residentie, Samaria, lag in de ijzeren greep van het beleg dat Benhadad, de koning van Syrië, om de stad had geslagen. Een beleg dat duurde en duurde. De stad hongerde uit tot op het bot.
En de God van Israël zwijgt maar in alle talen. Zo komt God op Joram over. Een niet onbekend verschijnsel wanneer zich de ene ellende op de andere stapelt.
Op een dag, als Joram de stadswallen nog eens inspecteert, roept een passerende vrouw hem na: 'Help mij, heer koning!' Een noodkreet die bij Joram precies in 't verkeerde keelgat schiet. Ook dat nog!
Kregel en kwaad snauwt Joram haar af. 'Moet je bij mij niet wezen. Van een lege dorsvloer kan ik ook geen koren toveren en uit een lege wijnpers kan ik je niet helpen. Kan ik 't helpen'? O nee Joram? Stil eens. Zou die precaire situatie waar het volk in verkeert, ook nog in verband kunnen staan met het oordeel van God over de zonde van vorst en volk?
Wie vandaag zoiets oppert krijgt te horen dat hij vloekt in de kerk. Het ligt veel meer voor de hand om op de toer van Joram te gaan. Vrouw, voor commentaar moetje bij de Heere zijn. Als Hij niet helpt kan ik het helemaal niet. We kennen ze ook nu volop. Die quasi vrome, cynische beschuldigingen aan Gods adres. Waarbij mensen het over ' God hebben in Wie zij, evenmin als Joram nog geloven.
Dacht u koning, dat voor mij, hulpeloze vrouw hiermee de kous af is? Joram wil doorlopen, maar zij geeft hem de kans niet. Even een vraag; wij voelen ons toch niet het veiligst wanneer we al de gore ellende om ons heen, met een klik op de afstandsbediening en met de hand op de knip desnoods, links en rechts passeren? 't Is niet te hopen! Ik veronderstel dat u weet wat broeder Johannes schrijft: Wie zijn broeder gebrek ziet lijden en sluit zijn hart toe voor hem, hoe blijft de liefde Gods in hem? Dat is het kenmerk van genade waar God om komt. Mens, mort Joram misschien wel, ik kan de hele wereld niet op mijn nek nemen. Ieder zorgt voor zich, weetje, en God voor ons allen. Nou, als God het laat afweten wat zeur je dan mij aan m'n hoofd. Joram, is die ene vrouw nu echt de hele wereld? Een vraag die ons ook wel terdege mag be-zighouden. Joram is zomaar niet van deze vrouw af. Volgt een luguber verhaal, om koud van te worden.
Om de honger te overleven spraken twee moeders af hun bloedeigen kind te slachten en te eten. Graag eerst die van jou, zei de ene vrouw, die, toen zij aan de beurt was, de hakken in de wal trok. Wat een ellende. Niet om over uit te weiden, wel om van te rillen. Een keiharde als koning Joram krijgt het er zelfs te kwaad mee. Nu barst bij hem de bom. Ontiegelijk kwaad wijst hij de zondebok aan. Dat is hij niet zelf. Natuurlijk niet.
Wie is het nu zelf? Zo iemand moet nog geboren worden. Of hif zou wedergeboren moeten zijn. Voor de rest kun je het vergeten. Joram denkt het te weten. Al die ellende komt door die ene man, de Godsman, Elisa!
Die 'doodbidder', bij wie niets en niemand deugt. Ik kan hem wel vermoorden. En dat gebeurt ook. Ik zweer bij God, vandaag nog gaat zijn hoofd er af.
Met die uitval schopt Joram tegen God zelf aan.
God? Ik kan Hem niet langer uitstaan. Wat had Elisa dan op zijn geweten, wilt u weten? Niet meer wellicht dan dat hij de koning geadviseerd had de stad niet over te geven aan de vijanden, maar voor God te buigen en van Hem heil te verwachten, bij Wie altijd uitkomsten zijn tegen de dood. Zo spreken immers profeten die door God gezonden zijn. Met twee woorden: zonde en genade.
Komt ook nog de roep tot boetvaardigheid bij. Wat wilt u... Maar dit laatste zint niemand. Toen niet. Nog niet. Eigenlijk nooit. Breken met de zonde en je bekeren tot God? Praat er niet over. Je trapt op lange tenen.
De reactie is voorspelbaar. Wat? Doen wij het allemaal verkeerd? Wat wilt u van me? Mij de les lezen? Het besef dat er wel degelijk verband bestaat tussen Godsverzaking en Gods bezoeking en straf en tegelijk de nodiging tot terugkeer, is heel diep uitgesleten. Die lui denken maar dat ze iedereen de les kunnen lezen. Weg er mee! 't Hoofd eraf! Of figuurlijk: monddood maken. Mond houden!
Wat Joram niet wist, en velen met hem niet weten, is, dat Elisa's God een God is die van Zijn woorden geen ter aarde laat vallen. En 't werk der eeuwen dat Zijn Geest omspant, Volvoert Zijn hand.
H. VISSER, KATWIJK AAN ZEE
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's