Gods zwijgen en Gods spreken [2]
'En hij (koning Joram) zeide: Dat kwaad is van de Heere wat zou ik verder op de Heere wachten? ' [2 Koningen 6 : 33b]
Die Joram ja, laten we nog een keer naar hem kijken. Omdat hij zo belangrijk is? Dat nou niet. Maar wel omdat hij lang geen onbekende is. Als we iets van hem kunnen leren dan is het hoe het zeker niet moet.
Ik bedoel dat wij niet met God kunnen omgaan op de manier van Joram. Ik ben er niet zo van overtuigd dat hij niet verwoordt wat er bij u en bij mij op de bodem leeft. U wel? Laten we Jorams geschiedenis nog eens raadplegen.
Wat was die Joram eigenlijk voor een figuur? Je hoeft nog niet hard over hem te oordelen als je hem een figurant noemt. Daar maakt hij het naar. Dat is aantoonbaar. Hij zegt tegen die ongelukkige vrouw: 'de Heere moet helpen'. Daarmee verwijst hij haar niet naar God.
Hij verwijt God. Hij beschuldigt de Heere van van alles en nog wat.
Niet onbekend. Overal waar de liefde tot God ontbreekt, regent het verwijten. De zondebok loopt altijd ergens buiten. Is het je man niet, dan je vrouw. Zijn het je kinderen niet, dan komen de buren en de collega's aan de beurt. Ook de gemeente, de kerk hebben het niet zelden gedaan. Zijn me je dat even christenen?
Zonder schroom duwen wij ook nogal eens de Heere in de hoek waar de klappen vallen.
Raadpleeg in dit opzicht de pers en andere media. Vaak zingt de kerkelijke opinie mee in het koor dat God het altijd heeft gedaan. Natuurlijk verkeerd gedaan. Pilatus was erg onder de indruk van Jezus gekomen. Hij laat Hem intussen wel uit zijn handen glijden, handen die hij daarna in onschuld wast. Joram opereert op hetzelfde niveau.
Was hij onder de indruk gekomen van het optreden van Elisa, dat hij, als hij zijn mantel scheurt op het ontstellend verhaal van die moeder, een haren zak, een rouwkleed, blijkt te dragen? Hij wekt de indruk dat hij als koning de zaak serieus neemt.
Hij heeft in elk geval wel zijn kleed gescheurd, maar niet zijn hart. Leed aan de buitenkant komt gevaarlijk dicht in de buurt van leedvermaak, 't Is maar dat u erop let. Dat rouwkleed is ook maar schijnvertoning. In werkelijkheid stelt hij God in gebreke.
Als en zolang ons niets in de weg komt houden we onze geestelijke stand voor God en mensen nog wat overeind.
Als en zolang. O wee, wanneer we in nood en ellende verzeild raken. Of, zoals de Bijbel het zegt: God met ons in tegenheden wandelt.
Ons veelal rechtzinnig belijden verhindert lang niet altijd dat er diep in ons geen vuur gaat branden. De vraag ligt voor de hand: 'waaraan heb ik dat verdiend? Ben ik zoveel slechter als...? Trouwens je hoeft er geen Joram voor te heten. De natuurlijke mens verstaat niet de dingen die des Geestes Gods zijn. Ook deze dingen niet. Wat moet je als zelfs de godvrezende klaagt over geprikkelde nieren. Ingehouden en niet in te houden opstand. De boel van binnen om en om woelt. Bijzondere genade leert alleen wat algemene genade of oppervlakkige godsdienst je nooit bij kan brengen. U kunt het wel vinden in Jesaja 12: Ik dank u HEERE dat Gij toornig op mij geweest zijt, maar Uw toorn is afgewend en Gij troost mij. Maar ja, dat is een regel uit het danklied van Gods verloste kinderen. Een regel die tevens uitzondering op de regel is.
Door de regel vergaat het ons mensen als Joram. Hij is vreselijk korzelig, wrevelig, kwaad op God.
En op Gods ambassadeur, Gods profeet. Gods mond op aarde. Je zie hem staan. Zijn ene vuist naar de hemel gebald, zijn andere hand naar de hemel opgeheven. Twee vingers omhoog. Het gaat bij Joram van dik hout zaagt men planken. Zo doe mij God en zo doe Hij daartoe. Indien het hoofd van Elisa de zoon van Safat, heden op hem zal blijven staan. U ziet maar weer, woede op God en Zijn Christus wordt gekoeld op Gods kinderen. Psalm 124 wordt meer bewaarheid dan wij soms waar willen hebben.
Dan hadden zij ons levend vernield; Hun hete toorn had ons gewis ontzield.
Je kunt er op rekenen. Beter ook maar rekening mee houden. Met het ene en ook met het andere. En dat andere is: Had God het niet verhoed.
Welnu dat heeft God ook in Elisa's geval gedaan. De Heere stelde Zijn knecht de profeet op de hoogte van de moordplannen. Gods inlichtingendienst werkt perfect. Elisa laat de deur alvast sluiten. Jorams zwaard kan hem niet bereiken. Voor de gesloten deur lucht Joram zijn hart. Hij roept luid over straat: Zie, dat kwaad, bedoeld is de belegering en haar lugubere gevolgen, is van de Heere. Wat zal ik nog langer op Hem hopen? Ik geef God zijn congé. Ik zet er nu helemaal een punt achter. Is me dat een God? Hij steekt immers geen hand uit. In Samaria niet. In Auschwitz niet, in de derde wereld niet, in de machtsstrijd van vandaag om de wereldheerschappij niet en bij mij thuis ook niet. Wat zou ik nog langer op Hem wachten? Punt er achter, kras door de Godsnaam.
Mijn boetekleed gaf ook al niet. Ik wou dat ik me in duizend bochten kon wringen. Maar het helpt toch niets. Geen bijbellezen en geen bidden, geen zingen en geen... U mag het invullen. Vóór de gesloten deur een koning die God voorgoed afzweert. Achter die zelfde gesloten deur een profeet, die met God overeind blijft zelfs in het leed.
Vóór de gesloten deur een vloeker. Achter diezelfde gesloten deur een bidder voor het verdrukte Israël. Een zanger van het hoogste lied: Hij die op Gods bescherming wacht, wordt door de hoogste Koning, beveiligd in de duistere nacht. Waar houden wij ons op? Gods zaak is geen verloren zaak, want... Dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof.
H. VISSER, KATWIJK AAN ZEE
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 2002
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's